Vorige week is in Tilburg Mohammad Soroush gepromoveerd op het salafisme. Zijn stelling was dat het een gevaarlijke ideologie is, die een confrontatie zoekt met de moderne westerse maatschappij, althans volgens de samenvatting van De Volkskrant van vandaag.De moderne democratie wordt niet erkend, moslims wordt aangeraden zich niet onder niet-moslims te stellen en zo wat meer. 'Salafisten sturen aan op een confrontatie'. Daartegenover staat de mening dat de meeste salafisten nogal onschuldige moslims zijn die hopen op een messianistische tijd: de wereld zal ooit nog helemaal beter worden, als... Ja, als dat vage begrip sharia het gedrag van de mensheid helemaal zou regelen, dan is het volgens deze visie een ideale tijd.
Het probleem begint al bij het begin: in de ongeveer 30 jaar van de dood van de profeet tot de moord op de 4e van de rechtgeleide kaliefen zouden de moslims helemaal braaf geleefd hebben en zou het allemaal goed zijn geweest in de islamitische wereld. Helaas zijn kalief 2-3-4 door moord om het leven gekomen, bewijs al van veel onenigheid en ontevredenheid. Het paradijs van het begin van de islamitische periode is dus niet zo eenduidig geweest en dat eindvisioen moeten we misschien, als we reëel zijn, ook niet te snel verwachten.
Ook vandaag kwam binnen op academia.edu een artikel van Averil Cameron over de laat-klassieke tijd en de apokalyps: zowel bij joden, christenen als wellicht bij de vroege moslim-gemeenschap heeft zo'n messiaanse verwachten een rol gespeeld: tussen 610-640 is niet alleen Mohammed als profeet opgetreden (met wat eindtijd-teksten in de vroege hoofdstukken van de Koran), maar rond de strijd van keizer Heraklius en de Perzen (628 herovering van Jeruzalem door de christenen, nadat de stad eerder door de Perzen was veroverd, die zelfs het heilig kruis hadden meegevoerd) gingen die eindtijd-gevoelens ook een grote rol spelen.
Sharia wordt wel vertaald met 'Islamitische Wet', en Snouck Hurgronje heeft geprobeerd de term Plichtenleer in te voeren. Voor de overgrote meerderheid van moslims heeft het een betekenis die wel lijkt op de Terugkeer van Jezus of zoiets als de Overwinning van het Proletariaat voor Marxisten. En het onderworpen zijn aan niet-Moslims. Een grote Fatwaraad voor Moslims in Europa heeft het wel een voor verboden verklaard om zo maar naar een niet-westers land te emigreren. Zeker vrouwen en kinderen zouden niet mee mogen komen. Dat is dus ook onderdeel van die dromerij, tenminste voor de meerderheid.
Posts tonen met het label Islam in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Islam in Nederland. Alle posts tonen
vrijdag 14 september 2018
Stemmen horen
Ik ben momenteel bezig een tweede boek te lezen van Kamel Daoud. Na zijn 'aanvulling' op L'étranger van Camus (Moussa of de dood van een Arabier) met heel Algerijnse alledaagsheden. In Zabor is een hartstochtelijke schrijver bezig en het lijkt soms ook wel op een niet echt bewerkt dagboek. De nogal eenzame en teruggetrokken auteur komt wel wat mensen tegen, maar hoort ook stemmen.
Vroeger had ik al eens gelezen dat stemmen horen (zoals de profeet Mohammed, maar tot in de New Age, A Course of miracles, ook gedicteerd door een stem) bij ongeveer 10% van de bevolking voorkomt. Het blijkt (nog steeds) zo te zijn: https://www.psychosenet.nl/psychose/psychose-symptomen/stemmen-horen/ schrijft erover en beschouwt het niet zonder meer als een ziekte (als staat die site wel vol met allerlei enge en nader verschijnselen).
Ik vroeg er een bevriende psychiater over die vertelde dat hij nog kort geleden over zijn vakgebied had gesproken voor een aantal imams. Een Turkse imam vertelde hem dat hij het vaak had, vooral als hij langs een kerkhof kwam en dan stemmen van de overledenen hoorde. De man heeft hem en de anderen daar gerustgesteld: zo lang als je er geen last van hebt en het in je leven en contacten niet stoort is er niets aan de hand. Je kunt het gewoon als een normaal verschijnsel accepteren en waarderen. De ietwat wereldvreemde auteur, de ik-persoon van Zabor, is er helemaal fanatiek mee bezig, geneest en beschermt zo ook allerlei mensen.
Vroeger had ik al eens gelezen dat stemmen horen (zoals de profeet Mohammed, maar tot in de New Age, A Course of miracles, ook gedicteerd door een stem) bij ongeveer 10% van de bevolking voorkomt. Het blijkt (nog steeds) zo te zijn: https://www.psychosenet.nl/psychose/psychose-symptomen/stemmen-horen/ schrijft erover en beschouwt het niet zonder meer als een ziekte (als staat die site wel vol met allerlei enge en nader verschijnselen).
Ik vroeg er een bevriende psychiater over die vertelde dat hij nog kort geleden over zijn vakgebied had gesproken voor een aantal imams. Een Turkse imam vertelde hem dat hij het vaak had, vooral als hij langs een kerkhof kwam en dan stemmen van de overledenen hoorde. De man heeft hem en de anderen daar gerustgesteld: zo lang als je er geen last van hebt en het in je leven en contacten niet stoort is er niets aan de hand. Je kunt het gewoon als een normaal verschijnsel accepteren en waarderen. De ietwat wereldvreemde auteur, de ik-persoon van Zabor, is er helemaal fanatiek mee bezig, geneest en beschermt zo ook allerlei mensen.
woensdag 15 november 2017
Het Gordijn van Kader Abdolah
Ik dacht dat Kader Abdolah bezig was met een groots project: iets over de Statenbijbel. Maar na twee boeken over de Perzische koning (en zijn eigen betovergrootvader die daar vizier was geweest), is er iets heel anders. Het Gordijn gaat over de ontmoeting tussen KA en zijn moeder en zus. De moeder was al in Amsterdam geweest. Z|ijn vader is nu overleden en zijn moeder is aan het dementeren. Daarom hebben ze Dubai uitgekozen als ontmoetingsplek. Dat is dus thema 2, naast no 1: de dementie van zijn moeder. Het Gordijn is een oude herinnering aan zijn moeder, die altijd verhalen vertelde, maar achter een gordijn (64-5). Later in het boek vertelt zijn moeder dat ze altijd gehoopt had dat Kader haar zou meenemen naar Mekka. Nu gaat hij van het kosmopolitische Dubai naar het vrome Abu Dhabi en raakt daar zijn moeder kwijt in een te grote moskee, waar ze achter gordijnen verdwijnt:
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.
vrijdag 3 november 2017
Islamitische begraafplaats Kovelswade in Utrecht
20 September 2017 overleed Hamza Zaid Kailani, een van de voortrekkers van contacten tussen de eerste generatie moslims en Nederlandse kerkelijke figuren. Hij kwam in 1964 in ons land als vertaler Arabisch voor Unilever. Hij was in Palestijns gebied leraar Engels. Toen de Israeli's in 1967 de Westbank veroverden, was hij hier en kon dus niet meer terug. Hij sprak voortreffelijk Nederlands (hij was niet voor niets een talenman) en kon overleven. In 1978 werd hij imam in de Bijlmerbajes en van het een kwam het ander: contacten met de dialoog-experts van de Nederlandse kerken.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
In Utrecht is Kovelswade (achter de Koningsweg) sinds 1901 een uitbreiding van het kerkhof aan de Gansstraat. Er staat een sierlijk centraal gebouw in neo-klassieke stijl. Aan het kerkhof is te zien dat er tegenwoordig minder begraven wordt, meer gecremeerd: er zijn her en der veel lege plekken. Veel kapotte graven. Er zijn maar enkele aardige beelden. Bijzonder vond ik het graf van schrijfster Johanna van der Woude: een beeld opgericht door bewonderaars, met afbeeldingen van vier boektitels.
Der islamitische afdeling is begin jaren 1980 geopend en loopt zonder afscheiding over in de algemene begrafenistuin. Er is een sobere gebedsplaats, richting Mekka, met een soort 'qiblat' waarop in kalligrafie de tekst staat: Inna lillahi wi inna ilaihi rajiun 'wij zijn van God en keren tot Hem terug' (Baqara, sura 2:156).
Overigens zijn de graven vol met emotioneel geladen teksten en voorwerpen waarin de band met de overledene centraal staat:,knuffels, hartjes, duifjes bij elkaar, zwaar gevoelige teksten. De treurenden laten zich door de strenge godgeleerden de wet niet voorschrijven. Zoals sommige katholieke geestelijken de Requiem-mis graag onpersoonlijk houden, maar de treurenden zelf wat anders willen, zien we het hier ook!
En de treinen gaan de hele tijd door, omdat het kerkhof tussen de achtertuinen van de huizen aan de Koningsweg en de spoorlijn naar Oost en Zuid-Nederland is aangelegd.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
donderdag 2 november 2017
Hoe godsdiensten investeren in stenen en er afstand van moeten nemen
Oskar Verkaaik publiceerde samen met Daan Beekers en Pooyan Tamimi Arab een wat rommelig en soms verwarrend boek, met een aantal prachtige inzichten en bescherijvingen: Gods Huis in de Steigers. Religieuze gebouwen in ontwikkeling (Amsterdam University Press, 2017, 269 blz.).
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
zondag 24 september 2017
IUR 20 jaar Islamitische Universiteit Rotterdam
14 September 2017 vierde de IUR, nu genoemd als Islamic University of Applied Sciences zijn 20e verjaardag. Het was ook de opening van het nieuwe collegejaar. Het was een rustige viering, waarin vooral de nadruk werd gelegd op wat er bereikt is: een door de staat erkende bachelor-opleiding islamitische theologie op HBO niveau (daarom die 'University of Applied Sciences') en een Master Opleiding geestelijke verzorging.
Prof. Ahmed Akgündüz staat hier wat wazig op de foto, maar dat is geen symboliek. Hij zag er uit als een proud rector. Hij sprak aanzienlijk zachter dan anders, benadrukte dat hij geen boze kritiek wil uiten, maar vooral het goede wilde vieren. Hij wil vooral constructief zijn. Het Nederlands lukt nog niet echt goed, dus sprak hij Engels. Er werd vermeld dat een vijftal oud-studenten in Nederland een baan als imam hebben gevonden en nu plaatselijke gemeenten leiden. Er zijn contracten gesloten met Hartford Seminary Foundation, er is goed contact met Surinaamse instellingen, zodat men hoopt op studenten uit die richting. Akgündüz wees de term dar al harb af en wil spreken over dar al ahd: geen oorlog, maar een goed contact zelfs een contract met het westen.
Maar: integration is geen assimilation. Er blijven grenzen. Een ervan werd met name genoemd: wel respect voor homosexuele mensen, maar geen goedkeuring van homosexualiteit als levenswijze.
Na de studie over Islamic Public law, is hij nu ook gereed met een handboek over Muslim Private law en gaat nu een werk schrijven over usul fiqh, de grondbeginselen van de islamitische plichtenleeer.
Er waren prominente gasten. Van Nederlandse niet-moslimzijde waren er Anton Wessels en Jan Peters: ietwat magertjes. Uit de United Arab Emirates was Shaykh Al Sayed Ali al Hashemi, counselor of religious affairs gekomen, die een korte toespraak in het Engels hield (alles was kort vandaag: na goed drie kwartier was de zitting al afgelopen).
Andere spreker was Abdulkadir Elbalci, voorzitter van het stichtingsbestuur, dus de man die voor het geld moet zorgen. Hij hield een toespraak in het Turks met wat optimistische poëtische trekjes: een zon is opgegaan in Rotterdam, 20 jaar geleden. Die zal Europa gaan verlichten.
Dat is andere koek dan de ongeduldige Sybrand Buma, die geen goed oog heeft voor de islamitische verlichting! Gezien de drie talen van deze morgen: Engels, Arabisch en Turks is de integratie in Nederland nog niet helemaal af. Enkele maanden geleden gaf ik een gastcollege en had voor het eerst van mijn leven twee totaal gesluierde brouwen onder mijn gehoor. Alleen een dun spleetje tussen de zwarte stof lieten iets van ogen zien. Ze zaten op de eerste rij stoelen, stelden ook nog enkele vragen. Dat was toch even schrikken als je tegen zo'n barrière aan moet praten. Maar de jonge staf die er rond loopt in keurig pak en met een perfecte beheersing van Nederlands en van de conventies hier, geven een heel andere en veel positiever indruk.
Prof. Ahmed Akgündüz staat hier wat wazig op de foto, maar dat is geen symboliek. Hij zag er uit als een proud rector. Hij sprak aanzienlijk zachter dan anders, benadrukte dat hij geen boze kritiek wil uiten, maar vooral het goede wilde vieren. Hij wil vooral constructief zijn. Het Nederlands lukt nog niet echt goed, dus sprak hij Engels. Er werd vermeld dat een vijftal oud-studenten in Nederland een baan als imam hebben gevonden en nu plaatselijke gemeenten leiden. Er zijn contracten gesloten met Hartford Seminary Foundation, er is goed contact met Surinaamse instellingen, zodat men hoopt op studenten uit die richting. Akgündüz wees de term dar al harb af en wil spreken over dar al ahd: geen oorlog, maar een goed contact zelfs een contract met het westen.
Maar: integration is geen assimilation. Er blijven grenzen. Een ervan werd met name genoemd: wel respect voor homosexuele mensen, maar geen goedkeuring van homosexualiteit als levenswijze.
Na de studie over Islamic Public law, is hij nu ook gereed met een handboek over Muslim Private law en gaat nu een werk schrijven over usul fiqh, de grondbeginselen van de islamitische plichtenleeer.
Er waren prominente gasten. Van Nederlandse niet-moslimzijde waren er Anton Wessels en Jan Peters: ietwat magertjes. Uit de United Arab Emirates was Shaykh Al Sayed Ali al Hashemi, counselor of religious affairs gekomen, die een korte toespraak in het Engels hield (alles was kort vandaag: na goed drie kwartier was de zitting al afgelopen).
Andere spreker was Abdulkadir Elbalci, voorzitter van het stichtingsbestuur, dus de man die voor het geld moet zorgen. Hij hield een toespraak in het Turks met wat optimistische poëtische trekjes: een zon is opgegaan in Rotterdam, 20 jaar geleden. Die zal Europa gaan verlichten.
Dat is andere koek dan de ongeduldige Sybrand Buma, die geen goed oog heeft voor de islamitische verlichting! Gezien de drie talen van deze morgen: Engels, Arabisch en Turks is de integratie in Nederland nog niet helemaal af. Enkele maanden geleden gaf ik een gastcollege en had voor het eerst van mijn leven twee totaal gesluierde brouwen onder mijn gehoor. Alleen een dun spleetje tussen de zwarte stof lieten iets van ogen zien. Ze zaten op de eerste rij stoelen, stelden ook nog enkele vragen. Dat was toch even schrikken als je tegen zo'n barrière aan moet praten. Maar de jonge staf die er rond loopt in keurig pak en met een perfecte beheersing van Nederlands en van de conventies hier, geven een heel andere en veel positiever indruk.
zondag 17 september 2017
Verwarring over de joods-christelijke bronnen: Siebrand Buma
De term Joods-christelijk heeft al weer een tijdje geschiedenis gemaakt. In de jaren 1930 was er een tegenstroom in de christelijke kerken die het Joodse karakter van het vroege christendom wilde benadrukken. Dat is voortgezet na de 2e wereldoorlog: Jezus wordt een jodendom, er komen rabbijnen doceren op christelijke theologische opleidingen. Amsterdam, de stad van waaruit de meeste Joden zijn gedeporteerd in WO II, ging daarin voor. In de Oosterhuis-liederen wordt Jezus een Jodenman.
De nieuwe Israel-theologie was voor een belangrijk deel een reactie op de holocaust, een correctie op bijna 20 eeuwen vervloeking van Joden.
Maar de nieuwe formule van de 'joods-christelijke basis van de westerse beschaving' is weer in een ander debat ingebed: exclusief tegen de moslims. In tegenstelling tot Korangeleerden als Angelika Neuwirth (Der Koran als Text der Spätantike, tegen de achtergrond van de religieuze ontwikkelingen in het Oost-Romeinse keizerrijk!) en Gabriel Said Reynolds (The Qur'an and its biblical subtext: je moet de Koran eigenlijk zien als een verzameling preken, vaak gebaseerd op een joodse of christelijke tekst) wordt hier, vaak wel heel erg makkelijk, de tegenstelling joods-christelijk gezet tegen moslims in. Is dat luiheid? Kwaadaardigheid? Politiek opportunisme?
Toch nog even Franciscus en de sultan: tegen de kruistochten in.
Een eerste citaat uit Sybrand Buma, Tegen het cynisme, dit voorjaar, blz. 207
Iedereen is intrinsiek van waarde, ongeacht zijn geslacht, huidskleur, prestaties of functies, maar alleen door het simpele feit dat hij er is. Deze gelijkwaardigheid is uniek voor de joods-christelijke cultuur; we kwamen dit eerder tegen in het hoofdstuk over de Apostel Paulus. De dominante culturen in Azië en het Midden-Oosten kennen van oorsprong veel meer hiërarchie. Van Paulus wordt geciteerd uit Galaten 3:28 Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije... Dus toch: geen christen of moslim!
Een waarom werden de Indonesiërs moslims en zovelen in India boeddhist? Omdat dat tenminste religies waren die de kasten-systemen afschaften!
En dan nog een kort citaat uit die laatste HJ Schoo-lezing: Verwarde tijden die om richting vragen: 'Als vraagstuk in het vraagstuk: wat betekent de opkomst van de islam in ons land? .. dat er een soort Europese verlichte islam zou ontstaan, is ijdele hoop gebleken.
Dat is dus de hedendaagse 'christelijke politiek' en daar moeten we het voorlopig helaas mee doen.
In deKanttekening van 18-24 September staat ook een stevig kritisch artikel over Buma: sinds hij aan de leiding is in het CDA heeft hij constant allochtonen van de partij vervreemd: zij zijn een probleem en nu zelfs zondebok geworden. Sinds 1798 heet er scheiding tussen kerk en staat te zijn: maar er is gelijkheid gekomen en de kerken en religies dienen financieel hun eigen broek op te houden, maar echte scheiding: dat is er echt nog nooit geweest. De Surinaamse Nederlander Akbal Mohamed, sinds 1973 actief in het CDA voert hier de onvrede aan: ok lokaal niveau gaat het vaak nog wel goed, maar in de top is de sfeer vooral door allerlei uitlatingen van Buma helemaal verpest.
De nieuwe Israel-theologie was voor een belangrijk deel een reactie op de holocaust, een correctie op bijna 20 eeuwen vervloeking van Joden.
Maar de nieuwe formule van de 'joods-christelijke basis van de westerse beschaving' is weer in een ander debat ingebed: exclusief tegen de moslims. In tegenstelling tot Korangeleerden als Angelika Neuwirth (Der Koran als Text der Spätantike, tegen de achtergrond van de religieuze ontwikkelingen in het Oost-Romeinse keizerrijk!) en Gabriel Said Reynolds (The Qur'an and its biblical subtext: je moet de Koran eigenlijk zien als een verzameling preken, vaak gebaseerd op een joodse of christelijke tekst) wordt hier, vaak wel heel erg makkelijk, de tegenstelling joods-christelijk gezet tegen moslims in. Is dat luiheid? Kwaadaardigheid? Politiek opportunisme?
Toch nog even Franciscus en de sultan: tegen de kruistochten in.
Een eerste citaat uit Sybrand Buma, Tegen het cynisme, dit voorjaar, blz. 207
Iedereen is intrinsiek van waarde, ongeacht zijn geslacht, huidskleur, prestaties of functies, maar alleen door het simpele feit dat hij er is. Deze gelijkwaardigheid is uniek voor de joods-christelijke cultuur; we kwamen dit eerder tegen in het hoofdstuk over de Apostel Paulus. De dominante culturen in Azië en het Midden-Oosten kennen van oorsprong veel meer hiërarchie. Van Paulus wordt geciteerd uit Galaten 3:28 Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije... Dus toch: geen christen of moslim!
Een waarom werden de Indonesiërs moslims en zovelen in India boeddhist? Omdat dat tenminste religies waren die de kasten-systemen afschaften!
En dan nog een kort citaat uit die laatste HJ Schoo-lezing: Verwarde tijden die om richting vragen: 'Als vraagstuk in het vraagstuk: wat betekent de opkomst van de islam in ons land? .. dat er een soort Europese verlichte islam zou ontstaan, is ijdele hoop gebleken.
Dat is dus de hedendaagse 'christelijke politiek' en daar moeten we het voorlopig helaas mee doen.
In deKanttekening van 18-24 September staat ook een stevig kritisch artikel over Buma: sinds hij aan de leiding is in het CDA heeft hij constant allochtonen van de partij vervreemd: zij zijn een probleem en nu zelfs zondebok geworden. Sinds 1798 heet er scheiding tussen kerk en staat te zijn: maar er is gelijkheid gekomen en de kerken en religies dienen financieel hun eigen broek op te houden, maar echte scheiding: dat is er echt nog nooit geweest. De Surinaamse Nederlander Akbal Mohamed, sinds 1973 actief in het CDA voert hier de onvrede aan: ok lokaal niveau gaat het vaak nog wel goed, maar in de top is de sfeer vooral door allerlei uitlatingen van Buma helemaal verpest.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
maandag 28 augustus 2017
Een 'nieuwe Koran': voor kinderen én volwassenen
Abdulwahid van Bommel is nauwelijks echt bekomen van het grote project in zes delen, de Masnawi van Djalaluddin Roemi, of er is van de nieuwe serie van vier delen al een mooi en groot uitgegeven boek verschenen: De Koran. Uitleg voor kinderen. Ruim 400 bladzijden, stevig papier, mooi gebonden en vooral erg mooi, zij het sober geïllustreerd.
In dit eerste deel (gemikt wordt op kinderen van 10/11 die het zelf lezen) wordt vooral het leven van Mohammed en enkele andere profeten besproken,vooral Adam, Moah, Hoed en Abraham.
Voor deze kleine inleiding concentreer ik op de sectie over Ahraham/Ibrahiem, 208-244.
Allereerst de titel: De zoektocht naar Allah. Niet dat Abraham een land en een volk 'kreeg', niet het geloof in de Ene, maar de zoektocht, het nadenken van Abraham, de onmogelijkheid van die afgodsbeelden als machthebbers, en vooral het nachtelijk visioen, dat breed wordt uitgewerkt.
Op blz. 224, na de beschrijving van de god die niet verdwijnt als maan, zon en sterren, komt dan de vraag: Was Ibrahiem zelf Jood, christen of moslim? Nee, zegt de Koran, hij is een mens die zich echt overgaf. Hij was geen moslim omdat hij van een bepaald volk was, omdat zijn ouders dat waren of omdat hij zichzelf zo noemde. Hij was een 'moslim' in de betekenis van een 'mens die zich volledig aan Allah had gegeven.
Kort, maar prachtig universele betekenis. De grote oecumene is voor Van Bommel niet dat de grote religies bij elkaar komen, maar dat de mens de muren niet hoeft te zien omdat het wezenlijke er is: dat een mens vertrouwelijk omgaat met de God waaraan men zich helemaal kan geven.
Van Bommel verbindt dit met de term hanief, door hem vertaald als Godszoeker. De negatieve mogelijkheid van 'heiden' laat hij nu maar even weg.
Het wrede offeren van een kind (ook al ging het uiteindelijk niet door) laat van Bommel in dit boek helemaal achterwege, ook al is het komende week Offerfeest. Zoiets raars hoeven kinderen (nog) niet te horen. maar wel krijgt Ismail een belangrijke functie in het verhaal: want zo worden sommige verhalen, als het bouwen en gebruiken van de Ka'ba juist wel vanuit het perspectief van de jongen Ismail verteld (in de appendix met Koran-nummers wordt wel verwezen naar 37:100-101, Ibrahiem is bereid zijn zoon te offeren en wordt daarvan vrijgesteld).
Een groot aantal van de 'korte soera's' wordt vrij vertaald en summier uitgelegd. De 'Meester/Koning van de dag van het oordeel' yaum ad-dien wordt mild weergegeven als Meester van de beloofde dag..
Niet alleen voor kinderen is dit een prachtig boek! Dank je, Abdulwahid!
In dit eerste deel (gemikt wordt op kinderen van 10/11 die het zelf lezen) wordt vooral het leven van Mohammed en enkele andere profeten besproken,vooral Adam, Moah, Hoed en Abraham.
Voor deze kleine inleiding concentreer ik op de sectie over Ahraham/Ibrahiem, 208-244.
Allereerst de titel: De zoektocht naar Allah. Niet dat Abraham een land en een volk 'kreeg', niet het geloof in de Ene, maar de zoektocht, het nadenken van Abraham, de onmogelijkheid van die afgodsbeelden als machthebbers, en vooral het nachtelijk visioen, dat breed wordt uitgewerkt.
Op blz. 224, na de beschrijving van de god die niet verdwijnt als maan, zon en sterren, komt dan de vraag: Was Ibrahiem zelf Jood, christen of moslim? Nee, zegt de Koran, hij is een mens die zich echt overgaf. Hij was geen moslim omdat hij van een bepaald volk was, omdat zijn ouders dat waren of omdat hij zichzelf zo noemde. Hij was een 'moslim' in de betekenis van een 'mens die zich volledig aan Allah had gegeven.
Kort, maar prachtig universele betekenis. De grote oecumene is voor Van Bommel niet dat de grote religies bij elkaar komen, maar dat de mens de muren niet hoeft te zien omdat het wezenlijke er is: dat een mens vertrouwelijk omgaat met de God waaraan men zich helemaal kan geven.
Van Bommel verbindt dit met de term hanief, door hem vertaald als Godszoeker. De negatieve mogelijkheid van 'heiden' laat hij nu maar even weg.
Het wrede offeren van een kind (ook al ging het uiteindelijk niet door) laat van Bommel in dit boek helemaal achterwege, ook al is het komende week Offerfeest. Zoiets raars hoeven kinderen (nog) niet te horen. maar wel krijgt Ismail een belangrijke functie in het verhaal: want zo worden sommige verhalen, als het bouwen en gebruiken van de Ka'ba juist wel vanuit het perspectief van de jongen Ismail verteld (in de appendix met Koran-nummers wordt wel verwezen naar 37:100-101, Ibrahiem is bereid zijn zoon te offeren en wordt daarvan vrijgesteld).
Een groot aantal van de 'korte soera's' wordt vrij vertaald en summier uitgelegd. De 'Meester/Koning van de dag van het oordeel' yaum ad-dien wordt mild weergegeven als Meester van de beloofde dag..
Niet alleen voor kinderen is dit een prachtig boek! Dank je, Abdulwahid!
woensdag 22 februari 2017
Rechtsgeleid of rechtgeleid?
Het woord rechtsgeleid is helemaal fout. Het zou betekenen dat wij 'door rechts geleid worden'.
Rechtgeleid is dus goed, maar het is een raar woord. In de grote 'dikke' Van Dale, het grootste woordenboek van het Nederlands komt het niet eens voor! De rechtgeleide kaliefen is een uitdrukking die al heel lang bestaat in kringen van Islamkenners, maar rechtgeleid wordt bijna nergens anders voor gebruikt. In het Arabisch heten deze vier (Abu Bakr, Omar, Otyhman en Ali) de khulafa ar-rashidun
In de Koran komt het woord rashid 4x voor:
eenmaal in 11:78 waar gesproken wordt over een rajulun rashidun, Leemhuis vertaalt als verstandig man. (De wanhopige Lut biedt zijn dochters aan mensen van Sodom aan in plaats van de gasten en zegt dan: Is er onder jullie geen verstandig man?
11:87 De mensen van Sjoe'aib vinden zijn boodschap maar raar. Zij willen hun goden niet verlaten en zeggen tegen hem: Jij bent toch de zachtmoedige, de verstandige.
11:97 gaat het over Farao/Fir'aun: het bevel van Fir'aun was niet verstandig.
18:17 hier wordt gesproken over een waliyun murshidun, Leemhuis vertaalt met: een helper die de weg wijst. Waliyun is hier helper (begeleider/voogd, gids) en murshid (afgeleid van rashid) als wegwijzend.
In de studies over hadith heet de tijd van de sahabat en van de vier 'rechtgeleide kaliefen' een gouden tijd, waarin mensen zich lieten leiden en geen fouten maakten. Het is duidelijk een anti-sji'itische term van de soennieten, want die vinden dat 'Ali meteen de opvolger van Mohammed had moeten worden. Van de vier rechtgeleide kaliefen moet vooral Uthman het ontgelden: hij is (net als Umar en Ali) vermoord. In zijn geval vooral omdat hij corrupt was en zijn familieleden overal voortrok. Zo rechtgeleid waren ze dus ook weer niet allemaal!
Hieronder een bord met de andere helden: een bord met de namen van God en Mohammed. Daarnaast Mohammeds dochter Fatima, haar man Ali en hun kinderen Hasan en Husain.
dinsdag 7 februari 2017
Is Fethullah Gülen een/de Volmaakte Mens?
Ik vertaal momenteel delen van het hoofdwerk van Fethullah Gülen in het Nederlands. Niet meer dan 10% van de 1000 bladzijden van het hele werk. Dus toch nog aardig wat. Een sectie (laatste van deel II) gaat over de Universele Mens, Insan Kamil, ook wel de Volmaakte Mens.
Die is er in verschillende vormen: als een soort eerste verschijning, hoogste schepping van God. Zoals er een hoge christologie is, is er ook een hoge leer over Mohammed, waar de grote profeet de absolute weerspiegeling is van de Godheid. Maar er is ook een lagere vorm van de Volledige Mens mogelijk: de andere profeten, mystieke leiders.
Dus is Gülen zelf ook een volmaakte mens? Ziet hij zichzelf ook zo?
Die is er in verschillende vormen: als een soort eerste verschijning, hoogste schepping van God. Zoals er een hoge christologie is, is er ook een hoge leer over Mohammed, waar de grote profeet de absolute weerspiegeling is van de Godheid. Maar er is ook een lagere vorm van de Volledige Mens mogelijk: de andere profeten, mystieke leiders.
Dus is Gülen zelf ook een volmaakte mens? Ziet hij zichzelf ook zo?
Ziet Gülen zichzelf als
een Volledig Mens? Daar schrijft hij hier niet over. We zouden het hem eens
moeten vragen. De beste kandidaat in zijn omgeving is zonder twijfel Said Nursi
(1877-1960), die de eretitel draagt van Bediuzzaman, 'De Unieke van zijn tijd'.
In zijn autobiografie beschrijft hij een soort bekeringservaring. Hij wilde bij
de groep van uitverkorenen rond Said Nursi gaan horen, ook al heeft hij Said
Nursi zelf nooit ontmoet. Hij ontmoette rond 1957 een vertrouweling van hem:
Muzaffar
Arslan was open en eerlijk, bescheiden, met een levensstijl, zoals de sahaba, de metgezellen van de profeet Mohammed.
Hij had een verpletterend effect op mij .. Ik heb altijd een grote bewondering
gehad voor de sahaba. Toen ik hem
zag, zei ik in mijzelf dat ik eindelijk de figuur had gevonden die ik al lang
zocht. Sinds die dag wilde ik deze sfeer niet meer kwijt. Zijn broek was opgelapt
bij beide knieën. Zijn jasje paste precies bij die simpele broek. Deze eenvoud
riep verschillende emoties bij mij op. .. Ik ging naar de moskee en na het
gebed brandde ik van verlangen en aandrang die ik niet volledig kan
beschrijven. Ik bad: God, aanvaard mijn gebeden en help om bij de kring van
vrienden te blijven, help me om een van hen te worden. Help me om een deel te
worden van deze beweging (hizmet). Ik
smeekte tot God de hele nacht tot het weer licht werd. Ik heb mijn hele leven
maar één of twee keer zo intens gebeden tot God en in zo'n toestand van
nabijheid. Ik kermde en snikte tot de morgen.
Deze ervaring geeft wel
aan dat hij voor zijn verdere leven een positie in die religieuze kring zocht. Hij is nooit getrouwd, leefde simpel, leefde alleen
voor de prediking en uitbouw van onderwijs en andere sociale activiteiten. In
een eigenaardige vergadering van Diyanet, het Turkse Directoraat voor
Religieuze Zaken, van 3-4 Augustus 2016, is een document aangenomen waarin Gülen
op twintig punten fel wordt aangevallen. No. 8 verwijt hem dat hij in dromen en
ook wakker gesprekken zou hebben gehad met de profeet Mohammed. Daar staat ook
dat hij zich zou hebben uitgeroepen tot de teruggekeerde Jezus Christus.
Volgens de islamitische overtuiging komt Jezus kort vóór het einde der tijden
terug om een Heer van het Kwaad (dajjaal)
te overwinnen en de terugkeer van Mohammed voor te bereiden. Maar er zijn geen
bewijzen dat Gülen zichzelf als zodanig beschouwt. Integendeel: in de sectie
over Opkleuring en onderscheiding
maakt hij juist personen belachelijk die verklaren dit te zijn.
In diezelfde serie aanvallen op Gülen verklaart no.
12 dat hij bij zijn bezoek aan de paus op 9 Februari 1998 de kern van de islam zou hebben verloochend.
Hij zou van de twee delen van de geloofsbelijdenis het erkennen van Mohammed
als profeet achterwege gelaten hebben. Alleen de belijdenis van één God zou hij
hebben genoemd als punt van overeenkomst tussen christenen en moslims. Door de
belijdenis van het profeetschap van Mohammed achterwege te laten zou hij een
van de islam afvallige zijn geworden. Als we in zijn grote werk over het
soefisme zien hoe vaak hij daar over Mohammed als de grootste profeet en zelfs
het meest volmaakte schepsel spreekt, klinkt deze aanklacht alleen maar ongeloofwaardig
en is duidelijk met kwade bedoelingen neergeschreven. (Zie hiervoor: http://webdosya.diyanet.gov.tr/anasayfa/UserFiles/Document/TextDocs/4df18d6c-77b3-46a7-9750-b588fe5bd85e.pdf;
gelezen op 6 febr. 2017)
Als 'extra' hierbij nog maar een keer de mooie tekening die Frans Kalb maakte overde boodschap van fethullah Gülen, met name voor zijn volgelingen in West Europa: Hizmet de beweghing van dienstbaarheid heeft een boodschap van participatie, integratie, onderwijs en dialoog. Daarover gaat het maar zelden in de vier dikke delen van Sufism, waar meer de spirituele, niet de maatschappelijke boodschap van Gülen wordtbeschreven.
Als 'extra' hierbij nog maar een keer de mooie tekening die Frans Kalb maakte overde boodschap van fethullah Gülen, met name voor zijn volgelingen in West Europa: Hizmet de beweghing van dienstbaarheid heeft een boodschap van participatie, integratie, onderwijs en dialoog. Daarover gaat het maar zelden in de vier dikke delen van Sufism, waar meer de spirituele, niet de maatschappelijke boodschap van Gülen wordtbeschreven.
donderdag 2 februari 2017
Gülen en Ghazali
Ik ben momenteel samen met Gürkan Celik bezig om een hapbare versie te maken van het hoofdwerk van Fethullah Gülen, de nog steeds omstreden Turkse moslimleider. Het heet Sufism in de Engelse vertaling. Een eerste deel van de vier is al vertaald, uitgegeven en nu op internet beschikbaar: fgulen.com/nl/publicaties/basisconcepten van het soefisme. Steeds wordt één term besproken, zo'n 35-50 per deel en daar wordt dan in zo'n 500-1000 woorden een aantal losse beschouwingen over gegeven. Van deel II heb ik nu al stuken vertaald met titels als Zelfbeheersing, vrijheid, menslievendheid, verfijning, kennis, wijsheid, onderscheiding.
De structuur van Sufism doet op het eerste gezicht denken aan het grote werk van Imam Ghazali die zijn hoofdwerk ook in vier boeken verdeelde. Een belangrijke vergelijking tussen de twee personen is ook wel dat zij allebei een lange tijd in vrijwillige ballingschap zijn gegaan. Al-Ghazali (sterf 1111, gemakkelijk te onthouden) was docent aan de universiteit van Baghdad rond 1080 in een tijd van de Assasijnen, de mystiek-terroristische sekte die in de Caucasus hun centrum hadden en veel aanslagen pleegden op mensen die hen niet zinden. Net als de Taliban en IS deden zij ook aan drugshandel en kidnapping, want het geld was ook belangrijk. Muhashishin, dus hasj-kwekers en -gebruikers is hun Arabische naam. Ze sloten ook wel allianties met de kruisvaarders tegen andere moslims.
Boven staat hier een afbeelding van Franciscus (in 1218 ontmoet hij de sultan van Egypte). Daaronder het eerste van de vier delen van Sufism van Fethullah Gülen.
Veel hoofdstukken van Ghazali zijn ook een beschrijving van deugden, vooral in de delen 3 en 4. Maar de eerste twee delen van Ghazali zijn toch meer een soort uitleg van de catechismus: de basisverplichtingen van moslims zoals het gebed vijfmaal per daag, de armenbelasting, bedevaart naar Mekka, komen in het eerste deel uitvoerig ter sprake. In deel II staan veel sociale verplichtingen (waaronder een zeer soepel en praktisch hoofdstuk over sex waarin mannen wordt aangeraden om niet teveel aan eigen genot te denken maar de vrouw ook te laten genieten: islam is hierin heel wat realistischer en vrouwvriendelijker dan veel christelijke handboeken).
Gülen zegt steeds dat de sharia moet worden opgevolgd en dat een uitgebreider aandacht voor het spirituele daarop moet volgen. Maar de sharia laat hij vrijwel onbesproken, geen debat over allerlei kleine geboden en verboden, maar positieve verhalen over karakter-verbetering.
Achmed Akgündüz, rector van de IUR, Islamitische Universiteit Rotterdam, heeft herhaaldelijk verteld dat hij in 2003 twijfelde of hij de uitnodiging om in Rotterdam rector te worden wel moest aannemen. Hij had toen ook naar Princeton University kunnen gaan. Hij kreeg een visioen van Said Nursi in zijn droom. Herhaaldelijk zelf. Nursi zei dat hij naar Rotterdam moest gaan 'want de christenen van Europa kunnen de secularisatie alleen niet aan. Wij moeten hen helpen.'
Ik lees en vertaal nu Gülen om te kijken ook of de mensen van Europa met deze spirituele adviezen geholpen worden. In de komende meer Gülen dus!
De structuur van Sufism doet op het eerste gezicht denken aan het grote werk van Imam Ghazali die zijn hoofdwerk ook in vier boeken verdeelde. Een belangrijke vergelijking tussen de twee personen is ook wel dat zij allebei een lange tijd in vrijwillige ballingschap zijn gegaan. Al-Ghazali (sterf 1111, gemakkelijk te onthouden) was docent aan de universiteit van Baghdad rond 1080 in een tijd van de Assasijnen, de mystiek-terroristische sekte die in de Caucasus hun centrum hadden en veel aanslagen pleegden op mensen die hen niet zinden. Net als de Taliban en IS deden zij ook aan drugshandel en kidnapping, want het geld was ook belangrijk. Muhashishin, dus hasj-kwekers en -gebruikers is hun Arabische naam. Ze sloten ook wel allianties met de kruisvaarders tegen andere moslims.
Boven staat hier een afbeelding van Franciscus (in 1218 ontmoet hij de sultan van Egypte). Daaronder het eerste van de vier delen van Sufism van Fethullah Gülen.
Veel hoofdstukken van Ghazali zijn ook een beschrijving van deugden, vooral in de delen 3 en 4. Maar de eerste twee delen van Ghazali zijn toch meer een soort uitleg van de catechismus: de basisverplichtingen van moslims zoals het gebed vijfmaal per daag, de armenbelasting, bedevaart naar Mekka, komen in het eerste deel uitvoerig ter sprake. In deel II staan veel sociale verplichtingen (waaronder een zeer soepel en praktisch hoofdstuk over sex waarin mannen wordt aangeraden om niet teveel aan eigen genot te denken maar de vrouw ook te laten genieten: islam is hierin heel wat realistischer en vrouwvriendelijker dan veel christelijke handboeken).
Gülen zegt steeds dat de sharia moet worden opgevolgd en dat een uitgebreider aandacht voor het spirituele daarop moet volgen. Maar de sharia laat hij vrijwel onbesproken, geen debat over allerlei kleine geboden en verboden, maar positieve verhalen over karakter-verbetering.
Achmed Akgündüz, rector van de IUR, Islamitische Universiteit Rotterdam, heeft herhaaldelijk verteld dat hij in 2003 twijfelde of hij de uitnodiging om in Rotterdam rector te worden wel moest aannemen. Hij had toen ook naar Princeton University kunnen gaan. Hij kreeg een visioen van Said Nursi in zijn droom. Herhaaldelijk zelf. Nursi zei dat hij naar Rotterdam moest gaan 'want de christenen van Europa kunnen de secularisatie alleen niet aan. Wij moeten hen helpen.'
Ik lees en vertaal nu Gülen om te kijken ook of de mensen van Europa met deze spirituele adviezen geholpen worden. In de komende meer Gülen dus!
woensdag 18 januari 2017
De Westermoskee van Amsterdam
Op mijn verjaardag, afgelopen maandag 16-01-017 gingen we voor de lunch naar de Westermoskee. Ik schreef er al over in dit blog op 15 maart 2015, naar aanleiding van het boek van Kemal Rijken over de lange bouwgeschiedenis.
Nu is de moskee af (tenminste ongeveer, moskeeleden vertelden me dat er nog een en ander verder gebouwd moet worden).
De moskee ligt aan de Baarsjesweg (genoemd naar het vroeger café De drie baarsjes), die langs de Kostverlorenvaart loopt, een 15e eeuws afwateringskanaal naar het IJ (dus naar zee!) om Amsterdam aan de westkant te ontlasten van water. De bebouwing ziet er uit als kort na 1900 neergezet. Er was een kolossale garage, die door Milli Görüs werd gekocht. De apartementen kwamen er eerst en waren al verkocht toen de moskeebouw eindelijk begon.
Meest opvallend is wel de sierlijk galerij aan de straatkant van de moskee (daar geen ingang, want die galerij is aan de oostkant, dus waar de kiblatzijde van de moskee is. De ingang is bij de hoek met de apartementen.
We gingen eerst lunchen in het grand café, met wat sjieke, beetje kitscherige inrichting, met kroonluchters, versierde plafonds en zware fauteuils, maar zeer vriendelijke en persoonlijke bediening en goed eten vooral. Ook hier een prominente plaats voor een mooi schilderij met tulpen.
Het was maandag dus erg rustig, maar de grote zaak ziet er heel goed uit. Elders in het complex is een Thaise zaak met verschillende faciliteiten. Het is dus geenszins een exclusief Turkse aangelegenheid.
Boven hier is de westkant van de moskee te zien, om de hoek waarvan de eigenlijk ingang is. Links staan dus de appartementen. De baksteen, maar meer nog de fietsen wijzen op dee Nederlandse architectuur, de friezen daarboven op wat deftigheid en een sfeer van luxe. In de nogal sober gebouwde omgeving is dit een gebouw met wat meer ruimte om zich heen en wat grotere luxe. Eerder een verrijking voor de omgeving waar vooral heel veel migranten wonen dan een verarming.
In de moskee is geen balkon voor de vrouwen, zoals vaak in grotere Turkse moskeeën (zo ook in de Utrechtse Ulu-moskee). Er schijnt een parkeergarage onder de apartementen te zijn maar die zal van de andere kant binnenkomen en die zagen wij aan deze kant niet.
Er lagen wat algemene brochures uit een serie van 12. Een over De Islam. Mijn zoektocht, een eerste richtlijn voor mogelijke bekeerlingen. De oemma, mijn gemeenschap en De jihad, mijn inspanning ("Sterk is degene die zichzelf beheerst als hij boos is"... "Er bestaat geen 'heilige oorlog' in de islam .. het woord betekent streven, inspanning. Ook betekent het alle mogelijkheden benutten om iets te bereiken."
Nu is de moskee af (tenminste ongeveer, moskeeleden vertelden me dat er nog een en ander verder gebouwd moet worden).
De moskee ligt aan de Baarsjesweg (genoemd naar het vroeger café De drie baarsjes), die langs de Kostverlorenvaart loopt, een 15e eeuws afwateringskanaal naar het IJ (dus naar zee!) om Amsterdam aan de westkant te ontlasten van water. De bebouwing ziet er uit als kort na 1900 neergezet. Er was een kolossale garage, die door Milli Görüs werd gekocht. De apartementen kwamen er eerst en waren al verkocht toen de moskeebouw eindelijk begon.
Meest opvallend is wel de sierlijk galerij aan de straatkant van de moskee (daar geen ingang, want die galerij is aan de oostkant, dus waar de kiblatzijde van de moskee is. De ingang is bij de hoek met de apartementen.
We gingen eerst lunchen in het grand café, met wat sjieke, beetje kitscherige inrichting, met kroonluchters, versierde plafonds en zware fauteuils, maar zeer vriendelijke en persoonlijke bediening en goed eten vooral. Ook hier een prominente plaats voor een mooi schilderij met tulpen.
Het was maandag dus erg rustig, maar de grote zaak ziet er heel goed uit. Elders in het complex is een Thaise zaak met verschillende faciliteiten. Het is dus geenszins een exclusief Turkse aangelegenheid.
Boven hier is de westkant van de moskee te zien, om de hoek waarvan de eigenlijk ingang is. Links staan dus de appartementen. De baksteen, maar meer nog de fietsen wijzen op dee Nederlandse architectuur, de friezen daarboven op wat deftigheid en een sfeer van luxe. In de nogal sober gebouwde omgeving is dit een gebouw met wat meer ruimte om zich heen en wat grotere luxe. Eerder een verrijking voor de omgeving waar vooral heel veel migranten wonen dan een verarming.
In de moskee is geen balkon voor de vrouwen, zoals vaak in grotere Turkse moskeeën (zo ook in de Utrechtse Ulu-moskee). Er schijnt een parkeergarage onder de apartementen te zijn maar die zal van de andere kant binnenkomen en die zagen wij aan deze kant niet.
Er lagen wat algemene brochures uit een serie van 12. Een over De Islam. Mijn zoektocht, een eerste richtlijn voor mogelijke bekeerlingen. De oemma, mijn gemeenschap en De jihad, mijn inspanning ("Sterk is degene die zichzelf beheerst als hij boos is"... "Er bestaat geen 'heilige oorlog' in de islam .. het woord betekent streven, inspanning. Ook betekent het alle mogelijkheden benutten om iets te bereiken."
dinsdag 17 januari 2017
Yunus Emre in Amsterdam
Sinds enige jaren (2010) is er in Turkije een regeringsinstantie die zorg draagt voor Turken in het buitenland: Directoraat voor Turken in het Buitenland en Gerelateerde Gemeenschappen. De instelling dient om de banden met Turken-buiten-Turkije aan te halen en tevens ook om de Turkse cultuur bekend te maken. Froukje Santing schreef er een kleine bijdrage over in het boek van Gürkan Celik en Tijl Sunier, Het Nieuwe Turkije (Delft Eburon, 2015). Sinds die tijd is er ook een serie van Yunus Emre Instituten geopend, waar de Turkse taal en cultuur wordt bevorderd. In Amsterdam is einde vorig jaar zo ook een Yunus Emre instituut gekomen. Het is vergelijkbaar met het Erasmus Instituut in Jakarta voor de Nederlanders, de Instituts Descartes voor de Frans en Goethe Institut voor de Duitsers. De Britten hebben hun British Council. Het wordt ook wel soft diplomacy genoemd: geen harde onderhandelingen over veiligheid of economische samenwerking, maar tentoonstellingen van schilderkunst, poëzie lezen met elkaar.
Op een van de mooiste punten van Amsterdam, aan de Weteringskade 28, tegenover het Rijksmuseum is sinds oktopber 2016 ook een Yunus Emre Instituut begonnen. Directeur is Drs Fatih Okumus. Hij was bij Henk Vroom bezig met een dissertatie over de specifieke vragen aan imams in Nederland. Vanwege het overlijden van Vroom in 2014 is die promotie nog even uitgesteld. Nu is hij bezig met inrichting en netwerk van het nieuwe instituut. In dat kader bracht ik onlangs een eerste bezoek aan het prachtige pand. De Turkse ambassade heeft kennelijk gekozen voor een prestigieus pand. Er is een kleine kantine, bibliotheek (nog leeg), drie leslokalen voor kleine groepen en een fors auditorium waarin lezingen voor zeker een 100 aanwezigen kunnen worden gehouden.
Wat reguliere cursussen betreft zal het instituut zich richten op de taalcursus Turks. Men denkt niet in eerste instantie aan 'oude' Nederlanders die Turks willen gaan leren, maar toch ook vooral aan mensen van Turkse afkomst in Nederland die het Turks niet meer voldoende beheersen om een goed gesprek in het Turks te begrijpen of moderne Turkse literatuur te lezen. Of wellicht om de Turkse preek in een goede moskee te kunnen volgen als die (nog) in het Turks wordt gegeven.
De inrichting was zakelijk-sjiek-modern. Interessant waren de schilderijen aan de muur: Turks, maar ook wel modern. Een van de stafleden is dan ook opgeleid op een moderne kunstakademie. De tulp is natuurlijk hét symbool voor de Turks-Nederlandse betrekkingen, want in de 17e eeuw was er al een grote hype of Tulipmania in Amsterdam toen ongelooflijke bedragen voor tulpen werden neergeteld. Er waren mooie afbeeldingen met kalligrafie, niet te veel.
27 januari vindt er al weer een avond met mystieke gedichten van Yunus Emre (12490-1321), maar ook moderne gedichten. Yunus Emre is een jongere tijdgenoot van de grote dichter Jalaluddin 'Maulana' Rumi, die in deftig Perzisch schreef. Yunus Emre schreef als eerste bekende in het Turks. Hij is de Turkse Jacob van Maerlant de eerste grote Nederlande dichter (al schreef van Maerlant meer hofkronieken en encyclopedisch werk; Emre is meer de man van de mystieke school. Hier een klein citaat:
Kom, laten we vrede sluiten,
Wij zijn geen vreemden voor elkaar.
Ons paard staat al gezadeld;
We hebben leren rijden, al hamdu lillâh (Alle lof zij Allah).
God doordringt de hele wereld en kosmos,
toch wordt Zijn werkelijkheid aan niemand openbaar...
Daarom is het beter Hem in jezélf te zoeken...
Dáár vind je’m dáár...
Op een van de mooiste punten van Amsterdam, aan de Weteringskade 28, tegenover het Rijksmuseum is sinds oktopber 2016 ook een Yunus Emre Instituut begonnen. Directeur is Drs Fatih Okumus. Hij was bij Henk Vroom bezig met een dissertatie over de specifieke vragen aan imams in Nederland. Vanwege het overlijden van Vroom in 2014 is die promotie nog even uitgesteld. Nu is hij bezig met inrichting en netwerk van het nieuwe instituut. In dat kader bracht ik onlangs een eerste bezoek aan het prachtige pand. De Turkse ambassade heeft kennelijk gekozen voor een prestigieus pand. Er is een kleine kantine, bibliotheek (nog leeg), drie leslokalen voor kleine groepen en een fors auditorium waarin lezingen voor zeker een 100 aanwezigen kunnen worden gehouden.
Wat reguliere cursussen betreft zal het instituut zich richten op de taalcursus Turks. Men denkt niet in eerste instantie aan 'oude' Nederlanders die Turks willen gaan leren, maar toch ook vooral aan mensen van Turkse afkomst in Nederland die het Turks niet meer voldoende beheersen om een goed gesprek in het Turks te begrijpen of moderne Turkse literatuur te lezen. Of wellicht om de Turkse preek in een goede moskee te kunnen volgen als die (nog) in het Turks wordt gegeven.
De inrichting was zakelijk-sjiek-modern. Interessant waren de schilderijen aan de muur: Turks, maar ook wel modern. Een van de stafleden is dan ook opgeleid op een moderne kunstakademie. De tulp is natuurlijk hét symbool voor de Turks-Nederlandse betrekkingen, want in de 17e eeuw was er al een grote hype of Tulipmania in Amsterdam toen ongelooflijke bedragen voor tulpen werden neergeteld. Er waren mooie afbeeldingen met kalligrafie, niet te veel.
27 januari vindt er al weer een avond met mystieke gedichten van Yunus Emre (12490-1321), maar ook moderne gedichten. Yunus Emre is een jongere tijdgenoot van de grote dichter Jalaluddin 'Maulana' Rumi, die in deftig Perzisch schreef. Yunus Emre schreef als eerste bekende in het Turks. Hij is de Turkse Jacob van Maerlant de eerste grote Nederlande dichter (al schreef van Maerlant meer hofkronieken en encyclopedisch werk; Emre is meer de man van de mystieke school. Hier een klein citaat:
Kom, laten we vrede sluiten,
Wij zijn geen vreemden voor elkaar.
Ons paard staat al gezadeld;
We hebben leren rijden, al hamdu lillâh (Alle lof zij Allah).
God doordringt de hele wereld en kosmos,
toch wordt Zijn werkelijkheid aan niemand openbaar...
Daarom is het beter Hem in jezélf te zoeken...
Dáár vind je’m dáár...
vrijdag 16 september 2016
Platform INS debatteert over positie Gülen in de Turkse ontwikkelingen
15 September (ook 'de Dag van de Democratie') opende Platform INS zijn nieuwe hoofdvestiging in het SamSam-gebouw vlak bij de moderne setting van het Amsterdams Slotervaartstation. Temidden van allemaal nieuwbouw die ook zo in Ankara, Montreal of Johannesburg had kunnen liggen. Het zit nu zonder duidelijke aanwijziging buiten in een nieuw, nog wat leeg kantorenverzamelgebouw, waar ze een 100 m2 hebben: een zaal van 6 bij 10, waar een 40 mensen comfortabel konden zitten op kleine stoelen en drie kantoorruimtes.
Het was natuurlijk geen echt feest, twee maanden na de mislukte coup in Turkije met intussen 100.000 mensen, vooral Gülen activisten ontslagen, waar een kwart ook in de gevangenis, met grote conflicten in de Turkse maatschappij zelf. Ik hoorde het verhaal van twee meisjes, die min dezelfde straat wonen, bij elkaar op de lagere school, toen Cosmicus College in Rotterdam. Nu gingen ze naar de 5e klas, maar de een moest van de school af omdat vader wel privé in Nederland werkt, maar vaak ook opdrachten doet in Turkije waar de regering bij betrokken is. Zo'n vriendschap van kinderen verbroken en een meisje van 16 op weg ner weg naar een nieuwe school in Rotterdam, waar ze dan volgend jaar aan een eindexamen VWO moet beginnen.
De verdeling tussen Rotterdam en Amsterdam werd mij nog niet helemaal duidelijk. Shanti Tuinstra (die ik het eerst zag bij een INS-bijeenkomst in Den Haag), trad op als gastvrouw in Amsterdam. Niet van Turkse maar van Nederlands-hindoestaanse achtergrond, geen hoofddoek, een ander gezicht. Om te beginnen interviewde zij de directrice van INS Rotterdam, Saniye Calkin (hier rechts), die ook de belangrijkste woordvoerder was bij de persconferentie van 29 Juli in Den Haag, Des Indes. Sindsdien heeft zij vrijwel dagelijks mensen van de pers te woord gestaan.
'Nooit elders heb ik een organisatie gezien die conferenties over zichzelf organiseert, maar dan liefst anderen aan het woord laat'. Was een van de observaties van Martin van Bruinessen (2e die door Shanti Tuinstra werd geïnterviewd).
Hij begon met het probleem om de Gülen-beweging te beschrijven. Er zijn veel verschillende gezichten. Als eerste noemde hij 1980 toen de Koerdische Nurcu-mensen sterk tegen de nieuwe grondwet van de militairen an de coup waren, maar Gülen er juist vóór was: hij zag die toen als de rechtse, conservatieve vleugel van de Nurcu-bewegingen Een tweede gezicht kwam in de period kort na 1990 toen de regering acties wilde gaan ondernemen in de ex-communistische landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk hadden behoort. Met sterke steun van de regering Özal werden er toen Turkse scholen opgericht, van Albanië tot Kazakhstan en Uzbekistan. Meer recent zag Bruinessen Gülen scholen in Zuidoost en Oost-Azië, vooral Indonesië, maar topt in Birma: Engelstalige kwaliteitscholen voor de subtop van die landen. 'Hoe langer je je met de Gülenbeweging bezig houdt, hoe ondoorzichtiger ze wordt'. Zeker met zulke diverse activiteiten.
Enige tijd geleden was Van Bruinessen echt oververmoeid. Nu nog met wallen onder de ogen, maar wel met dezelfde felle ogen en energie als de oude Snouck!
Van Bruinessen zag de verschillen tussen Gülen en Erdogan niet als gemakkelijk te definiëren zakelijke of ideologische onderscheidingen maar als gekleurd door mythische voorstellingen. De een is voor de aanhangers een Messias, absolute leider, de andere daarentegen een Antichrist, een dajjal. Er kan uiteindelijk maar één door God gezondene zijn. Het lijkt wel een soort apokalyptiek. Zes jaar geleden had een zeer goed in Turkse toestanden ingevoerde vriend hem al voorspeld dat het tot een groot conflict tussen AKP en Gülen zou moeten komen.
AKP regelt de religie via Diyanet-moskeeën, terwijl Gülen vai de scholen en HOGIAF een prominente positie in de maatschappij heeft verworven.
Van Bruinessen prees de sterke eigenschap van geweldloosheid bij de Gülen-mensen. Ze kunnen wel heel slim allerlei elementen van morele druk hanteren, maar gebruiken nooit geweld tegen dissidenten, ook niet als die zich uit de beweging willen terugtrekken. Een zwak punt is wel geweest dat zij de dialoog en contacten met niet-moslims sterk op de agenda plaatsen, maar zwak zijn geweest in hun dialoog met andere moslims.
Tijl Sunier merkte naar aanleiding hiervan op dat grote organisaties als Milli Görüs ook niet erg transparant en doorzichtig zijn. Dat hebben we ook gezien bij de ontwikkeling rond de Westermoskee in Amsterdam: de Duitse leden van MG waren vaak heel wat anders dan Haji Karacer. Ik bedacht dat er ook van grote Indonesische bewegingen als Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah heel veel portretten te geven zijn: de mystici van Yogyakarta tegenover de politici van Jakarta, die dan in de wijken wel weer heel veel concreet goed werk doen met cursussen voor auto-monteur of naaister, waar onze bedienden in Jakarta indertijd cursussen volgden.
Jan Pronk was de tweede spreker (ook al liep ook zijn presentatie formeel via een interview). Hij vermeldde hoe hij door mehmet Cerit van Cosmicus gevraagd was om 'slaspend lid' te zijn van de raad van Advies en dat met graagte had gedaan. Hij richtte zich fel tegen minister Edith Schippers die kortgeleden voor het handhaven van 'Nederlandse superieure waarden' had gepleit. Er zijn geen Nederlandse waarden: wij staan voor handhaving van de Universele Rechten van de Mensen, het charter, de grondwet, van de VN. De Nederlandse politiek heeft de kwaliteit en de inbreng van de Cosmicus-scholen altijd zeer gewaardeerd en dat zou duidelijk gezegd mogen worden. Hij hoopte dat de nadruk op integratie eens uit het Gülen-debat zou moeten verdwijnen. Het gaat juist om diversiteit die we hard nodig hebben. Stoere woorden als 'rot op' hebben we niet nodig: die suggereren dat je rotzooi mag uit halen in je eigen land.
De Turkije-deal was schunnig want Europa werd monddood genmaakt en mocht niet meer spreken over mensenrechten in Turkije. En dat visumvrij dat had Europa moeten zien als een geschenk voor de Turkse bevolking niet voor de regering en dat visumvrij had er rustig mogen komen.
Voorlopig zou in ieder geval deëscalatie een belangrijk ideaal moeten zijn. Een de gang naar de rechter was misschien toch niet zo verstandig. Wel moet de politie betrokken worden bij serieuze bedreigingen. En die lange arm van Erdogan: zoiets is er ook bij Eritrea, was er bij de Tamils, zelfs bij Zuid-Afrika in de tijd van Apartheid.
Het was natuurlijk geen echt feest, twee maanden na de mislukte coup in Turkije met intussen 100.000 mensen, vooral Gülen activisten ontslagen, waar een kwart ook in de gevangenis, met grote conflicten in de Turkse maatschappij zelf. Ik hoorde het verhaal van twee meisjes, die min dezelfde straat wonen, bij elkaar op de lagere school, toen Cosmicus College in Rotterdam. Nu gingen ze naar de 5e klas, maar de een moest van de school af omdat vader wel privé in Nederland werkt, maar vaak ook opdrachten doet in Turkije waar de regering bij betrokken is. Zo'n vriendschap van kinderen verbroken en een meisje van 16 op weg ner weg naar een nieuwe school in Rotterdam, waar ze dan volgend jaar aan een eindexamen VWO moet beginnen.
De verdeling tussen Rotterdam en Amsterdam werd mij nog niet helemaal duidelijk. Shanti Tuinstra (die ik het eerst zag bij een INS-bijeenkomst in Den Haag), trad op als gastvrouw in Amsterdam. Niet van Turkse maar van Nederlands-hindoestaanse achtergrond, geen hoofddoek, een ander gezicht. Om te beginnen interviewde zij de directrice van INS Rotterdam, Saniye Calkin (hier rechts), die ook de belangrijkste woordvoerder was bij de persconferentie van 29 Juli in Den Haag, Des Indes. Sindsdien heeft zij vrijwel dagelijks mensen van de pers te woord gestaan.
'Nooit elders heb ik een organisatie gezien die conferenties over zichzelf organiseert, maar dan liefst anderen aan het woord laat'. Was een van de observaties van Martin van Bruinessen (2e die door Shanti Tuinstra werd geïnterviewd).
Hij begon met het probleem om de Gülen-beweging te beschrijven. Er zijn veel verschillende gezichten. Als eerste noemde hij 1980 toen de Koerdische Nurcu-mensen sterk tegen de nieuwe grondwet van de militairen an de coup waren, maar Gülen er juist vóór was: hij zag die toen als de rechtse, conservatieve vleugel van de Nurcu-bewegingen Een tweede gezicht kwam in de period kort na 1990 toen de regering acties wilde gaan ondernemen in de ex-communistische landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk hadden behoort. Met sterke steun van de regering Özal werden er toen Turkse scholen opgericht, van Albanië tot Kazakhstan en Uzbekistan. Meer recent zag Bruinessen Gülen scholen in Zuidoost en Oost-Azië, vooral Indonesië, maar topt in Birma: Engelstalige kwaliteitscholen voor de subtop van die landen. 'Hoe langer je je met de Gülenbeweging bezig houdt, hoe ondoorzichtiger ze wordt'. Zeker met zulke diverse activiteiten.
Enige tijd geleden was Van Bruinessen echt oververmoeid. Nu nog met wallen onder de ogen, maar wel met dezelfde felle ogen en energie als de oude Snouck!
Van Bruinessen zag de verschillen tussen Gülen en Erdogan niet als gemakkelijk te definiëren zakelijke of ideologische onderscheidingen maar als gekleurd door mythische voorstellingen. De een is voor de aanhangers een Messias, absolute leider, de andere daarentegen een Antichrist, een dajjal. Er kan uiteindelijk maar één door God gezondene zijn. Het lijkt wel een soort apokalyptiek. Zes jaar geleden had een zeer goed in Turkse toestanden ingevoerde vriend hem al voorspeld dat het tot een groot conflict tussen AKP en Gülen zou moeten komen.
AKP regelt de religie via Diyanet-moskeeën, terwijl Gülen vai de scholen en HOGIAF een prominente positie in de maatschappij heeft verworven.
Van Bruinessen prees de sterke eigenschap van geweldloosheid bij de Gülen-mensen. Ze kunnen wel heel slim allerlei elementen van morele druk hanteren, maar gebruiken nooit geweld tegen dissidenten, ook niet als die zich uit de beweging willen terugtrekken. Een zwak punt is wel geweest dat zij de dialoog en contacten met niet-moslims sterk op de agenda plaatsen, maar zwak zijn geweest in hun dialoog met andere moslims.
Tijl Sunier merkte naar aanleiding hiervan op dat grote organisaties als Milli Görüs ook niet erg transparant en doorzichtig zijn. Dat hebben we ook gezien bij de ontwikkeling rond de Westermoskee in Amsterdam: de Duitse leden van MG waren vaak heel wat anders dan Haji Karacer. Ik bedacht dat er ook van grote Indonesische bewegingen als Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah heel veel portretten te geven zijn: de mystici van Yogyakarta tegenover de politici van Jakarta, die dan in de wijken wel weer heel veel concreet goed werk doen met cursussen voor auto-monteur of naaister, waar onze bedienden in Jakarta indertijd cursussen volgden.
Jan Pronk was de tweede spreker (ook al liep ook zijn presentatie formeel via een interview). Hij vermeldde hoe hij door mehmet Cerit van Cosmicus gevraagd was om 'slaspend lid' te zijn van de raad van Advies en dat met graagte had gedaan. Hij richtte zich fel tegen minister Edith Schippers die kortgeleden voor het handhaven van 'Nederlandse superieure waarden' had gepleit. Er zijn geen Nederlandse waarden: wij staan voor handhaving van de Universele Rechten van de Mensen, het charter, de grondwet, van de VN. De Nederlandse politiek heeft de kwaliteit en de inbreng van de Cosmicus-scholen altijd zeer gewaardeerd en dat zou duidelijk gezegd mogen worden. Hij hoopte dat de nadruk op integratie eens uit het Gülen-debat zou moeten verdwijnen. Het gaat juist om diversiteit die we hard nodig hebben. Stoere woorden als 'rot op' hebben we niet nodig: die suggereren dat je rotzooi mag uit halen in je eigen land.
De Turkije-deal was schunnig want Europa werd monddood genmaakt en mocht niet meer spreken over mensenrechten in Turkije. En dat visumvrij dat had Europa moeten zien als een geschenk voor de Turkse bevolking niet voor de regering en dat visumvrij had er rustig mogen komen.
Voorlopig zou in ieder geval deëscalatie een belangrijk ideaal moeten zijn. Een de gang naar de rechter was misschien toch niet zo verstandig. Wel moet de politie betrokken worden bij serieuze bedreigingen. En die lange arm van Erdogan: zoiets is er ook bij Eritrea, was er bij de Tamils, zelfs bij Zuid-Afrika in de tijd van Apartheid.
woensdag 14 september 2016
Fethullah Gülen en de EU
Het lijkt wat irrealistisch om nu te gaan speculeren over Turkije als lid van de EU. Sinds de coup van 15 juli is er alleen maar verwijdering opgetreden, worden de Gülen-mensen uit hun functies gezet, soms bezit geconfisceerd en zijn velen in de gevangenis beland. Toch maar even een positief perspectief, ook al omdat ik met Gürkan Celik werk aan een bijdrage voor het tijdschrift Filosofie en Praktijk.
Abdulhamit Bilici publiceerde in 2001 over Gülen en de EU een tekst waarin Gülen zich in Kemalistisch perspectief zet:
Ik ben al sinds lang een voorstander van een EU-lidmaatschap. Zelfs als sommige mensen zeiden dat het een 'Christelijke Club' is, heb ik geantwoord: 'Laat diegenen die zelf twijfels hebben aan hun geloof en traditie, maar bezorgd zijn.' Ik zou liever op vriendelijke basis leven met Europa. Als een lidstaat, zou ik mezelf beter kunnen uitleggen en de Europeanen vertrouwd maken met mijn cultuur. Dan, misschien, zouden zij ons beter leren kennen. Maar het lijkt wel alsof een aantal van ons twijfelen aan hun eigen geloof zodat ze zeggen: 'Als we Europeaan worden, moeten we ook Christen worden'. Ik ben daar nooit bang voor geweest en heb vanaf het begin 'Ja' gezegd tegen Europa. Sinds het uitroepen van onze republiek in 1923 is het voor ons een droom geweest om op dezelfde hoogte te komen als Europa en een Europese standaard te voeren. In een bepaalde zin is deze droom nu bijna werkelijkheid geworden in onze dagen en in mijn visie is ons land op weg naar het lidmaatschap. Veel regeringsleiders - van allerlei verschillende partijen - hebben dit verzoek ondersteund en hebben het verder gebracht tot een zeker punt. Wie weet, zal dit laatste punt afhangen van dit burgerinitiatief (de Hizmetbeweging). Zij zullen het hernemen en deze taak zal voltooid worden. [...] In mijn ogen verlangt het Turkse volk naar het EU lidmaatschap. Ik hoop dat het werkelijkheid zal worden via onderhandelingen, zo spoedig mogelijk. Ik twijfel er niet aan dat op een bepaald moment de EU ons zal accepteren en dit idee zal dus werkelijkheid en geschiedenis worden, met alle twijfels en roddels eromheen.
Zo als hierboven moet het dus niet: maar Gülen heeft daarnaast wel een stevige droom over een nieuw soort Alexandertijdperk, nieuw Hellenisme rond de Middellandse Zee en diep het Midden-Oosten in. In uitvoerige interviews met de invloedrijke Turkse socioloog Prof. Doğu Ergil heeft Fethullah Gülen de huidige situatie van Turkije vergeleken met die ten tijde van Alexander de Grote en het begin van de Hellenistische periode, toen de Griekse en Aziatische culturen bijeengebracht werden, wat heeft geleid tot een nieuwe synthese. Zo kan ook het Turkse lidmaatschap tot een nieuwe harmonie van beschavingen leiden, in plaats van een clash of civilisations. Hij gelooft echt in dit project, zoals ook blijkt uit zijn adviezen aan Turkse academici, zakenlui en professionals die de wereld in moeten gaan om daar hun cultuur te brengen en tegelijkertijd elementen van andere culturen terug naar huis moeten brengen om een hybride wereld te scheppen waar niets vreemd of vijandig is.
Abdulhamit Bilici publiceerde in 2001 over Gülen en de EU een tekst waarin Gülen zich in Kemalistisch perspectief zet:
Ik ben al sinds lang een voorstander van een EU-lidmaatschap. Zelfs als sommige mensen zeiden dat het een 'Christelijke Club' is, heb ik geantwoord: 'Laat diegenen die zelf twijfels hebben aan hun geloof en traditie, maar bezorgd zijn.' Ik zou liever op vriendelijke basis leven met Europa. Als een lidstaat, zou ik mezelf beter kunnen uitleggen en de Europeanen vertrouwd maken met mijn cultuur. Dan, misschien, zouden zij ons beter leren kennen. Maar het lijkt wel alsof een aantal van ons twijfelen aan hun eigen geloof zodat ze zeggen: 'Als we Europeaan worden, moeten we ook Christen worden'. Ik ben daar nooit bang voor geweest en heb vanaf het begin 'Ja' gezegd tegen Europa. Sinds het uitroepen van onze republiek in 1923 is het voor ons een droom geweest om op dezelfde hoogte te komen als Europa en een Europese standaard te voeren. In een bepaalde zin is deze droom nu bijna werkelijkheid geworden in onze dagen en in mijn visie is ons land op weg naar het lidmaatschap. Veel regeringsleiders - van allerlei verschillende partijen - hebben dit verzoek ondersteund en hebben het verder gebracht tot een zeker punt. Wie weet, zal dit laatste punt afhangen van dit burgerinitiatief (de Hizmetbeweging). Zij zullen het hernemen en deze taak zal voltooid worden. [...] In mijn ogen verlangt het Turkse volk naar het EU lidmaatschap. Ik hoop dat het werkelijkheid zal worden via onderhandelingen, zo spoedig mogelijk. Ik twijfel er niet aan dat op een bepaald moment de EU ons zal accepteren en dit idee zal dus werkelijkheid en geschiedenis worden, met alle twijfels en roddels eromheen.
Zo als hierboven moet het dus niet: maar Gülen heeft daarnaast wel een stevige droom over een nieuw soort Alexandertijdperk, nieuw Hellenisme rond de Middellandse Zee en diep het Midden-Oosten in. In uitvoerige interviews met de invloedrijke Turkse socioloog Prof. Doğu Ergil heeft Fethullah Gülen de huidige situatie van Turkije vergeleken met die ten tijde van Alexander de Grote en het begin van de Hellenistische periode, toen de Griekse en Aziatische culturen bijeengebracht werden, wat heeft geleid tot een nieuwe synthese. Zo kan ook het Turkse lidmaatschap tot een nieuwe harmonie van beschavingen leiden, in plaats van een clash of civilisations. Hij gelooft echt in dit project, zoals ook blijkt uit zijn adviezen aan Turkse academici, zakenlui en professionals die de wereld in moeten gaan om daar hun cultuur te brengen en tegelijkertijd elementen van andere culturen terug naar huis moeten brengen om een hybride wereld te scheppen waar niets vreemd of vijandig is.
Abonneren op:
Posts (Atom)














