[Deze tekst wordt gepubliceerd in het Turks-Nederlandse maandblad ZAMAN].
In 1967 begon ik mijn studie van de islam aan Nijmeegse Universiteit. Mijn hoogleraar voor Arabisch én Islam was een geleerde priester, lid van de societeit der Jezuïeten. Prof. Houben had een duidelijk visie: als alle christenen zich zouden richten naar de leer van Thomas Aquiinas en alle moslims naar Averroës, dan zou er harmonie en groot begrip tussen de twee groepen zijn, omdat die twee grote geesten uit de 13e eeuw immers zoveel gemeenschappelijks hadden. Dat was de tijd toen ook het 2e Vaticaans Concilie met groot respect over moslims begon te spreken. Overigens waren wij maar met twee studenten in college, want de aandacht voor de islam was nog minimaal.
Hoe anders is het nu 40 jaar later. Je kunt geen krant open doen of het een na het andere bericht gaat over de islam. En zo vaak negatief. Twee jaar geleden schreef een student er bij mij een doctoraal scriptie over: Islam in Het Parool. Hij had dank zij het goede archief de krant nageplozen van 1947 tot 1995. Van 1947-1970 waren er jaarlijks nauwelijks tien artikelen over Islam en moslims. Dat werden er een 20 per jaar in de jaren daarop. De uitbarsting kwam met de Salman Rushdie-zaak in 1989. Ineens stonden de kranten vol over de islam, overal ter wereld en ook vaak over Nederland. Het communisme was verdwenen en het westen had een nieuwe vijand nodig, de Islam. De gastarbeiders of migranten werden toen ineens moslims genoemd. Op allerlei fronten kwam die religie naar voren. Moslims waren schuld van inzakkende economie, pakten de Nederlandse banen af en nu staan ze voor onveiligheid. Het zou mooi zijn, als de zaken weer gewoon werden en de Koran en de Islam niet overal bijgehaald werden. We zeggen toch ook niet dat de christenen met elkaar strijden in Oeganda en Congo? Of dat de olieprijzen stijgen omdat de hindoes van India welvarender worden. Beetje minder religie dus graag! Asjeblief, lieve God! – Karel Steenbrink
donderdag 13 maart 2008
donderdag 28 februari 2008
Is de Islam een concurrent voor christendom?
Er wordt tegenwoordig van alles en nog wat beweerd over moslims. Heel wat anders dan in mijn jeugd. Toen was voor mijn professor Dr. Sjeng Houben, een brave en conservatieve jezuiet priester, de islam bijna helemaal OK. Als de moslims tenminste Averroes zouden volgen en de christenen Thomas Aquinas, dan zou er perfecte harmonie zijn en samenwerking. Dat was 1967, de tijd kort na Vaticanum II toen het grote concilie ook gesproken had over een gezamenlijk Abrahamitisch erfgoed van Joden, Christenen en Moslims.
Hoe anders nu! De krimpende christenheid van Nederland of eigenlijk heel Europa heeft onder invloed van kortzichtige sociologen de oecumene al afgezworen. Kerken horen hun eigen identiteit en merk juist af te zetten tegen anderen. Dus kwamen de Nederlandse bisschopen na hun laatste 5-jaarlijkse ad-limina bezoek in Rome al terug met die boodschap, dat ze eigen grapjes en tradities zouden versterken. Meer wierook en kaarsen branden, meer aflaten en bedevaarten en zeker geen protestantse toenaderingen meer.
En zo kwam onlangs een bisschopelijk geluid over de islam als onze grootste concurrent op de reli-markt.
Dat religieuze marktdenken is komen overwaaien uit Amerika waar allerlei kleine sekten en religieuze eenmans-bedrijven het goed doen in TV en op de reli-markt. Maar dan wordt er wel vergeten dat christendom en zeker zo´n traditie als de Romana Catholica een wereldreligie is, per definitie dus een pluriform gebeuren. Met scherpslijpers, lallende bedevaartsgangers en carnevalschristenen allemaal in een enkele kerk. Dat moet kunnen en dan moet dat marktdenken asjeblief vergeten worden.
Geen concurrentie in religie lijkt me net zo belangrijk als dat andere adagium ´la ikraha di dien´ of geen dwang in religie. Met het erkenning van de vele vormen binnen een religie hebben we immers een belangrijke voorwaarde voor tolerantie en harmonie gevonden.
Hoe anders nu! De krimpende christenheid van Nederland of eigenlijk heel Europa heeft onder invloed van kortzichtige sociologen de oecumene al afgezworen. Kerken horen hun eigen identiteit en merk juist af te zetten tegen anderen. Dus kwamen de Nederlandse bisschopen na hun laatste 5-jaarlijkse ad-limina bezoek in Rome al terug met die boodschap, dat ze eigen grapjes en tradities zouden versterken. Meer wierook en kaarsen branden, meer aflaten en bedevaarten en zeker geen protestantse toenaderingen meer.
En zo kwam onlangs een bisschopelijk geluid over de islam als onze grootste concurrent op de reli-markt.
Dat religieuze marktdenken is komen overwaaien uit Amerika waar allerlei kleine sekten en religieuze eenmans-bedrijven het goed doen in TV en op de reli-markt. Maar dan wordt er wel vergeten dat christendom en zeker zo´n traditie als de Romana Catholica een wereldreligie is, per definitie dus een pluriform gebeuren. Met scherpslijpers, lallende bedevaartsgangers en carnevalschristenen allemaal in een enkele kerk. Dat moet kunnen en dan moet dat marktdenken asjeblief vergeten worden.
Geen concurrentie in religie lijkt me net zo belangrijk als dat andere adagium ´la ikraha di dien´ of geen dwang in religie. Met het erkenning van de vele vormen binnen een religie hebben we immers een belangrijke voorwaarde voor tolerantie en harmonie gevonden.
zaterdag 23 februari 2008
14 maart Voor wie eenmaal leven niet genoeg is
Studiedag 14 maart 2008, 10.00 – 13.00 uur
‘Reïncarnatie of één keer leven: twee perspectieven’
Universiteitscentrum De Uithof, Heidelberglaan 3
Universiteitsbibliotheek: Boothzaal
Inleiders
- Prof. dr. Henk M. Vroom
‘Reïncarnatie of één keer leven: twee perspectieven en hun gevolgen.’
Prof. Vroom is hoogleraar aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam
- Ds. Aart Mak
‘Alleen God is Eén en Enig: Over het geduld van God en de weg van de mens.’
Ds. Mak is pastor van de Radiogemeente van Radio Bloemendaal
- Dr. Hugo S. Verbrugh
‘Totaliter aliter – helemaal het zelfde en tegelijk totaal anders. Reïncarnatie als oplossing voor het hierná-probleem.’
Dr. Verburgh was tot september 2002 werkzaam als universitair hoofddocent filosofie in de geneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam
- Drs. Bikram Lalbahadoersing
‘Een Armanipak voor mijn ziel’
Drs. Lalbahadoersing is werkzaam bij radio OHM en tevens secretaris van de Hindoe Raad Nederland
Voertaal Nederlands
Bereikbaarheid De Uithof is vanaf NS-station Utrecht CS bereikbaar met bus 11 en 12;
uitstappen: halte Bestuursgebouw (Heidelberglaan) en daarna 100 m terug lopen.
Deelname is gratis, maar vanwege beperkte zaalruimte is aanmelding noodzakelijk.
Aanmelden vóór 10 maart 2008 (bij voorkeur per e-mail) bij Centrum IIMO
t.a.v. Jeannette Boere a.c.m.boere@uu.nl Heidelberglaan 2,
3584 CS Utrecht / tel. 030 – 253 2079
‘Reïncarnatie of één keer leven: twee perspectieven’
Universiteitscentrum De Uithof, Heidelberglaan 3
Universiteitsbibliotheek: Boothzaal
Inleiders
- Prof. dr. Henk M. Vroom
‘Reïncarnatie of één keer leven: twee perspectieven en hun gevolgen.’
Prof. Vroom is hoogleraar aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam
- Ds. Aart Mak
‘Alleen God is Eén en Enig: Over het geduld van God en de weg van de mens.’
Ds. Mak is pastor van de Radiogemeente van Radio Bloemendaal
- Dr. Hugo S. Verbrugh
‘Totaliter aliter – helemaal het zelfde en tegelijk totaal anders. Reïncarnatie als oplossing voor het hierná-probleem.’
Dr. Verburgh was tot september 2002 werkzaam als universitair hoofddocent filosofie in de geneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam
- Drs. Bikram Lalbahadoersing
‘Een Armanipak voor mijn ziel’
Drs. Lalbahadoersing is werkzaam bij radio OHM en tevens secretaris van de Hindoe Raad Nederland
Voertaal Nederlands
Bereikbaarheid De Uithof is vanaf NS-station Utrecht CS bereikbaar met bus 11 en 12;
uitstappen: halte Bestuursgebouw (Heidelberglaan) en daarna 100 m terug lopen.
Deelname is gratis, maar vanwege beperkte zaalruimte is aanmelding noodzakelijk.
Aanmelden vóór 10 maart 2008 (bij voorkeur per e-mail) bij Centrum IIMO
t.a.v. Jeannette Boere a.c.m.boere@uu.nl Heidelberglaan 2,
3584 CS Utrecht / tel. 030 – 253 2079
dinsdag 19 februari 2008
Nederlanders en ´hun´ moslims. Lessen uit een koloniaal verleden?
Einde jaren 1930 telde het Koninkrijk der Nederlanden zo´n 85 miljoen inwoners. 9 miljoen in Nederland zelf, een 75 miljoen in de grote kolonie Nederlandsch-Indie. Omdat daar ruim drie kwart moslim is, telde het Koninkrijk dus 56 miljoen moslims of zo´n 65%. Een hele grote meerderheid dus, ongeveer 2/3. Hoe gingen de Nederlanders daarmee om? Zijn uit die ervaringen met moslims ook voor deze tijd nog lessen te leren?
Uit de geschiedenis worden in het algemeen weinig lessen geleerd, maar er vallen zeker boeiende vergelijkingen te trekken. Allereerst was er het probleem van associatie (het toenmalige woord voor integratie). Hoe kunnen die twee gebiedsdelen tot een ´geestelijke band´ komen? Dan was er het praktische probleem van wetgeving en andere maatregelen voor moslims. Onder de oorspronkelijke moslim-heersers waren de moskeeleiders en rechters van sjarie´a-rechtbanken benoemd door de administratie. Wel, dat gebeurde bij de koloniale overheerser ook nog. In naam der koningin werden imams in de grote moskee van een district benoemd en betaald. De sjarie´a-rechtbanken gingen ook gewoon door. Alhoewel ´gewoon´? De Nederlandse koloniale ambtenaren konden het niet laten om zich zeer intensief met ´hun´ moslims te bemoeien. Betuttelend, dat waren ze toen ook al. Dat blijkt onder meer uit een boeiende vergelijking van de Nederlandse met de Franse en Engelse kolonialen, ooit uitgevoerd door een Fransman die met een Nederlandse was getrouwd. Dan blijkt ook dat die verschillen tussen de drie landen nog steeds doorspelen.
Voor de geschiedenis, maar ook voor het huidige debat over de integratie vallen dus heel wat zaken te leren uit de geschiedenis, ook al zijn het vaak niet de leukste dingen, want er blijkt ook weer weinig echt geleerd te zijn uit de geschiedenis.
Prof. Karel Steenbrink, geboren in 1942, deed rond 1970 onderzoek naar Islamitisch onderwijs in Indonesie en doceerde van 1981 tot 1988 aan de Staatsacademie voor Islamwetenschappen van Jakarta en Yogyakarta. Daar vroegen zijn studenten hem vaak of die koloniale Nederlanders het echt meenden als ze dachten dat het koloniale systeem er was om een land als Indonesie klaar te maken voor de moderne wereld. Wel, dat geloofden die ambtenaren vaak echt, ook al verdienden ze meestal ca. 30 keer zo veel als hun ´inlandse´ medewerkers. Over deze zaken zal Steenbrink spreken bij de Dialoog/Akademie, Rochussenstraat 221 te Rotterdam. Info zie http://www.dialoogacademie.nl/webapp/
Uit de geschiedenis worden in het algemeen weinig lessen geleerd, maar er vallen zeker boeiende vergelijkingen te trekken. Allereerst was er het probleem van associatie (het toenmalige woord voor integratie). Hoe kunnen die twee gebiedsdelen tot een ´geestelijke band´ komen? Dan was er het praktische probleem van wetgeving en andere maatregelen voor moslims. Onder de oorspronkelijke moslim-heersers waren de moskeeleiders en rechters van sjarie´a-rechtbanken benoemd door de administratie. Wel, dat gebeurde bij de koloniale overheerser ook nog. In naam der koningin werden imams in de grote moskee van een district benoemd en betaald. De sjarie´a-rechtbanken gingen ook gewoon door. Alhoewel ´gewoon´? De Nederlandse koloniale ambtenaren konden het niet laten om zich zeer intensief met ´hun´ moslims te bemoeien. Betuttelend, dat waren ze toen ook al. Dat blijkt onder meer uit een boeiende vergelijking van de Nederlandse met de Franse en Engelse kolonialen, ooit uitgevoerd door een Fransman die met een Nederlandse was getrouwd. Dan blijkt ook dat die verschillen tussen de drie landen nog steeds doorspelen.
Voor de geschiedenis, maar ook voor het huidige debat over de integratie vallen dus heel wat zaken te leren uit de geschiedenis, ook al zijn het vaak niet de leukste dingen, want er blijkt ook weer weinig echt geleerd te zijn uit de geschiedenis.
Prof. Karel Steenbrink, geboren in 1942, deed rond 1970 onderzoek naar Islamitisch onderwijs in Indonesie en doceerde van 1981 tot 1988 aan de Staatsacademie voor Islamwetenschappen van Jakarta en Yogyakarta. Daar vroegen zijn studenten hem vaak of die koloniale Nederlanders het echt meenden als ze dachten dat het koloniale systeem er was om een land als Indonesie klaar te maken voor de moderne wereld. Wel, dat geloofden die ambtenaren vaak echt, ook al verdienden ze meestal ca. 30 keer zo veel als hun ´inlandse´ medewerkers. Over deze zaken zal Steenbrink spreken bij de Dialoog/Akademie, Rochussenstraat 221 te Rotterdam. Info zie http://www.dialoogacademie.nl/webapp/
zondag 3 februari 2008
Nu ook islamitische elementen in de Da-Vinci-Code sfeer
Michel Benoît, The thirteenth apostle. Richmond: Alma Books, 2007, 360 blz. € 14.99
Sinds een twintig jaar is er een genre reli-detectives ontstaan, dat kennelijk nog steeds aan populariteit wint. Eco’s bestseller De naam van de roos uit 1984 speelde zich af in de mysterieuze sfeer van kerkelijke leiders die de eigenlijke leer geheim wilden houden voor het gewone volk en desnoods met moorden hun gezag wilden vasthouden. Dan Brown zag wereldwijd 50 miljoen exemplaren verkocht van zijn Da Vinci Code, geschreven volgens dit procédé. Er zijn talloze navolgers geweest. Een van de meer succesvolle (wat de marketing betreft dan) is de recente (2006) van de Fransman Michel Benoît, waarvoor zijn regering zelfs een vertaalsubsidie gaf. Het boek suggereert dat een geheim Pius V genootschap in het Vaticaan weet heeft van de boodschap van een dertiende apostel van Jezus. Die zou niet uit Galilea komen, als de anderen, maar uit de hogere kringen van Jeruzalem. Hij zou de gastheer bij het laatste avondmaal van Jezus zijn geweest en auteur van een deel van het Johannes-evangelie, namelijk die delen waarin ook andere vooraanstaande Joden voorkwamen als Nicodemus, Jozef van Arimetea en Lazarus. Hij zou een echte monotheïstische Jood gebleven zijn. Anders dan de Jezus-leerlingen Petrus en Jakobus en ook anders dan Paulus, die allemaal Jezus als Zoon Gods en God erkenden, bleef hij Jezus zien als een belangrijk joods profeet. Jezus zou niet voor niets de Nazoreeër geheten hebben, want dat is ook de naam van de groep van Jezusvolgelingen die geheel trouw bleven aan het jodendom in de eerste eeuwen. Bovendien is dat ook de naam van de Jezusvolgelingen zoals die in de Koran gebruikt is. Mohammed was in zijn eerste jaren als profeet eigenlijk een trouwe volgeling van de echte Jezus, maar werd in zijn latere leven politieker en gewelddadiger en zodoende toch weer geen echte opvolger. “Mohammed moet de Nazoreeërs in Mekka gekend hebben, waarnaar de gevlucht waren toen ze uit Jordanië waren verdreven. Hij was tot hun leer aangetrokken en werd bijna een van hen. Maar toen hij naar Medina vluchtte werd hij een leider van een militie.ˮ (313). De basisleer van de dertiende apostel, dat Jezus geen zoon van God was, vinden we toch in de islam terug. Het hele boek staat overigens vol met allerlei onmogelijke wendingen, zoals een Egyptische geheim agent Muchtar en een Mossad, Joodse agent, die dan weer samenwerken met een kardinaal om dissidente katholieke priesters uit de weg te ruimen, dan weer hun eigen agenda hebben. Al met al een boek voor de liefhebbers van het genre, ook al zou het een eeuw geleden zeker op de Index van voor katholieken verboden boeken terecht zijn gekomen omdat er een grote haat tegen de leiding van de katholieke kerk uit spreekt. Maar het boek is ook wel een teken hoe zelfs in dit soort teksten de islam als religie mee begint te spelen.‒
Sinds een twintig jaar is er een genre reli-detectives ontstaan, dat kennelijk nog steeds aan populariteit wint. Eco’s bestseller De naam van de roos uit 1984 speelde zich af in de mysterieuze sfeer van kerkelijke leiders die de eigenlijke leer geheim wilden houden voor het gewone volk en desnoods met moorden hun gezag wilden vasthouden. Dan Brown zag wereldwijd 50 miljoen exemplaren verkocht van zijn Da Vinci Code, geschreven volgens dit procédé. Er zijn talloze navolgers geweest. Een van de meer succesvolle (wat de marketing betreft dan) is de recente (2006) van de Fransman Michel Benoît, waarvoor zijn regering zelfs een vertaalsubsidie gaf. Het boek suggereert dat een geheim Pius V genootschap in het Vaticaan weet heeft van de boodschap van een dertiende apostel van Jezus. Die zou niet uit Galilea komen, als de anderen, maar uit de hogere kringen van Jeruzalem. Hij zou de gastheer bij het laatste avondmaal van Jezus zijn geweest en auteur van een deel van het Johannes-evangelie, namelijk die delen waarin ook andere vooraanstaande Joden voorkwamen als Nicodemus, Jozef van Arimetea en Lazarus. Hij zou een echte monotheïstische Jood gebleven zijn. Anders dan de Jezus-leerlingen Petrus en Jakobus en ook anders dan Paulus, die allemaal Jezus als Zoon Gods en God erkenden, bleef hij Jezus zien als een belangrijk joods profeet. Jezus zou niet voor niets de Nazoreeër geheten hebben, want dat is ook de naam van de groep van Jezusvolgelingen die geheel trouw bleven aan het jodendom in de eerste eeuwen. Bovendien is dat ook de naam van de Jezusvolgelingen zoals die in de Koran gebruikt is. Mohammed was in zijn eerste jaren als profeet eigenlijk een trouwe volgeling van de echte Jezus, maar werd in zijn latere leven politieker en gewelddadiger en zodoende toch weer geen echte opvolger. “Mohammed moet de Nazoreeërs in Mekka gekend hebben, waarnaar de gevlucht waren toen ze uit Jordanië waren verdreven. Hij was tot hun leer aangetrokken en werd bijna een van hen. Maar toen hij naar Medina vluchtte werd hij een leider van een militie.ˮ (313). De basisleer van de dertiende apostel, dat Jezus geen zoon van God was, vinden we toch in de islam terug. Het hele boek staat overigens vol met allerlei onmogelijke wendingen, zoals een Egyptische geheim agent Muchtar en een Mossad, Joodse agent, die dan weer samenwerken met een kardinaal om dissidente katholieke priesters uit de weg te ruimen, dan weer hun eigen agenda hebben. Al met al een boek voor de liefhebbers van het genre, ook al zou het een eeuw geleden zeker op de Index van voor katholieken verboden boeken terecht zijn gekomen omdat er een grote haat tegen de leiding van de katholieke kerk uit spreekt. Maar het boek is ook wel een teken hoe zelfs in dit soort teksten de islam als religie mee begint te spelen.‒
woensdag 23 januari 2008
Een vierde wereldoorlog of toch interne strijd...
Sinds enige tijd circuleert het idee van een vierde wereldoorlog. WO I was de loopgravenoorlog van 1914/1918. WO II die van de hele wereld, Europa, Pacific, Jodenvervolging en het einde met een atoombom op Hiroshima, Nagasaki. WO III zou dan de Koude Oorlog moeten zijn van 1945 tot 1989. WO IV wordt wel de strijd tegen islamitisch terrorisme genoemd, in alle hevigheid losgebarsten na 11 sept. 2001.
Is dit een realistisch kijk. Het westen dus tegen de islam. Moslims voelen in heel wat landen de zaken anders. Zij zien dat in de 18e en 19e eeuw het kolonialisme is losgebarsten met als hoogtepunt de jaren 1930 toen 80 tot 90% van de moslimwereld koloniaal werd overheerst. Irak was tot 1958 onder de Engelsen, Syrie en Jordanie onder de Fransen. Ja, dat vergeten wij maar te gemakkelijk. Zij daar niet. Die denken dus dat dit gewoon een methode is om die olierijke gebieden nog steeds te overheersen, nu onder de noemer van strijd tegen terrorisme.
De echte slachtoffers zijn de moslims zelf. Wat er gaande is, is dus absoluut geen vierde wereldoorlog, maar eerder een interne strijd tussen moslims over de koers die deze maatschappijen moeten volgen. Naar westers model. Nou, dat is geprobeerd tussen 1960 en 1990, toen Nasser in Egypte, de Sjah in Iran, Soekarno in Indonesie en Bourguiba in Tunesia aan de macht waren. Democratisch, socialistisch en vooral corrupt. Dat is dus mislukt. Daarom wordt nu de islam als alternatief geprobeerd en het blijkt voorlopig ook nog niet zo´n succes te zijn. Interne problemen vooral en wat neokolonialisme. Maar dat mogen we geen WO IV noemen.
Is dit een realistisch kijk. Het westen dus tegen de islam. Moslims voelen in heel wat landen de zaken anders. Zij zien dat in de 18e en 19e eeuw het kolonialisme is losgebarsten met als hoogtepunt de jaren 1930 toen 80 tot 90% van de moslimwereld koloniaal werd overheerst. Irak was tot 1958 onder de Engelsen, Syrie en Jordanie onder de Fransen. Ja, dat vergeten wij maar te gemakkelijk. Zij daar niet. Die denken dus dat dit gewoon een methode is om die olierijke gebieden nog steeds te overheersen, nu onder de noemer van strijd tegen terrorisme.
De echte slachtoffers zijn de moslims zelf. Wat er gaande is, is dus absoluut geen vierde wereldoorlog, maar eerder een interne strijd tussen moslims over de koers die deze maatschappijen moeten volgen. Naar westers model. Nou, dat is geprobeerd tussen 1960 en 1990, toen Nasser in Egypte, de Sjah in Iran, Soekarno in Indonesie en Bourguiba in Tunesia aan de macht waren. Democratisch, socialistisch en vooral corrupt. Dat is dus mislukt. Daarom wordt nu de islam als alternatief geprobeerd en het blijkt voorlopig ook nog niet zo´n succes te zijn. Interne problemen vooral en wat neokolonialisme. Maar dat mogen we geen WO IV noemen.
7 Fragmenten over Karel Steenbrink, deel 7
Bij de verdediging van een proefschrift horen stellingen. Bij mijn dissertatie uit 1974 had ik een stelling toegevoegd naar aanleiding van een vroege poging, rond 1970 al, om het zo stroperig moeizame proces van eenwording tussen Hervormden en Gereformeerden wat te versnellen. Een groep van 18 had toen voorgesteld dat alle Hervormden tegelijk ook het Gereformeerde lidmaatschap zouden aanvragen en omgekeerd. Op deze manier zouden de leden van de twee kerken dan allemaal lid van elkaars kerk zijn geworden en was het probleem opgelost. Het bleek toch ingewikkelder en de eenwording is er nu, einde 2002, nog steeds niet. Hoopvol gestemd heb ik toen naar aanleiding van dat initiatief geformuleerd: Wellicht mede naar analogie van ideeën die leven onder hervormden en gereformeerden in Nederland, zou de mogelijkheid voor een 'dubbel lidmaatschap' van christendom en islam onderzocht moeten worden.
Is een dubbel lidmaatschap van christendom en islam een aardige optie om de dialoog te versnellen? Ik denk het eigenlijk niet, want de meerderheid der leden en vooral de religieuze leiderswijzen dit sterk af. De laatste jaren denk ik zelf ook niet meer aan een dubbel lidmaatschap. Regelmatig ontmoet ik moslims die mij vragen, waarom ik geen moslim wordt, als ik toch zo openlijk over allerlei zwakheden en problemen in de katholieke kerk kan praten en tevens sympathie kan tonen met zoveel moois in de wereld van de islam. Op zo’n vraag antwoord ik tegenwoordig meestal, dat het weinig zin heeft om van godsdienst te veranderen. Als je moslim wordt, dan ben je een moe’allaf, een beginneling. Je hebt bijzondere privileges, je krijgt zelfs recht op steun vanuit de islamitische armenbelasting, de zakat. Kleine fouten zullen moslims je dan ook nog gemakkelijk vergeven. Maar je mag natuurlijk geen kritiek hebben. Je moet wel de islam ‘als geheel’ accepteren en omarmen. Wat dat precies inhoudt, hangt af van de moslimleiders in je omgeving, maar je hebt als beginneling maar heel weinig anders te vertellen dan dat het allemaal zo mooi is. Dan kun je eigenlijk maar beter bij je oude religie blijven, ook al zitten daar haken en ogen aan. Als geboren katholiek mag je best af en toe wat mopperen over Vaticaan en kerkstucturen. Dan is het je goed recht om sommige dingen wel en sommige niet te accepteren. Die religies van ons mensen hebben nu eenmaal een hele grote traditie, niet alleen van fouten, ook van grote en bemoedigende gedachten. Maar je moet wel de vrijheid hebben er een beetje selectief mee om te gaan. Daarom raad ik iedereen hierbij aan om zeker maar in je oude religie te blijven en er zoveel mogelijk van te genieten, zonder al die heerlijke bijgerechten te versmaden.
Is een dubbel lidmaatschap van christendom en islam een aardige optie om de dialoog te versnellen? Ik denk het eigenlijk niet, want de meerderheid der leden en vooral de religieuze leiderswijzen dit sterk af. De laatste jaren denk ik zelf ook niet meer aan een dubbel lidmaatschap. Regelmatig ontmoet ik moslims die mij vragen, waarom ik geen moslim wordt, als ik toch zo openlijk over allerlei zwakheden en problemen in de katholieke kerk kan praten en tevens sympathie kan tonen met zoveel moois in de wereld van de islam. Op zo’n vraag antwoord ik tegenwoordig meestal, dat het weinig zin heeft om van godsdienst te veranderen. Als je moslim wordt, dan ben je een moe’allaf, een beginneling. Je hebt bijzondere privileges, je krijgt zelfs recht op steun vanuit de islamitische armenbelasting, de zakat. Kleine fouten zullen moslims je dan ook nog gemakkelijk vergeven. Maar je mag natuurlijk geen kritiek hebben. Je moet wel de islam ‘als geheel’ accepteren en omarmen. Wat dat precies inhoudt, hangt af van de moslimleiders in je omgeving, maar je hebt als beginneling maar heel weinig anders te vertellen dan dat het allemaal zo mooi is. Dan kun je eigenlijk maar beter bij je oude religie blijven, ook al zitten daar haken en ogen aan. Als geboren katholiek mag je best af en toe wat mopperen over Vaticaan en kerkstucturen. Dan is het je goed recht om sommige dingen wel en sommige niet te accepteren. Die religies van ons mensen hebben nu eenmaal een hele grote traditie, niet alleen van fouten, ook van grote en bemoedigende gedachten. Maar je moet wel de vrijheid hebben er een beetje selectief mee om te gaan. Daarom raad ik iedereen hierbij aan om zeker maar in je oude religie te blijven en er zoveel mogelijk van te genieten, zonder al die heerlijke bijgerechten te versmaden.
Abonneren op:
Posts (Atom)