De Gerardus Majellakerk is groot, dominant op een verkeersplein in Oost-Utrecht en dit gebied heet dan ook Majella: Majellapark, buurthuis e.d.Vanaf onze verhuizing naar Utrecht-West (Oog in Al), zag ik al dat op de zaterdagen grote groepen Ethiopiërs, grotendeels in witte kleren naar deze kerk trokken.
Afgelopen zaterdag was ik rond 12:30 bij een begin van hun dienst in de Majellakerk, samen met de Engelse gast uit Maumere, Indonesia, John Prior. Er waren zo'n 500 mensen in de kerk, links de mannen, rechts de vrouwen, kinderen her en der rondlopend, beetje schreeuwend. De schoenen waren in de nogal krappe hal op grote stapels neergelegd. Iedereen bleef staan in de kerk, wel met diepe buigingen: als in een moskee, of, zoals John Prior zei: de Islam heeft dat staande ritueel met buigingen van de christenen uit de omgeving overgenomen.
Het priesterkoor was met een groot gordijn afgescheiden van de rest van de kerk, terwijl celebranten daar af en toe vandaan kwamen om lezingen te zingen: intense deelname van de mensen in de kerk die alle buigingen allemaal gelijk deden.
Toen we binnenkwamen liep een diaken (of zo iemand) onder een wit scherm met een volledig ingepakte icoon, die door de gelovigen werd gekust.
Daags erna waren we in de Catharina-katedraal, redelijk vol met jonge mensen voor een Engelstalige mis, om 12:30, met veel liederen van Taizé of van het evangelikale gospel-type. Die cerebrale, wat geleerde toon die er toch vaak in de liederen van Oosterhuis is, hoeft kennelijk niet. Vooral bij de Eritreeërs had je nog het idee dat de huiver voor het sacrale helemaal in de kerk zweefde.
Posts tonen met het label Religie in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Religie in Nederland. Alle posts tonen
donderdag 23 augustus 2018
maandag 20 november 2017
De Wijsheid van EUGers op muziek gezet door Mathilde Wantenaar
In totaal heeft het koor van de EUG in Utrecht de laatste 15 jaar viermaal een grote compositie-opdracht kunnen geven. De eerste was de Mis van Henny Vrienten, op teksten van EUG-leden. Daarna kwam de viering van 150 jaar orgel, met een selectie van gedichten van Lucebert. Dat was de Missa Poetica. Op teksten van vooral Sytse de Vries maar ook met elementen van de Latijnse (en griekse) misteksten zongen we op 16 November 2013 de Missa bilingua op mooie muziek van onze dirigent Hans Leeuwenhagen.
Begin dit jaar was het schilderij Waiting for Sophia van Angie Deveureux aangekocht en een enkele keer in de Janskerk van Utrecht neergezet tijdens een dienst, daarna weer verdwenen. Ik schreef daarover in februari 2017. Als vervolg daarop werd er een algemene workshop gedichten schrijven georganiseerd, waarop een klein groepje van leden van de Ekumenische Utrechtse Gemeeenschap (zoiets is de betrekenis van EUG) een vijftal gedichten geschreven, waarop componiste Mathilde Wantenaar werd gevraagd er muziek op te schrijven. 12 November 2017 werd die voor het eerst uitgevoerd.
Beeld van de (nog) lege kerk tijdens de repetitiedag. Links zit de componiste rechts pastor JasjaNottelman. Wantenaar is geboren in 1993, wist op haar 9e al dat zij componiste wilde worden en is het dus ook geworden! Haar muziek is gevarieerd: de vijf liederen zijn in grote variatie geschreven van stil, zelfs verstild en meditatief tot theatraal en uitbundig. Soms met veel herhalingen van de in het algemeen zeer korte teksten, tot een snelle lawine van allerlei omschrijvingen van wijsheid. De begeleidingen zijn bescheiden, nauwelijks een voorspel of introductie en eigenlijk nergens echt solospel voor piano of orgel. Daar zal Laurens de Man wel wat meer van gaan maken denk ( of soms: vrees!) ik.
Bij nader bekijken van het schilderij bleek Sophia of Christa te zijn: een vrouwelijke versie van Christus, zoals de feministische theologie ook een vrouwelijk verschijning van God kent. Op haar linkerhand kun je zelfs een stigma-wond herkennen. Maar dat zag ik er in terwijl de vrouwelijke theologen daar nog niet naar hadden gekeken.
Wijsheid, werd me verteld, is anders dan de Logos: want die wordt toch al snel weer mannelijk gezien. Wel goddelijk, maar niet god-gelijk, voortkomend uit de goddelijkheid maar in mensen aanwezig (als het goed is). Ik had even het gevoel in een Vrijmetselaarsloge te zitten, maar het is toch vooral een laat-Joodse gedachte, van tegen de tijd van Seleuciden en ptolemeeën, de laatste eeuwen vóór Christus.
Word wakker, Wijsheid, maak toch voort.
Laat woorden van vertrouwen stromen,
opdat gebeurt waar wij van dromen ..
Jij die in ons ontspringt en leeft,
jij die kan brullen en kan fluisteren:
leer mij toch wachten, leer mij luisteren
Het gaat hier allemaal niet om en soort godsbewijzen: dat er bij evolutie toch een 'eerste begin' moet zijn, of dat wij allemaal participeren aan een 'algemeen zijn', of dat er een intelligent design voor deze wereld is.
Wij hebben lekker gezongen, dat zeker!
Begin dit jaar was het schilderij Waiting for Sophia van Angie Deveureux aangekocht en een enkele keer in de Janskerk van Utrecht neergezet tijdens een dienst, daarna weer verdwenen. Ik schreef daarover in februari 2017. Als vervolg daarop werd er een algemene workshop gedichten schrijven georganiseerd, waarop een klein groepje van leden van de Ekumenische Utrechtse Gemeeenschap (zoiets is de betrekenis van EUG) een vijftal gedichten geschreven, waarop componiste Mathilde Wantenaar werd gevraagd er muziek op te schrijven. 12 November 2017 werd die voor het eerst uitgevoerd.
Beeld van de (nog) lege kerk tijdens de repetitiedag. Links zit de componiste rechts pastor JasjaNottelman. Wantenaar is geboren in 1993, wist op haar 9e al dat zij componiste wilde worden en is het dus ook geworden! Haar muziek is gevarieerd: de vijf liederen zijn in grote variatie geschreven van stil, zelfs verstild en meditatief tot theatraal en uitbundig. Soms met veel herhalingen van de in het algemeen zeer korte teksten, tot een snelle lawine van allerlei omschrijvingen van wijsheid. De begeleidingen zijn bescheiden, nauwelijks een voorspel of introductie en eigenlijk nergens echt solospel voor piano of orgel. Daar zal Laurens de Man wel wat meer van gaan maken denk ( of soms: vrees!) ik.
Bij nader bekijken van het schilderij bleek Sophia of Christa te zijn: een vrouwelijke versie van Christus, zoals de feministische theologie ook een vrouwelijk verschijning van God kent. Op haar linkerhand kun je zelfs een stigma-wond herkennen. Maar dat zag ik er in terwijl de vrouwelijke theologen daar nog niet naar hadden gekeken.
Wijsheid, werd me verteld, is anders dan de Logos: want die wordt toch al snel weer mannelijk gezien. Wel goddelijk, maar niet god-gelijk, voortkomend uit de goddelijkheid maar in mensen aanwezig (als het goed is). Ik had even het gevoel in een Vrijmetselaarsloge te zitten, maar het is toch vooral een laat-Joodse gedachte, van tegen de tijd van Seleuciden en ptolemeeën, de laatste eeuwen vóór Christus.
Word wakker, Wijsheid, maak toch voort.
Laat woorden van vertrouwen stromen,
opdat gebeurt waar wij van dromen ..
Jij die in ons ontspringt en leeft,
jij die kan brullen en kan fluisteren:
leer mij toch wachten, leer mij luisteren
Het gaat hier allemaal niet om en soort godsbewijzen: dat er bij evolutie toch een 'eerste begin' moet zijn, of dat wij allemaal participeren aan een 'algemeen zijn', of dat er een intelligent design voor deze wereld is.
Wij hebben lekker gezongen, dat zeker!
vrijdag 17 november 2017
Joop Smit als een strenge uitlegger: een slager die zijn vlees afkeurt?
In de Janskerk volgen we deze maand een cyclus over vrouwenfiguren in het bijbelboek Openbaring. Een goede gelegenheid om eens wat in dit rijke werk te grasduinen. Afgelopen zondag gaf Joop Smit, bijbelkenner en Augustijn priester een mooi staaltje van zijn kunnen. In de beste stijl van retoriek, zoals hij die van de taalgevoelige Augustinus, gaf hij een analyse van de brief aan de kerk van Tyatira 2:18-29. De 'brief' wordt gezien als een geplande aanval op een vrouw uit die stad, die kennelijk veel volgelingen heeft en (dus) charismatisch is. Maar eerst komt het zoet: de gemeente aldaar wordt geprezen voor de vele goede eigenschappen. Maar dan komt het venijn. Er is een vrouw die kennelijk een te zachte opinie houdt tegenover de 'heidense' cultus: ze vindt het goed als mensen sociaal omgaan met elkaar en dus ook dat christenen bij ontmoetingen eten van vlees dat uit de tempel komt (zoals heel veel vlees kennelijk). Er worden heel harde woorden gesproken en de vrouw wordt Izebel genoemd, naar de tegenspeelster van de profeet Elia (ook een voorbeeld van onverdraagzaamheid, die volgens de bijbeltekst 400 Baal-priesters liet vermoorden. Izebel ('kracht van Baäl) zal ziek worden, haar kinderen in ellende gestort.
Hier wordt Izebel of Jezebel afgebeeld met vrouwelijke 'ondeugden' zoals ijdelheid.
Joop had weinig goeds over voor de schrijver van Openbaring hier: zo'n harde afstraffing van een vrouw die waarschijnlijk de harmonie tussen de jonge christengemeenschap en de hellenistische cultuur wilde bewaren. Niet alleen dus een 'uitleg' van de bijbeltekst, maar ook een onverwacht felle aanval op de tekst. De slager keurde hier niet alleen het vlees op een milde manier, maar ging er even fel tegen in, zoals wij vroeger ontzet waren bij die (vloek)psalm 137:9 en natuurlijk die slachting onder de Baal-priesters. We mogen die teksten rustig maar stevig afkeuren.
Hier wordt Izebel of Jezebel afgebeeld met vrouwelijke 'ondeugden' zoals ijdelheid.
Joop had weinig goeds over voor de schrijver van Openbaring hier: zo'n harde afstraffing van een vrouw die waarschijnlijk de harmonie tussen de jonge christengemeenschap en de hellenistische cultuur wilde bewaren. Niet alleen dus een 'uitleg' van de bijbeltekst, maar ook een onverwacht felle aanval op de tekst. De slager keurde hier niet alleen het vlees op een milde manier, maar ging er even fel tegen in, zoals wij vroeger ontzet waren bij die (vloek)psalm 137:9 en natuurlijk die slachting onder de Baal-priesters. We mogen die teksten rustig maar stevig afkeuren.
dinsdag 7 november 2017
Beetje Johannes Maeswael in het Rijksmuseum
Het wordt een museumweek: begonnen met zondag 5 nov. toen wij Jan Pieter Foppen zagen in het Slot Zeist. Hij maakt bij avondzon foto's van mooie hoekjes in Amsterdam, Utrecht en de Morvan en schildert dan in de stijl van Monet: hij noemt zichzelf een echte impressionist.
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.
De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.
Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.
De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.
Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!
vrijdag 3 november 2017
Islamitische begraafplaats Kovelswade in Utrecht
20 September 2017 overleed Hamza Zaid Kailani, een van de voortrekkers van contacten tussen de eerste generatie moslims en Nederlandse kerkelijke figuren. Hij kwam in 1964 in ons land als vertaler Arabisch voor Unilever. Hij was in Palestijns gebied leraar Engels. Toen de Israeli's in 1967 de Westbank veroverden, was hij hier en kon dus niet meer terug. Hij sprak voortreffelijk Nederlands (hij was niet voor niets een talenman) en kon overleven. In 1978 werd hij imam in de Bijlmerbajes en van het een kwam het ander: contacten met de dialoog-experts van de Nederlandse kerken.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
In Utrecht is Kovelswade (achter de Koningsweg) sinds 1901 een uitbreiding van het kerkhof aan de Gansstraat. Er staat een sierlijk centraal gebouw in neo-klassieke stijl. Aan het kerkhof is te zien dat er tegenwoordig minder begraven wordt, meer gecremeerd: er zijn her en der veel lege plekken. Veel kapotte graven. Er zijn maar enkele aardige beelden. Bijzonder vond ik het graf van schrijfster Johanna van der Woude: een beeld opgericht door bewonderaars, met afbeeldingen van vier boektitels.
Der islamitische afdeling is begin jaren 1980 geopend en loopt zonder afscheiding over in de algemene begrafenistuin. Er is een sobere gebedsplaats, richting Mekka, met een soort 'qiblat' waarop in kalligrafie de tekst staat: Inna lillahi wi inna ilaihi rajiun 'wij zijn van God en keren tot Hem terug' (Baqara, sura 2:156).
Overigens zijn de graven vol met emotioneel geladen teksten en voorwerpen waarin de band met de overledene centraal staat:,knuffels, hartjes, duifjes bij elkaar, zwaar gevoelige teksten. De treurenden laten zich door de strenge godgeleerden de wet niet voorschrijven. Zoals sommige katholieke geestelijken de Requiem-mis graag onpersoonlijk houden, maar de treurenden zelf wat anders willen, zien we het hier ook!
En de treinen gaan de hele tijd door, omdat het kerkhof tussen de achtertuinen van de huizen aan de Koningsweg en de spoorlijn naar Oost en Zuid-Nederland is aangelegd.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
donderdag 2 november 2017
Hoe godsdiensten investeren in stenen en er afstand van moeten nemen
Oskar Verkaaik publiceerde samen met Daan Beekers en Pooyan Tamimi Arab een wat rommelig en soms verwarrend boek, met een aantal prachtige inzichten en bescherijvingen: Gods Huis in de Steigers. Religieuze gebouwen in ontwikkeling (Amsterdam University Press, 2017, 269 blz.).
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
zondag 29 oktober 2017
Two Indonesian 'Eurasians' in Holland: Jan Toorop and Melati of Java (= Nicolina Sloot)
In the small but old town of Doesburg (in East Netherlands, member of the old Hanza Union), an exhibition was held on Jan Toorop (1858-1928). The scenery is beautiful: small but characteristic buildings in the Hanza tradition, like the town hall.
Toorop had a Dutch father and a partly Chinese mother from the island of Banka. He looked very Indonesian, at least to Dutch people. He was only eleven years old when he moved to the Netherlands ion 1969. It is debated how much he was influenced by Indonesia, wayang performances or other artistic traditions. The exhibition in Doesburg was advertised as a way to see the Indonesian influences in the work of this artist who is also known as a prominent member of Art Nouveau or symbolic art around 1900. In fact we could not see much direct Indonesian influence.
Below we see here the advertisement of oil to be used in salades. Can we see here a remembrence of Javanese batik art? In 1905 Toorop (who was raised as a nominal Protestant), converted to Catholicism and the image of the Trinity above as one examples of this period in his career. He became immensely popular in the Catholic world of the Netherlands, but not much is seen of Indonesian influence.
This lady is Nicolina van Sloot, born in Semarang 1853 of pure Dutch parents. Her father was a teacher at a primary school. She followed a secndary school, probably at the Ursuline sisters in Batavia. The family moved to the Netherlands in 1871. Until her death in 1927 she wrote more than fifty novels, most of the under her penn-name Melati of Java. She never married and could live from her writings, because the romantic novels, many about the Dutch Indies were very popular. It was het trademark! She wrote even a novel about the historic person of Surapati, glorifying him as a noble fighter against colonialism. Recently a new biography has been published as a doctoral dissertation: she still has some fame in the Netherlands, but as far as I know none of her books were ever translated into Indonesian.
Labels:
Indo,
Indonesië,
Religie in Nederland
maandag 2 oktober 2017
Drie abdijen van Oosterhout bezocht door kunstenaars: Biënnale 2017. 2 De Benedictijnen
Na de Norbertinessen, was de tweede abdij, aan de overkant van de straat, die van de benedictinessen, die er kort na 1900 kwamen. Een groots gebouw, eerst neo-gothisch, dan met een bijbouw in de sobere stijl van Dom van der Laan. Hier troffen we (net als bij het eerste klooster) een fantastische vrijwilliger die uitleg gaf over de kunstwerken, maar ook over de relatie tussen het klooster en het dorp. In dit geval was onze man wat sceptisch over de nieuwe bewoners van de mannen-abdij, de Fransen van Chemin neuf (Celibatairen, gezinnen, geleid door een vrouw van Duitse oorsprong): deze staan wat afstandelijker van de dorpsbewoners. Juist de nonnen van de benedictinessen hebben de juiste sfeer van een klooster-in-contact-met-de-maatschappij weten te behouden, tenminste volgens 'onze man'.
De neo-gotische kapel is hier voorzien van banken in de stijl van Dom van der Laan, zoals ook in Maarssen (nu ook al gesloten) en in Werkhoven.
Er waren parels van mooie kunst bijvoorbeeld een beeld van tsunami door Franciscus-Franciscus, waarin een keten van mensen een kind redt. Helaas is niet iedereen te redden.
Dan het 3e klooster, de kolossale Paulusabdij waar vroeger de beroemde Pieter van der Meer de Walcheren verbleef en boeken schreef (die ik overigens nog niet echt gelezen heb. Rogier noemt hem de 'Pionier van de Katholieke Cultuurbeweging). Ook al leven de moderne bewoners dan in familieverband, in de abdij hangen toch witte toga's voor de vieringen. De kunst aldaar is af en toe wat eigenaardig, of in ieder geval verrassend. Zo hangen er in de koorgangen en de tuin een 40-tal vergrootglazen, waardoor je de bloemen dus uitvergroot kunt zien. Ook een kunstproject. Wij zagen een zestal grote werken in super-realisme, redelijk overdreven aardewerk met glazuur er wel erg dik bovenop. Hier moeder en kind. Zelf schrijft zij over haar werk: Niet om reigieus werk te maken, maar omdat de verhalen een universele waarde hebben en zich goed laten vertalen naar het heden. Hoe dan ook verrassend en vernieuwend is deze biënnale zeker!
De neo-gotische kapel is hier voorzien van banken in de stijl van Dom van der Laan, zoals ook in Maarssen (nu ook al gesloten) en in Werkhoven.
Er waren parels van mooie kunst bijvoorbeeld een beeld van tsunami door Franciscus-Franciscus, waarin een keten van mensen een kind redt. Helaas is niet iedereen te redden.
Dan het 3e klooster, de kolossale Paulusabdij waar vroeger de beroemde Pieter van der Meer de Walcheren verbleef en boeken schreef (die ik overigens nog niet echt gelezen heb. Rogier noemt hem de 'Pionier van de Katholieke Cultuurbeweging). Ook al leven de moderne bewoners dan in familieverband, in de abdij hangen toch witte toga's voor de vieringen. De kunst aldaar is af en toe wat eigenaardig, of in ieder geval verrassend. Zo hangen er in de koorgangen en de tuin een 40-tal vergrootglazen, waardoor je de bloemen dus uitvergroot kunt zien. Ook een kunstproject. Wij zagen een zestal grote werken in super-realisme, redelijk overdreven aardewerk met glazuur er wel erg dik bovenop. Hier moeder en kind. Zelf schrijft zij over haar werk: Niet om reigieus werk te maken, maar omdat de verhalen een universele waarde hebben en zich goed laten vertalen naar het heden. Hoe dan ook verrassend en vernieuwend is deze biënnale zeker!
donderdag 28 september 2017
Drie abdijen van Oosterhout bezocht door kunstenaars: Biënnale 2017. 1: Huub en Adelheid Kortekaas
In het stadje Oosterhout, ten noorden van Breda zijn in elkaar nabijheid drie abdijen gevestigd. De vrouwen kwamen het eerst. Dankzij goede contacten nmet de Oranjes van Breda vestigden zich hier de Norbertinessen in het kleine slot De Blauwe Camer, nu Het Sint-Catharinadal. Kort na 1900 kwamen daarnaast de Benedictinessen, gevolgd in 1906 door de paters. De twee bekendsten zijn de literator Pieter van der Meer de Walcheren en de architect Dom van der Laan.
De mannen vertrokken het eerst: in 2003 vertrokken ze naar het bejaardenklooster in Teteringen. De vrouwen zetten het oude leven nog voort.
Wij begonnen met de ingang van het oudste, Sint Catharinadal. Huub en Adelheid Kortekaas zijn twee kunstenaars die al sinds de jaren 1980 een religieus visioen in materie trachten te vangen. Zij gaan uit van 'een keerpunt in westers materialistisch denken en een explosief veranderingsprocess in de wereld' dat aan de gang is. In ietwat bombastisch taal zien zij allerlei positieve wendingen in de wereld gaande. Zij hebben bij de ingang een rij van drie gigantische zetels neergezet, waarin dat ontluiken van de nieuwe wereld uitkomt.
Als was het een Anima Mundi Manifest staan hun teksten bij de afwisselende en mooie werken geplaatst. Ondersteund door de rechters van deze tijd gaat het alleen maar de goede kant uit. Paule kende Huub nog uit haar studententijd, dus tweede helft jaren 1960. Hij maakte toen voor de historische vereniging Dr. Huibers een standbeeld van Erasmus 'ter ere van Rogier en Post' en het staat nu nog bij het Nijmeegse Erasmusgebouw. Huub was niet van de studie geschiedenis, zeker niet van die harde jaartallen en hij keek en kijkt meer naar de toekomst dan naar het verleden.
Het bovenstaande is vals perspectief: het is geen grote tempel, maar een klein werk, twee meter lengte, waarin 2x7 zetels tegenover elkaar staan. Hier zullen dan wellicht de bestuurders van die nieuwe wereld gaan zitten?
Deze vijf symbolen, ieder in een eigen tuin, waaruit ze opbloeien, moeten eigenlijk nog aangevuld worden met een zesde, de philosophia perennis, maar die moet er nog bij komen.
Helemaal achteraan is de zeven-armige kandelaar van het Joden; dan de lotusbloem van het Boeddhisme. Over de andere drie zijn we nog onzeker: de boom met drie takken zou het Boeddhisme kunnen zijn met zijn Boeddha-leer-monnikenorde. Daarnaast in een tuin met allerlei geometrische figuren wellicht de islam, waardoor die gotische bogen het christendom omringen, de centrale religie?
Dit is een lijkkoets volgens de Kortekaas-kunstenaars: de mens staat in die ellips-vorm en kan dus zo de hemel ingeschoten worden.
Hierboven een beeld Geloof, hoop en liefde van Robin Kolleman. De vrouw is hier gehuld in een omgekeerde burka: alleen wat en 'gewone burka' nog enige ruimte geeft bij de ogen, zijn hier juist de ogen afgedekt en is de rest van het lichaam min of meer zichtbaar gelaten. De duif op het hoofd is een weergave van het symbool van de partij van Geert Wilders, de PVV. Dat de veren aan het loslaten zijn wil misschien zeggen dat het met de PVV even niet zo goed gaat? Afijn mooie, grappige zaken gepresenteerd in historische gebouwen. Dit is maar een kleine selectie.
Het was voor ons de eerste keer dat we de drie kloosters zagen: dat alleen al is een aparte belevenis en de moeite waard on naar Oosterhout te komen.
De mannen vertrokken het eerst: in 2003 vertrokken ze naar het bejaardenklooster in Teteringen. De vrouwen zetten het oude leven nog voort.
Wij begonnen met de ingang van het oudste, Sint Catharinadal. Huub en Adelheid Kortekaas zijn twee kunstenaars die al sinds de jaren 1980 een religieus visioen in materie trachten te vangen. Zij gaan uit van 'een keerpunt in westers materialistisch denken en een explosief veranderingsprocess in de wereld' dat aan de gang is. In ietwat bombastisch taal zien zij allerlei positieve wendingen in de wereld gaande. Zij hebben bij de ingang een rij van drie gigantische zetels neergezet, waarin dat ontluiken van de nieuwe wereld uitkomt.
Als was het een Anima Mundi Manifest staan hun teksten bij de afwisselende en mooie werken geplaatst. Ondersteund door de rechters van deze tijd gaat het alleen maar de goede kant uit. Paule kende Huub nog uit haar studententijd, dus tweede helft jaren 1960. Hij maakte toen voor de historische vereniging Dr. Huibers een standbeeld van Erasmus 'ter ere van Rogier en Post' en het staat nu nog bij het Nijmeegse Erasmusgebouw. Huub was niet van de studie geschiedenis, zeker niet van die harde jaartallen en hij keek en kijkt meer naar de toekomst dan naar het verleden.
Het bovenstaande is vals perspectief: het is geen grote tempel, maar een klein werk, twee meter lengte, waarin 2x7 zetels tegenover elkaar staan. Hier zullen dan wellicht de bestuurders van die nieuwe wereld gaan zitten?
Deze vijf symbolen, ieder in een eigen tuin, waaruit ze opbloeien, moeten eigenlijk nog aangevuld worden met een zesde, de philosophia perennis, maar die moet er nog bij komen.
Helemaal achteraan is de zeven-armige kandelaar van het Joden; dan de lotusbloem van het Boeddhisme. Over de andere drie zijn we nog onzeker: de boom met drie takken zou het Boeddhisme kunnen zijn met zijn Boeddha-leer-monnikenorde. Daarnaast in een tuin met allerlei geometrische figuren wellicht de islam, waardoor die gotische bogen het christendom omringen, de centrale religie?
Dit is een lijkkoets volgens de Kortekaas-kunstenaars: de mens staat in die ellips-vorm en kan dus zo de hemel ingeschoten worden.
Hierboven een beeld Geloof, hoop en liefde van Robin Kolleman. De vrouw is hier gehuld in een omgekeerde burka: alleen wat en 'gewone burka' nog enige ruimte geeft bij de ogen, zijn hier juist de ogen afgedekt en is de rest van het lichaam min of meer zichtbaar gelaten. De duif op het hoofd is een weergave van het symbool van de partij van Geert Wilders, de PVV. Dat de veren aan het loslaten zijn wil misschien zeggen dat het met de PVV even niet zo goed gaat? Afijn mooie, grappige zaken gepresenteerd in historische gebouwen. Dit is maar een kleine selectie.
Het was voor ons de eerste keer dat we de drie kloosters zagen: dat alleen al is een aparte belevenis en de moeite waard on naar Oosterhout te komen.
woensdag 27 september 2017
Wim de Ru dirigeert al 40 jaar in de Leidse Studenten Ekklesia LSE
Zondag 24 september waren alle oud-leden van het koor van de LSE opgetrommeld om meer massa te geven aan deze gebeurtenis en maar liefst 70 oud-leden waren ook gekomen. Veel mensen dus vóór en rondom Wim. Hij werd onder meer later gevierd met een glossy": veel intern nieuws over het koor meet veel trouwe leden. Maar eerst 'gewoon' een dienst onder leiding van Wim de Ru zelf.
Het werd een sfeervolle dienst met veel psalmen, zodat we nog maar eens moesten bedenken dat niet de Toral en die 600zoveel geboden de kern van de joodse traditie is, maar die 150 psalmen die zoveel menselijke emoties en verlangens onder woorden hebben gebracht. En dat zingen wij dan graag na want dat maakt het meteen zoveel intenser. We kwamen nogal wat oude kennissen tegen, maar moesten naar nogal wat namen ook raden: we zongen er tussen 1998-2004 en dan nog een jaar er tussen uit naar Montreal. Maar mooi er weer eens te zijn.
De kerken die meer Nederlandse traditie in de diensten stoppen doen het voorlopig nog wat sterker dan die altijd toch wat weifelende LSE. Misschien zou dat dus ook helpen: wat steviger conservatief, maar dat willen de LSEers terecht niet. Deze groep die graag wat kritisch is, twijfelt, nogal eens weer even niet komt, ja, nu weer eens feestelijk in de Hooglandse kerk.
Er waren ook grappige teksten achteraf over de dirigent:
Ja, elke zondag kwart voor twaalf klimt hij op de bok
en kijkt de schola aan of ze hem nog wel zien staan;
een enkeling let op zowaar, maar ach na veertig jaar
maar ach na veertig jaar vindt hij dit niet meer zo raar
En als het dan zo ver is dat de Schola hem ziet staan\begint hij met het eerste lied, ja helemaal vooraan
van gij en ik, van knoppen die op springen staan een vlaag
voor wie dit alles niet begrijpt: het is een beetje vaag...
Het was een feestelijke nazomerzondag in druk Leiden. Wij weten dat onze kinderen deze traditie niet zullen voortzetten, er soms zelfs stevige bezwaren tegen hebben. Of het niet nodig meer vinden, maar zelf hechten wij er aan en dit was binnen deze sfeer wel weer een bijzonder mooi moment.
Het werd een sfeervolle dienst met veel psalmen, zodat we nog maar eens moesten bedenken dat niet de Toral en die 600zoveel geboden de kern van de joodse traditie is, maar die 150 psalmen die zoveel menselijke emoties en verlangens onder woorden hebben gebracht. En dat zingen wij dan graag na want dat maakt het meteen zoveel intenser. We kwamen nogal wat oude kennissen tegen, maar moesten naar nogal wat namen ook raden: we zongen er tussen 1998-2004 en dan nog een jaar er tussen uit naar Montreal. Maar mooi er weer eens te zijn.
De kerken die meer Nederlandse traditie in de diensten stoppen doen het voorlopig nog wat sterker dan die altijd toch wat weifelende LSE. Misschien zou dat dus ook helpen: wat steviger conservatief, maar dat willen de LSEers terecht niet. Deze groep die graag wat kritisch is, twijfelt, nogal eens weer even niet komt, ja, nu weer eens feestelijk in de Hooglandse kerk.
Er waren ook grappige teksten achteraf over de dirigent:
Ja, elke zondag kwart voor twaalf klimt hij op de bok
en kijkt de schola aan of ze hem nog wel zien staan;
een enkeling let op zowaar, maar ach na veertig jaar
maar ach na veertig jaar vindt hij dit niet meer zo raar
En als het dan zo ver is dat de Schola hem ziet staan\begint hij met het eerste lied, ja helemaal vooraan
van gij en ik, van knoppen die op springen staan een vlaag
voor wie dit alles niet begrijpt: het is een beetje vaag...
Het was een feestelijke nazomerzondag in druk Leiden. Wij weten dat onze kinderen deze traditie niet zullen voortzetten, er soms zelfs stevige bezwaren tegen hebben. Of het niet nodig meer vinden, maar zelf hechten wij er aan en dit was binnen deze sfeer wel weer een bijzonder mooi moment.
maandag 25 september 2017
Luther in het Catharijne
Het was oorspronkelijk een aartsbisschoppelijk museum, stevig katholiek dus, maar het Museum Catharijneconvent is nu een algemeen museum voor christelijke kunst in Nederland. De tijden van Guus van den Hout zijn voorbij: tussen ongeveer 2000-2010 maakte hij er een algemeen religieus museum van, waarbij religie ook nog stevig werd opgerekt. Hoogtepunt daarin was de tentoonstelling over de lingga, de penis dus. Maar helemaal terug bij af is het museum niet: met veel respect en liefde wordt een tentoonstelling aan 500 jaar reformatie van Luther gewijd.
Er zijn veel van de oudste publikaties bijeen gebracht, waaronder aardig wat van de bibliotheek van het Catharijne zelf. Wat nu de social media zijn, was toen de juist populair geworden boekdrukkunst: zonder dat was het niets geworden en door de dunne en dikke boeken liep het als een tein niet meer te stoppen.
Typisch vond ik ook de nadruk op afbeeldingen: Luther was al snel niet tevreden met de enige drukker in Wittenberg en haalde een drukker uit Leipzig die wel goed met afbeeldingen om kon gaan. Het moest er ook wel goed uitzien, die pamfletten tegen de aflaathandel en de boetepsalmen en andere geschriften. In de donkere lange gang lag het vol met mooie werkjes.
De geschiedenis van die eerste decennia van de reformatie komt dan in korte taferelen aan de kant. De economische strijd is er maar terloops. De boerenoorlog van 1525 toen de arme boeren vonden dat vrijheid van een christen ook opstand tegen de landheren kon zijn, komt niet duidelijk naar voren. Over de verkoop van aflaten horen we wel dat de keizer het niet leuk vond dat er veel geld naar tegenstander paus in Rome ging, maar het geld domineert niet.
In de beschrijvingen sluipen wat foutjes binnen. Erasmus vertaalde natuurlijk uit het Grieks en niet naar het Grieks toe. Hij was wel de eerste die zorgde dat de Griekse grondtekst in een goede en verantwoorde druk beschikbaar kwam, maar verdedigde juist het vertalen naar de gelovigen toe. Immers, de apostelen hadden de Aramees sprekende Jezus toch ook al naar het Grieks vertaald.
Evenverderop stond een kaart met de verspreiding van Luteharanisme, Calvinisme en Anglikanisme over Europa. Kritische bezoekers merkten meteen op dat de islam in het Ottomaanse rijk goed was ingetekend, maar dat verder Rusland, Servië en griekenland nog onder de Rooms-Katholieken waren gerekend, terwijl die grote splitsing toch al 450 jaar voor die van Lujther kwam, 1054.
Er was een mooi paneel met cartoons, ook uit die tijd, waarin de katholieke kerk stevig werd vekritiseerd. Voor een museum natuurlijk de taak om de beeldcultuur te benadrukken. Zou dat ook een reden zijn waarom musea zo in trek zijn?
Er zijn veel van de oudste publikaties bijeen gebracht, waaronder aardig wat van de bibliotheek van het Catharijne zelf. Wat nu de social media zijn, was toen de juist populair geworden boekdrukkunst: zonder dat was het niets geworden en door de dunne en dikke boeken liep het als een tein niet meer te stoppen.
Typisch vond ik ook de nadruk op afbeeldingen: Luther was al snel niet tevreden met de enige drukker in Wittenberg en haalde een drukker uit Leipzig die wel goed met afbeeldingen om kon gaan. Het moest er ook wel goed uitzien, die pamfletten tegen de aflaathandel en de boetepsalmen en andere geschriften. In de donkere lange gang lag het vol met mooie werkjes.
De geschiedenis van die eerste decennia van de reformatie komt dan in korte taferelen aan de kant. De economische strijd is er maar terloops. De boerenoorlog van 1525 toen de arme boeren vonden dat vrijheid van een christen ook opstand tegen de landheren kon zijn, komt niet duidelijk naar voren. Over de verkoop van aflaten horen we wel dat de keizer het niet leuk vond dat er veel geld naar tegenstander paus in Rome ging, maar het geld domineert niet.
In de beschrijvingen sluipen wat foutjes binnen. Erasmus vertaalde natuurlijk uit het Grieks en niet naar het Grieks toe. Hij was wel de eerste die zorgde dat de Griekse grondtekst in een goede en verantwoorde druk beschikbaar kwam, maar verdedigde juist het vertalen naar de gelovigen toe. Immers, de apostelen hadden de Aramees sprekende Jezus toch ook al naar het Grieks vertaald.
Evenverderop stond een kaart met de verspreiding van Luteharanisme, Calvinisme en Anglikanisme over Europa. Kritische bezoekers merkten meteen op dat de islam in het Ottomaanse rijk goed was ingetekend, maar dat verder Rusland, Servië en griekenland nog onder de Rooms-Katholieken waren gerekend, terwijl die grote splitsing toch al 450 jaar voor die van Lujther kwam, 1054.
Er was een mooi paneel met cartoons, ook uit die tijd, waarin de katholieke kerk stevig werd vekritiseerd. Voor een museum natuurlijk de taak om de beeldcultuur te benadrukken. Zou dat ook een reden zijn waarom musea zo in trek zijn?
En wat kwam er van terecht? Kale sobere kerken, een ingetogener christendom met meer kansen voor de gewone leken. Maar het blijft een fase in een proces, zij het een waardoor Nederland ook spleet in twee grote groepen, zodat ieder dorp wel een protestante naast een katholieke kerk heeft. En die moeten allebei tegenwoordig weer stevig werken om relevant en bij de tijd te blijven.
Mooi was het dus om te zien hoe juist een debat over een kleine kwestie, de aflaat, zoiets in beweging heeft gezet. Juist die concrete kwesties zijn vaak de toegang tot de grotere vragen. Zo is het punt van de hoofddoek juist vaak een heftiger punt van debat dan de ´grote´ theologische verschillen tussen christenen en moslims nu.
zondag 17 september 2017
Verwarring over de joods-christelijke bronnen: Siebrand Buma
De term Joods-christelijk heeft al weer een tijdje geschiedenis gemaakt. In de jaren 1930 was er een tegenstroom in de christelijke kerken die het Joodse karakter van het vroege christendom wilde benadrukken. Dat is voortgezet na de 2e wereldoorlog: Jezus wordt een jodendom, er komen rabbijnen doceren op christelijke theologische opleidingen. Amsterdam, de stad van waaruit de meeste Joden zijn gedeporteerd in WO II, ging daarin voor. In de Oosterhuis-liederen wordt Jezus een Jodenman.
De nieuwe Israel-theologie was voor een belangrijk deel een reactie op de holocaust, een correctie op bijna 20 eeuwen vervloeking van Joden.
Maar de nieuwe formule van de 'joods-christelijke basis van de westerse beschaving' is weer in een ander debat ingebed: exclusief tegen de moslims. In tegenstelling tot Korangeleerden als Angelika Neuwirth (Der Koran als Text der Spätantike, tegen de achtergrond van de religieuze ontwikkelingen in het Oost-Romeinse keizerrijk!) en Gabriel Said Reynolds (The Qur'an and its biblical subtext: je moet de Koran eigenlijk zien als een verzameling preken, vaak gebaseerd op een joodse of christelijke tekst) wordt hier, vaak wel heel erg makkelijk, de tegenstelling joods-christelijk gezet tegen moslims in. Is dat luiheid? Kwaadaardigheid? Politiek opportunisme?
Toch nog even Franciscus en de sultan: tegen de kruistochten in.
Een eerste citaat uit Sybrand Buma, Tegen het cynisme, dit voorjaar, blz. 207
Iedereen is intrinsiek van waarde, ongeacht zijn geslacht, huidskleur, prestaties of functies, maar alleen door het simpele feit dat hij er is. Deze gelijkwaardigheid is uniek voor de joods-christelijke cultuur; we kwamen dit eerder tegen in het hoofdstuk over de Apostel Paulus. De dominante culturen in Azië en het Midden-Oosten kennen van oorsprong veel meer hiërarchie. Van Paulus wordt geciteerd uit Galaten 3:28 Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije... Dus toch: geen christen of moslim!
Een waarom werden de Indonesiërs moslims en zovelen in India boeddhist? Omdat dat tenminste religies waren die de kasten-systemen afschaften!
En dan nog een kort citaat uit die laatste HJ Schoo-lezing: Verwarde tijden die om richting vragen: 'Als vraagstuk in het vraagstuk: wat betekent de opkomst van de islam in ons land? .. dat er een soort Europese verlichte islam zou ontstaan, is ijdele hoop gebleken.
Dat is dus de hedendaagse 'christelijke politiek' en daar moeten we het voorlopig helaas mee doen.
In deKanttekening van 18-24 September staat ook een stevig kritisch artikel over Buma: sinds hij aan de leiding is in het CDA heeft hij constant allochtonen van de partij vervreemd: zij zijn een probleem en nu zelfs zondebok geworden. Sinds 1798 heet er scheiding tussen kerk en staat te zijn: maar er is gelijkheid gekomen en de kerken en religies dienen financieel hun eigen broek op te houden, maar echte scheiding: dat is er echt nog nooit geweest. De Surinaamse Nederlander Akbal Mohamed, sinds 1973 actief in het CDA voert hier de onvrede aan: ok lokaal niveau gaat het vaak nog wel goed, maar in de top is de sfeer vooral door allerlei uitlatingen van Buma helemaal verpest.
De nieuwe Israel-theologie was voor een belangrijk deel een reactie op de holocaust, een correctie op bijna 20 eeuwen vervloeking van Joden.
Maar de nieuwe formule van de 'joods-christelijke basis van de westerse beschaving' is weer in een ander debat ingebed: exclusief tegen de moslims. In tegenstelling tot Korangeleerden als Angelika Neuwirth (Der Koran als Text der Spätantike, tegen de achtergrond van de religieuze ontwikkelingen in het Oost-Romeinse keizerrijk!) en Gabriel Said Reynolds (The Qur'an and its biblical subtext: je moet de Koran eigenlijk zien als een verzameling preken, vaak gebaseerd op een joodse of christelijke tekst) wordt hier, vaak wel heel erg makkelijk, de tegenstelling joods-christelijk gezet tegen moslims in. Is dat luiheid? Kwaadaardigheid? Politiek opportunisme?
Toch nog even Franciscus en de sultan: tegen de kruistochten in.
Een eerste citaat uit Sybrand Buma, Tegen het cynisme, dit voorjaar, blz. 207
Iedereen is intrinsiek van waarde, ongeacht zijn geslacht, huidskleur, prestaties of functies, maar alleen door het simpele feit dat hij er is. Deze gelijkwaardigheid is uniek voor de joods-christelijke cultuur; we kwamen dit eerder tegen in het hoofdstuk over de Apostel Paulus. De dominante culturen in Azië en het Midden-Oosten kennen van oorsprong veel meer hiërarchie. Van Paulus wordt geciteerd uit Galaten 3:28 Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije... Dus toch: geen christen of moslim!
Een waarom werden de Indonesiërs moslims en zovelen in India boeddhist? Omdat dat tenminste religies waren die de kasten-systemen afschaften!
En dan nog een kort citaat uit die laatste HJ Schoo-lezing: Verwarde tijden die om richting vragen: 'Als vraagstuk in het vraagstuk: wat betekent de opkomst van de islam in ons land? .. dat er een soort Europese verlichte islam zou ontstaan, is ijdele hoop gebleken.
Dat is dus de hedendaagse 'christelijke politiek' en daar moeten we het voorlopig helaas mee doen.
In deKanttekening van 18-24 September staat ook een stevig kritisch artikel over Buma: sinds hij aan de leiding is in het CDA heeft hij constant allochtonen van de partij vervreemd: zij zijn een probleem en nu zelfs zondebok geworden. Sinds 1798 heet er scheiding tussen kerk en staat te zijn: maar er is gelijkheid gekomen en de kerken en religies dienen financieel hun eigen broek op te houden, maar echte scheiding: dat is er echt nog nooit geweest. De Surinaamse Nederlander Akbal Mohamed, sinds 1973 actief in het CDA voert hier de onvrede aan: ok lokaal niveau gaat het vaak nog wel goed, maar in de top is de sfeer vooral door allerlei uitlatingen van Buma helemaal verpest.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
dinsdag 22 augustus 2017
Een tsunami aan nieuwe musea? Oostmarsum en Ton Schulten
Tussen 1860 en 1940 zijn er in Nederland ongeveer 800 nieuwe katholieke kerken gebouwd. Veel ervan als kathedralen. Dank Pierre Cuypers, Tepe en vele anderen.Nu blijkt dat toch teveel te zijn geweest en dus zoekt men andere bestemmingen.
Nu lijken we in een hoos (of 'tsunami') aan nieuwe musea te zitten. Wij waren onlangs al in Gorssel, Ruurlo moeten we nog gaan zien. Via een vriendin kwamen we in Ootmarsum terecht, waar de succesvoplle schilder Ton Schulten in twee gebouwen verkoopgalerieën heeft en in een heel mooie overzichtelijke nieuwbouw zijn eigen werk tentoonstelt (en verkoopt! De handel zit er hier goed in).
Heel anders van stijl dan de gewone huizen in Ootmarsum, maar watgrootte betreft pastten ze er wel heel mooi in.
We waren naar Ootmarsum gegaan omdat Wilna Wierenga hem kende als schilder, illustrator bij teksten van Jurjen Beumer en Anselm Grün. Het zijn vooral landschappen, in kleine vlakken geschilderd. Ze deden me denken aan de overgangswerken van Piet Mondriaan die via het schilderen van landschappen tot zijn abstracte werken is gekomen. Bij Schulten zijn het steeds landschappen gebleven.
Wilna Wierenga had er ooit bij een preek enkele uitgezocht waar een weg duidelijk in voorkwam en was verder in de overweging gegaan over het thema van de weg.
Hier een impressie van de tentoonstelling. Omdat de schilderijen nogal wat kleur en opzet van de afbeelding op elkaar lijken, is het wel aardig dat er ook nogal wat beelden van andere kunstenaars in het museum zijn opgenomen.
Je kon de afbeeldingen goedkoop krijgen als servetjes, placemats, als kopieën, in zeefdrukken en ook als unieke schilderijen: voor iedere portemonnaie wel wat.
Er waren ook nogal wat gedichten van Achterhoeker Willem Wilnink bij de schilderijen te zien. Een mooie promotie van het oosten van ons land dus.
Ik sprak er ook over met Tessel Pollmann, die na een lange tijd bij Vrij Nederland ook bij de monumentenzorg heeft gewerkt. Daar was een project om Ootmarsum tot beschermd dorpsgezicht te maken. Er waren tegenstanders die zeiden: 'Dan komen er toeristen en dus galerieën en verdwijnt de bakker, de slager en de fietsenmaker uit het centrum, voor die galerieën, musea en de eetgelegenheden.' Dat was dus duidelijk in Ootmarsum gebeurd: wel een mooi stadje gebleven, eigenlijk mooier nog geworden, maar ja, authentiek blijven dat valt niet mee. Mooie dag.
Nu lijken we in een hoos (of 'tsunami') aan nieuwe musea te zitten. Wij waren onlangs al in Gorssel, Ruurlo moeten we nog gaan zien. Via een vriendin kwamen we in Ootmarsum terecht, waar de succesvoplle schilder Ton Schulten in twee gebouwen verkoopgalerieën heeft en in een heel mooie overzichtelijke nieuwbouw zijn eigen werk tentoonstelt (en verkoopt! De handel zit er hier goed in).
Heel anders van stijl dan de gewone huizen in Ootmarsum, maar watgrootte betreft pastten ze er wel heel mooi in.
We waren naar Ootmarsum gegaan omdat Wilna Wierenga hem kende als schilder, illustrator bij teksten van Jurjen Beumer en Anselm Grün. Het zijn vooral landschappen, in kleine vlakken geschilderd. Ze deden me denken aan de overgangswerken van Piet Mondriaan die via het schilderen van landschappen tot zijn abstracte werken is gekomen. Bij Schulten zijn het steeds landschappen gebleven.
Wilna Wierenga had er ooit bij een preek enkele uitgezocht waar een weg duidelijk in voorkwam en was verder in de overweging gegaan over het thema van de weg.
Hier een impressie van de tentoonstelling. Omdat de schilderijen nogal wat kleur en opzet van de afbeelding op elkaar lijken, is het wel aardig dat er ook nogal wat beelden van andere kunstenaars in het museum zijn opgenomen.
Je kon de afbeeldingen goedkoop krijgen als servetjes, placemats, als kopieën, in zeefdrukken en ook als unieke schilderijen: voor iedere portemonnaie wel wat.
Er waren ook nogal wat gedichten van Achterhoeker Willem Wilnink bij de schilderijen te zien. Een mooie promotie van het oosten van ons land dus.
Ik sprak er ook over met Tessel Pollmann, die na een lange tijd bij Vrij Nederland ook bij de monumentenzorg heeft gewerkt. Daar was een project om Ootmarsum tot beschermd dorpsgezicht te maken. Er waren tegenstanders die zeiden: 'Dan komen er toeristen en dus galerieën en verdwijnt de bakker, de slager en de fietsenmaker uit het centrum, voor die galerieën, musea en de eetgelegenheden.' Dat was dus duidelijk in Ootmarsum gebeurd: wel een mooi stadje gebleven, eigenlijk mooier nog geworden, maar ja, authentiek blijven dat valt niet mee. Mooie dag.
zondag 13 augustus 2017
De eerlijke maar wat gewrongen psalmen van Lloyd Haft
We waren vandaag in de Dominicuskerk van Amsterdam en weer raak: verrassende thema's en preek. Bettine Siertsema (docent Nederlandse bij VU, dissertatie over religieuze vragen van mensen in concentratiekampen uit 1940-5) gaf korte toelichtingen bij drie psalmbewerking van Lloyd Haft, een Amerikaan die in Nederland woont en in het Nederlands gedichten maakt.
Ernesto Cardenal schreef zijn Psalmen achter prikkeldraad, Oosterhuis heeft zijn Psalmen ook vrij geschreven. Er zijn er nog vele anderen. Dit was ook erg mooi. God is de ziende, hij kijkt naar de wereld en ons, is er zo dus bij, betrokken, maar lost (helaas?) lang niet altijd op, integendeel nogal eens. Ik moet er meer van gaan lezen. hieronder een voorbeeld van die psalm van mijn heerder is de Heer..
Psalm 23
Mij weet de ziende,
kent mijn gebreken.
Door velden van woekering
ritselt zijn vrede;
de stroom die hij meeziet
spiegelt zijn rust.
Langs rotsen als waarheden
leest hij mijn hart bij elkaar:
ik hoor bij hem.
Al ga ik door het dal
dat de dood overschaduwt,
ik vrees geen verwijdering
want u weet mee;
in uw verlengde weet ik mij.
Bij u wordt dat
wat voor mij ligt
tot maal;
de hekelaar die bij mij is
belet uw aandacht niet, u houdt
mijn hoofd op:
de beker aan mijn lippen.
Waarlijk ik zal gaan
in licht en verbinding alle dagen
want waar ik leef, zal wonen
een ziende in eeuwigheid.
Ernesto Cardenal schreef zijn Psalmen achter prikkeldraad, Oosterhuis heeft zijn Psalmen ook vrij geschreven. Er zijn er nog vele anderen. Dit was ook erg mooi. God is de ziende, hij kijkt naar de wereld en ons, is er zo dus bij, betrokken, maar lost (helaas?) lang niet altijd op, integendeel nogal eens. Ik moet er meer van gaan lezen. hieronder een voorbeeld van die psalm van mijn heerder is de Heer..
Psalm 23
Mij weet de ziende,
kent mijn gebreken.
Door velden van woekering
ritselt zijn vrede;
de stroom die hij meeziet
spiegelt zijn rust.
Langs rotsen als waarheden
leest hij mijn hart bij elkaar:
ik hoor bij hem.
Al ga ik door het dal
dat de dood overschaduwt,
ik vrees geen verwijdering
want u weet mee;
in uw verlengde weet ik mij.
Bij u wordt dat
wat voor mij ligt
tot maal;
de hekelaar die bij mij is
belet uw aandacht niet, u houdt
mijn hoofd op:
de beker aan mijn lippen.
Waarlijk ik zal gaan
in licht en verbinding alle dagen
want waar ik leef, zal wonen
een ziende in eeuwigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)











