Christian Lange is succesvol hoogleraar Islam en Arabisch in Utrecht. Zijn grote boeken gaan vooral over mystieke teksten uit de middeleeuwen. mooie verhalen over paradijs en geluk, verlangens ook. Maar nu heeft hij collegedictaten verwerkt tot een boek over Mohammed. Het is niet de bekende vorm van biografie, maar een receptiegeschiedenis. Na het inleidende hoofdstuk komt er een over de westerse islamwetenschap: van Nöldeke tot de wilde theorieën van Patricia Crone en soortgenoten. Hij maakt er korte metten mee: de Koran blijft een belangrijke bron en daar zien we iemand die helemaal past in de laat-antieke debatten tussen christenen en joden onderling, wel in contact met de oude arabische cultuur.
Dan zijn er drie hoofdstukken over de receptie bij moslims: in de wereld van de plichtenleer of sjarie'a is alles wat hij deed een voorbeeld voor mensen, om na te volgen. Dan de mystiek en filosofie, tenslotte de kleurrijke volksdevotie. hier blijkt vooral dat Mohammed niet zo maar 'gewoon een mens' is, tegengesteld aan Jezus als Zoon van God. Over Mohammed als eerste licht ontstaan uit God. Dan zijn er twee hoofdstukken over de receptie in het westen. Dat loopt ook sterk uiteen: van de bekende negatieve stereotypen tot verheerlijking van de hoogste plank: vooral bij Goethe en Carlyle.
In de presentatie van zijn boek gaf Lange vooral veel aandacht aan Goethe, die mythische dimensies gaf aan Napoleon. Mohammed als maatschappijvernieuwer en bestuurder werd door hem op dezelfde hoogte gesteld.
Het was maar een korte presentatie, gisteren in een van de zalen van Geesteswetenschappen in Utrecht. Het viel me op hoe 'wit' het publiek er was. Gürkan Celik was zo te zien de enige moslim die er bij was. Hij was wat teleurgesteld omdat zíjn Mohammed-beeld er natuurlijk nogal bekaaid van af kwam. Het was overigens wel duidelijk dat Lange een Arabist is en van de islamitische wereld vrijwel alleen Arabische teksten citeerde. Niets over de in het westen ook veel gelezen boeken van Ameer Ali en ook niets natuurlijk over Fethullah Gülen die in zijn Mohammed-boek een bijna dagelijks omgang met een nog levende bron van inzicht presenteert. Voor mensen die een beetje allergisch zijn voor identificatie van Arabisch en Islam is dat natuurlijk toch een gevoelige zaak.
Speciaal moment was natuurlijk de aanbieding van het boek door Christian Lange aan Joost van Gemert, beheerder van de collectie theologie/religie, ook muziek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Zijn laatste herinnering aan een bezoek aan Istanbul: een prachtige opvoering van een Mozarts-opera in het operahuis aan het Gezi park, dat nu met sluiting is bedreigd door Erdogan.
Al bijeen een avond met veel thema's waarbij je toch wat in verwarring komt over wat nu wel het academische van islamwetenschap is: de historisch kritische methode zoals in hoofdstuk 2 hier aangeboden (de betekenis van Mohammeds boodschap voor de eerste hoorders), interesseert moslims eigenlijk maar nauwelijks en is maar een klein deel van het bredere onderzoek naar die grote figuur die Mohammed was en vooral: uiteindelijk is geworden.
Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen
donderdag 30 november 2017
woensdag 15 november 2017
Het Gordijn van Kader Abdolah
Ik dacht dat Kader Abdolah bezig was met een groots project: iets over de Statenbijbel. Maar na twee boeken over de Perzische koning (en zijn eigen betovergrootvader die daar vizier was geweest), is er iets heel anders. Het Gordijn gaat over de ontmoeting tussen KA en zijn moeder en zus. De moeder was al in Amsterdam geweest. Z|ijn vader is nu overleden en zijn moeder is aan het dementeren. Daarom hebben ze Dubai uitgekozen als ontmoetingsplek. Dat is dus thema 2, naast no 1: de dementie van zijn moeder. Het Gordijn is een oude herinnering aan zijn moeder, die altijd verhalen vertelde, maar achter een gordijn (64-5). Later in het boek vertelt zijn moeder dat ze altijd gehoopt had dat Kader haar zou meenemen naar Mekka. Nu gaat hij van het kosmopolitische Dubai naar het vrome Abu Dhabi en raakt daar zijn moeder kwijt in een te grote moskee, waar ze achter gordijnen verdwijnt:
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.
maandag 28 augustus 2017
Een 'nieuwe Koran': voor kinderen én volwassenen
Abdulwahid van Bommel is nauwelijks echt bekomen van het grote project in zes delen, de Masnawi van Djalaluddin Roemi, of er is van de nieuwe serie van vier delen al een mooi en groot uitgegeven boek verschenen: De Koran. Uitleg voor kinderen. Ruim 400 bladzijden, stevig papier, mooi gebonden en vooral erg mooi, zij het sober geïllustreerd.
In dit eerste deel (gemikt wordt op kinderen van 10/11 die het zelf lezen) wordt vooral het leven van Mohammed en enkele andere profeten besproken,vooral Adam, Moah, Hoed en Abraham.
Voor deze kleine inleiding concentreer ik op de sectie over Ahraham/Ibrahiem, 208-244.
Allereerst de titel: De zoektocht naar Allah. Niet dat Abraham een land en een volk 'kreeg', niet het geloof in de Ene, maar de zoektocht, het nadenken van Abraham, de onmogelijkheid van die afgodsbeelden als machthebbers, en vooral het nachtelijk visioen, dat breed wordt uitgewerkt.
Op blz. 224, na de beschrijving van de god die niet verdwijnt als maan, zon en sterren, komt dan de vraag: Was Ibrahiem zelf Jood, christen of moslim? Nee, zegt de Koran, hij is een mens die zich echt overgaf. Hij was geen moslim omdat hij van een bepaald volk was, omdat zijn ouders dat waren of omdat hij zichzelf zo noemde. Hij was een 'moslim' in de betekenis van een 'mens die zich volledig aan Allah had gegeven.
Kort, maar prachtig universele betekenis. De grote oecumene is voor Van Bommel niet dat de grote religies bij elkaar komen, maar dat de mens de muren niet hoeft te zien omdat het wezenlijke er is: dat een mens vertrouwelijk omgaat met de God waaraan men zich helemaal kan geven.
Van Bommel verbindt dit met de term hanief, door hem vertaald als Godszoeker. De negatieve mogelijkheid van 'heiden' laat hij nu maar even weg.
Het wrede offeren van een kind (ook al ging het uiteindelijk niet door) laat van Bommel in dit boek helemaal achterwege, ook al is het komende week Offerfeest. Zoiets raars hoeven kinderen (nog) niet te horen. maar wel krijgt Ismail een belangrijke functie in het verhaal: want zo worden sommige verhalen, als het bouwen en gebruiken van de Ka'ba juist wel vanuit het perspectief van de jongen Ismail verteld (in de appendix met Koran-nummers wordt wel verwezen naar 37:100-101, Ibrahiem is bereid zijn zoon te offeren en wordt daarvan vrijgesteld).
Een groot aantal van de 'korte soera's' wordt vrij vertaald en summier uitgelegd. De 'Meester/Koning van de dag van het oordeel' yaum ad-dien wordt mild weergegeven als Meester van de beloofde dag..
Niet alleen voor kinderen is dit een prachtig boek! Dank je, Abdulwahid!
In dit eerste deel (gemikt wordt op kinderen van 10/11 die het zelf lezen) wordt vooral het leven van Mohammed en enkele andere profeten besproken,vooral Adam, Moah, Hoed en Abraham.
Voor deze kleine inleiding concentreer ik op de sectie over Ahraham/Ibrahiem, 208-244.
Allereerst de titel: De zoektocht naar Allah. Niet dat Abraham een land en een volk 'kreeg', niet het geloof in de Ene, maar de zoektocht, het nadenken van Abraham, de onmogelijkheid van die afgodsbeelden als machthebbers, en vooral het nachtelijk visioen, dat breed wordt uitgewerkt.
Op blz. 224, na de beschrijving van de god die niet verdwijnt als maan, zon en sterren, komt dan de vraag: Was Ibrahiem zelf Jood, christen of moslim? Nee, zegt de Koran, hij is een mens die zich echt overgaf. Hij was geen moslim omdat hij van een bepaald volk was, omdat zijn ouders dat waren of omdat hij zichzelf zo noemde. Hij was een 'moslim' in de betekenis van een 'mens die zich volledig aan Allah had gegeven.
Kort, maar prachtig universele betekenis. De grote oecumene is voor Van Bommel niet dat de grote religies bij elkaar komen, maar dat de mens de muren niet hoeft te zien omdat het wezenlijke er is: dat een mens vertrouwelijk omgaat met de God waaraan men zich helemaal kan geven.
Van Bommel verbindt dit met de term hanief, door hem vertaald als Godszoeker. De negatieve mogelijkheid van 'heiden' laat hij nu maar even weg.
Het wrede offeren van een kind (ook al ging het uiteindelijk niet door) laat van Bommel in dit boek helemaal achterwege, ook al is het komende week Offerfeest. Zoiets raars hoeven kinderen (nog) niet te horen. maar wel krijgt Ismail een belangrijke functie in het verhaal: want zo worden sommige verhalen, als het bouwen en gebruiken van de Ka'ba juist wel vanuit het perspectief van de jongen Ismail verteld (in de appendix met Koran-nummers wordt wel verwezen naar 37:100-101, Ibrahiem is bereid zijn zoon te offeren en wordt daarvan vrijgesteld).
Een groot aantal van de 'korte soera's' wordt vrij vertaald en summier uitgelegd. De 'Meester/Koning van de dag van het oordeel' yaum ad-dien wordt mild weergegeven als Meester van de beloofde dag..
Niet alleen voor kinderen is dit een prachtig boek! Dank je, Abdulwahid!
woensdag 22 februari 2017
Rechtsgeleid of rechtgeleid?
Het woord rechtsgeleid is helemaal fout. Het zou betekenen dat wij 'door rechts geleid worden'.
Rechtgeleid is dus goed, maar het is een raar woord. In de grote 'dikke' Van Dale, het grootste woordenboek van het Nederlands komt het niet eens voor! De rechtgeleide kaliefen is een uitdrukking die al heel lang bestaat in kringen van Islamkenners, maar rechtgeleid wordt bijna nergens anders voor gebruikt. In het Arabisch heten deze vier (Abu Bakr, Omar, Otyhman en Ali) de khulafa ar-rashidun
In de Koran komt het woord rashid 4x voor:
eenmaal in 11:78 waar gesproken wordt over een rajulun rashidun, Leemhuis vertaalt als verstandig man. (De wanhopige Lut biedt zijn dochters aan mensen van Sodom aan in plaats van de gasten en zegt dan: Is er onder jullie geen verstandig man?
11:87 De mensen van Sjoe'aib vinden zijn boodschap maar raar. Zij willen hun goden niet verlaten en zeggen tegen hem: Jij bent toch de zachtmoedige, de verstandige.
11:97 gaat het over Farao/Fir'aun: het bevel van Fir'aun was niet verstandig.
18:17 hier wordt gesproken over een waliyun murshidun, Leemhuis vertaalt met: een helper die de weg wijst. Waliyun is hier helper (begeleider/voogd, gids) en murshid (afgeleid van rashid) als wegwijzend.
In de studies over hadith heet de tijd van de sahabat en van de vier 'rechtgeleide kaliefen' een gouden tijd, waarin mensen zich lieten leiden en geen fouten maakten. Het is duidelijk een anti-sji'itische term van de soennieten, want die vinden dat 'Ali meteen de opvolger van Mohammed had moeten worden. Van de vier rechtgeleide kaliefen moet vooral Uthman het ontgelden: hij is (net als Umar en Ali) vermoord. In zijn geval vooral omdat hij corrupt was en zijn familieleden overal voortrok. Zo rechtgeleid waren ze dus ook weer niet allemaal!
Hieronder een bord met de andere helden: een bord met de namen van God en Mohammed. Daarnaast Mohammeds dochter Fatima, haar man Ali en hun kinderen Hasan en Husain.
vrijdag 13 januari 2017
Islam op de grens van Arabische woestijn en late oudheid: Robert Hoyland
Robert Hoyland werd rond 1998 bekend door een fantastische bronnenpublicatie: Seeing Islam as Others Saw it, over vroegste niet-Islamitische bronnen (vooral Syriérs, Perzen, Egyptenaren, Grieken, veel monniken). Ik heb mijn exemplaar onlangs weggegeven. Is niet zo erg, want heel veel en nog meer is nu in het CMR project en veel staat ook op die fantastische site Academia.edu.
Onlangs verscheen https://www.academia.edu/8272594/Early_Islam_as_a_Late_Antique_Religion.
Ik dacht natuurlijk meteen aan Angelika Neuwirth die dat nam als titel voor haar grote handboek over de Koran, maar zij komt nu even niet voor.
Hoyland komt uit de school van Patricia Crone, kritisch over de traditionele visie op Mohammed, zonder dat ze zelf met een nieuwe synthese kom komen (Mekka was geen grote handlstad, vroege islam een apokalyptische beweging).
Hoyland probeert in dit artikel een middenweg te vinden tussen de arabische oorsprong van Mohammed (al die speculaties dat hij uit Oost-Perzië zou komen, of zelfs Afghanistan komen niet meer terug). Maar er is wel een ontwikkeling in de Koran zelf en in de vroege islamitische beweging, die duidelijk meer herneming van thema's van de late oudheid, met name religieuze ontwikkelingen in Syrië zou zijn, dat Said Reynolds: de koran als meditaties en preken op thema's die ook bij Ephrem de Syriër en zijn volgelingen voorkomen.
Ik dacht aan een schaalvergroting van de ontwikkeling van Snouck tot Montgomery Watt: de grote verschillen tussen de wat apokalyptische en maatschappijkritische Mohammed uit Mekka en de meer geleidelijke, politieke Mohammed van de Medinatijd, maar dan wellicht over nog wat langere tijd uitgesmeerd.
Hoyland doet zelf niet veel met de Koranteksten of opbouw (vandaar dat dat ontbreken van een verwijzing naar Neuwirth). Maar als je zelf bezig bent met een bepaalde sura (zoals ik nu met sura 5) helpt het nog niet zo heel veel.
Onlangs verscheen https://www.academia.edu/8272594/Early_Islam_as_a_Late_Antique_Religion.
Ik dacht natuurlijk meteen aan Angelika Neuwirth die dat nam als titel voor haar grote handboek over de Koran, maar zij komt nu even niet voor.
Hoyland komt uit de school van Patricia Crone, kritisch over de traditionele visie op Mohammed, zonder dat ze zelf met een nieuwe synthese kom komen (Mekka was geen grote handlstad, vroege islam een apokalyptische beweging).
Hoyland probeert in dit artikel een middenweg te vinden tussen de arabische oorsprong van Mohammed (al die speculaties dat hij uit Oost-Perzië zou komen, of zelfs Afghanistan komen niet meer terug). Maar er is wel een ontwikkeling in de Koran zelf en in de vroege islamitische beweging, die duidelijk meer herneming van thema's van de late oudheid, met name religieuze ontwikkelingen in Syrië zou zijn, dat Said Reynolds: de koran als meditaties en preken op thema's die ook bij Ephrem de Syriër en zijn volgelingen voorkomen.
Ik dacht aan een schaalvergroting van de ontwikkeling van Snouck tot Montgomery Watt: de grote verschillen tussen de wat apokalyptische en maatschappijkritische Mohammed uit Mekka en de meer geleidelijke, politieke Mohammed van de Medinatijd, maar dan wellicht over nog wat langere tijd uitgesmeerd.
Hoyland doet zelf niet veel met de Koranteksten of opbouw (vandaar dat dat ontbreken van een verwijzing naar Neuwirth). Maar als je zelf bezig bent met een bepaalde sura (zoals ik nu met sura 5) helpt het nog niet zo heel veel.
donderdag 24 april 2014
Sura 36, Ya Sin, de slotverzen
69-70 Profeet is
geen dichter
69. Wij hebben geen gedicht onderwezen, het past niet bij
hem.
Dit is alleen een vermaning en schriftlezing,
onmiskenbaar.
70. Zo moet hij waarschuwen die leven.
En het woord staat er stevig voor de ongelovigen.
69: Vermaning (zikr) moeten we in de technische zin lezen/horen,
zoals het bij de Doopsgezinden wordt gebruikt. Dat woord zikr klinkt ook zo herhaaldelijk in soera 19,
als tot Mohammed wordt gezegd, dat hij de verhalen over Zakaria, Johannes,
Maria en Jezus in de zikr moet
opnemen. Koran was het woord voor Schriftlezing
bij de Syrische christenen.
‘past niet bij hem’
is overgenomen van de nieuwe IUR-vertaling, ‘De Levende Koran’, die ook aardige vondsten heeft.
Hier nog een afbeelding van het voorportaal van het Münster van Bern met Jezus als rechter op de dag des oordeels, tussen Maria en Johannes de Doper in zijn ruwe mantel (en niet de evangelist als onder het kruis)
71-83 Slotverzen:
tekenen tot nadenken
71. Zien zij niet wat voor vee wij eigenhandig voor hen hebben
geschapen;
En daarvan zijn zij nu eigenaar.
72. Wij hebben die voor hen getemd, zodat zij er op kunnen
rijden;
Andere dienen hen tot eetwaar.
73. Ze zijn nuttig en drinkbaar:
Waarom zijn zij niet dankbaar?
74. Toch hebben zij buiten God nog andere goden genomen,
Die hen moeten bijstaan.
75. Zij zullen niets kunnen helpen,
Ook al zijn zij een staande legerschaar.
76. Wees dan niet bedroefd over wat zij zeggen
Wij kennen hun stille roddel en hun gepraat.
77. Ziet die mens dan niet in dat wij hem uit een druppel
hebben geschapen,
Maar hij is een vreselijke mopperaar.
78. Híj geeft ons een parabel, vergeet dat hij een
schepsel is.
Hij zegt: wie doet de botten leven als zij zijn vergaan?
79. Zeg: die ze de eerste keer in het leven riep, zal ze
weer tot leven brengen.
Hij is met alles bekend.
80. Hij zorgt voor vuur uit groen hout.
Daarmee steken jullie het vuur aan.
81. Die hemel en aarde schiep uit eigen kracht,
kan hij niet komen met nog zoiets komen?
Hij is de Schepper, met alles bekend.
82. Als hij iets wil is zijn bevel dat hij zegt:
Laat het zijn en het is: kun fa yakun
83. Lof aan Hem in wiens handen alle dingen zijn,
Tot hem keren jullie terug.
71: Eigenhandig:
IUR vertaalt ‘hetgeen Onze Macht heeft voortgebracht’, omdat God natuurlijk
niet echt handen heeft. Dat is dus de filosofische interpretatie van de
Koran-tekst die de antropomorfe termen graag vermijdt.
76. Het thema dat
de profeet in psychische problemen zit, wanhoopt en twijfelt, komt vaak voor in
de Koran. In de moeilijke Mekkatijd had Mohammed weinig succes en het wordt in
de Koran niet verdoezeld. In vers 77-78 gaat het wellicht niet over ‘de mens’
in het algemeen, maar om een specifieke vijand van Mohammed (zo ook in soera 90, soera 53: zie de
passages in het boek De Korte Hoofdstukken).
80. Groen hout: er
schijnt een bedoeïenentechniek te zijn om het harshoudend hout vuur een te
steken. De takken met hars worden tegen elkaar aan gewreven en zo komt er vuur.
(IUR-commentaar).
82. ‘kun fayakun’
is ook de zin die gebruikt is voor de schepping van Jezus en van Adam: zonder
man of zelfs zonder man en vrouw, alleen door Gods wil.
Sura 36 Ya Sin, 33-68
33-47 een psalm
over Gods tekenen van goedheid in de schepping
33. Een teken voor hen is de dode aarde, die Wij tot
leven wekken,
Wij laten er graan uitkomen, waarvan jullie eten.
34. Wij maken er tuinen in: dadelpalmen, wijnranken,
En Wij laten daarin bronnen ontstaan.
35. Zodat zij van hun vruchten kunnen eten
En van wat kun handen verder nog doen.
Zullen zij Mij dan niet dankbaar zijn?
36. Lof aan Hem die alles schiep in stelletjes,
Van wat er groeit op de aarde,
Bij hen zelf en
bij wat ze niet kennen.
37. Een teken is voor hen de nacht:
Wij sluiten dan de dag af en zij verkeren in het duister.
38. Een de zon loopt naar zijn rustpunt.
Dat is de regeling van de Machtige, de Wetende.
39. Een voor de maan hebben wij de fasen vastgesteld,
Totdat zij er uitziet als een oude droge dadeltak.
40. Het is de zon niet gegeven dat zij de maan inhaalt,
En de nacht komt nooit vóór de dag.
Alle drijven zij in een baan.
41. En een teken voor hen is dat Wij hun afstammelingen
vervoerden op een schip, beladen.
42. En voor hen zelfs hebben wij ook zo’n voertuig
gemaakt.
43. En als Wij wilden, konden wij hen hen laten
verdrinken,
Geen geschreeuw dat hen dan helpen gaat.
44. Alleen onze welwillendheid,
Een voor tijdelijk blijdschap.
45. Als tot hen gezegd wordt: Vreest wat voor u ligt en
wat achter u ligt;
Hopelijk zullen jullie barmhartigheid ervaren.
46. Maar niet komt er tot hen een vers van hun Heer,
Of zij beginnen zich om te draaien.
47. Als tot hen gezegd wordt: geeft van waarmee God
jullie heeft overladen,
Dan zeggen de ongelovigen tegen de gelovigen: zouden wij
dan voedsel moeten geven aan wie God zelf het best kan geven, als Hij wil?
Jullie zijn zeker op een weg die dwaalt.
Ik heb al weer even geen Koran gedaan, maar nu in drie afleveringen de 'Doden-sura', Sura 36, Ya Sin, die gebeden wordt op donderdagavond om de overledenen te gedenken. Vandaar ook de afbeeldingen uit het Münster van Bern, dat dramatische voorportaal.
48-68 Beelden over
de laatste dag
48. En zij zeggen: Wanneer komt die dreiging dan? Zeggen
jullie wel hat ware?
49. Zij wachten maar op die ene grote schreeuw, die hen
zal overvallen terwijl zij nog bezig zijn aan het debat.
50. Zij kunnen dan geen testament meer opmaken en niet
terugkeren naar hun naasten.
51. Er wordt geblazen op de bazuin en zij rennen dan naar
hun Heer vanuit de graven.
52. Zij zeggen: Wee ons! Wie heeft ons laten opstaan uit
onze slaapplaats?
Dit is wat de Barmhartige ons had voorspeld: het gelijk
is bij de gezanten.
53. Bij slechts één enkele kreet worden zij allen vóór
Ons geplaatst.
54. Die dag, geen ziel krijgt debet of credit van iets
buiten de eigen daad.
55. De paradijsmensen zijn die dag bezig met iets leuks,
allemaal.
56. Met hun partners zitten ze in de schaduw op mooie
banken.
57. Zij hebben fruit, al wat zij verlangen.
58. ‘Vrede’ is de groet van hun barmhartige Heer,
‘Salaam!’
59. en: ‘Weg hier nu, dienaars van het kwaad,
60. Was er dan geen verbond met jullie, Adamskinderen,
dat jullie de satan niet zouden eren, die helle vijand.
61. En dat jullie mij zouden eren, het rechte pad.
62. En er zijn er al zovelen van jullie verdwaald
Hebben jullie dan niet nagedacht?
63. Dan maar de hel als jullie salaris.
64. Brandt daarin nu omdat jullie hebben verzaakt.
65. Nu verzegelen Wij hun monden, maar hun handen spreken
en hun voeten getuigen wat zij hebben op hun balans.
66. Wij hadden hun ogen ook kunnen sluiten,
Dan hadden zij naar het rechte pad kunnen gaan,
Maar hoe dan te zien?
67. Wij hadden hen ook op hun plek kunnen omvormen op hun
plaats.
Dan hadden zij niet voor of achteruit kunnen gaan.
68. Die wij langer laten leven, worden toch buigen wij:
Hebben jullie dan niet nagedacht?
Het gaat hier
duidelijk om de inhoud van de boodschap van Mohammed: mensen moeten geven aan
anderen, onder andere om de dreiging van het laatste oordeel te ontgaan. Er is een
levendige beschrijving van het debat: tegenstanders zeggen: waarom wij juist?
Is er dan een dreiging na de dood? Flarden discussie dus, waarbij de argumenten
van tegenstanders levendiger en boeiender worden weergegeven dan de instemming,
want daar is natuurlijk geen bijzondere aandacht voor.
54: ‘debet of
credit’: er komen in de Koran best veel financiële termen voor. Of dat hier nu
ook echt het geval is, kan ik niet waarmaken, maar voor de sfeer leek de deze
vertaling wel verdedigbaar.
55: Paradijsmensen,
ashāb al janna. In de Koran wordt
voor het paradijs van Adam en Eva, het begin dus, consistent hetzelfde woord
gebruikt als voor het ideale hemelvisioen van de eindtijd. Dat wordt ook zo
gedaan door A. Hulsbosch in zijn boek De Schepping Gods, Schepping, Zonde
en Verlossing in het Evolutionistische Wereldbeeld. (1964, toen Teilhard de Chardin nog in was).
59 Er staat wel in
de islamitische leer dat de zondaars uiteindelijk vergeven zullen worden. Maar
nu nog niet! Na de goeden en paradijsmensen dus meteen even de tegenkant stevig
beschreven. De hel voor de kwaden.
60 helle vijand,
‘aduwun mubīn, waarbij de satan een
‘duidelijke’ vijand is. Maar helle kan hier zowel op dat duidelijke als op de
helleplaats wijzen.
66-67 Hierover
schrijft Rudi Paret, dat ze moeilijk te begrijpen zijn
68. Is een lastig
vers. Ik las het eerst als een soort spreekwoord, dat je wel lang kunt leven
maar dan toch kwalen krijgt en krom wordt. Maar kennelijk is het een gewoon
verloop in de serie van beschrijving van het kwaad, want het slot is een
herhaling van vers 62.
Sura 36 Yasin, 1-32
Ya Sin
Het drama van
boodschapper en ongelovigen, de Koran als duidelijke richtlijn.
De opening is als
bij de andere ‘letter-openingen’, maar hier wel heel stevig uitgebouwd. De
Koran, dat is de openbaring en hier wordt extra aandacht gegeven aan de persoon
van de profeet. De echte dichotomie tussen goed of kwaad staat centraal en de
slechten krijgen er extra van langs. Zei nog onlangs iemand tegen bij in Bern,
waar ook zo’n dramatisch laatste oordeel op de kathedraal staat: die naar de
hel moeten krijgen de meest levendige beschrijving. Wel, hier dus ook: ze zijn
al helemaal ingepakt, voor, achter en opzij, ook van boven helemaal zonder
vrije ruimte verder. – De goeden die krijgen vooral een routeplanner
voorgeschoteld, en dat is dus de Koran.
Structuur. – Als
bij veel van de wat langere soera’s (tot tegen de nummer 65 aan) lijkt het op
een soort compilatie. 2-12 is een vaak voorkomende bevestiging van de
openbaring. We kunnen er zeker van zijn dat God via Mohammed heeft geopenbaard:
een zegen voor de goeden, vloek voor de slechten. – 13-32 is de enige
narratieve passage: verhaal over drie die tot een stad gezonden zijn met één
bekeerling als gevolg, die wel meteen het paradijs in maagn. – 33-47 heeft als
leidmotief het woord aya of teken
Gods: dat in 33,37,41,46 voorkomt. Neuwirth vindt dat vers 46 van zijn plaats
is en achter 30 thuishoort. Maar juist in die nadruk op aya zou je zeggen dat het helemaal past. Ja,
het gaat over die het aya afwijzen,
maar daarin gaat 47 juist verder. - 48-68 geeft een uitwerking van de beelden
van de laatste dag, veroordeling en paradijs. – 69-70 is een korte polemische
passage, dat de profeet geen dichter genoemd mag worden. 72-83 herneemt deels
de thematiek van 33-47 en heeft dan als literaire herheling het ‘zien zij dan
niet..’, terwijl in 78 weer het woord aya komt.
In de ‘eindtijd-episode’
46-68 ziet het Corpus Coranicum project meerdere parallellen met Jakob van
Seruj en Efrem de Syriër. Overigens had ik ook af en toe de vrije vertaling van
de Psalmen van Huub Oosterhuis in gedachten en betreurde het soms dat er wel
een perspectief op de rechte weg en een paradijselijke toekomst wordt gegeven,
maar de weg van zakat en bezorgdheid
voor de armen en onderdrukten is minder aanwezig.
2. Bij de Koran, zo wijs.
3. Jij hoort op de profetenlijst.
4. Voor de juiste weg de richtlijn,
5. Neerdaling van de Machtige, Barmhartigheid.
6. Leid een volk, niet geleid door hun vaders, niet
opgeleid.
7. De echte boodschap kwam al tot hen in meerderheid,
maar zij hebben geloof geweigerd.
8. Wij hebben om hun nek boeien gespreid
Tot hun kin: ze staan stijf!
9. En wij hebben vóór hen een muur gezet
En achter hen een muur
En hen bedekt: zij zien helemaal niets.
10. Om het even is het voor hen of jij de weg wijst
Of niet: zij zullen niet gaan belijden.
11. Jij kunt alleen maar wijzen voor hen die de
aanwijzing volgen,
En de Barmhartige vrezen, heimelijk.
Verkondig deze vergeving en loon, heerlijk.
12. Wij brengen de doden tot leven,
Wij noteren hun verleden en latere tijd,
Alles opgeschreven in een handleiding, duidelijk.
13-32 Het verhaal
van de eenling, bekeerling in een zondige stad
13. Vertel hen de parabel van de bewoners van de stad
Toen de afgezanten tot het kwamen.
14. Wij zonden er twee tot hen,
Maar zij noemden hen leugenaars.
Wij versterkten ze met een derde en zij zeiden:
‘Tot jullie zijn wij gestuurd’.
15. De bewoners zeiden: ‘Jullie zijn mensen als wij.
De Barmhartige heeft niets bijzonders laten afdalen,
Jullie braken dus loze lucht.’
16. Zij dan: ‘Onze Heer weet dat wij echt zijn gestuurd!’
17. ‘Onze opdracht beperkt zich tot dit heldere bericht.’
18. De stadbewoners: ‘Wij voorspellen jullie dat wij
jullie gaan stenigen als jullie niet ophouden en een pijnlijke straf zal jullie
treffen.’
19. De gezanten: ‘Jullie lot ligt in je eigen handen.
Komen jullie tot bezinning of blijven jullie in opstand?’
20. Toen kwam er een man van de rand van de stad
aanhollen en zei: ‘Mensen, volg deze gezanten!
21. Volg die mensen die geen beloning vragen en op de
juiste richting zitten.
22. Het komt niet in mij op dat ik een ander eer dan Die
mij heeft geschapen en tot Deze keren wij terug.
23. Of zou ik buiten Deze nog goden nemen? Als de
Barmhartige mij wil treffen kan niets voor mij bemiddelen of bevrijden.
24. Dan zou ik echt de weg kwijt zijn.
25. Mijn bescherming zoek ik bij jullie Heer. Luister dus
naar mij!’
26.Er klonk: ‘Ga het paradijs binnen’.
Hij zei: ‘Mocht mijn volk tot besef komen,
27. Dat mijn Heer mij vergeven heeft en geplaatst bij de
zaligen.’
28. Na zijn heengaan zonden wij geen hemels leger. Wij
zonden helemaal niets.
29. Er was een enkel kort gekerm, en zij lagen al geveld.
30. Tegenslag voor de trouwe dienaren:
Als er een afgezant komt wordt er altijd de spot mee
gedreven.
31. Hebben zij dan nog niet gezien hoeveel generaties wij
verwoest hebben,
Opdat zij niet tot hen zouden terugvallen.
32. Uiteindelijk zullen zij allen tezamen voor ons
verschijnen.
13-32. Over het
bijbelse voorbeeld van dit verhaal wordt verschillend gedacht. Gaat het hier
over Paulus en Barnabas in Lystra, Hand. 14:6-20? Ook wordt er wel verwezen
naar Agabus, vermeld in Handelingen 11:28 die in Antiochië gepreekt zou hebbem,
een hongersnood voorspeld en alvast noodhulp georeganiseerd. Uiteindelijk is hij
volgens de legende martelaar geworden in Antiochië en daar vereerd. (Blachère) Sayyid Qutb die als principe heeft dat je geen
buiten-Koran gegevens moet zoeken, wijst er toch op dat je de twee gezanten zou
kunnen vergelijken met Mozes en Aäron die tot Farao gestuurd worden, waarop er
dan nog een derde kwam. Het lijkt me dat de vraag hier niet alleen is wie
bedoeld kan zijn met de zendelingen, maar met de bekeerde: ik moest meteen
denken aan de goede moordenaar ‘heden zul je met mij in het paradijs zijn’.
Overigens is er ook in het huis van de Farao een ‘bekeerde’ (zijn vrouw Asiyah,
zie 66:11: God heeft voor hen die gelovig zijn de vrouw van Farao als een
voorbeeld gegeven toen zij zei: Mijn Heer, bouw voor mij bij U een huis in de
tuin en red mij van Farao en wat hij doet.. Zij
is een type zoals ook de vrouw van Pilatus, tegen het onrecht van haar maan,
maar niet in staat om hem om te buigen). Men zou natuurlijk ook kunnen denken
aan het uitzenden, twee aan twee van de
leerlingen van Jezus in Handelingen 10. Zelfs ook aan de drie engelen bij
Abraham, die uiteindelijk naar Lot gaan, die wordt gered. Maar dat hoeft
natuurlijk allemaal niet. Het is gewoon een verhaal van drie goddelijke
gezanten die tot een zondige stad komen, waarin een figuur is die zich bekeerd,
minderheid. In de Mekka-tijd waren de moslims een minderheid. Of misschien
mensen die door Mohammed zijn uitgezonden in de latere Medina-tijd (zo denken
sommige Moslim-commentators) of bijvoorbeeld naar Ta’if in de late Mekka-tijd
en die hadden ook vaak niet zoveel succes. Maar de thematiek past wel mooi in
de latere receptie die spreekt over het lot van onverleden en wat we over dood
moeten denken.
13. Daraba
mathalan, is de standaard uitdrukking
voor het vertellen van een parabel. Letterlijk betekent het ´sla een voorbeeld´
en dan kun je denken aan een penning met afbeelding,maar het gaat toch gewoon
over vertellen.Zie Jezusverzen,
142/3.
15. ‘Niets
bijzonders’: wellicht hadden zij een engel, of een stevige donderslag of iets
spectaculairs verwacht. In de debatten elders komt zoiets wel naar voren.///
18-19
Stadbewoners/gezanten: zoals gewoonlijk gaat de Arabisch Korantekst niet verder
dan zij.. zij.. en de hoorder of lezer moet maar goed in de gaten houden over
wie het gaat. De vertaling helpt hier dus wat extra bij.
20 ‘rand van de stad’ hier staat aqsa
al-madina, hetzelfde woord dat voor de
moskee van Jeruzalem wordt gebruikt, de Al-Aqsa of ‘de verste’ moskee.
22. Op
overlijdensberichten staat bijna altijd een variatie op deze tekst: Wij horen bij
God en tot hem keren wij terug. Innā lillāhi wa ilaihi rāji’ūn.Zou dit vers de aanleiding zijn geworden
voor het gebruik om de hele soera te reciteren als een goed werk ten voordele
van de overledenen? Of moeten we wachten op vers 26-27, waar deze lokale
medestander meteen al het paradijs in mag, zoals de goede zondaar door Jezus
vanaf het kruis al het paradijs werd beloofd?
5-11-15-23: Op veel
plaatsen wordt hier de Godsnaam Rahmān
of Barmhartige gebruikt. Dat wijst op een vroege oorsprong, want later wat veel
vaker de naam Allah gebruikt.
25. ‘Mijn
bescherming zoek ik bij jullie Heer’, waar ‘jullie’ wel naar de gezanten
verwijst. Deze toespraak van een sympathisant van binnen de stad is dus deels
op zijn stadgenoten, deels op de drie predikers gericht.
Abonneren op:
Posts (Atom)




