woensdag 26 januari 2011

Stiltecentrum overgenomen door moslims


Enige jaren geleden vertelde Piet van Dongen, toen nog studentenpastor aan ISS, Institute of Social Studies in Den Haag, dat het stiltecentrum was overgenomen door moslims die daar korans hadden neergelegd, bidmatjes en de ruimte intensief gebruikten voor het rituele gebed, alleen of met enkelen samen. Zo zelfs, dat het moeilijk werd om daar nog iets anders te organiseren.
Onlangs kwam ik op de campus van de Universiteit van Tilburg langs het Zwijsen Building, een mooi ovaal gebouw, dat in herinnering aan de zeer katholieke bisschop, het meditatie en stiltecentrum van de universiteit is. Mooi in het midden van het complex gelegen. Ook het stiltecentrum van het Universiteit Ziekenhuis in Utrecht heeft wel met dit fenomeen te maken.

Even kijken dus wat er aan de hand is. Is dit islamitisch gebruik ook in Tilburg aan het gebeuren. En jawel hoor, zij het niet representatief gezien: er was één jonge vrouw aan het midden in die prachtige ruimte. Toch beter iets dan niet! Salam voor Tilburg!

dinsdag 21 december 2010

Grootspraak? Een zalige, vrolijke en mooie kerstmis toegewenst!


Het is vlak voor Kerstmis. Weer de tijd van de Grote Woorden over Vredevorst, waar zelfs de engelen stevig aan meezingen met Vrede op Aarde. In de Utrechtse Janskerk zijn we al bezig met de voorbereiding van de dienst van 9 januari, waar een soort 'regeringsverklaring' van de Vredevorst Jezus wordt gelezen, Lucas 4, 14-21. Jezus leest zelf in de synagoge van Nazareth over iemand op wie de Geest des Heren zal komen, die gezalfd wordt en die goed nieuws brengt aan armen, gevangenen, blinden en onderdrukten. Hij zegt dan: dat ben ik dus!
Bij de voorbereiding dachten wij aan dat drietal dat in Den Haag onlangs een regeringsverklaring gaf om te zeggen hoe zij Nederland weer op de rails zouden krijgen, financiën op orde, goed nieuws in ieder geval voor rechts.
De Grote Woorden van Jezus vielen in Nazareth slecht en als wij er nu later naar terug kijken, lijken het wel meer dromen dan echte realistische beleidsvoornemens te zijn geweest. De hoorders van nu kunnen zich ook wel enigszins identificeren met die sceptische toehoorders in Nazareth, ook al zullen zij graag meedromen met het mooie dat zou kunnen gaan komen. Maar toch maar wat billekoek voor Jezus (of zijn biograaf Lucas) die iets te gemakkelijk naar de uitvoering van dit ambitieuze programma heeft gekeken?

Dit is een schilderij van Max Ernst uit 1926. Maria draagt een rood kleed (de goddelijkheid) en daarover een blauwe mantel (de menselijkheid). Jezus kroontje is afgevallen en hij wordt menselijk. De drie getuigen zijn Max Ernst, Paul Eluard en André Breton die wel iets zien in het tot reële proporties terugbrengen van een mythisch verhaal.
Er werd bij de discussie ook verwezen naar de visionaire toespraken van Obama: ook niet alles daarvan kon worden gerealiseerd, maar toch wel wat. Daar moeten we het mee doen en dus gaan we dat lied zingen
Soms breekt uw licht
in mensen door
onstuitbaar
zoals een kind geboren wordt.

Gedenk de mens
die wordt genoemd
uw kind uw koninkrijk
uw licht.

Geen duisternis heeft ooit
hem overmeesterd.

Gedenk ons
die als hij geboren zijn
eens en voorgoed.

vrijdag 10 december 2010

Syrische portretten


Dit wordt de laatste blog over Syrië. Er zijn nog veel meer verhalen en veel meer foto's, maar er moet dan voorlopig maar een einde aan komen. Paule wil nog graag een boekje met teksten en foto's. We zetten er ook nog wel op de screensaver. Verder? Bij de HOVO-cursussen zal een en ander zeker nog veel gebruikt gaan worden.
Om te beginnen hier nog eens Paule in die lange zwarte mantel bij het graf van Ibn Arabi, de grote mysticus, bedenker en beschrijver van een onkenbare godheid, die wel alle zijn doortrekt, dus onrechtstreeks kenbaar is. Ibn Arabi was een man die niet op kon houden te spreken over dit achtergrondige Iets en het Ietsisme. Die foto van Paule dus bovenaan, want Ibn Arabi ligt in het graf (wel met een groot LCD scherm naast de mimbar: als je die wil zien moet je maar even mailen!)
Dan hieronder een impressie van het bezoek aan het medisch centrum de Bimaristan Arghun, in 1354 in gebruik genomen als psychiatrisch centrum. Onze gids (heeft een Ph.D. in de archeologie, maar verdient graag wat bij als gids en chauffeur; zijn naam en telefoonnummer is nu helaas even kwijt. Hij studeerde drie maanden in Leiden en kende ook wat Nederlandse zinnetjes) staat hier in de gesloten afdeling, waar de gevaarlijke patiënten werden opgesloten. De open afdelingen waren veel vriendelijker. Overal fonteintjes en mooi licht en de hele instelling is nog perfect intact. De andere foto van onze gids toont hem met de afbeelding van Ibn Rushd (er waren zo'n tien oude privé kamers gevuld met poppen van grote moslims uit de geschiedenis van de geneeskunde in de Middeleeuwen.


Dan nog een foto uit een langere serie bij het bezoek aan het paleis van de gouverneur van Damascus en dus van heel Syrië in de Ottomaanse tijd. Het was op een vrijdagmiddag dus de vrije 'zondag' voor de Syriërs. Terwijl je bij de officiële musea verder weinig Syriërs zag, was het hier een familieuitje van jewelste. Veel kinderen en moeders dus.

Dan twee foto's genomen vanaf een mooi terras bij de Bab Touma. Met je telelens kun je dan gewoon mensen wat ongedwongen fotograferen. Dit zijn duidelijker types van een wereldstad en dan nog vanuit een overwegend christelijke deel van de miljoenenstad Damascus.



Tot slot iets van onze laatste middag: gezeten bij het koffiehuis bij de zuidoost poort van de Omajjadenmoskee, dat Maurits Berger ook liefdevol beschrijft. Mengeling van toerisme, grootstedelijkheid en gewoon Syrisch leven. Tot zopver dus nu!

donderdag 9 december 2010

Syrië: wenende, zingende en zelfkastijdende Sji'ieten

Het was best een dramatisch idee: Mu'awiya veroverde het kalifaat in een burgeroorlog, waarin Mohammed's neef en schoonzoon Ali omkwam. In 680 was Ali's zoon Husayn in Kerbela, Irak om het verzet tegen Umawiya's zoon en opvolger als kalief, Yazid, te organiseren en werd in een veldslag gedood. Zijn hoofd werd in triomf naar Damascus gebracht, tentoongesteld en uiteindelijk daar begraven in een oostelijke zijkapel van de grote moskee (met ook nog dat andere hoofd, van Johannes de Doper!). De Sji'ieten kunnen hier wenen, zingen, zich hard slaan. Geselen met leren touwen en ijzeren bolletjes eraan zagen we niet. Van het ene op het andere moment veranderen ze van toeristen die netjes achter hun gids-met-vlag aanlopen in een wenende massa, mannen en vrouwen. Zakdoeken worden nat, aan elkaar doorgegeven.

Tijdens het wenen, maken anderen gewoon de toeristische foto's.

Niet ver van die grote Umayyadenmoskee staat een grafmonument-plus-moskee voor Ruqaya, gewijd aan de jong gestorven dochter van Husayn. Dit is een indrukwekkend groot gebouw, waar de Sji'ieten onder elkaar zijn en veel meer en uitvoeriger geweend kan worden. Wij kwamen er juist na de vrijdagdienst en terwijl mannen en vrouwen in het graf- en moskeegebouw strikt gescheiden zijn, zagen we op de binnenplaats groepjes mannen en vrouwen die treurliederen aan het zingen waren in een informele stijl.



In een zuidelijke buitenwijk van Damascus ligt nog weer een veel groter complex voor Saidah Zaynab, een zus van Husayn. Het was helemaal in Iraanse stijl en volgens de boekjes ook voor een groot deel in de laatste 20 jaar met Iraans geld gebouwd, net als de nog nieuwe Ruqaya-moskee. Goudel koepel, veel zilver en goud binnen in de grafmoskee en schitterende tegels, vooral in de blauwe tinten. Paule kreeg een charmante lange zwarte jas aan, die ze elders al getoond heeft.



woensdag 8 december 2010

Syrië: kerkendagen in Damascus, Aleppo, Maalula en Seydnaya

Van de Alevieten zagen we weinig in Syrië. Geen moskeeën, jem-huizen of andere monumenten. Alleen de afbeelding van vrijmetselaar avn Aleviet Hafiz el-Assad en zijn zoon. Ook niets van de Druzen. De sji'ieten komen elders aan bod. De christenen zagen we in geconcentreerde plukjes, alsof er een soort apartheidsregiem is met stadwijken die ineens de ene kerk naast de andere hebben staan, want de christenen zijn er stevig verdeeld. Verder christelijke dorpen. Stadwijken noch dorpen zijn exclusief christelijk. In het met 22 kerken wel voorziene Maalula zagen we toch ook prominent een moskee in het kerndorp staan en nog een moskee in Laag-Maalula, zo'n 300 meter oostelijk en lager dan het oude dorp. Die moskee, nog in aanbouw had wel iets bijzonder: van Sura Al-Imran werd 3:33-4 geciteerd naar de vertaling van Yusuf Ali (maar God in plaats van Allah en een -e- weggelaten bij heareth) op de fries van de voorkant, niet alleen kalligrafie in het Arabisch, maar ook de engelse vertaling. Die tekst eert de vroegere profeten, Adam, Noach, Abraham en Jezus, zoon van Maria en kleinzoon van Imraan (ingewikkeld verhaal. Zie mijn De jezusverzen in de Koran, blz. 34). De tekst is daar het begin van de langste passage in de Koran over Jezus. Dus toch een architentuur-dialoog met het christelijke dorp! En vooral ook met de toeristen die naar dit bergdorpje op 1700m hoogte komen kijken naar de Tecla-kloof (maagd gered voor belager doordat de hoge rots spleet en zij zich kon verschuilen.
De Engelse tekst is alleen uitvergroot goed te lezen. Er staat:
God did choose Adam and Noah, the family of Abraham and the family of 'Imran above all people. Offspring, one of the other and God hearth and knoweth all things.



Alvast maar nog wat meer Maalula: tegen rots aan het Tecla-klooster, in de 20e eeuw in oude stijl gebouwd, met een bedevaartsgrot. De nonnen in het klooster houden een weeshuis. Ze hebben toch ook maar een grote Jezus bovenop neergezet, helemaal niet in de orthodoxe stijl waarbij drie-dimensionale beelden niet mogen vanwege het compromis van de 7e tot 9e eeuwse beeldenstrijd.


Volgens de reisboekjes komen hier en in Seydnaya niet alleen christenen, maar ook moslims voor allerlei kwalen en verlangens bidden. Maar bij zo´n plek zouden de christenen zich ook bijna als moslim kunnen kleden. Toch lijken meerdere hier op moslims.


In het op 30 km afstand gelegen bergdopje Seydneya, ook gedomineerd door christelijke kerken viel me in het grote heiligdom (weer een nonnenklooster) op dat Maria de titel Moeder Gods krijgt, maar in het Arabisch walidat Allah wordt genoemd en niet umm Allah. Walidat staat voor de barende, terwijl umm op een permanente moeder-zoon relatie duidt. Valt daar een bepaalde theologische conclusie uit te trekken: dat Maria alleen Jezus op de wereld heeft gezet? Zij wordt toch vaak mét kind afgebeeld en ook zelf als grote heilige vereerd!


Over de kerken in Damascus alleen deze afbeelding bij het kleine kerkje, onder de grond (op het straatniveau van bijna 2000 jaar geleden?) waar het huis van Ananias gestaan zou hebben, die de blinde Paulus opzocht en tot Jezusaanhanger maakte. Het hoort bij de wandelroute door het oosten van de oude stad, het christelijke deel dus. Samen met de poort en de plek waar Paulus over de muur neergelaten zou zijn.



In Aleppo was een bijzonder beeld dat van een overleden Maronitische patriarch, mooi op zijn stoel zittend (zoals hij ook zittend begraven is!), midden op het plein van de door hem gebouwde kathedraal.


Overigens zag die Maronitische kathedraal er nogal Frans katholiek, begin 20e eeuw uit, compleet met biechtstoelen, knielbanken en Lourdes-Maria. Veel eigener waren de Grieks-orthodoxe en vooral de Armeense kathedraal met zo'n honderd vrouwen die naar een duidelijk dominante priester aan het luisteren waren. Kennelijk de dinsdagmorgen-devotie. Allemaal in het Armeens waar we niets van konden begrijpen.
Al die kerken daar lijken wel zo'n beetje in de vijfde of zesde eeuw te zijn blijven hangen: stevig de eigen identiteit handhavend temidden van concurrentie van andere kerken en islamitische stromingen.

Syrië: Kruisridders, avonturiers, overmoedige en over-ambitieuze expats

Een van de perioden van problemen en glorie in de Surische geschiedenis is wel die van de kruistochten geweest (1096-1292) toen overbodige ridders hun glorie, heil en land gingen zoeken in de gebieden tussen Zuid-Oost Turkije en Jeruzalem. Velen strandden in Syrië, bouwden er paleizen en forten en deden stevig mee aan de lokale politiek.
Het mooiste wat wij zagen was het Krak des Chevaliers. Sober gebouwd tegen de kruisridders door een moslimvorst. Het werd door de Tempeliers groots uitgebouwd tot een vesting waar wel 2000 manschappen hutje bij mutje zaten. Maar het ois er nu wel heerlijk foto's nemen. Uiteindelijk was het te duur om te onderhouden, zelfs ook voor de moslims die het weer terugveroverden. Tussen 1300 en 1950 woonden er een vijftig gezinnen in het complex, dat nu de glorie is voor veel toeristische uitstapjes. Met hele bussen komt men aan.
Wij reden naar Krak des Chevaliers vanuit Palmyra. Dus anderhalf uur woestijn. Maar er is toch vaak wel iets te zien in de leegte. Schapen dus, met herders te paard en nogal wat honden die me weer snel lieten teruglopen naar de auto.


We vonden het zo bijzonder toen we ineens weer bij groen landbouwgebied aankwamen. Hierbij mag onze Hyundai toch ook even op de foto want deze automaat was een goede gezel op de reis.


En dan het kasteel zelf. Vanwege de lichte steen moet je de camera donkerder instellen anders zie je alleen licht.


De benedenburcht is gebouwd door de moslimvorst, de bovenburcht door de kruisridder Tanqred en voltooid door de tempeliers.


Mooiste punt was de ridderzaal met die prachtige lichtinval die ik nog een keer laat zien.

De verschillende bewoners hebben ook hun sporen nagelaten in de gebedsruimte: de islamitische mimbar of preekstoel én de nis met de gebedsrichting staat haaks op de absis van de kapel.

Syrië: Krimp

Syrië is beslist niet aan het krimpen wat bevolkingsgroei betreft. Overal klein grut, jonge mensen. Maar er zijn gebieden waar vroeger grote steden waren, Palmyra bijvoorbeeld, 250,000 in de ene en een half miljoen in de andere reisgids, zo rond 300 toen koningin Zenobia het voor korte tijd de kern maakte van een koninkrijk. Nu vindt je een prachtige puinhoop, kline stukjes opgebouwd. De tempel van Bel bijvoorbeeld, ongeveer de omvang en intimiteit van de Utrechtse Janskerk, maar nog kaler dan die veel te Calvinistische kerk. Toch wel van aparte schoonheid: pure natuursteen kan dat wel hebben, maar je kunt je de mensen daarin nauwelijks meer voorstellen.


Na jaren van groei spreken we in Nederland weer van krimp. Dorpjes of tenminste enkele straten in Groningse gehuchten worden afgebroken. Syrië heeft met 1200 verlaten dorpjes en steden de grootste voorraad aan archeologische vindplaatsen. Graven dus maar en puzzles in elkaar zetten. Maar na Palmyra vonden wij het voorlopig genoeg. Bosra heeft een fantastisch kapot theater zoals we er al velen hadden gezien. En dan de grote mall, de winkelstraat. Palmyra heeft er een van 1200 meter, maar de langste is in Apemea (Afimia?), wel een 1800 meter lang. Daar zijn we maar niet geweest al heeft het wel een eeuw geduurd om die pilaren weer in elkaar te zetten.


Eigenlijk vonden wij het mooiste de bizarre combinatie in de Rechte Straat van Damascus: tussen de huizen en weinige parkeerplaatsen in nog restanten van de romeinse zuilenrij die de winkelstraat markeerde in de tijd van Paulus.


De mooiste gebieden zijn toch die ten noorden van Aleppo, het gebied van de Dead Villages, waar je af en toe nog ruïnes van kerken of huizen ziet, maar verder geheel desolaat en verlaten: klimaatverandering, droogte dus, te hoge belasting, oorlog. Even niet interessant, behalve voor de archeologen. De mooiste plek die wij zagen is rondom de zuil van Simeon 'de pilaarheilige'. Zo mooi dat er drie plaatjes komen van de ruïnes.