woensdag 4 mei 2011

Sagrada Familia 1. Geboorte, de noorder ingang


Een uit de hand gelopen goed idee? Zoals Rossini en Verdi toch ook wel een mis aan hun muzikaal oeuvre wilden toevoegen, moest Gaudi ook wel aan een kerk werken. In feite heeft hij aan meerdere gewerkt, maar deze werd zijn grootste project, nog steeds niet klaar. Drie portalen met ieder vier torens van zo'n goede honderd meter hoog. Dan nog een veel bredere boven het hoogaltaar en tenslotte de brede en 174 meter hoge Christus-toren boven het centrum. Twee series van vier zijn al klaar, boven de noorder en zuider ingang. We kijken hier vanuit zuiden naar de grote kerk, in 2011. Wie weet ziet hij er over tien jaar heel anders uit, verder voltooid al weer. Het is nu eigenlijk al vooral een bedevaartsplaats voor museumkijkers geworden. Een uur lang wachten in de rij om je in een redelijk volle kerk te storten, die evenwel zo groot is dat je er met 1500 rustig kunt rondkijken en -lopen.


Dit is de geboortekant, de noordzijde met een serie beelden die van annunciatie, geboorte, vlucht naar Egypte, tot een huiselijk leven van een timmerman in Nazareth hebben geleid.

Altijd goed voor spectaculaire beelden, de kindermoord van Bethlehem


Dit beeld hoort eigenlijk bij de verheerlijking, de oostkant, zou je denken. Gaudi heeft het toch in de 'klimwand' van het geboorteportaal gezet, deze kroning van Maria.

Er is niet zoveel kleur bij de geboorte-ingang. Daarom valt deze cypres des te meer op: paradijsboom, boom van het eeuwige leven (Cypres blijft altijd groen!), en dan met die fantastische vogels erin. Het maakt deze kerk ineens tot een heel andere, kleuriger dan wat we van waar ook maar kennen.


De engelen bij het geboortefeest van kerstmis zingen hier niet alleen. De beeldhouwers hebben lol gehad in het uitbeelden van veel muziekinstrumenten. Er zit ook een schitterende bij met harp, maar ze kunnen niet allemaal op de blog. Hier alleen de viool en de fagot.

In tegenstelling tot de evangelisten binnen, die allemaal vleugels hebben, zien we hier een jongeman, zonder vleugels de annuntiatie, boodschap brengen aan Maria. We hebben de laatste jaren enkele moderne kathedralen en andere nieuwe kerken gezien. San Francisco, Los Angeles, de kerk met het tranende Mariabeeld van Syracuse. Vooral in Los Angeles waren er beelden die de heiligen een hedendaagse uitstraling wilden geven. Dat 'gewone' zie je hier ook wel. Maria en de engel zijn heel aards, niet zo etherisch als de gothische of neo-gothische beelden.
Opvallend is de rozenkrans die er hier in is verwerkt.


Jozef was een timmerman (Mt 13:55, tektoon, wordt ook wel vertaald als architect/aannemer/bouwer) en Gaudi zat ook in dat beroep. Hier dus een mooie uitbeelding van dat familiebedrijf.
Ik blijf me verbazen over de windrichting: de kerk is naar het westen gebouwd,
Is dit een Bijbel van de Armen, biblia pauperum? Nou, zo arm ook weer niet en het is nu vooral een domein van toeristen. Er was enige weken eerder een brandje geweest en toen moesten de 1500 bezoekers snel geëvacueerd worden. Als ze 1.5 uur blijven, komen er dus 1000 per uur binnen, maakt zo'n 8.000 op een dag. Die betalen 12-15 euro, dus de 8 loketten vangen per dag 100.000. Geeft een weekopbrengst van een half miljoen ofwel een jaaromzet van € 25 miljoen. Daar moeten dan 300 medewerkers van betaald worden, plus materiaal. Er zijn ook grote sponsors. Naar verluid heeft voor Fuji de laatste decennia veel geld bijgedragen.
Maar nog meer over die Biblia Pauperum: het is eerder een katewchismus in steen, een symbolische, narratieve samenvatting van de belangrijkste geloofspunten. Opvallend is dan ook wel dat van Jezus vooral geboorte en lijden worden weergegeven, als in de brieven van Paulus. De predikende en genezend rondtrekkende godsdienstige vernieuwer, die zien we hier niet. Niet de parabels, niet de twistgesprekken met de Joodse rabbijnen, maar het kosmische drama van incarnatie en passio tot bevrijding en voltooiing.

Sagrada Familia 2. De zuidzijde



De twee ingang (van de drie) is ook al af:de passie van Jezus. Centraal hierin is de afbeelding van de doek van Veronica, die ook in detail staat. Dit is de ingang van de zuidzijde. Aan de oostkant moet nog de Verheerlijking, de Glorie, komen. Daar wordt nog stevig aan gewerkt. Het is me nergens duidelijk geworden waarom de kerk naar het westen en niet naar het oosten is gericht. Na het 2e Vaticaans concilie is de richting van het altaar wel omgedraaid en zou dit dus wel kloppen, maar zou Gaudi dat al zi'n 80 jaar geleden hebben voorvoeld?
Eigenaardig is dat het hier nog niet om de echte bevrijding en verheerlijking gaat, want de zuidzijde heet passio, dus echt lijden, ook al hangt een Verrezen Messias wel wat waaghalzerig in de lucht.


De Judaskus hier, met een duivelse slang nog erbij.
Het matrix-vierhoek toont een serie getallen die opgeteld horizontaal of verticaal allemaal op 33 uitkomen. Die leeftijd van Jezus moet dus ook wel iets als een volheid betekenen.

Dit is ook zo'n ietwat hoekig beeld, als het meeste bij de zuidingang, de lijdensverhalen, gemaakt door Josep Subirachs (geb. 1927, werkte hieraan vanaf 1987) en is volgens de tekeningen van Gaudi. We zien hierboven de vrouw die Petrus vraagt of hij Jezus kent en bij hem hoort. Petrus ontkent, de haan kraait.






Ik heb natuurlijk teveel foto's gemaakt, of in ieder geval ook behouden en toch ook maar veel hier op gezet. Van zo'n kerk-als-mandala kun je bepaalde dingen makkelijk herkennen: de vier evangelisten in de gewone afbeeldingen (al hebben alle dieren en de mens van Matteüs vleugels), er zijn de apostelen, brood en wijn, ook wat van de deugdenleer: vier kardinale en bij de geboorte-ingang de drie goddelijke, Gloof-Hoop-Liefde. Overweldigend is het licht (we hadden ook wel een mooie dag, in mei, tussen 10-13.00).

Er wordt ook binnen de kerk nog aan heel veel gewerkt. De hele serie kapellen rondom het hoofdkoor is nog niet af en niet toegankelijk. Daar zullen ongetwijfeld meer beelden komen, maar het sacrale schema is klaar. Hier links voorin een werker die het plastic van de afdekking op zijn plek moest brengen. Spectaculair!

Dit is het centrale beeld ahcterin de kerk, vreemd genoeg dus aan de oostzijde. Het ziet eruit als een menselijke figuur die in negatief is uitgebeeld, alsof de echte inhoud eruit is getrokken. Het moet Sint Joris zijn, maar hier is er ook al geen draak meer bij, de held is klaar, het zwaard rust op de grond. Waarom dit beeld van Joseph M. Subirachs zo gemaakt is? Ons boek van Albart Farges & Pere Vivas, Sumbolology of the Temple of the Sagrada Familia geeft geen uitleg. Ik vond elders dat hij voor Montserrat een soortgelijk beeld van deze christelijke strijder heeft gemaakt.





In de buurt van de verlossings-ingang, de zuidkant dus, staan deze twee kelken: voor brood en wijn als eucharistische symbolen, het belangrijkste christelijke ritueel (waar wel een gewijde voor nodig is; anders dan in de islam kunnen belangrijke rituelen alleen met clerus plaats vinden). Er is hier prachtige kleur, zoals ook wel bij de huizen en andere gebouwen van Gaudi, maar in het geheel van de kathedraal is erg bescheiden met kleuren gewerkt. Modernistische gevels zijn soms protserig, oppenkast, edelkitsch zelfs en we konden het ons best indenken dat er tussen 1880-1920 veel in gebouwd is, maar toen vond men het ook wel genoeg.
Deze foto's konden we (net als die van de Verrezene van bovenaf) maken omdat we met een lift in een van de pilaren omhoog waren gegaan. Dat is een riskante onderneming: nogal wet slaat de schrik van de hoogte, enge trap naar beneden, zo op het hart dat ze meteen veilig in de lift terug willen. Het is een fantastische beleving om het kolossale van de pilaren (te beleven je loopt door een buitenkant van één pilaar terug, zo groot is alles) en de buitenmenselijke proporties en hoogte van dit gebouw. Paule vond het uitermate eng en was helemaal bevrijd toen ze beneden kwam. Ik had wel uren willen blijven kijken.


Een laatste blik op de Sagrada Familia vanuit een andere Gaudi-icoon, het park Guëll, een steile helling, bedoeld om 60 luxe villa's in te gaan bouwen. Alleen de publieke zaken als kerkje, markt, portierswoning, muur van deze gated community zijn gereed gekomen en mooi genoeg.
De Sagadra Familia is niet dominant voor heel Barcelona: in de avond is de toeter van de Torre Agbar (Augua Barcelona, waterleiding) veel meer spectaculair. Bij de kust staan ook prachtige gebouwen, zoals die spectaculaire koperen vis en wat torens, een ervan in de vorm van een zeilboot. De basiliek staat ook een eind uit het echte centrum, rond de grote winkelstraten.

zondag 1 mei 2011

Draken, duivels en andere gedrochten in Barcelona




Ons viel in Barcelona op dat de openbare ruimte, de publieke gebouwen, geen enkele verwijzing naar het christendom hebben. De kerk zijn, behalve de Sagrada Familia, ook aan de buitenkant erg schaars in christelijke symboliek. Er zijn wel ongelooflijk veel draken en verder wat dames en heren uit de Griekse mythologie of wat daarvoor doorgaat. Barcelona is daarin geen uitzondering. Bij enig nadekne is het wel komische die talrijke verwijzing naar godinnen van wijsheid, dapperheid, durf of doorzettingsvermogen en riviergoden in dit land dat nu wel heel weinig met die grieks-romeisne oudheid heeft


Een van die rare godheden bij de grote fontein is wel Neptunus. Hij en niet de beschermheilige van de schippers, Nicolaas, is zichtbaar in de openbare ruimte. Nicolaas zagen we alleen in de kathedraal en in het museum, middeleeuwse afdeling. Zo gaat dat in het dan weer republikeisn/socialistische of zelfs bijna-communistische, dan weer zo katholieke Spanje. Net als de naturisten op het srand: her en der wat stevige oudere heren


Voor die wereldtentoonstelling van 1887 werd een groots restaurant gebouwd in stijl van een middeleeuws kasteel-paleis. Het bleef staan en is nu een museum voor zoologie of zoiets en daar horen deze drie draakjes kennelijk bij. Het gebouw heet nu Castell dels Tres Dragons.


Te midden van deze griezels ook nog wat engelen bij de ingang van de grote middeleeuwse kathedraal. In negen koren verdeeld, maar hier eigenlijk allemaal naamloos, anoniem.


Zo maar ergens langs die grootste winkelstraat, de Ramblas, zagen we ineens deze engerd: komisch eerder dan echt angstaanjagend!


Het privé paleis voor de rijke Guëll familie was helaas dicht, maar deze ellendige draak komt er wel bij!



De duivel is de evenknie, of liever de tegenstelling van de engel. Het is het dier van de aarde en de onderwereld, terwijl de engelen vliegen en van boven komen. Op de buitenkant van de sagrada Familia vind je ze dan ook als draakjes, salamanders, kikkers, varanen en vooral fantasiebeesten. Ik heb er nog veel meer gemaakt, want we stonden ruim een uur aan die fantastische buitenkant te wachten en hadden dus alleen tijd om tussen het doorschuifelen van de rij nog weer eens wat moois of griezeligs of prachtig vast te leggen.



Bij de Sagrada Familia wordt het allemaal nog wel ingetogen gehouden wat kleur betreft, maar in het misluke wooncomplex (voor de rijke, goed ter been bedoeld) Parc Guëll komen de meest kleurrijke voor!


In het Museum van Catalaanse kunst zagen we heel veel altaarstukken. De een nog mooier dan de ander. Nogal wat met griezelige duivels. Hier eentje ervan. Griezel ervan!

Barcelona als achtergrond


Van 26-30 april 2011 gingen wij naar Barcelona. Grootse mediterrane stad met weinig romeins verleden (alleen onderste stukken van een serie bouwwerken), nauwelijks iets uit de Visigothische tijd van 450-700, niets uit de korte islamitische periode, maar wel mooi later middeleeuws werk. En voor natuurlijk de periode 1880-1930, toen een sterk hang naar classicisme een evenknie kreeg in die gekke modernisten met hun veel te drukke versieringen, zowel in de kleuren als in de vormen. Om alvast even te wennen hierbij wat algemene beelden, te beginnen bij een terras: het was fantastische weer en dus veel buiten zitten (trouwens: wat hebben we ook gewandeld daar, want een stad zie je vooral te voet).



De tweede (volle) dag van ons bezoek was helemaal gewijd aan de sagrada Familia, eerst lang in de rij en dan de kerk zelf. En dan even afkicken bij het Parc Guëll, wel leuke grappen, maar net als de andere huizen toch een verzameling modernistische frivoliteiten vergeleken bij dit grootste werk.


De ontwikkeling van Barcelona wordt vastgeknoopt aan enkele belangrijke jaartallen: 1887 de wereldtentoonstelling en 1992 de Olympische Spelen (vlakbij ons hotel). Maar ook in 1929 was er een wereldtentoonstelling, waarvoor in het Montjuic heuvelgebied aan de zuidwest kant een kolossaal museum werd gebouwd, in erg kitcherige klassicistische stijl. Maar ze hadden er een fantastische verzameling kerkelijke kunt uit de middleeeuwen: de ene na de andere zal met altaarstukken. Daarom kan Utrecht met Catharijneconvent of Centraal Museum een puntje aan zuigen!

Paule vond het maar raar: de kerk Sagrada Familia heet een temple in het Spaans. Maar om even af te kikken van die religieuze afbeeldingen binnen hier een plaatse van de grote voetbaltempel van FC Barcelona.


La Corte Ingles heet het grote warenhuis (op zes plaatsen in de stad te vinden, maar doet hier vele dingen wat groots. Hier een leuk probeerseltje op een roltrap.



En het eindigt toch nog een beetje clair-obscur op een terras bij Placa Catalunya. Heerlijk zitten en kijken daar al vielen ons de tapas wel wat tegen: ingewikkeld te bestellen, lang wachten en zo heel bijzonder ook weer niet. De worstjes wel erg vet, de kroketjes leken wat op de perkedels van onze kokkie uit Yogyakarta, Ndari. Maar wat wil je: heerlijk zitten daar in die grootste stad. Fonteinen, van die belachelijke blote dames met de rok op de heupen, maar de mooiste zit gewoon op een terrasje!

dinsdag 12 april 2011

Abdullahi an-Na'im on Indonesia


My first ecnounter with a writing by Abdullahi Ahmad An-Na'im was on the campus of UIN (then still IAIN) Sunan Kalijaga in Yogyakarta. There were two heaps, each with some 20 copies of the translation of his book Dekonstruksi Syari'at. It is a well written argument for a reinterpretation of shari'a formulations, especially with regard to women and religious minorities. Basic idea is that the rulings of the Qur'an are partly from the prophetic period in Mecca, partly from the Medina period of Muhammad's life when he was a politican and had to make compromises.
Recently I bought the latest book, Islam, and the Secular State. Negotiating the future of Shari'a (Cambridge, MA and London: Harvard University Press 324 pp.). I was somewhat disappointed by the content. First about the general or international thesis of the book: An-Na'im does not want to see Islam as a 'pure' religion with prayers, rituals, concentrating on the idea of God, general rules of ethics. He wants to reject the secular society where religion is an individual affair. Why? That is not absolutely clear. It is more or less a deliberate choice that has been made outside the perspective of the book.
An-Na'im makes a sharp distinction between state en community: the territorial state must be secular, but the communities that live in the state and form together iyts society are welcome to live according to (renewed) shari'a:
As a Muslim I need a secular state in order to live in accordance with Shari'a out of my genuine conviction and free choice, personally and in community with other Muslims, which is the only valid and legitimate way of being a Muslim. Belief in Islam, or any religion, logically requires the possibility of disbelief, because belief has no value if it is coerced. If I am unable to disbelieve, I will not be able to believe. Maintaining institutional separation between Islam and the state while regulating the permanent connection of Islam and politics is a necessary condition for achieving the positive role of Shari'a now and in the future. (268)

An-Na'im did field work in three countries: Turkey, India and Indonesia. In all three he found many differences among present-day Muslims about the idea of sharia law. In Indonesia adat and therefore law is still very important. There is a trend towards more Wahhabi style strict interpretation of sharia, but also defence of Pancasila. His research in Indonesia was based on FGD: Focus-group discussion, organized by LKiS in Yogyakarta and they all reflect a wide variety of perspectives. There is 'constant negotiation over the role of Islam' (251) and no consensus about the outcome. Some 'confuse idealized Arab culture with Islam itself' (253) and there is application of sharia law in Aceh (257), but again here: widespread ambivalence among Indonesians. Nurcholis Madjid is often mentioned here, also his Islam Yes! Partai Islam, No! In short, no clear way out of the many debates about the theme.

The illustrations on top is about a 'dhimmi-guide' composed by right wing politicians who are afraid about the future domination of Europe by hardline Muslims.

zaterdag 9 april 2011

Het Jasje van Jasja

Onlangs was Jasja Nottelman 12,5 jaar dominee van de Janskerk. Ter gelegenheid daarvan kreeg zij een glossy, DE JASJA, waarvoor ik het volgende schreef. Bij deze de onverkorte versie dus.


Jasja Nottelman temidden van het koor in de bijzaal van de Janskerk, trekt haar buitenjas uit en is klaar voor de dienst.

Religieuze figuren houden van spectaculaire kleding. De rode schoentjes van de paus, tiara, mijters, de kronen van de oosterse patriarchen, metropolieten en archimandrieten, de kolossale tulbanden van de sjeichs, de bruine wapperende mantels van de ajatollahs. Onze bijbel kent er ook wel wat van: het mooiste verhaal is dat van de mantel van Elia, die het water van de Jordaan in tweeën kon splijten. Net zo machtig dus als de staf van Mozes. Maar die mantel hoorde wel bij de aardse opdracht van de grote profeet. Toen Elia ten hemel steeg, gleed de mantel af en kon Elisa hem gebruiken. Ook al weer om droogvoets de Jordaan over te steken (2 Koningen 2). Johannes ‘de Doper’ had een bijzondere mantel, van ruwe stof, kameelhaar en is daaraan nog steeds te herkennen. Ook Jezus had een bijzonder kleed, waarom de soldaten wel wilden dobbelen. Afijn, zo is het na Jezus steeds doorgegaan. Harry Pals deed zijn intrede niet in een klassieke zwarte protestante toga, maar in een neo-katholieke crème-kleurige, wel met stola erop (bij de orthodoxen voorbehouden aan de bisschoppen) en onder de toga een super-katholieke amict. Dat is een groot uitgevallen zakdoek om de hals die dient om de toga netjes te houden, zodat er geen gele zweetrandjes op het dure kleed komen. Vrome lieden hebben daarvan een imaginaire helm gemaakt die moet beschermen tegen de aanvallen van de duivel. Of een blinddoek zoals Jezus die bij de bespotting en geseling moest dragen. De witte toga’s van de Taizé broeders horen natuurlijk ook wel tot de sobere maar toch wel romantische stilte van die moderne stroming. In mijn Anglikaanse jaar, toen ik als koorlid in Montreal ook iedere zondag in een donkerrode toga in de koorbanken zat, werden wij voor de dienst nog ingebeden door de priester: dat we Gods lof mooi zouden verkondigen en onszelf en de zondaars tot bekering zingen. En dan in statige optocht van achter opkomen in dat heilige toneelspel dat liturgie is.
Maar zo niet Jasja in de Janskerk: die heeft een broekpak à la Hilary Clinton, stemmig grijs. En dat is het dan. Geen stola zoals collega Marieke Milder nog wel wil hebben. Straalt eenvoud en efficiëntie uit, no-nonsense. Ze hoeft niet door extravagante outfit te imponeren. Ze hoort bij uitstek tot de rest van de gemeenschap van de Janskerk. Ieder zijn mening en niemand langer dan een jaar in precies dezelfde overtuiging. Want zoeken is voorwaarde voor groei. Een strak en kort jasje dus. Nee, ik denk hier helemaal niet aan de zieke kortjakje, die op zondag met allerlei zilverwerk naar de kerk wilde. Jasja doet het zonder gouden kronen, grote mantels, in heldere taal en liefst zonder te veel bijzaken en opsmuk. Zo hoort dat, momenteel, in die eeuwenoude kapittelkerk.


Zo loopt Jasja Nottelman in een nog lege Janskerk, mooi functioneel grijs te midden van de rode stoelen

woensdag 16 maart 2011

Restjes van de Missa Poetica




De afgelopen weken heb ik enkele keren geschreven over de Missa Poetica op teksten van Lucebert, met muziek van Bernard van Beurden. Ik heb die teksten in een klein bundeltje bijeen gezet, maar ook nog met de teksten van Kyrie en Gloria en enkele aantekeningen daaruit. Veel hulp had ik verder van een mooi boek van Theo Salemink, De andere Lucebert (Nijmegen: Valkhof 2008) waarin hij schrijft over de bekering van de in 1924 geboren dichter tot het katholicisme. Of moeten we zeggen, de doop in 1947, want daarna was het vooral kabbala en dadaïsme dat zijn levensvisie beheerste?
Zondag 29 mei wordt de Missa Poetica tweemaal uitgevoerd, als concert tijdens de culturele zondag, om 13.30 en 15.30 in de Janskerk in Utrecht. Het wordt geen (echte) kerkdienst, maar zoals wel vaker gebeurt in een geseculariseerde setting, zoals de religieuze Zaterdagmidagconcerten in de Domkerk en de maandelijkse Bachcantate in de Geertekerk.
Komen dus!


KYRIE

Herfst der muziek

van dauw rinklen de bloemen
en onder zerken van hurkende larven
geprevel, gemurmel, in de dorpen zuchtende
in de steden vlezige fluiten

oh oor o hoor

de vuren gaan schor en de wateren
stotteren om. op de bronnen
druipt een verdrietige toon, voorbij
vol wijn vlogen neuriënde ogen

oh oor o hoor

maar eentonig het eenzame zingt
de dag breekt en de nacht smelt
de zon en de maan gaan heen
het woord zingt alleen

oh oor o hoor

Kyrie en Gloria horen traditioneel bij elkaar: afzonderlijke stukken maar zonder echte pauze achter elkaar gezongen. Kyrie als smeekgebed, Gloria als lofzang, dus net omgekeerd als het bij de standaardgebeden is. De zeven regels van het Onze Vader beginnen met de lofzang (eerst het Opperwezen eren en prijzen) dan het smeken. Zo ook het basisgebed van moslims, het 1e hofdstuk (soera) van de Koran:
In Gods naam, Erbarmer, Barmhartigheid
Lof aan God, Heer van dit wereldrijk.
Erbarmer,Barmhartigheid
Koning op de dag van het eind der tijd
Jou dienen wij, jou vragen wij, leid
ons op de weg van rechtvaardigheid;
de weg van jouw gunst en beleid,
niet die van jouw haat en nijd,
niet die van vergetelheid.

Er zijn nogal wat kreun- of smeekwoorden hier bij Lucebert: zerken, zuchtende, verdrietig en zelfs het vol wijn klinkt niet als een dronkemanslied, maar het zijn slechts neuriënde ogen vol wijn. Verder eentonig en eenzaam, zon en maan gaan heen en het woord zingt alleen oh oor o hoor. Welk oor, wie moet horen? Dan mag je zelf bepalen.


GLORIA

Adoremus

met het masker van varkens op
door de fragiele gewelven van de lente
op de ronde schemering gezeten
reed adoremus naar de levensbron

stel alle dwingende vragen uit
de weg is zachter dan het hart der dwergen
en langer dan een denker zijn kan

reed adoremus naar de levensbron
die lachend loopt over toegespitste stenen
niet weten wat aarde is
maar waar de hemel op de aarde slaapt

en sluit het klimop van de ogen
voor de gebroken ruiten van je onrust
heel de kamer zal van goud en groen zijn goed


Dit Gloria begint als een feestlied Met het masker van varkens op, een wat ruw uitgevallen Carneval. In dit fragiele ruime van de lente. Alle moeilijke vragen mogen uitgesteld worden, want we rijden naar de levensbron. Wij zijn immers Adoremus, wij aanbidden. En het wordt een groot festijn.
Er zijn meerdere studies geschreven over Lucebert als mysticus. Lucebert zou Lucifer, de Lichtdrager, de Morgenster betekenen. In een dissertatie uit 1992 noemt J. Oegema hem een crypto-katholiek (die overigens in 1947 op 23-jarige leeftijd gedoopt was!), christelijke ketter, gnosticus. Zeker, niet bij de kerk van ‘potentaten en prelaten’, maar wel van vrijheid en licht.
Theo Salemink schreef een erg mooi boek, Een andere Lucebert. Op het snijvlak van avant-garde en katholicisme (Nijmegen: Valkhof, 2008), waarin Lucebert geplaatst wordt in de wereld van katholiek debat tussen 1940-1980, inclusief wat betweterij van de vroege Huub Oosterhuis.

Bij deze blog een aantal afbeeldingen van initiatiefnemer, Janskerk-organist Mark van Kuilenburg die met een zware ziekte bezig is. Hij staat hier een enkele keer als dirigent en toch vooral als toetsenist. Hieronder, helaas, maar nu nog even voorbarig, als een engeltje.