Ik ben momenteel bezig een tweede boek te lezen van Kamel Daoud. Na zijn 'aanvulling' op L'étranger van Camus (Moussa of de dood van een Arabier) met heel Algerijnse alledaagsheden. In Zabor is een hartstochtelijke schrijver bezig en het lijkt soms ook wel op een niet echt bewerkt dagboek. De nogal eenzame en teruggetrokken auteur komt wel wat mensen tegen, maar hoort ook stemmen.
Vroeger had ik al eens gelezen dat stemmen horen (zoals de profeet Mohammed, maar tot in de New Age, A Course of miracles, ook gedicteerd door een stem) bij ongeveer 10% van de bevolking voorkomt. Het blijkt (nog steeds) zo te zijn: https://www.psychosenet.nl/psychose/psychose-symptomen/stemmen-horen/ schrijft erover en beschouwt het niet zonder meer als een ziekte (als staat die site wel vol met allerlei enge en nader verschijnselen).
Ik vroeg er een bevriende psychiater over die vertelde dat hij nog kort geleden over zijn vakgebied had gesproken voor een aantal imams. Een Turkse imam vertelde hem dat hij het vaak had, vooral als hij langs een kerkhof kwam en dan stemmen van de overledenen hoorde. De man heeft hem en de anderen daar gerustgesteld: zo lang als je er geen last van hebt en het in je leven en contacten niet stoort is er niets aan de hand. Je kunt het gewoon als een normaal verschijnsel accepteren en waarderen. De ietwat wereldvreemde auteur, de ik-persoon van Zabor, is er helemaal fanatiek mee bezig, geneest en beschermt zo ook allerlei mensen.
Posts tonen met het label Islam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Islam. Alle posts tonen
vrijdag 14 september 2018
zaterdag 28 juli 2018
Een partner voor een vreemdeling: Camus versus Kaml Daoud
Van Albert Camus, de narratieve filosoof, verscheen in 1942 het boek L'étranger, een bestseller. Er wordt een moord beschreven, gedaan door Meursault, een wat sullige Franse inwoner van Algerije op een anonieme Arabier. De laatste had een Franse pooier aangevallen omdat die zijn zus in elkaar had geslagen. De Fransman was een wat vage vriend van de pooier en was getuige van die afranseling van een prostituee waarop de pooier min elkaar was geslagen door de Arabische broer. Daarop schiet de wat sullige Franse ambtenaar de anonieme Arabier dood. Camus maakt er een boek van waarin de gebeurtenissen aanleiding worden voor nogal pessimistische beschouwingen over zin van het leven, mogelijkheid van vrijheid. Bepaald geen opwekkend boek, maar zeer beknopt beschreven. Thema's als het onmogelijke van een grote en belangwekkende want belangeloze liefde, een doel in het leven, komen beklemmend naar voren. Wij hadden hier thuis de 10e druk uit 1965, van een Nederlandse vertaling uit 1949. Pram Soetikno had het eind jaren 1940 ook al gelezen in Semarang.
De Algerijnse journalist en schrijver Kamel Daoud (geb. 1970) heeft in 2013 een boek in het Frans gepubliceerd, Meursault: contra-enquête, waarin hij dezelfde moord vanuit een Arabisch perspectief beschrijft. In dezelfde beknopte en soms beklemmende stijl as Camus. maar nu dus allerlei kleine details vanuit de Arabische gekoloniseerde wereld, waar zelfs de naam van de arabier niet belangrijk was voor de Fransman. De arabier krijgt nu een naam Zjoezj, wat eigenlijk 'Tweelingbroer' betekent en degene die het vertelt Haroen, zijn tweelingbroer, die de gedode nu een nieuwe naam geeft, Moussa.
Kamel Daoud in 2015, hoofdredacteur van een franstalig dagblad in de 2e stad van Algerije, Oran. Geboren in 1970. gehuwd, gescheiden in 2008 omdat zijn vrouw steeds islamitischer werd. Hij schrijft in de taal van de kolonialen, het Frans.
In het boek dat in het Nederlands de heel andere titel kreeg Moussa of de dood van een Arabier gaat het niet alleen om de door Meursault gedode Arabier uit de periode rond 1940, maar komt er ook nog een tweede moord bij. Haroen, de broer van de vermoordde Arabier, doodt op de dag van de bevrijding, 5 juli 1962, een Fransman waaraan hij op vage gronden een hekel had. Niet dus als verzetstrijder en een dag te laat, zinloos dus. Daarvoor moet hij straf ondergaan. In de gevangenis komt een imam bij hem, zoals er bij Meursault een priester kwam. Ook hier heeft de geestelijke gaan succes'Of ik in God geloof? Laat me niet lachen!' (149).
Dan komt op blz. 150: 'Weet je hoe Mersault in het Arabisch heet? Nee? El-mersoel, de gezondene of 'de boodschapper'. Niet gek, hè! Oké,oké nu moet ik echt ophouden.'Een prachtig boek om enkele keren te lezen en er steeds weer nieuwe lijnen in te ontdekken. Zeker als Camus ook een herlezing krijgt.
De Algerijnse journalist en schrijver Kamel Daoud (geb. 1970) heeft in 2013 een boek in het Frans gepubliceerd, Meursault: contra-enquête, waarin hij dezelfde moord vanuit een Arabisch perspectief beschrijft. In dezelfde beknopte en soms beklemmende stijl as Camus. maar nu dus allerlei kleine details vanuit de Arabische gekoloniseerde wereld, waar zelfs de naam van de arabier niet belangrijk was voor de Fransman. De arabier krijgt nu een naam Zjoezj, wat eigenlijk 'Tweelingbroer' betekent en degene die het vertelt Haroen, zijn tweelingbroer, die de gedode nu een nieuwe naam geeft, Moussa.
Kamel Daoud in 2015, hoofdredacteur van een franstalig dagblad in de 2e stad van Algerije, Oran. Geboren in 1970. gehuwd, gescheiden in 2008 omdat zijn vrouw steeds islamitischer werd. Hij schrijft in de taal van de kolonialen, het Frans.
In het boek dat in het Nederlands de heel andere titel kreeg Moussa of de dood van een Arabier gaat het niet alleen om de door Meursault gedode Arabier uit de periode rond 1940, maar komt er ook nog een tweede moord bij. Haroen, de broer van de vermoordde Arabier, doodt op de dag van de bevrijding, 5 juli 1962, een Fransman waaraan hij op vage gronden een hekel had. Niet dus als verzetstrijder en een dag te laat, zinloos dus. Daarvoor moet hij straf ondergaan. In de gevangenis komt een imam bij hem, zoals er bij Meursault een priester kwam. Ook hier heeft de geestelijke gaan succes'Of ik in God geloof? Laat me niet lachen!' (149).
Dan komt op blz. 150: 'Weet je hoe Mersault in het Arabisch heet? Nee? El-mersoel, de gezondene of 'de boodschapper'. Niet gek, hè! Oké,oké nu moet ik echt ophouden.'Een prachtig boek om enkele keren te lezen en er steeds weer nieuwe lijnen in te ontdekken. Zeker als Camus ook een herlezing krijgt.
donderdag 30 november 2017
Mohammed in zeven (hoofd) stukken
Christian Lange is succesvol hoogleraar Islam en Arabisch in Utrecht. Zijn grote boeken gaan vooral over mystieke teksten uit de middeleeuwen. mooie verhalen over paradijs en geluk, verlangens ook. Maar nu heeft hij collegedictaten verwerkt tot een boek over Mohammed. Het is niet de bekende vorm van biografie, maar een receptiegeschiedenis. Na het inleidende hoofdstuk komt er een over de westerse islamwetenschap: van Nöldeke tot de wilde theorieën van Patricia Crone en soortgenoten. Hij maakt er korte metten mee: de Koran blijft een belangrijke bron en daar zien we iemand die helemaal past in de laat-antieke debatten tussen christenen en joden onderling, wel in contact met de oude arabische cultuur.
Dan zijn er drie hoofdstukken over de receptie bij moslims: in de wereld van de plichtenleer of sjarie'a is alles wat hij deed een voorbeeld voor mensen, om na te volgen. Dan de mystiek en filosofie, tenslotte de kleurrijke volksdevotie. hier blijkt vooral dat Mohammed niet zo maar 'gewoon een mens' is, tegengesteld aan Jezus als Zoon van God. Over Mohammed als eerste licht ontstaan uit God. Dan zijn er twee hoofdstukken over de receptie in het westen. Dat loopt ook sterk uiteen: van de bekende negatieve stereotypen tot verheerlijking van de hoogste plank: vooral bij Goethe en Carlyle.
In de presentatie van zijn boek gaf Lange vooral veel aandacht aan Goethe, die mythische dimensies gaf aan Napoleon. Mohammed als maatschappijvernieuwer en bestuurder werd door hem op dezelfde hoogte gesteld.
Het was maar een korte presentatie, gisteren in een van de zalen van Geesteswetenschappen in Utrecht. Het viel me op hoe 'wit' het publiek er was. Gürkan Celik was zo te zien de enige moslim die er bij was. Hij was wat teleurgesteld omdat zíjn Mohammed-beeld er natuurlijk nogal bekaaid van af kwam. Het was overigens wel duidelijk dat Lange een Arabist is en van de islamitische wereld vrijwel alleen Arabische teksten citeerde. Niets over de in het westen ook veel gelezen boeken van Ameer Ali en ook niets natuurlijk over Fethullah Gülen die in zijn Mohammed-boek een bijna dagelijks omgang met een nog levende bron van inzicht presenteert. Voor mensen die een beetje allergisch zijn voor identificatie van Arabisch en Islam is dat natuurlijk toch een gevoelige zaak.
Speciaal moment was natuurlijk de aanbieding van het boek door Christian Lange aan Joost van Gemert, beheerder van de collectie theologie/religie, ook muziek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Zijn laatste herinnering aan een bezoek aan Istanbul: een prachtige opvoering van een Mozarts-opera in het operahuis aan het Gezi park, dat nu met sluiting is bedreigd door Erdogan.
Al bijeen een avond met veel thema's waarbij je toch wat in verwarring komt over wat nu wel het academische van islamwetenschap is: de historisch kritische methode zoals in hoofdstuk 2 hier aangeboden (de betekenis van Mohammeds boodschap voor de eerste hoorders), interesseert moslims eigenlijk maar nauwelijks en is maar een klein deel van het bredere onderzoek naar die grote figuur die Mohammed was en vooral: uiteindelijk is geworden.
Dan zijn er drie hoofdstukken over de receptie bij moslims: in de wereld van de plichtenleer of sjarie'a is alles wat hij deed een voorbeeld voor mensen, om na te volgen. Dan de mystiek en filosofie, tenslotte de kleurrijke volksdevotie. hier blijkt vooral dat Mohammed niet zo maar 'gewoon een mens' is, tegengesteld aan Jezus als Zoon van God. Over Mohammed als eerste licht ontstaan uit God. Dan zijn er twee hoofdstukken over de receptie in het westen. Dat loopt ook sterk uiteen: van de bekende negatieve stereotypen tot verheerlijking van de hoogste plank: vooral bij Goethe en Carlyle.
In de presentatie van zijn boek gaf Lange vooral veel aandacht aan Goethe, die mythische dimensies gaf aan Napoleon. Mohammed als maatschappijvernieuwer en bestuurder werd door hem op dezelfde hoogte gesteld.
Het was maar een korte presentatie, gisteren in een van de zalen van Geesteswetenschappen in Utrecht. Het viel me op hoe 'wit' het publiek er was. Gürkan Celik was zo te zien de enige moslim die er bij was. Hij was wat teleurgesteld omdat zíjn Mohammed-beeld er natuurlijk nogal bekaaid van af kwam. Het was overigens wel duidelijk dat Lange een Arabist is en van de islamitische wereld vrijwel alleen Arabische teksten citeerde. Niets over de in het westen ook veel gelezen boeken van Ameer Ali en ook niets natuurlijk over Fethullah Gülen die in zijn Mohammed-boek een bijna dagelijks omgang met een nog levende bron van inzicht presenteert. Voor mensen die een beetje allergisch zijn voor identificatie van Arabisch en Islam is dat natuurlijk toch een gevoelige zaak.
Speciaal moment was natuurlijk de aanbieding van het boek door Christian Lange aan Joost van Gemert, beheerder van de collectie theologie/religie, ook muziek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Zijn laatste herinnering aan een bezoek aan Istanbul: een prachtige opvoering van een Mozarts-opera in het operahuis aan het Gezi park, dat nu met sluiting is bedreigd door Erdogan.
Al bijeen een avond met veel thema's waarbij je toch wat in verwarring komt over wat nu wel het academische van islamwetenschap is: de historisch kritische methode zoals in hoofdstuk 2 hier aangeboden (de betekenis van Mohammeds boodschap voor de eerste hoorders), interesseert moslims eigenlijk maar nauwelijks en is maar een klein deel van het bredere onderzoek naar die grote figuur die Mohammed was en vooral: uiteindelijk is geworden.
woensdag 22 februari 2017
Rechtsgeleid of rechtgeleid?
Het woord rechtsgeleid is helemaal fout. Het zou betekenen dat wij 'door rechts geleid worden'.
Rechtgeleid is dus goed, maar het is een raar woord. In de grote 'dikke' Van Dale, het grootste woordenboek van het Nederlands komt het niet eens voor! De rechtgeleide kaliefen is een uitdrukking die al heel lang bestaat in kringen van Islamkenners, maar rechtgeleid wordt bijna nergens anders voor gebruikt. In het Arabisch heten deze vier (Abu Bakr, Omar, Otyhman en Ali) de khulafa ar-rashidun
In de Koran komt het woord rashid 4x voor:
eenmaal in 11:78 waar gesproken wordt over een rajulun rashidun, Leemhuis vertaalt als verstandig man. (De wanhopige Lut biedt zijn dochters aan mensen van Sodom aan in plaats van de gasten en zegt dan: Is er onder jullie geen verstandig man?
11:87 De mensen van Sjoe'aib vinden zijn boodschap maar raar. Zij willen hun goden niet verlaten en zeggen tegen hem: Jij bent toch de zachtmoedige, de verstandige.
11:97 gaat het over Farao/Fir'aun: het bevel van Fir'aun was niet verstandig.
18:17 hier wordt gesproken over een waliyun murshidun, Leemhuis vertaalt met: een helper die de weg wijst. Waliyun is hier helper (begeleider/voogd, gids) en murshid (afgeleid van rashid) als wegwijzend.
In de studies over hadith heet de tijd van de sahabat en van de vier 'rechtgeleide kaliefen' een gouden tijd, waarin mensen zich lieten leiden en geen fouten maakten. Het is duidelijk een anti-sji'itische term van de soennieten, want die vinden dat 'Ali meteen de opvolger van Mohammed had moeten worden. Van de vier rechtgeleide kaliefen moet vooral Uthman het ontgelden: hij is (net als Umar en Ali) vermoord. In zijn geval vooral omdat hij corrupt was en zijn familieleden overal voortrok. Zo rechtgeleid waren ze dus ook weer niet allemaal!
Hieronder een bord met de andere helden: een bord met de namen van God en Mohammed. Daarnaast Mohammeds dochter Fatima, haar man Ali en hun kinderen Hasan en Husain.
dinsdag 7 februari 2017
Is Fethullah Gülen een/de Volmaakte Mens?
Ik vertaal momenteel delen van het hoofdwerk van Fethullah Gülen in het Nederlands. Niet meer dan 10% van de 1000 bladzijden van het hele werk. Dus toch nog aardig wat. Een sectie (laatste van deel II) gaat over de Universele Mens, Insan Kamil, ook wel de Volmaakte Mens.
Die is er in verschillende vormen: als een soort eerste verschijning, hoogste schepping van God. Zoals er een hoge christologie is, is er ook een hoge leer over Mohammed, waar de grote profeet de absolute weerspiegeling is van de Godheid. Maar er is ook een lagere vorm van de Volledige Mens mogelijk: de andere profeten, mystieke leiders.
Dus is Gülen zelf ook een volmaakte mens? Ziet hij zichzelf ook zo?
Die is er in verschillende vormen: als een soort eerste verschijning, hoogste schepping van God. Zoals er een hoge christologie is, is er ook een hoge leer over Mohammed, waar de grote profeet de absolute weerspiegeling is van de Godheid. Maar er is ook een lagere vorm van de Volledige Mens mogelijk: de andere profeten, mystieke leiders.
Dus is Gülen zelf ook een volmaakte mens? Ziet hij zichzelf ook zo?
Ziet Gülen zichzelf als
een Volledig Mens? Daar schrijft hij hier niet over. We zouden het hem eens
moeten vragen. De beste kandidaat in zijn omgeving is zonder twijfel Said Nursi
(1877-1960), die de eretitel draagt van Bediuzzaman, 'De Unieke van zijn tijd'.
In zijn autobiografie beschrijft hij een soort bekeringservaring. Hij wilde bij
de groep van uitverkorenen rond Said Nursi gaan horen, ook al heeft hij Said
Nursi zelf nooit ontmoet. Hij ontmoette rond 1957 een vertrouweling van hem:
Muzaffar
Arslan was open en eerlijk, bescheiden, met een levensstijl, zoals de sahaba, de metgezellen van de profeet Mohammed.
Hij had een verpletterend effect op mij .. Ik heb altijd een grote bewondering
gehad voor de sahaba. Toen ik hem
zag, zei ik in mijzelf dat ik eindelijk de figuur had gevonden die ik al lang
zocht. Sinds die dag wilde ik deze sfeer niet meer kwijt. Zijn broek was opgelapt
bij beide knieën. Zijn jasje paste precies bij die simpele broek. Deze eenvoud
riep verschillende emoties bij mij op. .. Ik ging naar de moskee en na het
gebed brandde ik van verlangen en aandrang die ik niet volledig kan
beschrijven. Ik bad: God, aanvaard mijn gebeden en help om bij de kring van
vrienden te blijven, help me om een van hen te worden. Help me om een deel te
worden van deze beweging (hizmet). Ik
smeekte tot God de hele nacht tot het weer licht werd. Ik heb mijn hele leven
maar één of twee keer zo intens gebeden tot God en in zo'n toestand van
nabijheid. Ik kermde en snikte tot de morgen.
Deze ervaring geeft wel
aan dat hij voor zijn verdere leven een positie in die religieuze kring zocht. Hij is nooit getrouwd, leefde simpel, leefde alleen
voor de prediking en uitbouw van onderwijs en andere sociale activiteiten. In
een eigenaardige vergadering van Diyanet, het Turkse Directoraat voor
Religieuze Zaken, van 3-4 Augustus 2016, is een document aangenomen waarin Gülen
op twintig punten fel wordt aangevallen. No. 8 verwijt hem dat hij in dromen en
ook wakker gesprekken zou hebben gehad met de profeet Mohammed. Daar staat ook
dat hij zich zou hebben uitgeroepen tot de teruggekeerde Jezus Christus.
Volgens de islamitische overtuiging komt Jezus kort vóór het einde der tijden
terug om een Heer van het Kwaad (dajjaal)
te overwinnen en de terugkeer van Mohammed voor te bereiden. Maar er zijn geen
bewijzen dat Gülen zichzelf als zodanig beschouwt. Integendeel: in de sectie
over Opkleuring en onderscheiding
maakt hij juist personen belachelijk die verklaren dit te zijn.
In diezelfde serie aanvallen op Gülen verklaart no.
12 dat hij bij zijn bezoek aan de paus op 9 Februari 1998 de kern van de islam zou hebben verloochend.
Hij zou van de twee delen van de geloofsbelijdenis het erkennen van Mohammed
als profeet achterwege gelaten hebben. Alleen de belijdenis van één God zou hij
hebben genoemd als punt van overeenkomst tussen christenen en moslims. Door de
belijdenis van het profeetschap van Mohammed achterwege te laten zou hij een
van de islam afvallige zijn geworden. Als we in zijn grote werk over het
soefisme zien hoe vaak hij daar over Mohammed als de grootste profeet en zelfs
het meest volmaakte schepsel spreekt, klinkt deze aanklacht alleen maar ongeloofwaardig
en is duidelijk met kwade bedoelingen neergeschreven. (Zie hiervoor: http://webdosya.diyanet.gov.tr/anasayfa/UserFiles/Document/TextDocs/4df18d6c-77b3-46a7-9750-b588fe5bd85e.pdf;
gelezen op 6 febr. 2017)
Als 'extra' hierbij nog maar een keer de mooie tekening die Frans Kalb maakte overde boodschap van fethullah Gülen, met name voor zijn volgelingen in West Europa: Hizmet de beweghing van dienstbaarheid heeft een boodschap van participatie, integratie, onderwijs en dialoog. Daarover gaat het maar zelden in de vier dikke delen van Sufism, waar meer de spirituele, niet de maatschappelijke boodschap van Gülen wordtbeschreven.
Als 'extra' hierbij nog maar een keer de mooie tekening die Frans Kalb maakte overde boodschap van fethullah Gülen, met name voor zijn volgelingen in West Europa: Hizmet de beweghing van dienstbaarheid heeft een boodschap van participatie, integratie, onderwijs en dialoog. Daarover gaat het maar zelden in de vier dikke delen van Sufism, waar meer de spirituele, niet de maatschappelijke boodschap van Gülen wordtbeschreven.
zondag 22 november 2015
De Judas van Amos Oz, en andere profeten bij Anton Wessels
Amos Oz was vorige week bij een TV programma en daarom las ik zijn recente boek Judas. Het is een goed leesbaar boek met heel verschillende verhaallijnen. Een jonge student, in verwarring vanwege een verliefdheid die afbrak, gaat niet verder met een project over 'Joodse opvattingen over Jezus', maar wordt een mantelzorger voor een oude en gehandicapte sociale denker, die in nauw verband stond met Sjealtiël Abarnabel, tegenstander van een joodse staat en voorstander van samengaan met Arabieren, tegenstander van David ben Goerion. Als haat en oorlog het begin is van een joodse aanwezigheid, dan wordt het nooit vrede met de omgeving.
Dat zijn de twee belangrijkste verhaallijlen (of debatten) in het boek. Daartussen loopt nog een romantische lijn van een verhouding tussen een dochter van Abarnabel en de student. Is zij de figuur op de omslag? Wie zou het anders moeten zijn? Omslag is al een raadsel en veel in het boek ook.
De Jezus-vraag wordt uiteindelijk een vrij onderzoek naar Judas: de enige die vrijwel gelijktijdig met Jezus stierf, wilde sterven. Hij wordt hier gesuggereerd als de man die de dood van Jezus orchestreerde. Jezus had niets met Jeruzalem, wilde er niet komen, maar Judas, geschilderd als vertrouwd met priesters, waarschijnlijk iemand binnen dat circuit, wilde Jezus daar juist wel hebben, tot zuivering en redding.
Maar als Abarbanel was hij een verrader, zoals zoveel mensen die compromissen sluiten. (317-321)
Hoofsstuk 47 (331-347) is een emotionele Judas die bij het sterven van Jezus op het kruis is en zich dan ophangt aan de vijgeboom die Jezus enkele dagen eerder heeft vervloekt: heel veel bijbelgegevens in een fantastische nieuwe contaxt zonder enige historische basis. Steeds is Jezus wel een man die praxchtige wonderen doet en een zeer sympathieke warme en liefdevolle leer verkondigt. Wat zou er trouwens gebeurd zijn als de Joden hem wel hadden geaccepteerd als vernieuwer? Zou het Jodendom dan een echt grote wereldgodsdienst zijn geweest?
Mooi voorbeeld van deze fictie over Judas op 188-18: 'Uiteindelijk verrichtte de charlaten uit Galilea al zijn provinciaalse wonderen in afgelegen plaatsen, voor de ogen van een publiek van onwetende boeren die gemakkelijk in allerlei toverkunsten en hekserij en goocheltrucs geloofden. Judas Iskariot trok daarom vodden aan, liep naar Galilea, zocht en vond Jezus en zijn gezelschap en sloot zich bij hen aan. Al snel lukte het hem om vriendschap te sluiten met de mensen van de sekte, een groep mensen in gescheurde en versleten kleren die achter hun profeet aan van dorp tot dorp liepen. Judas raakte ook heel goed bevriend met Jezus zelf. Door zijn helder verstand en doordat hij zich voordeed als een vurige gelovige stond hij Jezus als gauw zeer na, werd hij zijn vertrouwensman ... de enige van hen die niet uit Galilea kwam en geen arme boer of visser was.'
Het boek hangt van dramatische en suggestieve debatten aaneen, vooral over de aard en oorsprong van de joodse staat die er eigenlijk niet had moeten komen, nu een wangedrocht is. maar hoe dan anders? Amos Oz schildert eerder een eeuwenlang probleem, nu in een acute moderne setting dan hij oplossingen wil geven. De student Sjmoeël Asj praat eindeloos met de teleurgestelde seculiere oude heer, socialist Gersjom Wald, maar veel meer dan een probleemstelling komt er niet.
Ik las (of liever/beter 'ik keek het totnutoe alleen in') nog een ander boek van/over een oude heer: Anton Wessels over Joden, christenen en moslims. Veel bijbelteksten, hernomen in een andere setting in de Koran, maar vaak met een continuë boodschap. Dat terwijl jonge moslims in Parijs en Brussel de wapens ter hand nemen en laten schieten. De verzen en woorden halen dan weinig uit. Dus wat mogen die mooie historische en geleerde uitlegkundige betogen over oude verhalen nog doen? We zijn er in de jaren 1960 mee begonnen: de mooie parallellen tussen Bijbel en Koran, maar is het te gekunsteld, te gemakkelijk, te zeer gebaseerd op oude teksten en niet op moderne ervaringen? Amoz Oz beschrijft in ieder geval de moderne problemen goed en kan ze in zijn spel met Jezus en Judas niet oplossen. Bij Wessels bekruipt mij het gevoel dat er een eindeloos debat plaats vindt als van Abarbanel en Gersjom Wald, dat het daarbij, helaas, voorlopig blijft. Bij dromen van mooie idealen, waarbij de dromer uiteindelijk zelfs als een verrader wordt beschouwd.
En verder: we weten allemaal wel dat de religieuze ideeën maar een kleine rol spelen in de verhouding tussen de diverse groepen. Mangunwijaya zuchtte over Indonesië dat er 'teveel religie in het land was en dat zoveel maar te gemakkelijk religieus werd geïnterpreteerd'. Dan maar minder religie dus?
Dat zijn de twee belangrijkste verhaallijlen (of debatten) in het boek. Daartussen loopt nog een romantische lijn van een verhouding tussen een dochter van Abarnabel en de student. Is zij de figuur op de omslag? Wie zou het anders moeten zijn? Omslag is al een raadsel en veel in het boek ook.
De Jezus-vraag wordt uiteindelijk een vrij onderzoek naar Judas: de enige die vrijwel gelijktijdig met Jezus stierf, wilde sterven. Hij wordt hier gesuggereerd als de man die de dood van Jezus orchestreerde. Jezus had niets met Jeruzalem, wilde er niet komen, maar Judas, geschilderd als vertrouwd met priesters, waarschijnlijk iemand binnen dat circuit, wilde Jezus daar juist wel hebben, tot zuivering en redding.
Maar als Abarbanel was hij een verrader, zoals zoveel mensen die compromissen sluiten. (317-321)
Hoofsstuk 47 (331-347) is een emotionele Judas die bij het sterven van Jezus op het kruis is en zich dan ophangt aan de vijgeboom die Jezus enkele dagen eerder heeft vervloekt: heel veel bijbelgegevens in een fantastische nieuwe contaxt zonder enige historische basis. Steeds is Jezus wel een man die praxchtige wonderen doet en een zeer sympathieke warme en liefdevolle leer verkondigt. Wat zou er trouwens gebeurd zijn als de Joden hem wel hadden geaccepteerd als vernieuwer? Zou het Jodendom dan een echt grote wereldgodsdienst zijn geweest?
Mooi voorbeeld van deze fictie over Judas op 188-18: 'Uiteindelijk verrichtte de charlaten uit Galilea al zijn provinciaalse wonderen in afgelegen plaatsen, voor de ogen van een publiek van onwetende boeren die gemakkelijk in allerlei toverkunsten en hekserij en goocheltrucs geloofden. Judas Iskariot trok daarom vodden aan, liep naar Galilea, zocht en vond Jezus en zijn gezelschap en sloot zich bij hen aan. Al snel lukte het hem om vriendschap te sluiten met de mensen van de sekte, een groep mensen in gescheurde en versleten kleren die achter hun profeet aan van dorp tot dorp liepen. Judas raakte ook heel goed bevriend met Jezus zelf. Door zijn helder verstand en doordat hij zich voordeed als een vurige gelovige stond hij Jezus als gauw zeer na, werd hij zijn vertrouwensman ... de enige van hen die niet uit Galilea kwam en geen arme boer of visser was.'
Het boek hangt van dramatische en suggestieve debatten aaneen, vooral over de aard en oorsprong van de joodse staat die er eigenlijk niet had moeten komen, nu een wangedrocht is. maar hoe dan anders? Amos Oz schildert eerder een eeuwenlang probleem, nu in een acute moderne setting dan hij oplossingen wil geven. De student Sjmoeël Asj praat eindeloos met de teleurgestelde seculiere oude heer, socialist Gersjom Wald, maar veel meer dan een probleemstelling komt er niet.
Ik las (of liever/beter 'ik keek het totnutoe alleen in') nog een ander boek van/over een oude heer: Anton Wessels over Joden, christenen en moslims. Veel bijbelteksten, hernomen in een andere setting in de Koran, maar vaak met een continuë boodschap. Dat terwijl jonge moslims in Parijs en Brussel de wapens ter hand nemen en laten schieten. De verzen en woorden halen dan weinig uit. Dus wat mogen die mooie historische en geleerde uitlegkundige betogen over oude verhalen nog doen? We zijn er in de jaren 1960 mee begonnen: de mooie parallellen tussen Bijbel en Koran, maar is het te gekunsteld, te gemakkelijk, te zeer gebaseerd op oude teksten en niet op moderne ervaringen? Amoz Oz beschrijft in ieder geval de moderne problemen goed en kan ze in zijn spel met Jezus en Judas niet oplossen. Bij Wessels bekruipt mij het gevoel dat er een eindeloos debat plaats vindt als van Abarbanel en Gersjom Wald, dat het daarbij, helaas, voorlopig blijft. Bij dromen van mooie idealen, waarbij de dromer uiteindelijk zelfs als een verrader wordt beschouwd.
En verder: we weten allemaal wel dat de religieuze ideeën maar een kleine rol spelen in de verhouding tussen de diverse groepen. Mangunwijaya zuchtte over Indonesië dat er 'teveel religie in het land was en dat zoveel maar te gemakkelijk religieus werd geïnterpreteerd'. Dan maar minder religie dus?
maandag 30 september 2013
Waarom gaat het de moslims zo slecht? Al 200 jaar!
In 1930 publiceerde de Libanees/Druzen Emir Shakib Arslan een boek met de uitdagende titel: Waarom zijn de moslims achter geraakt en gaan anderen vooruit? Ik schreef er een artikeltje over in Wereld en Zending 1999/3. Het is een groot Klaaglied, in het Engels vertaald als Our decline: its causes and its remedies. De moslims zijn deze wereld vergeten, doen teveel aan mystiek, denken alleen aan het hiernamaals. Of aan zichzelf. En zijn onder elkaar verdeeld. Juist westerlingen als Ernest Renan hadden waardering voor de moslims, maar zij zelf: toen Tripoli werd aangevallen door de Italianen kwam er vrijwel geen steun, een armzalige 150.000 Britse Ponden. Hun geld geven ze graag uit aan luxe zaken die ze in Londen en Parijs kopen. Dat schreef Arslan vanuit ballingschap in Zwitserland, zelf toch niet zo echt arm.
Aan echte antwoorden kon Arslan weinig bieden. De moslims zijn in de achteruitgang omdat zij hun oorsprong niet hebben vastgehouden. De islam biedt juist de oplossing voor allerlei actuele zaken. De christenen, ja, die hebben eigenlijk alleen een leer voor het andere leven, maar die hebben zich (ook) van hun geloof losgemaakt en bij hen pakt het goed uit, want ze onderdrukken de moslims en buiten die landen uit. Het boek werd notabene geschreven als antwoord op een vraag aan het tijdschat Al Manar van Rashid Rida, opgesteld door een moslim uit Sambas, West-Kalimantan. In de vraag citeerde hij Koran 63:8: 'Van God is de macht en van zijn gezant en de gelovigen..' Waarom klopt dat Koranvers nu niet meer?
Onlangs las ik een nieuwere versie van het klachten-genre. De Egyptische Duitser Hamed Abdel-Samad schreef een boek De ondergang van de islamitische wereld. Een prognose, (Amsterdam, Contact 2011, 222 blz.) waarin hij op een brede manier in een 15tal hoofdstukken over dit thema illustraties geeft. Zijn uitgangspunt is niet Shakib Arslan, maar Sprenger die na de 1e wereldoorlog in groot-Duitse stijl de Ondergang van het Avondland beschrijft. Dat juist op het moment dat het hoogtepunt van westers imperialisme nog moest komen!
Indonesië, Turkije en Maleisië zijn enigszins uitzonderingen (als het over democratie gaat), maar verder deugt er weinig in de landen die in meerderheid door moslims bewoond worden.
De utopie van een religieuze staat vindt je bij sji'ieten en bij salafisten, maar al die utopieën draaien op niets uit. Aardig zijn hier ook de passages over de yuppen-enclave Christiania in Kopenhagen, waar theoretisch geen privé bezit is, maar die utopie van de jaren 1970-80 is ook niet uitgekomen. (Samad heeft een Deens-Egyptische vrouw, in ieder geval is ze half-Deens, zie blz. 125-9). De inter-religieuze dialoog stelt niets voor: "Het initiatief gaat altijd van het Westen uit. Dan ontmoeten de geestelijken elkaar in ruimten met airconditioning en praten ze over de gemeenschappelijke erfenis van Abraham en zingen ze lofliederen op 'Natahn de Wijze'. De werkelijke problemen worden nauwelijks aangeroerd en zo keert iedereen in zijn eigen hoek terug." (154)
Ook van vernieuwende denkers hoef je weinig hoop te verwachten. Tariq Ramadan wil wel niet terugkeren naar de letter van de sharia, maar zeker toch naar de bedoelingen, de maqasid. 'Ik zie het verhaal van Ramadan echter eerder als onderdeel van de problematiek dan als onderdeel van de oplossing.'(174)
Ook Fethullah Gülen biedt weinig soelaas: hij 'zou al vele miljoenen aanhangers hebben in Turkije, Noord-Amerika, Europa en de islamitische staten van de voormalige Sovjet-Unie. Wereldwijd zouden er ruim duizend scholen van deze beweging bestaan. De islamcritica Necla Kelek verwijt de grondlegger een 'dogmatische en reactionaire denkwijze' en vermoedt dat hij politieke ambities heeft.' (174) Zonder diepgaande kennis van zaken wordt dus ook Gülen afgeserveerd.
De Nederlandse uitgave heeft de ondertitel prognose: deze zoon van een Egyptische imam, die in zijn jeugd de Koran van buiten leerde en op zijn 23e naar Duitsland kwam, kan ons weinig meer bieden dan een goed en vlot geschreven, maar verder erg somber perspectief op de toekomst van 'de' islam.
Aan echte antwoorden kon Arslan weinig bieden. De moslims zijn in de achteruitgang omdat zij hun oorsprong niet hebben vastgehouden. De islam biedt juist de oplossing voor allerlei actuele zaken. De christenen, ja, die hebben eigenlijk alleen een leer voor het andere leven, maar die hebben zich (ook) van hun geloof losgemaakt en bij hen pakt het goed uit, want ze onderdrukken de moslims en buiten die landen uit. Het boek werd notabene geschreven als antwoord op een vraag aan het tijdschat Al Manar van Rashid Rida, opgesteld door een moslim uit Sambas, West-Kalimantan. In de vraag citeerde hij Koran 63:8: 'Van God is de macht en van zijn gezant en de gelovigen..' Waarom klopt dat Koranvers nu niet meer?
Onlangs las ik een nieuwere versie van het klachten-genre. De Egyptische Duitser Hamed Abdel-Samad schreef een boek De ondergang van de islamitische wereld. Een prognose, (Amsterdam, Contact 2011, 222 blz.) waarin hij op een brede manier in een 15tal hoofdstukken over dit thema illustraties geeft. Zijn uitgangspunt is niet Shakib Arslan, maar Sprenger die na de 1e wereldoorlog in groot-Duitse stijl de Ondergang van het Avondland beschrijft. Dat juist op het moment dat het hoogtepunt van westers imperialisme nog moest komen!
Indonesië, Turkije en Maleisië zijn enigszins uitzonderingen (als het over democratie gaat), maar verder deugt er weinig in de landen die in meerderheid door moslims bewoond worden.
De utopie van een religieuze staat vindt je bij sji'ieten en bij salafisten, maar al die utopieën draaien op niets uit. Aardig zijn hier ook de passages over de yuppen-enclave Christiania in Kopenhagen, waar theoretisch geen privé bezit is, maar die utopie van de jaren 1970-80 is ook niet uitgekomen. (Samad heeft een Deens-Egyptische vrouw, in ieder geval is ze half-Deens, zie blz. 125-9). De inter-religieuze dialoog stelt niets voor: "Het initiatief gaat altijd van het Westen uit. Dan ontmoeten de geestelijken elkaar in ruimten met airconditioning en praten ze over de gemeenschappelijke erfenis van Abraham en zingen ze lofliederen op 'Natahn de Wijze'. De werkelijke problemen worden nauwelijks aangeroerd en zo keert iedereen in zijn eigen hoek terug." (154)
Ook van vernieuwende denkers hoef je weinig hoop te verwachten. Tariq Ramadan wil wel niet terugkeren naar de letter van de sharia, maar zeker toch naar de bedoelingen, de maqasid. 'Ik zie het verhaal van Ramadan echter eerder als onderdeel van de problematiek dan als onderdeel van de oplossing.'(174)
Ook Fethullah Gülen biedt weinig soelaas: hij 'zou al vele miljoenen aanhangers hebben in Turkije, Noord-Amerika, Europa en de islamitische staten van de voormalige Sovjet-Unie. Wereldwijd zouden er ruim duizend scholen van deze beweging bestaan. De islamcritica Necla Kelek verwijt de grondlegger een 'dogmatische en reactionaire denkwijze' en vermoedt dat hij politieke ambities heeft.' (174) Zonder diepgaande kennis van zaken wordt dus ook Gülen afgeserveerd.
De Nederlandse uitgave heeft de ondertitel prognose: deze zoon van een Egyptische imam, die in zijn jeugd de Koran van buiten leerde en op zijn 23e naar Duitsland kwam, kan ons weinig meer bieden dan een goed en vlot geschreven, maar verder erg somber perspectief op de toekomst van 'de' islam.
dinsdag 23 april 2013
Selam
Vandaag gingen wij naar de Pathe bioscoop bij de Amsterdam ArenA om de Turkse Gülen-film Selam te zien. Hij schijnt in Turkije de afgelopen weken aan de top gestaan te hebben. In de vrij grote zaal 8 waren slechts 8 van de ca 50 stoelen bezet voor deze vrome, wat melodramatische en vooral zwart-wit, goed-slecht film.
De grote lijn is vanaf het begin duidelijk: drie docenten gaan vanuit Turkije naar verre en arme landen. Een vrouw naar Kabul, Afghanistan. Haar stille geliefde naar Senegal, een derde gaat als mannelijke leerkracht naar Bosnië. Zij komen in die heel verschillende landen in een school (keurige gebouwen! leerlingen in uniformen) waar naast de nationale ook de Turkse vlag hangt, waar de kinderen kennelijk ook Turks leren en het vloeiend spreken. Het zijn geweldig toegewijde leerkrachten: de meest dramatische geschiedenis zien we bij de docent in Bosnië.

De Bosnische docent (in Mostar: er loopt een dramatische rivier door de stad, aan de ene kant christenen, overzijde moslims), moet een zwangere vrouw achterlaten en zal terugvliegen, hoopt hij bij de geboorte. Er is op die school een christelijke docente die aan kanker lijdt. Als het kind geboren gaat worden, moet hij kiezen voor terug naar Istanbul dan wel aanwezigheid bij een christelijke begrafenis: hij kiest voor de solidariteit met de christelijke docente en blijft. Juist dan komt een latent conflict op een hoogtepunt: een Bosnische moslim-leerling lokt een christen medeleerling in een val en wil hem met een mes doden, omdat de vader van die christen zijn vader niet heeft willen/durven redden tijdens de burger- of religieoorlog. De twee leerlingen vechten en komen allebei in het water. De leraar duikt ze achterna, redt ze allebei maar is dan uitgeput en sterft.
Laatste episode van de film is een zang-olympiade waarbij de christen en moslim-Bosniër samen een mooi lied zingen (helaas niet ondertiteld, maar zal wel over liefde en begrip zijn gegaan). Bij die olympiade in Istanbul zingen ook de leerlingen van de twee andere scholen, uit Afghanistan en uit Senegal. In Senegal wordt er door de liefdadigheidsactie Kimse Yok Mu een waterput geslagen.
Er zijn behalve al die vredelievende mensen ook tegengeluiden: de vader van de Bosnische docent is kwaad dat iemand die aan MA in Amerika haalde nu voor 200 Euro aan een school gaat werken, maar hij bekeert zich op het einde. De vrouw die in Kabul werkt heeft ook nog een andere, meer zelfzuchtige, geliefde. Maar die bekeert zich gelukkig ook en we zingen op het einde allemaal mee.

Wij vonden het een aardige, maar soms wel erg melodramatische film. Niet echt voor Nederlands publiek. Zo vroom. Vele religieuzer en vooral veel Turkser dan we hier van de Gülen-presentaties gewend zijn. De boodschap ligt er wel heel dik bovenop. Enkele jaren geleden was er de film Taqwa over een machtige en rijke tariqa, islamitische broederschap, die vroom is, met een sjeich die goede mensenkennis heeft, maar er zat ook veel geldzucht, kleinzieligheid en machtsbisbruik in die film. Menselijker maat en niet zo prekerig. De bioscoop is geen kerk, geen preekstoel. Zeker niet de plek om het allemaal zo zwart-wit neer te zetten.
En was het nou wel een Gülen film? De naam komt helemaal niet voor, hooguit een enkele keer 'de organisatie' die de leraren uitzendt. Maar die ook vaag. Het was al wel afgesproken dat de baby van die in Bosnië omgekomen docent Gül zou heten: is dat een verwijzing naar Gülen?
Witte Turken?
Nog een klein detail: in het Senegal-verhaal zien we eerst een vreselijk ongeluk van een meisje in een arm woestijndorp: ze is van een rots gevallen en in levensgevaar. De moeder wil het naar een ziekenhuis laten brengen, maar de vader protesteert want les blancs zijn ongelovigen en vragen teveel geld. Nu komt juist een ouder blank toeristenechtpaar langs in een SUV. De moeder smeekt hen om het kind naar het ziekenhuis te brengen. Zij voelen zich niet veilig en het meisje sterft. Later in de film gaat de vader werken bij de Turkse school en zijn zoon heeft eerst wel afkeer van 'les blancs' maar gaat er toch naar toe en vindt ze uiteindelijk prachtige mensen, ook al zijn ze blank. De Turken zijn ook rijker en zorgen voor een bron/waterpomp in het woestijndorp. Niet samen-moslim-zijn, maar de zelfopoffering van de Turken geeft hier de band.
De grote lijn is vanaf het begin duidelijk: drie docenten gaan vanuit Turkije naar verre en arme landen. Een vrouw naar Kabul, Afghanistan. Haar stille geliefde naar Senegal, een derde gaat als mannelijke leerkracht naar Bosnië. Zij komen in die heel verschillende landen in een school (keurige gebouwen! leerlingen in uniformen) waar naast de nationale ook de Turkse vlag hangt, waar de kinderen kennelijk ook Turks leren en het vloeiend spreken. Het zijn geweldig toegewijde leerkrachten: de meest dramatische geschiedenis zien we bij de docent in Bosnië.
De Bosnische docent (in Mostar: er loopt een dramatische rivier door de stad, aan de ene kant christenen, overzijde moslims), moet een zwangere vrouw achterlaten en zal terugvliegen, hoopt hij bij de geboorte. Er is op die school een christelijke docente die aan kanker lijdt. Als het kind geboren gaat worden, moet hij kiezen voor terug naar Istanbul dan wel aanwezigheid bij een christelijke begrafenis: hij kiest voor de solidariteit met de christelijke docente en blijft. Juist dan komt een latent conflict op een hoogtepunt: een Bosnische moslim-leerling lokt een christen medeleerling in een val en wil hem met een mes doden, omdat de vader van die christen zijn vader niet heeft willen/durven redden tijdens de burger- of religieoorlog. De twee leerlingen vechten en komen allebei in het water. De leraar duikt ze achterna, redt ze allebei maar is dan uitgeput en sterft.
Laatste episode van de film is een zang-olympiade waarbij de christen en moslim-Bosniër samen een mooi lied zingen (helaas niet ondertiteld, maar zal wel over liefde en begrip zijn gegaan). Bij die olympiade in Istanbul zingen ook de leerlingen van de twee andere scholen, uit Afghanistan en uit Senegal. In Senegal wordt er door de liefdadigheidsactie Kimse Yok Mu een waterput geslagen.
Er zijn behalve al die vredelievende mensen ook tegengeluiden: de vader van de Bosnische docent is kwaad dat iemand die aan MA in Amerika haalde nu voor 200 Euro aan een school gaat werken, maar hij bekeert zich op het einde. De vrouw die in Kabul werkt heeft ook nog een andere, meer zelfzuchtige, geliefde. Maar die bekeert zich gelukkig ook en we zingen op het einde allemaal mee.

Wij vonden het een aardige, maar soms wel erg melodramatische film. Niet echt voor Nederlands publiek. Zo vroom. Vele religieuzer en vooral veel Turkser dan we hier van de Gülen-presentaties gewend zijn. De boodschap ligt er wel heel dik bovenop. Enkele jaren geleden was er de film Taqwa over een machtige en rijke tariqa, islamitische broederschap, die vroom is, met een sjeich die goede mensenkennis heeft, maar er zat ook veel geldzucht, kleinzieligheid en machtsbisbruik in die film. Menselijker maat en niet zo prekerig. De bioscoop is geen kerk, geen preekstoel. Zeker niet de plek om het allemaal zo zwart-wit neer te zetten.
En was het nou wel een Gülen film? De naam komt helemaal niet voor, hooguit een enkele keer 'de organisatie' die de leraren uitzendt. Maar die ook vaag. Het was al wel afgesproken dat de baby van die in Bosnië omgekomen docent Gül zou heten: is dat een verwijzing naar Gülen?
Witte Turken?
Nog een klein detail: in het Senegal-verhaal zien we eerst een vreselijk ongeluk van een meisje in een arm woestijndorp: ze is van een rots gevallen en in levensgevaar. De moeder wil het naar een ziekenhuis laten brengen, maar de vader protesteert want les blancs zijn ongelovigen en vragen teveel geld. Nu komt juist een ouder blank toeristenechtpaar langs in een SUV. De moeder smeekt hen om het kind naar het ziekenhuis te brengen. Zij voelen zich niet veilig en het meisje sterft. Later in de film gaat de vader werken bij de Turkse school en zijn zoon heeft eerst wel afkeer van 'les blancs' maar gaat er toch naar toe en vindt ze uiteindelijk prachtige mensen, ook al zijn ze blank. De Turken zijn ook rijker en zorgen voor een bron/waterpomp in het woestijndorp. Niet samen-moslim-zijn, maar de zelfopoffering van de Turken geeft hier de band.
dinsdag 8 januari 2013
Mohammed volgens Charb en Zineb
Het Franse weekblad Charlie Hebdo heeft een stripverhaal over Mohammed gemaakt. Deel I is 62 blz, plus een stevige inleiding en 90 eindnoten. De tekst lijkt zwaarder dan de luchtige tekeningen.
Dit eerste deeltje loopt tot kort na de eerste openbaring aan Mohammed, dus zullen er nog wel 4 tot 5 deeltjes volgen.
Hierboven de eerste bladzijde van de cartoon na de erg nette inleiding, dat dit allemaal serieus bedoeld is en in overeenstemming met de belangrijkste islamitische geschriften.
Dit eerste deeltje loopt tot kort na de eerste openbaring aan Mohammed, dus zullen er nog wel 4 tot 5 deeltjes volgen.
Hierboven de eerste bladzijde van de cartoon na de erg nette inleiding, dat dit allemaal serieus bedoeld is en in overeenstemming met de belangrijkste islamitische geschriften.
Blz. 7 (Begin) MEKKA, ARABISCHE WOESTIJN.
(a) De inwoners van Mekka zijn Arabieren die beweren dat ze
afstammelingen zijn van Adnan, zoon van Oedoed, nazaat van Nabet, zoon van
Ismaël, zoon van Abraham.
(b)In het centrum van Mekka staat de Kaäba-
(c)Een tempel die door de verheven profeet Abraham en
zijn zoon Ismaël is gebouwd. Arabieren gaan daar naar toe voor de hadj, waarbij
ze er de rituele ommegang om heen doen, soms naakt, rondom die Kaäba.
(d)In de zuiidoost hoek van de Kaäba is de zwarte steen
ingemetseld, een meteoriet (= hemelsteen) die uit het paradijs is gevallen. De
vrouwen wrijven hun geslacht er tegenaan en laten hun menstruatiebloed zien, om
zo om vruchtbaarheid te smeken.
[De eindnoot hierbij legt uit dat het Franse woord
béthyle afkomstig is van het Hebreeuwse bet-el of Huis van God. Er staan 90
eindnoten bij de 62 bladzijden. Alleen al 5 op de eerste bladzijde]
(e)De Arabische stammen zetten hier hun asnaam neer, de
godenbeelden waarvan die van Hoebal, Manaat, Al-Laat en Al-Oezza het meest
werden vereerd.
(f) De belangrijkste waterput op de knooppunt van
karavaanwegen en het cultureel centrum dat heel Arabië bezielde, was de bron
Zemzem, die van onder de voet van Ismaël was ontsprongen. In de loop der tijd
was die verzand. Eeuwen later werd die weer ontdekt door Abd al-Moettalib.
Hierboven de pas geboren Mohammed. Hij wordt bij een Jood gebracht die kijkt en ziet dat er een vlekje zit, zegel van het profeetschap en hij verdwijnt. Eindnoot 14 zegt dat dit een overlevering volgens Aisja is.
Bij die geboorte van Mohammed gebeurden er allerlei wonderen. Ook het paleis van de Perzische vorst Khosro werd verwoest.
Mohammed trouwde met Khadidja. Als ik het goed zie is helemaal links onder Khadidja met Mohammed aan het praten. Er waren problemen: de vader van Khadidja zegt dat bijna iedereen die belangrijk is van Koeraisj haar hand al heeft gevraagd. Hij zal haar zeker niet geven aan zo'n arme wees. Khadidja zegt tegen Mohammed: "ik zal zorgen dat mijn vader goed dronken wordt gevoerd (zie haar dienares in het blauw met de kan in de aanslag). Als hij dronken zijn toestemming geeft moeten we Abu Talib, de oom van Mohammed, meteen de formele huwelijkssluiting laten doen."
De engel Gabriël verschijnt aan Mohammed: de eerste openbaring.
Abonneren op:
Posts (Atom)








