Na Gent dus ook een dag Brugge. Veel mensen in de rondvaartboten, hele busgroepen, tientallen, wellicht honderden op zo'n dag in Oktober nog, naast de schoolklassen.
Brugge was ooit ook leider van een hele federatie van kleine stadjes en dorpen, de ommelanden, zoals Venetië ook een keten van onderhorgiheden had. Overdag dus heel druk en daarom een magere, niet heldere foto van de avondrust.
Dit was de salvatorkerk, met een hoge romaanse onderbouw, waarop dan een soort oud kasteel is gebouwd in de 19e eeuw. Net als de maria-kerk ernaast (die met de allerhoogste toren van België) was de binnenruimte nog in restauratie. Wat gaan de Belgen daar mee doen nu er nog maar twee missen zijn per weekend?
Rechts is de basiliek van het Heilig Bloed, bedevaartcentrum, in twee bouwlagen, zo te zien nog druk bezocht. In het midden het superrijke stadhuis en links daarvan het begin van de kantoren voor de ommelanden. Stadsbestuur en kerk naadloos in elkaar overlopend.
Al sinds 1500 is Brugge geen havenstad meer, maar toch nog wel een waterstad. Hier zo'n doorkijkje zoals er zoveel zijn.
Wij kozen voor twee schilderijenmusea: Memlinck in het Sint Jans maar vooral de pracht van de Vlaamse primitieven in het Groeningemuseum. Hierboven Maria met kind getekend door de evangelist Lukas. Daaronder een mooie kruisiging met links de rond koepelkerk van het Heilig Graaf en rechtsboven bijna hetzelfde: de koepel van de rots, het islamitische heiligdom, bijna van gelijke grootte (55 meter middellijn en ook zo'n hoogte). Alleen de islamitische koepel is verguld, al is dat hier helemaal niet te zien.
Weinig moderns dus, weinig jonge mensen, maar vooral toeristen. Modern is dan nog wel dit grote ensemble rond een grote fontein op de grote ondergrondse garage Het Zand. Verder is dat nog wel een groot kaal dak, behalve wellicht op de vrijdagmarkt!
woensdag 19 oktober 2016
Gent
11 en 12 Oktober waren wij in Vlaanderen, voor het bezoek aan de twee oude steden Brugge en Gent. We aren er al lang niet geweest en hadden deze keer royaal tijd. Dus de hele rondgang afgelopen. Te beginnen met een selfie bij de Sint Baafskathedraal.
De aloude jubée, afscheiding tussen koor voor de cletrus en het schiop voor de gewone gelovigen was nu veranderd in een soort toegangspoort met de werken van barmhartigheid erop, tevens toegang vanwege het Heilig Jaar van Barmhartigheid. Verder niet veel nieuws of anders in die stoere grote oude kerk.
Niet de adel, zeker geen koning en een nationale trots, maar de burgerij: de gilden en de handelaren zijn dominant in de twee steden/ Hier het centrum: de belfort en het oude lakenhuis, waar de kwaliteit van de producten werd gecontroleerd.
Aan de andere kant van de lakenhal een nieuw marktgebouw in moderne stijl. Dat vonden wij wel een groot verschil tussen Brugge en Gent: er is meer aan moderne gebouwen te vinden in Gent. Welloicht ook vanwege de universiteit zijn de toeristen er niet dominant. Ook konden nogal wat van die oude gebouwen voor universiteitsinstituten gebruikt worden. Dat is er allemaal in Brugge niet. Daar hadden we het idee dat er het gevaar is van het huidige Venetië: dat het helemaal een Unesco-stadje wordt van museale allure, maar geen eigentijdse dynamiek meer.
In de Nicolaaskerk stond achterin een groot project van kleurrijke inclusiviteit: mensen in allerlei kleuren van huidskleur en kleding. Er was ook een mooi recent beeld van Pater Damiaan. Als je een gebouw niet blijft verbouwen en vernieuwen, gaat de betekenis er van verloren!
Het oude kasteel is een werkplaats voor textiel geweest (naast woonplaats van de graaf, verruild voor een meer comfortabel stadspaleis dat al is afgebroken). Nu is het museum geworden van gruwelijke wapens en martelingen. Maar onschuldig om te zien.
En Gent was ook ooit socialistisch en links: deze twee gebouwen naast elkaar op het grote marktplein. Maar ok dat is voorbij en er zitten nu kledingzaken in!
De aloude jubée, afscheiding tussen koor voor de cletrus en het schiop voor de gewone gelovigen was nu veranderd in een soort toegangspoort met de werken van barmhartigheid erop, tevens toegang vanwege het Heilig Jaar van Barmhartigheid. Verder niet veel nieuws of anders in die stoere grote oude kerk.
Niet de adel, zeker geen koning en een nationale trots, maar de burgerij: de gilden en de handelaren zijn dominant in de twee steden/ Hier het centrum: de belfort en het oude lakenhuis, waar de kwaliteit van de producten werd gecontroleerd.
Aan de andere kant van de lakenhal een nieuw marktgebouw in moderne stijl. Dat vonden wij wel een groot verschil tussen Brugge en Gent: er is meer aan moderne gebouwen te vinden in Gent. Welloicht ook vanwege de universiteit zijn de toeristen er niet dominant. Ook konden nogal wat van die oude gebouwen voor universiteitsinstituten gebruikt worden. Dat is er allemaal in Brugge niet. Daar hadden we het idee dat er het gevaar is van het huidige Venetië: dat het helemaal een Unesco-stadje wordt van museale allure, maar geen eigentijdse dynamiek meer.
In de Nicolaaskerk stond achterin een groot project van kleurrijke inclusiviteit: mensen in allerlei kleuren van huidskleur en kleding. Er was ook een mooi recent beeld van Pater Damiaan. Als je een gebouw niet blijft verbouwen en vernieuwen, gaat de betekenis er van verloren!
Het oude kasteel is een werkplaats voor textiel geweest (naast woonplaats van de graaf, verruild voor een meer comfortabel stadspaleis dat al is afgebroken). Nu is het museum geworden van gruwelijke wapens en martelingen. Maar onschuldig om te zien.
En Gent was ook ooit socialistisch en links: deze twee gebouwen naast elkaar op het grote marktplein. Maar ok dat is voorbij en er zitten nu kledingzaken in!
dinsdag 4 oktober 2016
Hemelvaart op de Tabor: Petrus, Jacobus, Johannes
Onlangs preekt Harry Pals in de Janskerk over het Taborverhaal, eigenlijke de 1e hemelvaart: als Jezus hemelse kleuren wit krijgt en twee hemelbewoners/vroegere collega's ontmoet, Elia en Mozes, en bevestiging van hen krijgt.
Het verhaal lijkt te zijn naverteld in de islamitische traditie waar Mohammed in moeilijke tijden ook een hemelvaart krijgt, vanaf de tempelberg in Jeruzalem en daar de vroegere profeten ontmoet en goede raad van hen krijgt: Mozes, Abraham, Jezus, Adam zelfs. Het is een van de meest uitbundige scenes in de afbeeldingen. Zowel de reis van Mekka naar Jeruzalem als de ontmoetingen in de hemel. Hieronder de profeten in een torentje van vlammen onzichtbaar, maar de entourage meer dan koninklijk, hemelse parade, taptoe dus.
Harry Pals, onze dominee, ging niet op de hoge figuren in, Elia en Mozes, maar juist op de verschillende karakters van de drie apostelen:
Petrus,‘rots’, de mens die zo graag en gretig en vurig voorop wil lopen in het doortrekken van de lange lijnen van de geschiedenis, de traditie. Die zoveel van oudere verhalen terugziet in zijn ervaringen met Jezus, en die dat ook zo graag allemaal haastig bijeen wil harken, vast wille houden, ‘in handen’ wil houden, onder controle. Petrus de mens van de bronnen.
Het verhaal lijkt te zijn naverteld in de islamitische traditie waar Mohammed in moeilijke tijden ook een hemelvaart krijgt, vanaf de tempelberg in Jeruzalem en daar de vroegere profeten ontmoet en goede raad van hen krijgt: Mozes, Abraham, Jezus, Adam zelfs. Het is een van de meest uitbundige scenes in de afbeeldingen. Zowel de reis van Mekka naar Jeruzalem als de ontmoetingen in de hemel. Hieronder de profeten in een torentje van vlammen onzichtbaar, maar de entourage meer dan koninklijk, hemelse parade, taptoe dus.
Harry Pals, onze dominee, ging niet op de hoge figuren in, Elia en Mozes, maar juist op de verschillende karakters van de drie apostelen:
Petrus,‘rots’, de mens die zo graag en gretig en vurig voorop wil lopen in het doortrekken van de lange lijnen van de geschiedenis, de traditie. Die zoveel van oudere verhalen terugziet in zijn ervaringen met Jezus, en die dat ook zo graag allemaal haastig bijeen wil harken, vast wille houden, ‘in handen’ wil houden, onder controle. Petrus de mens van de bronnen.
Johannes,‘de Eeuwige is genadig’, die met zijn naam en in heel zijn bestaan geraakt is door Gods overstelpende liefde, die die liefde vorm wil geven, mensen erbij betrekken, mensen aan elkaar verbinden zoals Jezus dat kon en deed, een gemeenschap van verbondenheid stichten.Johannes de mens van de gemeenschap.
Jakobus, de oude Jakob, ‘hielenlichter’, oplichter, die zijn broer aan de kant zette, die geraakt wordt en dan leert om niet alleen maar voor zichzelf op te komen, maar juist voor de ontrechte, die wil doen, aanpakken, oplossen, een betere wereld maken – want wat stelt geloven voor als je een ander niet eens ziet staan? Jakobus de mens van de inzet. Drie kanten van de kerk: de bronnen, de gemeenschap, de inzet.
Er kwamen zelfs drie mannen met staf, Palestijns herderscostuum oplopen. Ik dacht eerder dat de karakteristieken over drie kerken gingen: Petrus de Catholica, Johannes de orthodoxen van het oosten en Jacobus de Protestanten. Maar dat bleek toch niet te kloppen.
Er kwamen zelfs drie mannen met staf, Palestijns herderscostuum oplopen. Ik dacht eerder dat de karakteristieken over drie kerken gingen: Petrus de Catholica, Johannes de orthodoxen van het oosten en Jacobus de Protestanten. Maar dat bleek toch niet te kloppen.
maandag 3 oktober 2016
Gülen, gezien in wereldperspectief
Ik heb wel eens een HOVO-cursus gegeven over 7 moslimculturen: drie
oude (Arabisch, Perzisch, Turks), drie latere (Zuid India, Indonesië,
Afrika onder de Sahara) en tenslotte Islam in het Westen.
Als we een beeld willen hebben van Gülen-beweging moeten we vergelijken. Meten is weten, door vergelijking dus.
Alle Moslimbewegingen in de 20e eeuw ontstaan, zijn het gevolg van een minderwaardigheidscomplex (Wertheim), of van een gevoel dat het met de moslims verkeerd is gegaan (Bernard Lewis: What Went Wrong?). Dé remedie is dan een terugkeer naar vroegere glorie. Een stap terug om weer groot te zijn. De Moslimbroeders zijn de grootste beweging van de Arabische wereld, maar vormen een organisatorisch plan van een salafistische beweging. In de wereld van India-Pakistan is de Jamaat-i-Islami van Maududi de grootste. Allebei willen ze terug naar het gezag van Koran en Hadith, dus vooral het gezag van de traditionele ulama.
In de Perzische wereld is er de revolutie van de Ayatollahs, van wie sommige vooruitstrevend waren (Tabataba'i) en sommige geleerden als Ali Shariati waren echte vernieuwers, maar in feite is de islam er tot de oude roots, dus de ulama, teruggekeerd.
In Indonesië zien we een mix van oud en nieuw. Er zijn twee zeer grote bewegingen: Muhammadiyah die een mix van salafisme en modernisme propageert en geen strakke keuze maakt. Nahdlatul Ulama die ook laveert tussen hernieuwde aandacht voor de ouderwets gevormde ulama en moderne gedachten in politieke en sociaal leven.
Over belangrijke bewegingen in dus-sahara Afrika weet ik weinig.
Als we wereldwijd deze bewegingen bekijken dan is de grote beweging die zijn inspiratie vind in Fethullah Gülen de enige die niet dom teruggrijpt naar een glorierijk verleden, de zijne. Er is geen concentratie op studie van Koran en hadith (wél bij de grote meester zelf, maar hij eist niet van zijn volgelingen dat zij theologie of religie studeren, biologie, medische wetenschap en natuurwetenschap is beter!). Godsdienst hoeft niet het hele leven te domineren. Het inspireert maar geeft niet de feitelijke oplossing van maatschappelijke problemen. Ook Gülen vertrekt vanuit een analyse van de moslims in Turkije en in de wereld als minderwaardig in aanzien en invloed, maar zoekt niet een terugkeer tot Koran en Hadith waarin alle oplossingen te vinden zijn, maar in een oproep om op seculier gebied juist ook eens goed te gaan presteren.
Als we een beeld willen hebben van Gülen-beweging moeten we vergelijken. Meten is weten, door vergelijking dus.
Alle Moslimbewegingen in de 20e eeuw ontstaan, zijn het gevolg van een minderwaardigheidscomplex (Wertheim), of van een gevoel dat het met de moslims verkeerd is gegaan (Bernard Lewis: What Went Wrong?). Dé remedie is dan een terugkeer naar vroegere glorie. Een stap terug om weer groot te zijn. De Moslimbroeders zijn de grootste beweging van de Arabische wereld, maar vormen een organisatorisch plan van een salafistische beweging. In de wereld van India-Pakistan is de Jamaat-i-Islami van Maududi de grootste. Allebei willen ze terug naar het gezag van Koran en Hadith, dus vooral het gezag van de traditionele ulama.
In de Perzische wereld is er de revolutie van de Ayatollahs, van wie sommige vooruitstrevend waren (Tabataba'i) en sommige geleerden als Ali Shariati waren echte vernieuwers, maar in feite is de islam er tot de oude roots, dus de ulama, teruggekeerd.
In Indonesië zien we een mix van oud en nieuw. Er zijn twee zeer grote bewegingen: Muhammadiyah die een mix van salafisme en modernisme propageert en geen strakke keuze maakt. Nahdlatul Ulama die ook laveert tussen hernieuwde aandacht voor de ouderwets gevormde ulama en moderne gedachten in politieke en sociaal leven.
Over belangrijke bewegingen in dus-sahara Afrika weet ik weinig.
Als we wereldwijd deze bewegingen bekijken dan is de grote beweging die zijn inspiratie vind in Fethullah Gülen de enige die niet dom teruggrijpt naar een glorierijk verleden, de zijne. Er is geen concentratie op studie van Koran en hadith (wél bij de grote meester zelf, maar hij eist niet van zijn volgelingen dat zij theologie of religie studeren, biologie, medische wetenschap en natuurwetenschap is beter!). Godsdienst hoeft niet het hele leven te domineren. Het inspireert maar geeft niet de feitelijke oplossing van maatschappelijke problemen. Ook Gülen vertrekt vanuit een analyse van de moslims in Turkije en in de wereld als minderwaardig in aanzien en invloed, maar zoekt niet een terugkeer tot Koran en Hadith waarin alle oplossingen te vinden zijn, maar in een oproep om op seculier gebied juist ook eens goed te gaan presteren.
zondag 2 oktober 2016
Iconen schilderen
Voordat ik afgelopen week naar Birmingham ging (daarover een verhaal op de Engelstalige blog, relindonesia.blospot.com) heb ik afgelopen maandag mijn eerste cursusmorgen iconenschilderen gekregen. Docent is Ineke Meijer. Zij was ook student bij de KTU toen ik daar nog wereldchristendom en Islam doceerde.
Zij heeft een strak regime wat overigens in alle boeken en verhalen over iconen voorkomt. Meteen begonnen wij (na inleidingsgebed, er hangt een religieuze stilte in de ruimte) met de keuze van de heilige die wij zouden schilderen de komende tien weken. Het centrum van een iconenwand bestaat zeker uit Jezus, links van hem Maria en rechts Johannes de Doper. Zij liet me ook een koptische icoon van Michael zien. Die is gemakkelijker, dus die heb ik maar gekozen.
Zij gaf me ook een 'werktekening'. Die moet je aan de onderkant met rode verstof bestrijken, dan overtrekken op de houtplaat (die kant en klaar gegeven werd) en dan de lijnen oververven met een lichte verf (mengsel van de eigeel/wijn met poederstof. De rok en het blauw van de vleugels heb ik ook ingeverfd en naa ruim twee uur kwam er dus het volgende uit.
Hier ga ik de komende 9 weken dus nog verder aan werken. De anderen in de cursus hadden soms al een of twee jaar gewerkt. Een had zijn eigen plaat klaargemaakt: mooi uitgediept, zodat de rand er natuurlijker bijkomt. Je bent heel intensief met zo'n afbeelding bezig.
Ik zocht thuis wat meer op en vond nogal wat mensen die ook actief zijn met iconenschilderen. Er blijkt toch wel een groep van duizenden in Nederland te zijn die er wat aan heeft gedaan. Onze cursus had 8 leden. Ineke Meijer geeft er twee van drie maanden in Bunnik, in een ruime zaal van de pastorie. Mannen en vrouwen ongeveer gelijk in aantal. De vrouw van Gerard van 't Spijker doet het ook. Wilna Wierenga, en ongetwijfeld heel wat anderen.
Het zijn vrijwel allemaal oude heiligen (naast Jezus, Maria en Engelen, enkele Oud-Testamentische figuren). Ik kwam een moderne heilige tegen: Damiaan de Veuster, gesxchilderd door August van Dick.
Hij ziet er een beetje stug, stuurs. De andere heiligen kijken je rechtstreeks aan, of als het in profiel gaat, dan toch twee ogen zichtbaar. Hier dus maar één oog.
Maar ik ga eerst oefenen op een engelen-neus.
Zij heeft een strak regime wat overigens in alle boeken en verhalen over iconen voorkomt. Meteen begonnen wij (na inleidingsgebed, er hangt een religieuze stilte in de ruimte) met de keuze van de heilige die wij zouden schilderen de komende tien weken. Het centrum van een iconenwand bestaat zeker uit Jezus, links van hem Maria en rechts Johannes de Doper. Zij liet me ook een koptische icoon van Michael zien. Die is gemakkelijker, dus die heb ik maar gekozen.
Zij gaf me ook een 'werktekening'. Die moet je aan de onderkant met rode verstof bestrijken, dan overtrekken op de houtplaat (die kant en klaar gegeven werd) en dan de lijnen oververven met een lichte verf (mengsel van de eigeel/wijn met poederstof. De rok en het blauw van de vleugels heb ik ook ingeverfd en naa ruim twee uur kwam er dus het volgende uit.
Hier ga ik de komende 9 weken dus nog verder aan werken. De anderen in de cursus hadden soms al een of twee jaar gewerkt. Een had zijn eigen plaat klaargemaakt: mooi uitgediept, zodat de rand er natuurlijker bijkomt. Je bent heel intensief met zo'n afbeelding bezig.
Ik zocht thuis wat meer op en vond nogal wat mensen die ook actief zijn met iconenschilderen. Er blijkt toch wel een groep van duizenden in Nederland te zijn die er wat aan heeft gedaan. Onze cursus had 8 leden. Ineke Meijer geeft er twee van drie maanden in Bunnik, in een ruime zaal van de pastorie. Mannen en vrouwen ongeveer gelijk in aantal. De vrouw van Gerard van 't Spijker doet het ook. Wilna Wierenga, en ongetwijfeld heel wat anderen.
Het zijn vrijwel allemaal oude heiligen (naast Jezus, Maria en Engelen, enkele Oud-Testamentische figuren). Ik kwam een moderne heilige tegen: Damiaan de Veuster, gesxchilderd door August van Dick.
Hij ziet er een beetje stug, stuurs. De andere heiligen kijken je rechtstreeks aan, of als het in profiel gaat, dan toch twee ogen zichtbaar. Hier dus maar één oog.
Maar ik ga eerst oefenen op een engelen-neus.
vrijdag 16 september 2016
Platform INS debatteert over positie Gülen in de Turkse ontwikkelingen
15 September (ook 'de Dag van de Democratie') opende Platform INS zijn nieuwe hoofdvestiging in het SamSam-gebouw vlak bij de moderne setting van het Amsterdams Slotervaartstation. Temidden van allemaal nieuwbouw die ook zo in Ankara, Montreal of Johannesburg had kunnen liggen. Het zit nu zonder duidelijke aanwijziging buiten in een nieuw, nog wat leeg kantorenverzamelgebouw, waar ze een 100 m2 hebben: een zaal van 6 bij 10, waar een 40 mensen comfortabel konden zitten op kleine stoelen en drie kantoorruimtes.
Het was natuurlijk geen echt feest, twee maanden na de mislukte coup in Turkije met intussen 100.000 mensen, vooral Gülen activisten ontslagen, waar een kwart ook in de gevangenis, met grote conflicten in de Turkse maatschappij zelf. Ik hoorde het verhaal van twee meisjes, die min dezelfde straat wonen, bij elkaar op de lagere school, toen Cosmicus College in Rotterdam. Nu gingen ze naar de 5e klas, maar de een moest van de school af omdat vader wel privé in Nederland werkt, maar vaak ook opdrachten doet in Turkije waar de regering bij betrokken is. Zo'n vriendschap van kinderen verbroken en een meisje van 16 op weg ner weg naar een nieuwe school in Rotterdam, waar ze dan volgend jaar aan een eindexamen VWO moet beginnen.
De verdeling tussen Rotterdam en Amsterdam werd mij nog niet helemaal duidelijk. Shanti Tuinstra (die ik het eerst zag bij een INS-bijeenkomst in Den Haag), trad op als gastvrouw in Amsterdam. Niet van Turkse maar van Nederlands-hindoestaanse achtergrond, geen hoofddoek, een ander gezicht. Om te beginnen interviewde zij de directrice van INS Rotterdam, Saniye Calkin (hier rechts), die ook de belangrijkste woordvoerder was bij de persconferentie van 29 Juli in Den Haag, Des Indes. Sindsdien heeft zij vrijwel dagelijks mensen van de pers te woord gestaan.
'Nooit elders heb ik een organisatie gezien die conferenties over zichzelf organiseert, maar dan liefst anderen aan het woord laat'. Was een van de observaties van Martin van Bruinessen (2e die door Shanti Tuinstra werd geïnterviewd).
Hij begon met het probleem om de Gülen-beweging te beschrijven. Er zijn veel verschillende gezichten. Als eerste noemde hij 1980 toen de Koerdische Nurcu-mensen sterk tegen de nieuwe grondwet van de militairen an de coup waren, maar Gülen er juist vóór was: hij zag die toen als de rechtse, conservatieve vleugel van de Nurcu-bewegingen Een tweede gezicht kwam in de period kort na 1990 toen de regering acties wilde gaan ondernemen in de ex-communistische landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk hadden behoort. Met sterke steun van de regering Özal werden er toen Turkse scholen opgericht, van Albanië tot Kazakhstan en Uzbekistan. Meer recent zag Bruinessen Gülen scholen in Zuidoost en Oost-Azië, vooral Indonesië, maar topt in Birma: Engelstalige kwaliteitscholen voor de subtop van die landen. 'Hoe langer je je met de Gülenbeweging bezig houdt, hoe ondoorzichtiger ze wordt'. Zeker met zulke diverse activiteiten.
Enige tijd geleden was Van Bruinessen echt oververmoeid. Nu nog met wallen onder de ogen, maar wel met dezelfde felle ogen en energie als de oude Snouck!
Van Bruinessen zag de verschillen tussen Gülen en Erdogan niet als gemakkelijk te definiëren zakelijke of ideologische onderscheidingen maar als gekleurd door mythische voorstellingen. De een is voor de aanhangers een Messias, absolute leider, de andere daarentegen een Antichrist, een dajjal. Er kan uiteindelijk maar één door God gezondene zijn. Het lijkt wel een soort apokalyptiek. Zes jaar geleden had een zeer goed in Turkse toestanden ingevoerde vriend hem al voorspeld dat het tot een groot conflict tussen AKP en Gülen zou moeten komen.
AKP regelt de religie via Diyanet-moskeeën, terwijl Gülen vai de scholen en HOGIAF een prominente positie in de maatschappij heeft verworven.
Van Bruinessen prees de sterke eigenschap van geweldloosheid bij de Gülen-mensen. Ze kunnen wel heel slim allerlei elementen van morele druk hanteren, maar gebruiken nooit geweld tegen dissidenten, ook niet als die zich uit de beweging willen terugtrekken. Een zwak punt is wel geweest dat zij de dialoog en contacten met niet-moslims sterk op de agenda plaatsen, maar zwak zijn geweest in hun dialoog met andere moslims.
Tijl Sunier merkte naar aanleiding hiervan op dat grote organisaties als Milli Görüs ook niet erg transparant en doorzichtig zijn. Dat hebben we ook gezien bij de ontwikkeling rond de Westermoskee in Amsterdam: de Duitse leden van MG waren vaak heel wat anders dan Haji Karacer. Ik bedacht dat er ook van grote Indonesische bewegingen als Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah heel veel portretten te geven zijn: de mystici van Yogyakarta tegenover de politici van Jakarta, die dan in de wijken wel weer heel veel concreet goed werk doen met cursussen voor auto-monteur of naaister, waar onze bedienden in Jakarta indertijd cursussen volgden.
Jan Pronk was de tweede spreker (ook al liep ook zijn presentatie formeel via een interview). Hij vermeldde hoe hij door mehmet Cerit van Cosmicus gevraagd was om 'slaspend lid' te zijn van de raad van Advies en dat met graagte had gedaan. Hij richtte zich fel tegen minister Edith Schippers die kortgeleden voor het handhaven van 'Nederlandse superieure waarden' had gepleit. Er zijn geen Nederlandse waarden: wij staan voor handhaving van de Universele Rechten van de Mensen, het charter, de grondwet, van de VN. De Nederlandse politiek heeft de kwaliteit en de inbreng van de Cosmicus-scholen altijd zeer gewaardeerd en dat zou duidelijk gezegd mogen worden. Hij hoopte dat de nadruk op integratie eens uit het Gülen-debat zou moeten verdwijnen. Het gaat juist om diversiteit die we hard nodig hebben. Stoere woorden als 'rot op' hebben we niet nodig: die suggereren dat je rotzooi mag uit halen in je eigen land.
De Turkije-deal was schunnig want Europa werd monddood genmaakt en mocht niet meer spreken over mensenrechten in Turkije. En dat visumvrij dat had Europa moeten zien als een geschenk voor de Turkse bevolking niet voor de regering en dat visumvrij had er rustig mogen komen.
Voorlopig zou in ieder geval deëscalatie een belangrijk ideaal moeten zijn. Een de gang naar de rechter was misschien toch niet zo verstandig. Wel moet de politie betrokken worden bij serieuze bedreigingen. En die lange arm van Erdogan: zoiets is er ook bij Eritrea, was er bij de Tamils, zelfs bij Zuid-Afrika in de tijd van Apartheid.
Het was natuurlijk geen echt feest, twee maanden na de mislukte coup in Turkije met intussen 100.000 mensen, vooral Gülen activisten ontslagen, waar een kwart ook in de gevangenis, met grote conflicten in de Turkse maatschappij zelf. Ik hoorde het verhaal van twee meisjes, die min dezelfde straat wonen, bij elkaar op de lagere school, toen Cosmicus College in Rotterdam. Nu gingen ze naar de 5e klas, maar de een moest van de school af omdat vader wel privé in Nederland werkt, maar vaak ook opdrachten doet in Turkije waar de regering bij betrokken is. Zo'n vriendschap van kinderen verbroken en een meisje van 16 op weg ner weg naar een nieuwe school in Rotterdam, waar ze dan volgend jaar aan een eindexamen VWO moet beginnen.
De verdeling tussen Rotterdam en Amsterdam werd mij nog niet helemaal duidelijk. Shanti Tuinstra (die ik het eerst zag bij een INS-bijeenkomst in Den Haag), trad op als gastvrouw in Amsterdam. Niet van Turkse maar van Nederlands-hindoestaanse achtergrond, geen hoofddoek, een ander gezicht. Om te beginnen interviewde zij de directrice van INS Rotterdam, Saniye Calkin (hier rechts), die ook de belangrijkste woordvoerder was bij de persconferentie van 29 Juli in Den Haag, Des Indes. Sindsdien heeft zij vrijwel dagelijks mensen van de pers te woord gestaan.
'Nooit elders heb ik een organisatie gezien die conferenties over zichzelf organiseert, maar dan liefst anderen aan het woord laat'. Was een van de observaties van Martin van Bruinessen (2e die door Shanti Tuinstra werd geïnterviewd).
Hij begon met het probleem om de Gülen-beweging te beschrijven. Er zijn veel verschillende gezichten. Als eerste noemde hij 1980 toen de Koerdische Nurcu-mensen sterk tegen de nieuwe grondwet van de militairen an de coup waren, maar Gülen er juist vóór was: hij zag die toen als de rechtse, conservatieve vleugel van de Nurcu-bewegingen Een tweede gezicht kwam in de period kort na 1990 toen de regering acties wilde gaan ondernemen in de ex-communistische landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk hadden behoort. Met sterke steun van de regering Özal werden er toen Turkse scholen opgericht, van Albanië tot Kazakhstan en Uzbekistan. Meer recent zag Bruinessen Gülen scholen in Zuidoost en Oost-Azië, vooral Indonesië, maar topt in Birma: Engelstalige kwaliteitscholen voor de subtop van die landen. 'Hoe langer je je met de Gülenbeweging bezig houdt, hoe ondoorzichtiger ze wordt'. Zeker met zulke diverse activiteiten.
Enige tijd geleden was Van Bruinessen echt oververmoeid. Nu nog met wallen onder de ogen, maar wel met dezelfde felle ogen en energie als de oude Snouck!
Van Bruinessen zag de verschillen tussen Gülen en Erdogan niet als gemakkelijk te definiëren zakelijke of ideologische onderscheidingen maar als gekleurd door mythische voorstellingen. De een is voor de aanhangers een Messias, absolute leider, de andere daarentegen een Antichrist, een dajjal. Er kan uiteindelijk maar één door God gezondene zijn. Het lijkt wel een soort apokalyptiek. Zes jaar geleden had een zeer goed in Turkse toestanden ingevoerde vriend hem al voorspeld dat het tot een groot conflict tussen AKP en Gülen zou moeten komen.
AKP regelt de religie via Diyanet-moskeeën, terwijl Gülen vai de scholen en HOGIAF een prominente positie in de maatschappij heeft verworven.
Van Bruinessen prees de sterke eigenschap van geweldloosheid bij de Gülen-mensen. Ze kunnen wel heel slim allerlei elementen van morele druk hanteren, maar gebruiken nooit geweld tegen dissidenten, ook niet als die zich uit de beweging willen terugtrekken. Een zwak punt is wel geweest dat zij de dialoog en contacten met niet-moslims sterk op de agenda plaatsen, maar zwak zijn geweest in hun dialoog met andere moslims.
Tijl Sunier merkte naar aanleiding hiervan op dat grote organisaties als Milli Görüs ook niet erg transparant en doorzichtig zijn. Dat hebben we ook gezien bij de ontwikkeling rond de Westermoskee in Amsterdam: de Duitse leden van MG waren vaak heel wat anders dan Haji Karacer. Ik bedacht dat er ook van grote Indonesische bewegingen als Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah heel veel portretten te geven zijn: de mystici van Yogyakarta tegenover de politici van Jakarta, die dan in de wijken wel weer heel veel concreet goed werk doen met cursussen voor auto-monteur of naaister, waar onze bedienden in Jakarta indertijd cursussen volgden.
Jan Pronk was de tweede spreker (ook al liep ook zijn presentatie formeel via een interview). Hij vermeldde hoe hij door mehmet Cerit van Cosmicus gevraagd was om 'slaspend lid' te zijn van de raad van Advies en dat met graagte had gedaan. Hij richtte zich fel tegen minister Edith Schippers die kortgeleden voor het handhaven van 'Nederlandse superieure waarden' had gepleit. Er zijn geen Nederlandse waarden: wij staan voor handhaving van de Universele Rechten van de Mensen, het charter, de grondwet, van de VN. De Nederlandse politiek heeft de kwaliteit en de inbreng van de Cosmicus-scholen altijd zeer gewaardeerd en dat zou duidelijk gezegd mogen worden. Hij hoopte dat de nadruk op integratie eens uit het Gülen-debat zou moeten verdwijnen. Het gaat juist om diversiteit die we hard nodig hebben. Stoere woorden als 'rot op' hebben we niet nodig: die suggereren dat je rotzooi mag uit halen in je eigen land.
De Turkije-deal was schunnig want Europa werd monddood genmaakt en mocht niet meer spreken over mensenrechten in Turkije. En dat visumvrij dat had Europa moeten zien als een geschenk voor de Turkse bevolking niet voor de regering en dat visumvrij had er rustig mogen komen.
Voorlopig zou in ieder geval deëscalatie een belangrijk ideaal moeten zijn. Een de gang naar de rechter was misschien toch niet zo verstandig. Wel moet de politie betrokken worden bij serieuze bedreigingen. En die lange arm van Erdogan: zoiets is er ook bij Eritrea, was er bij de Tamils, zelfs bij Zuid-Afrika in de tijd van Apartheid.
woensdag 14 september 2016
Fethullah Gülen en de EU
Het lijkt wat irrealistisch om nu te gaan speculeren over Turkije als lid van de EU. Sinds de coup van 15 juli is er alleen maar verwijdering opgetreden, worden de Gülen-mensen uit hun functies gezet, soms bezit geconfisceerd en zijn velen in de gevangenis beland. Toch maar even een positief perspectief, ook al omdat ik met Gürkan Celik werk aan een bijdrage voor het tijdschrift Filosofie en Praktijk.
Abdulhamit Bilici publiceerde in 2001 over Gülen en de EU een tekst waarin Gülen zich in Kemalistisch perspectief zet:
Ik ben al sinds lang een voorstander van een EU-lidmaatschap. Zelfs als sommige mensen zeiden dat het een 'Christelijke Club' is, heb ik geantwoord: 'Laat diegenen die zelf twijfels hebben aan hun geloof en traditie, maar bezorgd zijn.' Ik zou liever op vriendelijke basis leven met Europa. Als een lidstaat, zou ik mezelf beter kunnen uitleggen en de Europeanen vertrouwd maken met mijn cultuur. Dan, misschien, zouden zij ons beter leren kennen. Maar het lijkt wel alsof een aantal van ons twijfelen aan hun eigen geloof zodat ze zeggen: 'Als we Europeaan worden, moeten we ook Christen worden'. Ik ben daar nooit bang voor geweest en heb vanaf het begin 'Ja' gezegd tegen Europa. Sinds het uitroepen van onze republiek in 1923 is het voor ons een droom geweest om op dezelfde hoogte te komen als Europa en een Europese standaard te voeren. In een bepaalde zin is deze droom nu bijna werkelijkheid geworden in onze dagen en in mijn visie is ons land op weg naar het lidmaatschap. Veel regeringsleiders - van allerlei verschillende partijen - hebben dit verzoek ondersteund en hebben het verder gebracht tot een zeker punt. Wie weet, zal dit laatste punt afhangen van dit burgerinitiatief (de Hizmetbeweging). Zij zullen het hernemen en deze taak zal voltooid worden. [...] In mijn ogen verlangt het Turkse volk naar het EU lidmaatschap. Ik hoop dat het werkelijkheid zal worden via onderhandelingen, zo spoedig mogelijk. Ik twijfel er niet aan dat op een bepaald moment de EU ons zal accepteren en dit idee zal dus werkelijkheid en geschiedenis worden, met alle twijfels en roddels eromheen.
Zo als hierboven moet het dus niet: maar Gülen heeft daarnaast wel een stevige droom over een nieuw soort Alexandertijdperk, nieuw Hellenisme rond de Middellandse Zee en diep het Midden-Oosten in. In uitvoerige interviews met de invloedrijke Turkse socioloog Prof. Doğu Ergil heeft Fethullah Gülen de huidige situatie van Turkije vergeleken met die ten tijde van Alexander de Grote en het begin van de Hellenistische periode, toen de Griekse en Aziatische culturen bijeengebracht werden, wat heeft geleid tot een nieuwe synthese. Zo kan ook het Turkse lidmaatschap tot een nieuwe harmonie van beschavingen leiden, in plaats van een clash of civilisations. Hij gelooft echt in dit project, zoals ook blijkt uit zijn adviezen aan Turkse academici, zakenlui en professionals die de wereld in moeten gaan om daar hun cultuur te brengen en tegelijkertijd elementen van andere culturen terug naar huis moeten brengen om een hybride wereld te scheppen waar niets vreemd of vijandig is.
Abdulhamit Bilici publiceerde in 2001 over Gülen en de EU een tekst waarin Gülen zich in Kemalistisch perspectief zet:
Ik ben al sinds lang een voorstander van een EU-lidmaatschap. Zelfs als sommige mensen zeiden dat het een 'Christelijke Club' is, heb ik geantwoord: 'Laat diegenen die zelf twijfels hebben aan hun geloof en traditie, maar bezorgd zijn.' Ik zou liever op vriendelijke basis leven met Europa. Als een lidstaat, zou ik mezelf beter kunnen uitleggen en de Europeanen vertrouwd maken met mijn cultuur. Dan, misschien, zouden zij ons beter leren kennen. Maar het lijkt wel alsof een aantal van ons twijfelen aan hun eigen geloof zodat ze zeggen: 'Als we Europeaan worden, moeten we ook Christen worden'. Ik ben daar nooit bang voor geweest en heb vanaf het begin 'Ja' gezegd tegen Europa. Sinds het uitroepen van onze republiek in 1923 is het voor ons een droom geweest om op dezelfde hoogte te komen als Europa en een Europese standaard te voeren. In een bepaalde zin is deze droom nu bijna werkelijkheid geworden in onze dagen en in mijn visie is ons land op weg naar het lidmaatschap. Veel regeringsleiders - van allerlei verschillende partijen - hebben dit verzoek ondersteund en hebben het verder gebracht tot een zeker punt. Wie weet, zal dit laatste punt afhangen van dit burgerinitiatief (de Hizmetbeweging). Zij zullen het hernemen en deze taak zal voltooid worden. [...] In mijn ogen verlangt het Turkse volk naar het EU lidmaatschap. Ik hoop dat het werkelijkheid zal worden via onderhandelingen, zo spoedig mogelijk. Ik twijfel er niet aan dat op een bepaald moment de EU ons zal accepteren en dit idee zal dus werkelijkheid en geschiedenis worden, met alle twijfels en roddels eromheen.
Zo als hierboven moet het dus niet: maar Gülen heeft daarnaast wel een stevige droom over een nieuw soort Alexandertijdperk, nieuw Hellenisme rond de Middellandse Zee en diep het Midden-Oosten in. In uitvoerige interviews met de invloedrijke Turkse socioloog Prof. Doğu Ergil heeft Fethullah Gülen de huidige situatie van Turkije vergeleken met die ten tijde van Alexander de Grote en het begin van de Hellenistische periode, toen de Griekse en Aziatische culturen bijeengebracht werden, wat heeft geleid tot een nieuwe synthese. Zo kan ook het Turkse lidmaatschap tot een nieuwe harmonie van beschavingen leiden, in plaats van een clash of civilisations. Hij gelooft echt in dit project, zoals ook blijkt uit zijn adviezen aan Turkse academici, zakenlui en professionals die de wereld in moeten gaan om daar hun cultuur te brengen en tegelijkertijd elementen van andere culturen terug naar huis moeten brengen om een hybride wereld te scheppen waar niets vreemd of vijandig is.
Abonneren op:
Posts (Atom)




