dinsdag 23 april 2013

Selam

Vandaag gingen wij naar de Pathe bioscoop bij de Amsterdam ArenA om de Turkse Gülen-film Selam te zien. Hij schijnt in Turkije de afgelopen weken aan de top gestaan te hebben. In de vrij grote zaal 8 waren slechts 8 van de ca 50 stoelen bezet voor deze vrome, wat melodramatische en vooral zwart-wit, goed-slecht film.
De grote lijn is vanaf het begin duidelijk: drie docenten gaan vanuit Turkije naar verre en arme landen. Een vrouw naar Kabul, Afghanistan. Haar stille geliefde naar Senegal, een derde gaat als mannelijke leerkracht naar Bosnië. Zij komen in die heel verschillende landen in een school (keurige gebouwen! leerlingen in uniformen) waar naast de nationale ook de Turkse vlag hangt, waar de kinderen kennelijk ook Turks leren en het vloeiend spreken. Het zijn geweldig toegewijde leerkrachten: de meest dramatische geschiedenis zien we bij de docent in Bosnië.
Selam poster
De Bosnische docent (in Mostar: er loopt een dramatische rivier door de stad, aan de ene kant christenen, overzijde moslims), moet een zwangere vrouw achterlaten en zal terugvliegen, hoopt hij bij de geboorte. Er is op die school een christelijke docente die aan kanker lijdt. Als het kind geboren gaat worden, moet hij kiezen voor terug naar Istanbul dan wel aanwezigheid bij een christelijke begrafenis: hij kiest voor de solidariteit met de christelijke docente en blijft. Juist dan komt een latent conflict op een hoogtepunt: een Bosnische moslim-leerling lokt een christen medeleerling in een val en wil hem met een mes doden, omdat de vader van die christen zijn vader niet heeft willen/durven redden tijdens de burger- of religieoorlog. De twee leerlingen vechten en komen allebei in het water. De leraar duikt ze achterna, redt ze allebei maar is dan uitgeput en sterft.
Laatste episode van de film is een zang-olympiade waarbij de christen en moslim-Bosniër samen een mooi lied zingen (helaas niet ondertiteld, maar zal wel over liefde en begrip zijn gegaan). Bij die olympiade in Istanbul zingen ook de leerlingen van de twee andere scholen, uit Afghanistan en uit Senegal. In Senegal wordt er door de liefdadigheidsactie Kimse Yok Mu een waterput geslagen.
Er zijn behalve al die vredelievende mensen ook tegengeluiden: de vader van de Bosnische docent is kwaad dat iemand die aan MA in Amerika haalde nu voor 200 Euro aan een school gaat werken, maar hij bekeert zich op het einde. De vrouw die in Kabul werkt heeft ook nog een andere, meer zelfzuchtige, geliefde. Maar die bekeert zich gelukkig ook en we zingen op het einde allemaal mee.
 
Wij vonden het een aardige, maar soms wel erg melodramatische film. Niet echt voor Nederlands publiek. Zo vroom. Vele religieuzer en vooral veel Turkser dan we hier van de Gülen-presentaties gewend zijn. De boodschap ligt er wel heel dik bovenop. Enkele jaren geleden was er de film Taqwa over een machtige en rijke tariqa, islamitische broederschap, die vroom is, met een sjeich die goede mensenkennis heeft, maar er zat ook veel geldzucht, kleinzieligheid en machtsbisbruik in die film. Menselijker maat en niet zo prekerig. De bioscoop is geen kerk, geen preekstoel. Zeker niet de plek om het allemaal zo zwart-wit neer te zetten.
En was het nou wel een Gülen film? De naam komt helemaal niet voor, hooguit een enkele keer 'de organisatie' die de leraren uitzendt. Maar die ook vaag. Het was al wel afgesproken dat de baby van die in Bosnië omgekomen docent Gül zou heten: is dat een verwijzing naar Gülen?

Witte Turken?
Nog een klein detail: in het Senegal-verhaal zien we eerst een vreselijk ongeluk van een meisje in een arm woestijndorp: ze is van een rots gevallen en in levensgevaar. De moeder wil het naar een ziekenhuis laten brengen, maar de vader protesteert want les blancs zijn ongelovigen en vragen teveel geld. Nu komt juist een ouder blank toeristenechtpaar langs in een SUV. De moeder smeekt hen om het kind naar het ziekenhuis te brengen. Zij voelen zich niet veilig en het meisje sterft. Later in de film gaat de vader werken bij de Turkse school en zijn zoon heeft eerst wel afkeer van 'les blancs' maar gaat er toch naar toe en vindt ze uiteindelijk prachtige mensen, ook al zijn ze blank. De Turken zijn ook rijker en zorgen voor een bron/waterpomp in het woestijndorp. Niet samen-moslim-zijn, maar de zelfopoffering van de Turken geeft hier de band.

zaterdag 6 april 2013

GTST

Een mens heeft af en toe behoefte aan een goed bericht. Zeker nu de winter maar door blijft gaan. Afgelopen maand waren we blij met bijna ieder bericht over de nieuwe paus. Goed, conservatief, niet helemaal de grote held tijdens de vuile oorlog van Argentinië, maar een mens leert en hij deed in ieder geval een aantal dingen goed: sprak de gewone, alle mensen van goede wil aan, zonder een overdaad aan doctrines, pompa en lege formules.
Afgelopen week was er weer jubel: de een nog enthousiaster over het nieuwe Rijksmuseum dan de ander: de echte glorie van Nederlandse Renaissance (toch alweer even geleden in de 17e eeuw) wordt hier geweldig getoond. De Nederlandse Sixtijnse Kapel. Ja, zeker met die machtige blote mannenlijven van Cornelis van Haarlem, uiterst onpraktische beulen bij de Kindermoord van Bethlehem. Het Rijks gerestaureerd net als die hemelse 19e eeuw Dominicuskerk in de Spuistraat (waar we dan ook de glorieus verbeelde Inquisitie maar vergeven: we zijn mild in deze tijden want anders worden we er maar triest van).



 Maar gisteren was het weer even raak bij Nieuwsuur met zo'n opgeblazen betweterigheid en eenzijdigheid over de 'groeiende invloed van Fethullah Gülen' in Nederland. Van de vier Turkse islamitische bewegingen zou dit verreweg de grootste zijn (dat zullen ze bij Diyanet niet leuk gevonden, met al die door hen betaalde imams, zo'n 130 in NL en het grote aantal moskeeën). Minister Ascher gaat onderzoeken of daar wel echte vrijheid bij zit: mensen die hun kinderen naar 'al ' die internaten laten gaan.
Er kwam een jongen in beeld, die op Cosmicus Amsterdam zit, waar een leraar hem had gesuggereerd om naar een adres te gaan voor bijscholing: 'daar worden je cijfers beter van' (klopt vaak ook nog), en die kwam dus bij een bijscholing terecht waar ze ook nog aan religie deden. Ja, God kan enige hulp wel gebruiken en het betere onderwijs dient dan dus als lokmiddel voor het goddelijke.
Eric Zürcher ook in beeld met enkele algemeenheden over Gülen die in Pennsylvania zit omdat er in Turkije mensen waren die hem aanklaagdem. Als 'verdwenen imam' heeft hij vandaar toch nog wel wat spiritueel gezag. Wel in de conservatieve hoek, wat dat ook mag betekenen.



Köksal Gör kwam ook naar voren: als bezitter of manager van vier internaatshuizen, die bij de Kamer van Koophandel onder een wat vage naam stonden ingeschreven. Er werd gesuggereerd dat in die internaten kinderen werden opgevoed in hersenspoeling, vervreemd van deze maatschappij. Dat die dus de integratie belemmeren. De intenties, betere schoolprestaties te leveren, werd helemaal niet serieus genomen. En dat terwijl de media het wel voor Yunus opnamen, die bij zijn natuurlijk Turkse ouders (waarvan we alleen even de moeder opgewonden zagen schreeuwen en huilen), niet goed opgevoed zou kunnen worden. De journalisten hadden hun werk wel wat serieuzer mogen doen. Ik ben met Paule bij meerdere Cosmicus-scholen geweest en ben helemaal overtuigd van leuke sfeer, goede opleiding, echt een bijdrage aan het Nederlands onderwijs-systeem. 

maandag 11 maart 2013

Overwinteren met muziek

Het lijkt er nu op dat de winter aan zijn laatste stuiptrekkingen bezig is. Voor het eerst sinds jaren zijn we niet naar een warm en zonnig buitenland geweest. India was met 7 weken het mooist in 2007, meteen na het pensioen. daarna meermalen een Canarisch eiland of Egypte en Syrië. Ja, nog in 2010 was het helemaal veilig daar. De agenda slipte vol, geen duidelijk grootste plannen en zo bleven we in de buurt. Wat wandelen, veel naar de bioscoop, vooral ook veel werken aan de voltooiing van het 3e deel van Catholics in Indonesia. Tijd om er weer eens zelf naar toe te gaan, al komen er veel gasten.
Wat daarna veel ontspanning geeft is muziek: zelf geen dag zonder Bach, concerten ook. Omdat we zoveel op de radio horen, vinden we naast de HBS-concerten van de nichtjes vooral de religieuze muziek in de Domkerk, Dominicus van Amsterdam en soortgelijke kerken mooi. Gisteren was er een mooi 'concert' in de Ark-kerk van Maarssenbroeg waar de 'huiskapel' van Antoine Oomen een presentatie gaf van de nieuwste oogst.
De grijze meester Oomen leidt het Koor voor Nieuwe Nederlandse Religieuze Muziek, 16 liederen op teksten van Huub Oosterhuis. In de wandelgangen natuurlijk debatten over de nieuwe paus, over het boek over Jan van Kilsdonk die een andere weg dan Oosterhuis is gegaan, de studenten ecclesia uit, want hij vond Oosterhuis niet echt pastooraal, op de individuele mens betrokken. Dat kan zo zijn. Niet iedereen hoeft alles volmaakt en geheel te doen.
Het koor van Oomen repeteert stevig, selecteert en heeft een mooi romantische klank. Meer Mendelssohn en Brahms dan de moderne avantgardistische muziek. De vrouwen zijn stralend, maar de mannenstemmen ook helder en zingend in grote lijnen. Ik probeerde om de tekst te volgen zonder in het tekstboekje te kijken en voor het grootste deel lukt dat. Dat komt ook wel omdat het een variatie is op de grote thema's die Oosterhuis in al zijn oeuvre heel consistent behandelt: een bestaansbeschrijving waarin de donkere kanten van ons bestaan nogal sterk naar voren komen (Paule vond het eigenlijk nogal een pessimistiscvh beeld dat hier geschetst werd), maar toch ook steeds een oproep tot messiaans vertrouwen. Messiaans dan niet in de vorm van een passieve eindtijd-verwachting, maar eerder een beter SP-activisme:
Dat wij de moed niet verliezen
dat wij niet wantrouwen de stem die ins ons spreekt van vrede
dat wij staande blijven in het woord dat niet onmogelijk is bij God-Ik-zal-er-zijn.
De kerk in Maarssenbroek heeft twee beamers hangen, waarop nu een foto stond van een veel grotere die achter in de kerk te zien isw. Dat waren voornamelijk portretten van zwervers, eenzame bejaarden, de 'ongezienen' in onze maatschappij. Er zaten ook grappige foto's tussen, zoals dit engeltje. Ongeziene betekent meestal het goddelijke in Oosterhuis-taal, maar hier dus weer van alles.

vrijdag 1 maart 2013

De mutatie van Benedictus XVI: van Paus naar Pelgrim



In zijn boek Jezus van Nazareth heeft Benedictus XVI een hoofdstuk gewijd aan het geloof in de verrijzenis. Een groot theoloog? Zeker iemand die theologische vragen stelt, eerder dan praktische of beleidsmatige. Hij stelt zich de vraag of de leerlingen de verrijzenis verwachten. Hij antwoord met grote stelligheid: het was absoluut onverwacht (deel II:185 en 220). Als argument geeft hij aan dat er aanvankelijk verwarring was, dat ze weinig konden met het lege graf en pas geleidelijk in verrijzenis gingen geloven. Dat gebeurde door verschijningen (die overigens geen ondubbelzinnig bewijs waren) én door allerlei teksten uit de Joodse bijbel opnieuw te lezen. De Leidse hoogleraar Henk-Jan de Jonge begon rond 1990 zijn inaugurale rede juist met de stelling, dat Jezus verrees ómdat de leerlingen dat verwachtten. Elia en Mozes waren ook niet definitief overleden. Ook bij de sji’ieten van Iran en Irak is dat geloof in een ‘verdwenen imam’ nog zeer algemeen.
De overgang van levende-dode-opgestane omschrijft B16 als een ‘mutatiesprong’, een biologische term, waardoor een nieuwe vorm van mens-zijn, super-mens-zijn dus wordt aangeduid. Daar hadden we nog veel meer van willen zien, maar bij die enkele beschrijvingen van verschijningen uit de evangelies is het gebleven.
 126950 600 Abdication pope Benedictus XVI cartoons
Benedictus XVI heeft wel een opzienbarende mutatie veroorzaakt: van paus terug naar pelgrim. Dat heeft hem de laatste week heel veel sympathie opgelevert. Ik wens hem nog mooie pelgrimsjaren toe! Ik zou hem zeker geen groot theoloog willen noemen, eerder een gigantische herkauwer van Augustinus-beelden die in de moderne tijd soms wel erg koddig aandoen. Maar zijn laatste stap terug is het beste dat hij kon doen. Ad multos annos!

zondag 24 februari 2013

De klokken van de Notre Dame in Parijs

3-4 Februari 2012 was ik in Parijs voor een evaluatie van het Franse equivalent van het vroeger ISIM, Instituut voor de Studie van Islam en Moslim Gemeenschappen. De zondagmiddag kon ik gebruiken voor een bezoek aan de nieuwe afdeling van het Louvre, L'art de l íslam (typische naam: nu wel Islam, maar zo'n 30 jaar geleden heette een initiatief nog Institut du Monde Arabe. Men is ook hier aan het 'islamiseren  geslagen. De kunst was vooral paleiskunst of uit de landhuizen and stadsvilla's van de zeer gegoeden. Veel glas dus, tapijten, taferelen voor prieeltjes, een enkele moskee-lamp, die ook elders gebruikt had kunnen worden.
De twee zalen zijn boven elkaar: de bovenste op het laatste binnenplein, met een schitterend soort tentdak er over heen.
Allemaal even prachtig en mooi geordend. Ruimte, leuke video's goede informatie. Maar helemaal niets over Indonesië of Zuidoost Azië in het algemeen. Hadden of hebben ze daar niets over? Weten ze dat niet? Is dat dan echt zo onbelangrijk?

Mooiste plaatje vond ik wel dit Perzische tuinprieeltje op tegel met die dames met nogal spleetoogjes: toch wel wat Uzbekistan of Turkmenistan?
Ik ben ook nog de Notre Dame binnengelopen. Helemaal het juiste moment, want juist op zaterdag 2 februari waren 10 kollosale klokken gewijd. Ze stonden nu nog binnen in een overvolle Notre Dame. De allergrootste, vooraan in de rij van de klokkenmaker uit Asten. De rest kennelijk van Franse makelij. Ik kwame binnen bij een soort avond of vesperdienst met een wat onwennige en verlegen Afrikaanse priester die de heel grote menigte toesprak. Nadat die dienst was afgelopen ging de overvolle kerk meteen de klokken bewonderen, tot we er uit weg moesten omdat er een Spaanse dienst zou beginnen. Zo wordt ook die grote Parijse kerk multicultureel.

Onderste regel: Eijsbouts  Astensis me fecit...

zondag 20 januari 2013

Franciscus en de Sultan




Jan Hoeberichts, Franciscus en de sultan. Mannen van vrede, Nijmegen: Valkhof Pers, 2012, 182 blz., ISBN 9 789056 253769 (deze recensie is geschreven voor NTT, Nederlands Theologisch Tijdschrift)

In 1994 publiceerde Hoeberichts al een boek met de titel Franciscus en de islam, waarin hij uiteenzette dat Franciscus (1181-1226) na twee mislukte pogingen om naar de islamitische wereld te komen, in 1219 een bezoek bracht aan de belangrijkste heerser, de in Cairo residerende sultan Malik al Adil, als protest tegen de gewelddadige ideologie en praktijk van de kruistochten. Het gebeurde namelijk juist op het moment dat de legers van de vijfde kruistocht met wisselende succes vochten in het noorden van de Nijldelta. De Hollandse Graaf Willem I speelde hier een grote rol: zijn schepen voeren de toegangskabel tot de haven van Damietta kapot. Rond die tijd vroeg ik de Franciscaan Prof. Arnulf Camps wat hij van de thesis van Hoeberichts vond: ‘Zeer sympathiek en mooi verwoord, maar historisch wensdenken en het klopt niet!’ Franciscus zouden we niet naar de moderne tijd van vredelievende en begrijpende dialoog mogen lezen, hij ging niet in tegen de kerkelijke machtspolitiek en verlangde alleen naar een martelaarsdood, die hem door een verstandige sultan werd onthouden. 
De Friezen vallen de stad Damietta aan. Het was korte tijd een succes, maar later werden de kruistochtlegers in de pan gehakt en ging Willem I  gefrustreerd naar huis!

Hoeberichts heeft doorgezet en publiceerde bijna twintig jaar later een nieuw boek over dit thema. Het is net zo bezielend en erudiet beschreven als zijn eerste poging. Inmiddels zijn er enkele internationale publicaties die deze thesis ook ondersteunen, en er is een tendens ontstaan om de twee belangrijkste biografen van Franciscus, Thomas van Celano (twee versies, resp. 1228 en 1244) en de grote Bonaventura (1260) vooringenomen standpunten toe te schrijven. Als leider van de gigantisch gegroeide orde van 30.000 leden moest Bonaventura verschillende elkaar verketterende partijen bijeen brengen. Dat deed hij ook in een verhaal van de islam-missie van Franciscus, waar nu extra wonderen voorkwamen en geen enkele kritiek op de strijdende kruisvaarders. Celano had trouwens ook al zijn eigen nuances binnengebracht en hij was zeker een voorstander van de kruistochten. 
Franciscus en de sultan: let op de prachtige tulband!  Giotto
Via een bijna archeologische speurtocht naar ‘de originele Franciscus’ maakt Hoeberichts het alomvattende vredesmotief van deze grote man tot zijn centrale thema, al vanaf het begin van zijn religieus actief leven. Het trauma van een vol jaar gevangenschap als 21-jarige heeft Franciscus definitief tot pacifist gemaakt. In Damietta zag hij in 1219 weer het ‘zinloze kwaad, de zonde van de oorlog. .. Hij moest een standpunt innemen en verklaarde zich openlijk tegen de oorlog.’ (91) Zeer ingenieus is de reconstructie van de oorsprong van het verhaal van de vuurproef als godsoordeel die Franciscus volgens Bonaventura zou hebben voorgesteld: Hoeberichts verwijst naar het verhaal van de christenen uit Nadjran die dit godsoordeel volgens moslim-bronnen ook al aan Mohammed zouden hebben voorgesteld. Dit lijkt aannemelijker dan het Elia-verhaal, waar Celano mee aankomt. 
 Franciscus bij het vuur voor het godsoordeel. Hij wil er zo instappen, maar de sultan houd niet van zulke godsbewijzen.
In de laatste hoofdstukken evenwel gaat Hoeberichts wel erg ver: de lijst met Godsnamen uit het Zonnelied en in andere Franciscus-teksten zou een imitatie zijn van de islamitische lijst van 99 namen voor God. De nadruk op het houden van een oproep tot gebed (met kerkklokken) zou een navolging zijn van de azān, de gesproken oproep tot het islamitische gebed. De buigingen en prosternaties die Franciscus veel uitvoerde zouden ook in verband staan met het sterk fysieke karakter van het islamitische gebed. (135) Op een gegeven moment dacht ik aan dat oude adagium: qui nimis probat, nihil probat (wie teveel bewijst, bewijst niets). Toen begon ik op enkele punten juist weer te twijfelen, en het is toch allemaal zo mooi! Via een mooie en zeer erudiete beschrijving krijgen we een heel bijzonder portret van Franciscus, dat ook nog eens zeer toegankelijk en prettig geschreven is.- Karel Steenbrink, IIMO, Universiteit Utrecht

zaterdag 19 januari 2013

De bescheiden oecumenische droom van de Wereldraad

In 1948 werd de Wereldraad van Kerken opgericht vanuit protestantse eenheidsbewegingen op gebied van missie, theologisch overleg over dogmatische geschillen, een organisatische voor praktische wereldhulp. Visser 't Hooft was de eerste secretaris-generaal en Hendrik Kraemer leider van het studiecentrum, in en bij Génève, want het kerkelijk wereldcentrum moest dicht bij de politieke VN kantoren zitten. Er was een dubbele agenda: eenheid van de christenen én een moderne kerkelijke beweging die vrede en welvaart voor de aarde zou moeten gaan betekenen. Salvation, justice, peace, integrity of creation het zijn sleutelwoorden geworden. De Wereldraad werd geen echt nieuw Vaticaan, al heeft het natuurlijk ook wel de gewone dynamiek, navelstaarderij, interne problemen van iedere grote organisatie.

Op 17 januari 2013 was er de jaarlijkse oecumenelezing in de Utrechtse Geertekerk. Er stonden stoelen voor zo'n 200 belangstellenden en die waren er ook wel. Henk van Hout, huidige voorzitter van RK huize gaf de aftrap met eenkorte herdenking van Anton Houtepen en vooral Herman Fiolet. Dan was er Klaas van de Kamp, secretaris van de Nederlandse Raad van Kerken. Vreugde omdat in 2012 dooperkenning onder kerken is ondertekend en plannen voor komend jaar. Nog geen deelnemen aan elkaars rituelen van brood en wijn, maar alleen een gesprek onder elkaar over de beleving ervan. Verder herdenking van de afschaffing van slavernij met een wandeling in Utrecht, de kerkennacht. Voor de deelname aan de internationale WCC was er vooral een rapport over missie (lastig te vertalen zei Greetje Witte-Rang tegen mij, die theologische taal) en de waterverklaring: iedereen heeft recht op goed water.

De huidige secretaris-generaal is Olav Tveit en hij hield de grote speech. Eerst was er een interview van Tveit (hier links) met Marius van Leeuwen, ondervoorzitter van de Raad, remonstrants hoogleraar in Leiden). Het ging allemaal wat moeizaam: Van Leeuwen was niet zo vlot in het Engels, Tveit praat niet zo duidelijk (Albert van den Heuvel zei: 'geen groot communicator, wel een betrouwbaar man).

De grote speech van Tveit leverde geen opzienbare visies op. De WCC gaat niet weg uit Génève ook al is het erg duur daar kantoor te houden, want men wil in dit centrum van politiek met vluchtelingenhulp en andere organisaties blijven om invloed te hebben en bijstand te kunnen geven. De ambities (één zichtbare kerkgemeenschap) wil Tveit ook niet opgeven, maar hij vindt het ook wel mooi dat de krimp in Nederlandse kerken geen heimwee naar machtsposities hebben opgeleverd. Der meeste christenen leven in minderheidspositie.
Wat interreligieuze dialoog betreft, waarschuwde Tveit wel dat we niet te gauw over spanningen en vervolgingen moeten spreken, Israel niet klakkeloos moeten verheerlijken en in het gesprek met 'Israel' ook altijd de Palestijnse positie moeten betrekken. Er moet contact blijven met Pinksterkerken. Geen grootse, samenhangende visie. WCC is een faciliteit voor conferenties en dat doet men vooral in Génève.
Vooral mannen dus. Alleen de korte meditatieve gebedsdienst werd door een vrouw geleid. En hier dan links Eelkje Houtepen in een prachtige rode jas, die hier bijna niet te zien is. In het midden Maria ter Steeg en rechts Huub Vogelaar. De gepensioneerdenvan IIMO waren er (op de achtergrond ook nog even Gerard van 't Spijker), maar de 'werkenden' of 'actieven' hadden allemaal wat anders te doen.