woensdag 27 oktober 2010

Contesting Religious Identities: Moet je ook een religieus rijbewijs hebben?

Het Departement Religiestudies/Theologie in Utrecht hield 13-15 oktober een conferentie onder de wat zwaar aangezette titel: Contesting Religious Identities, over de vraag dus hoe mensen hun vorm van religie zelf definiëren, vaststellen of laten zien. Ook wel hoe anderen iemand op een bepaalde vorm vastpinnen.
Boeiend was Engelse Anna Strhan (van Slowaakse afkomst, vandaar die naam), die een verhaal meebracht over een conservatieve Anglikaanse kerk, beetje sekte-achtig, die erop hamert dat de gelovigen in een vijandige geseculariseerde wereld wonen, dat ze zich niet aan moeten passen en bij elkaar moeten blijven. Succes verzekerd binnen die kring: er staan 80 mensen op de payroll en de kerk zit op zondag driemaal vol!



De Turks-Franse Nilüfer Göle (identiteitskenmerk een grote bos rood haar)had een typisch Frans-anthropologisch verhaal over de symboliek van ruimte en plaats: hoe Palestijnen tijdens een demonstratie in Milaan gingen bidden op het plein voor de Duomo (en zoiets is ook bij het Colosseum gebeurd!). Religion and territory: die verhouding verandert snel. Gebieden zijn niet meer zuiver van één club, maar moeten hun terrein met anderen delen, vooral door de wereldwijde migratie. Minderheden willen dezelfde rechten als meerderheden en doen dat onder meer door demonstratief terrein voor zich op te eisen.
Zowel Islam (Darul Islam/Darul Harb) als katholiek christendom (aparte bisschop in partis infidelium terwijl voor de reguliere gebieden andere regels golden dan voor missielanden) kenden hun territoriale dromen, die nu snel uiteenspatten.
Andere voorbeelden waren: de Berlijnse moslim Yunus M., 17 jaar oud, die op zijn school gebedsruimte eiste. En Mansur Escudero, de Spaanse bekerling die op 6 december 2008 een gebed leidden in de Mesquita van Cordoba. Wie volgt?




Der Utrechtse promovende Annemeik Schlatmann had een zeer helder verhaal over westerse sji'itische moslims die een imam in Irak of Iran zoeken en vaak via Internet kunnen vinden.
Absolute op op No 1 is de redelijk traditionele Ali al-Sistani in Irak. No 2 de bijna-feministische Yusuf Saane'i uit Qom. No 3 is de onlangs overleden Md Husayn Fadlallah uit Beyrut. Het blijkt heel belangrijk te zijn om je echt tot een leraar te wenden en die ook te volgen. Alleen dan blijf je sji'iet. Zij heeft 37 interviews gedaan en 30 van de 37 volgen Sistani. Kijk daarvoor dus op www.najaf.org.
Maar de boeiendste voordracht kwam van de eigen Utrechtse Martha Frederiks die een presentatie gaf over de Islamitische variant van de Barbie-pop, Fulla, die nooit helemaal bloot kan (ondergoed zit er in stevig formaat meteen opgeplat), die kan bidden, mooie hoofddoeken draagt, afijn voor alles staat waar een door ulama gedroomde islamitische identiteit voor staat. Prachtige creatie en een boeiend thema. We moeten er dadelijk bij onze reis in Syrië dus ook maar eentje meebrengen voor onze eigen kleindochter Sophie. Martha Frederiks had in Utrechtse speelgoedzaken rondgekeken en er alleen een in het grote winkelcentrum Overvecht een gevonden.
Net als Barbie gaat Fulla niet trouwen. Ze heeft wel werk: onderwijzeres, verpleegster.



Er was nog veel meer: Tina Pippin (Biblical Studies, Agnes Scotte Colle in Atlanta) had een verbijsterend verhaal over allerlei moderne opvattingen over het einde der tijden. Er schijnt een boeiende film 2012 te zijn. Toch een opzoeken.

Dan had Nienke Pruiksma, bijna klaar in Utrecht met haar dissertatie over de CCC, Celestial Church of Church een levendig verhaal over de rol en positie van vrouwen in kolossale witte jurken in die Nigeriaanse kerk, die ook in Nederland een kleine gemeenschap heeft, met allerlei reinigingsrituelen en vooral veel zang. Ook al weer stevige controle van de mannelijke leiders.
Het deed je bijna verzuchten dat je maar beter dubbele religieuze paspoorten kunt hebben en niet te close contact met je leiders, want stevige identiteit is wel een beetje verstikkend, zo bleek me uit vele voorbeelden. Je zou er je religieus enthousiasme niet makkelijk van kunnen oppotsen.
De lezingen gingen wel allemaal over etiketten/paspoorten die door anderen aan groepen worden gegeven. Het ging dus over groepsidentiteiten, niet zozeer over een persoonlijk paspoort, een individuele identiteit die uit een aantal componenten kan bestaan. Veel groepssamenhang en het er bij horen dus. Weinig over individualiteit en daar leven wij juist zoveel door in het gewone leven. Ook als je niet aan de eisen van dit of dat voldoet kun je toch in de reliwereld een leuke combinatie bijeen scharrelen. Of hebben ze daar ook wel een shopper-rijbewijs voor? Of zou je dat helemaal eigen mogen houden?

In mijn Indonesië-tijd kreeg ik nogal eens een vraag of ik christelijk was. Als je dan zei: katholiek, dan was de reactie vaak: "dan geloof je dus in God als Drieëenheid en in Jezus als Zoon Gods?" Ik zei dan dat dit nu toevallig twee definities waren, waar ik me niet in kon vinden. Dan was mijn gesprekspartner meteen al in verwarring.
Identiteit is dus prachtig, maar vaak vooral als versimpelende vereenvoudiging. De werkelijkheid is meer als Mt 13:52, de huismeester die uit zijn voorraad oud en nieuw te voorschijn haalt. Maar de ene keer dit de andere keer dat. Godsdienstvrijheid dus als een vrijheid voor het individu liever liever dan voor groepen met stevig omschreven identiteiten.

zaterdag 23 oktober 2010

De Apen van Arabist Hans Jansen en zijn verbond met de fundi's

Koranverzen zijn in veel gevallen op meerdere manieren uit te leggen. Zo was onlangs de bekende Amsterdamse moslim Jan Beerenhout op TV die Koran 2:256 citeerde: Er is geen dwang in de godsdienst om te ontkennen dat het strikt geboden is om vijf maal daags te bidden: er is immers geen dwang in de godsdienst!
Datzelfde vers mag hij dan volgens Arabist Hans Jansen in zijn pleidooi voor de Wilders-rechtszaak, op 10 mei 2010 gegeven, weer niet gebruiken, want het vers zou zijn 'geabrogeerd'. In gewoon Nederlands dus opgeheven door een later vers. Over die abrogatie is heel wat te doen. Jansen benadrukt in dat pleidooi (te vinden op hoeboei.nl) wel dat vrijwel alle geleerden het er over eens zijn dat het in de vroege Medina-periode is 'neergedaald', dus aan Mohammed is geopenbaard. Hij zegt er niet bij, dat die hele abrogatieleer door een aantal grote geleerden wordt afgewezen: zou de van eeuwigheid bestaande Koran dan al meteen stevige vormfouten hebben? Dan lijkt het wel op een Nederlandse rechtzaak! Waarom Jansen dan toch die abrogatie zo moet verdedigen? Alsof hij een rechtzinnige moslim is?




Maar nog iets meer over die geleerde Arabist Hans Jansen. In een boekje over de Islam met de venijnige titel Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten stelt hij dat joden in de koran zwijnen, apen en ezels worden genoemd (blz. 129). Hij verwijst onder meer naar soera 2:64. De joodse bron van dit verhaal laat hij weg, net zoals het feit dat het alleen over bepaalde sabbat-overtreders ging. Daarom deze verzen hier maar eens. Lees het geheel als tegen joden gericht.

63. Wij het sloten het verdrag
en verhieven de berg boven jullie.
‘Houdt vast aan wat Wij jullie gegeven hebben
en gedenkt wat erin staat: dat jullie God zullen vrezen’.
64. Toen keerden jullie je daarna af;
maar zonder Gods genade en Zijn barmhartigheid
zullen jullie tot de verliezers worden gerekend.
65. Jullie weten van hen die jullie sabbat overtraden.
Wij zeiden tot hen: ‘Apen! en weg zullen jullie wezen’.
66. Zo gaven Wij het tot een gruwelijk voorbeeld
voor hun eigen tijd en later;
een vermaning voor die God vrezen.

De Sabbat-overtreders die in apen worden veranderd. Hier is een buiten-bijbels Joods verhaal bekend verondersteld. 7:163-6 is een uitvoeriger variant hiervan. In 5:60 worden de ongehoorzamen getransformeerd tot apen en varkens.
Dit is wel een verwijzing naar een verhaal dat niet terug te voeren is op de Joodse bijbel of de Talmoed. De klassieke moslim exegeet Tabari heeft een verhaal over de Joodse stad Eilath ten tijde van Koning David, waar op een sabbatdag vele vissen in de haven verschenen. De meeste inwoners zagen ervan af om ze te vangen, maar die ze wel vingen werden omgetoverd in apen door God, als straf. Er is in het latere jodendom een debat of je voor de sabbat je netten mocht uitzetten zodat je op sabbat vis kon vangen en dan dus na de sabbat de buit echt binnen halen. Is dat dan werken of niet? De meeste Joden vonden dit wel geoorloofd, maar de strenge sekte der Karaïeten niet. Vinden we hier in de Koran dan ook weer een echo van joodse debatten rond 600 die elders niet zo precies gedocumenteerd zijn? Katsh geeft de joodse bronnen hiervoor (Amerikaanse Jood, schreef Judaism and the Koran. Biblical and Talmudic Backgrounds of the Koran and its Commentaries, New York: Barnes, 1954:67). Katsh heeft ook een mogelijkheid dat het niet om apen zou gaan, maar om wormen. De straf zou dan zijn voor het verzamelen van teveel manna, waar wormen uitkomen, tenzij voor de voorraad die voor de sabbat werd verzameld. Zie Exodus 16:19-24.

dinsdag 12 oktober 2010

Security als een missionair ideaal


Nog een conferentie: vrijdag 8 oktober vierde NIM, Nijmeegs Instituut voor Missiologie dat deze vorm van godsdienstwetenschap en theologie precies 80 jaar bestaat in Nijmegen. De leerstoel heeft het woord missiologie vervangen (als te zeer verbonden aan een militante vorm van geloofverspreiding, vroeger in nauwe band met koloniale expansie). Nu heet de leerstoel Interculturele Theologie. Maar het NIM draagt de naam missiologie nog wel, vooral als verbonden aan dynamische kanten van het christendom. Dat is lange tijd ook verbonden aan ontwikkelingssamenwerking.
In de tijd dat ik zelf nog door OS betaald werd (1978-1988) ging het daar vooral om armoedebestrijding, onderwijs, vrouwenemancipatie. Sinds 2000 is conflictbestrijding een belangrijk thema bij OS, en dan ook nog sterk gericht op vermijding van etnische én religieuze conflicten, want die belemmeren veelal de ontwikkeling (failed states).
De conferentie in Nijmegen was gewijd aan Religion, development and security. Peter Kanyandago sprak als eerste: met voorbeelden uit Uganda, die niet echt werden toegelicht en voor niet-ingewijden duister bleven. Ruerd Ruben, hoogleraar in Nijmegen en belangrijk bij het ministerie van OS, sprak erg indringend over veiligheid, vertrouwen als belangrijke waarden die wij nastreven en anderen moeten gunnen. Voor echte ontwikkeling moet je risico's durven nemen, maar daar is dan een veilige omgeving belangrijk bij.
Hierbij de eerste en de laatste houders van de leerstoel: Mulders en Frans Wijssen.

maandag 11 oktober 2010

Gülen's Hizmet in Amsterdam


De Hizmet (letterlijk: toewijding) of vrijwillegersbeweging pakte stevig uit met een mooie lokatie, Felix Meritis en een groot aantal sprekers in Amsterdam. Het waren vooral buitenstaanders, zoals dat vaak het geval is: sympathieke buitenstaanders, soms zelfs bijna niet-moslim sympathisanten, die aardig over de beweging spreken.
De eerste twee waren Thomas Michel en Pim Valkenberg. Valkenberg maakte een inventarisatie van de geschriften van Fethullah Gülen: hoe hij voor de interne aanhangers en voor de externen anders spreekt. Thom Michel sprak over de kernwaarden. Ze kregen naderhand een herhaald applaus maar ook waarschuwing: beoordeel de beweging niet naar de (goede woorden en) bedoelingen van één leider, maar naar de zichtbare feiten, vooral in eigen land.
Dat deed de Leuvense hoogleraar Johan Leman die ze naast elkaar zette:
Milli Görüs: vooral gelovig en Turks, vanuit de moskee
Diyanet: vooral Turks en ook wat religie, vanuit moskeeën
Hizmet: onderwijs en een internationaal waardensysteem, met wat islam, maar zonder de moskeeën. Hij zag er ook niet veel specifiek Turks in: Prisma in Brussel is een Hizmet-Gülen instituut, maar heeft geen afbeelding van Atatürk. Hizmet is vooral ondersteund door de 2e generatie, hoogopgeleiden, zij het met geld van de 1e generatie.


Typisch voor Hizmet is ook het decentrale: er waren al 50 lokale organisaties voordat er een Hizmet-federatie kwam. En daarbij zijn dan de Belgische Lucerna-scholen niet eens onderdeel ervan. Komt die decentralisatie omdat in de jaren 1980 de generaals allerlei religieuze organisaties verboden, zodat een centrale Hizmet-beweging of zelfs -sturing niet aanwezig is (voor Van Bruinessen zag veel centrale sturing, maar kon die niet echt hard maken).
De vergelijking met de Pinksterbeweging is er wel in ideologie (individuele vroomheid, veel op op praktische ethische doeleinden) en ook in de oorsprong: veel mensen van het platteland die een goede omgeving in de stad zoeken, maar niet in de activiteiten: Pinksterkerken zijn op religieuze ruimtes georienteerd, terwijl Hizmet niet actief is in sama, zikr, geen persoonlijke band met een shaykh wil (eerder de meer afstandelijke van wekelijks kijken naar de TV-overweging van Gülen zelf), kijkt naar de moderne wereld.
Probleem blijft dat na een charismatische leider een organisator de beweging moet voortzetten: hoe gaat het bij zo'n laag-georganiseerde harakat die geen echte movement is?
Helen Rose Ebaugh sprak over het geld dat de beweging ondersteunt: genereuze middenstanders en echte rijken geven gemiddeld wel 10% van hun inkomen om activiteiten op te starten: grond, gebouw, de eerste 3 jaar salarissen en dan moeten de hoge inschrijfkosten de school of het ziekenhuis verder financieren. Schoolgeld moet zo hoog zijn dat 20% gratis kan komen (dus als de Jezuïeten of Ursulinenscholen!)
De sohbet een soort spirituele Rotary-club vormt voor deze mensen zowel een zakelijk als een charitatief netwerk.
Sammas Salur zag wel een verticale communicatie in Hizmet: de hogere mensen weten wat er elders gebeurt. Mensen in het veld kunnen snel verplaatst worden, omdat ze huizen huren. Iedere organisatie heeft zijn geheimen en zo is het ook hier: Some are more Gülen than others, some institutes are financed locally, others financed through networking, while there is a lack of transparancy..
De papers verschenen in een keurige bundel: Mapping the Gülen Movement, Conference Papers.

vrijdag 1 oktober 2010

Demo tegen CDA-PVV huwelijk: actie toverbal



Demonstreren heb ik niet zo vaak in mijn leven gedaan. 2 oktober dan toch maar een keer, tegen het CDA-plan om de macht te gaan delen met VVD en PVV. Ik ging in het kader van de 'bezorgde burgers' die ondersteuning geven aan Nederland Bekent Kleur. Het was een groepje van vijf mensen, waarvan ik Liesbeth Schlichting kende uit de Janskerk in Utrecht. Ik heb een kleine toespraak voorbereid, die hieronder volgt. Ik heb hem twee keer, ingekort en gewijzigd gehouden. Het bleek van te voren niet in te plannen hoe het zou lopen. Ik heb uiteindelijke wachtende CDAers toegesproken. Het geheel was ook best vrolijk: clowns met leuzen als 'Eigen clowns eerst', uitdrukkelijk een wat vage boodschap met minieme verwijzing naar Wilders vai haardracht. 14 particulieren hadden een groot scherm opgesteld, waarop die prachtige tekst: "Het gaat niet om het accoord, het gaat er om met wie u het sluit." Daarop volgden dan enkele seconden van een venijnige maar belachelijke toespraak waarin zegt dat het CDA betekent: Christenen Dienen Allah. Na afloop koffie drinken in een winkelcentrum dicht bij. Uiteindelijk was bijna 1/3 van de CDA congressanten tegen. Stevige groep tegen dus.
Zelf deelden wij toverballen uit om het CDA uit te dagen kleur te kennen: de eigen kleur en tegelijk de veelzijdige kler van de Nederlandse samenlaving.






Beste vrienden van een Nederland dat dynamisch, modern, democratisch en vooral kleurrijk is. Wij zijn hier vandaag bijeen om het CDA af te houden van een gedoog-kabinet. Daarbij moeten we ons afvragen wie is het die gedoogt? Na het lezen van het gedoogaccoord is het duidelijk. Dat stuk lijkt een soort acte van overgave. Het is een deel van het CDA dat het wel OK vindt, alias gedoogt, dat de PVV door mag gaan met haatzaaien tegen een miljoen moslim in Nederland,in ruil voor regeringsdeelname.

Iedereen van ons is hier met zijn kleine eigen agenda en ervaringen. Ons hoofddoel is beperking van de uitstraling die de PVV krijgt in deze makkelijke positie: wel pluche en aandacht, geen verantwoordelijkheid.

Die beperking van de PVV macht willen we bereiken door het CDA te wijzen op de eigen missie en doelstelling. Het CDA zegt een middenpartij te zijn: zelf ook verdeeld in een christelijk-sociale en een rechts-conservatieve vleugel. Laat het CDA die veelvormigheid in zichzelf erkennen en niet aanschurken tegen extreem rechts. Laat het CDA zelf zijn kleuren bekennen!

Het CDA noemt zich een christelijke partij. Die partij moeten een nieuwe spiritualiteit in een seculariserende wereld vinden en ondersteunen. Veel moslims in Nederland voelen zich hiertoe aangetrokken en op alle niveaus van de partij zijn er moslims te vinden. Zoals Job Cohen vanuit zijn joodse traditie al zei: Jacob heeft hier voor een bord linzensoep een eerstegeboorterecht gekregen. Shame you, CDA! Vooral voor de moslims die in jou een toevlucht wilden vinden. Laat het CDA zelf zijn vele kleuren bekennen!

Vanuit mijn eigen vakgebied, islamwetenschap en interculturele theologie, wil ik hier nog een opmerking aan toevoegen over wat de Rotterdamse deelraadwethouder Alaatin Erdal vroeg. Wat is de visie van het CDA op de Islam? Is het genoeg als Verhagen zegt dat er vrijheid van godsdienst blijft? Is dat niet wat erg magertjes? CDA beken je kleuren eens!
Het CDA is niet langer aan kerken, denominaties of zelfs religies gebonden. Ten opzichte van het Jodendom hebben katholieken en protestanten zich bekeerd: het zijn niet langer Jezusdoders, maar er wordt snel en gemakkelijk gesproken van een joods-christelijke traditie die een belangrijke wortel voor de Nederlandse en Europese cultuur is.

Maar die cultuur verandert, zei ook de niet-westerse allochtoon Prinses Maxima. Zou het CDA dan niet wat actiever en positiever naar moslims toe moeten zijn? CDA laat je diepste kleuren eens eerlijk zien!

Islamisering een gevaar? Wie zegt dat? In 1940 was het Koninkrijk der Nederlanden nog voor 60% moslims. In naam van Wilhelmina en onder toezicht van haar koloniale ambtenaren waren er beperkte sjarie’a rechtbanken voor familiezaken. Dat liep heel redelijk. Een veelvormige islam kon zich daar verder ontwikkelen. Nederland is een handelsnatie: al vanaf de VOC-tijd. We zijn niet met 20% van de wereldbevolking in oorlog. Van Marokko tot Indonesië . We zijn geen cowboys, maar Sindbad-handelaren. Laat dat ons cultuurideaal zijn. Veelkleurig. Daarom roep ik jullie allemaal op om tot actie over te gaan, de toverballen te verspreiden en het CDA op te roepen tot veelkleurigheid en wijde betrokkenheid, wat dat is zijn diepste kleur.
Karel@steenbrink.nu (Emeritus hoogleraar interculturele theologie, Universiteit Utrecht)

woensdag 15 september 2010

Jezus en de Koran in de Brouwerij in Zetten. Soera 1



Dominee Otto Heldring was een inventieve lastpak, sociaal hervormer en alternatieveling. Hij richtte een serie filantropische instellingen op in Zetten, waaronder ook de eerste opleiding (kweekschool) voor vrouwelijke leerkrachten. Hij stichtte een bierbrouwerij in de Betuwe: drinken deden de boerenknechten toch, maar dan beter wat goed bier dan slechte en zware borrels. Hij was tegelijk orthodox, maar Nederlands zuinig missionair leider. Hij stuurde in Nederland het programma van de zendeling-werkman. Dat waren mensen met een praktisch vak, vooral in landbouw of bouw- en timmerwerk, die een ticket naar Nederlands Indië kregen en daar aan verspreiding van het christendom moesten doen. Velen mislukten. Juist vanwege die lage opleiding sloeg hun boodschap bij de afgelegen eilanden van de Sangir-Talaut-archipel toch aan. Zijn zendelingen trouwden daar met de dochters van de hoofden en namen dus uiteindelijk ook het bestuur over in kleine theocratische republiekjes.


Op zondag 24 oktober gaat de dienst in 'zijn' vluchtheuvelkerk (10.00) even niet door: die wordt gehouden in de nabijgelegen school, omdat de kerk wordt gerestaureerd. Overigens zou hij het er misschien toch wel mee eens zijn geweest dat nu eens de Koran klinkt in zijn kerk, daar was Heldring verrassend open voor, omdat hij bij zijn wilde plannen toch altijd wel uitging van wat de gewone mens geloofde en ook nodig had om zijn leven beter in te zien. Hieronder de aankondiging van de dienst van 24 oktober.

In de Koran zijn alle grote verhalen uit jodendom en christelijke traditie hernomen. Over Adam, Abraham, Mozes en David. Ook over Jezus staan stevige teksten in de Koran. Als een soort dialoog: tussen de engel Gabriël en Maria over de geboorte. Verder als een debat tussen Jezus, de apostelen en de andere joden over inhoud van het evangelie en de kruisiging en redding uit de dood. Dit evangelie staat centraal in de dienst van zondag 24 oktober, 10.00 in de Brouwerij in Zetten.
Voorganger is Prof. Karel Steenbrink, in de jaren 1980 docent aan de Staatsuniversiteit voor Islamwetenschappen in Indonesië en later bij de Universiteit Utrecht. Hij zal ook de liturgische sfeer van de moskeedienst laten voelen door de Arabische klanken van de gebedsoproep, het voordragen van de mooiste delen van de Koran en ook door uit te leggen hoe het lichaam woordeloos kan bidden bij dat moskeegebed dat eigen een stille, langzame dans voor God is.
Kijk op zijn weblog: http://karelsteenbrink.blogspot.com/.

Bij wijze van voorbereiding, hier soera 1 van de Koran. Het zijn 7 regels dus net zo lang als het Onze Vader. Ook eerst een lofprijzing, dan de smeekbede.

Openingsgebed – Al-FatihaIn Gods naam, Erbarmer, Barmhartigheid
Lof aan God, Heer van dit wereldrijk.
Erbarmer,Barmhartigheid
Koning op de dag van het eind der tijd
Jou dienen wij, jou vragen wij, leid
ons op de weg van rechtvaardigheid;
de weg van jouw gunst en beleid,
niet die van haat en nijd,
niet die vanw vergetelheid.

dinsdag 7 september 2010

Soera 108

Af en toe bewerk ik nog weer eens teksten uit het boekje van 2002, De Korte Hoofsstukken van de Koran. Vandaag soera 108. De aanvulling over Luxenberg is naar aanleiding van zijn Duitse en Engelse boeken over The Syro-Aramaic Reading of the Koran.

108 DE VOLHEID ─ AL-KAUTHAR

In naam van God, Genade, Goedgunstigheid

1. Wij gaven jou de volheid.
2. Verricht de salaat, tot offer bereid.
3. Die jou benijdt krijgt eenzaamheid.

Structuur. Deze soera is de kortste van de gehele Koran. In totaal precies tien woorden. Juist die korte passages zijn vaak moeilijk te begrijpen, omdat ze zo weinig verraden van hun context. Zijn de drie regels met hun eenvoudig eind¬rijm, een soort raadsel, een spreuk die in die context van de tijd kennelijk goed te begrijpen was?
Richard Bell, professor in Edinburgh, die tussen 1920-1950 met veel succes doceerde en een Koran-vertaling en commentaar publiceerde, heeft in het algemeen geen hoge dunk van de wijze waarop de huidige Koran is samengesteld. Hij vermoedt dat veel passages elders beter tot hun recht komen. Over deze soera zegt hij, dat het op een fragment lijkt, dat wellicht na soera 74:36 goed zou passen (Bij de morgen wanneer hij gloort! Het is een van de grootste rampen! Als een waarschuwing voor de mensen. Als een waarschuwing voor de mensen). Wat rijm betreft klopt dat wel, maar verder blijft het natuurlijk een nooit te bewijzen voorstel (tenzij alsnog oude handschriften gevonden zouden worden).

Context. De islamitische traditie heeft als uitleg het verhaal overgeleverd van de vij¬and(en) van Mohammed, die hem haten (vers 3) en hem onder meer `toewensen', dat hij geen nageslacht zou krijgen, of dat zijn kinderen jong zouden sterven. Dat is ook gebeurd: Mo-hammed kreeg bij Chadiedjah vier dochters en twee zonen, die allen op jonge leef¬tijd overleden behalve Fatima, die later huwde met Ali. Omgekeerd wordt hier ook aan Mohammeds vijand die onvruchtbaarheid `toegewenst'.
De commentaren wijzen graag op de vervloekingen die ook de andere profeten hebben moeten horen, zoals Noach in soera 11:27: En de voornaamsten, zij die van zijn volk ongelovig waren, zeiden toen: `Wij zien dat jij slechts een mens bent zoals wij en wij zien dat jij alleen maar ondoordacht gevolgd wordt door de allerverachtelijksten onder ons...' Soera 108 is, blijkens vers 3 duidelijk gericht tot een miskende en bestreden profeet, waarbij de vijand nu de straf krijgt toebedeeld.
Over het probleem van de vervloeking in de schriften is veel geschreven naar aanleiding van de zogenaamde vloekpsalmen. Johannes Chrysosthomus zei hierover al, dat we hier te maken hebben met een `voorspelling in de vorm van een verwensing'. De ongelovige roept immers vanzelf zijn noodlot over zich af. De geschiedenis van Israël kent een groot aantal belangrijke onvruchtbare vrouwen: Sara, Rebekka, Hanna, de moeder van Samuël. Maria antwoordde op de boodschap van Gabriël ook, dat zij nog geen man kende. In haar loflied prijst zij haar Heer, die `neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd... wonderwerken deed: heersers ontneemt Hij hun troon, maar verheft de geringen' (Lk. 1:48-52).

1. De volheid (al-kauthar): kan ook letterlijk vertaald worden als `het vele, talrijke, de overvloed'. Veel commentaren zien dit talrijke als een teken van het meerdere dat gegeven is boven de profeten van vroeger, waardoor aan Mohammed pas de volheid van de openbaring en alle bevelen Gods gegeven zijn. De volheid van de openbaring dus. Dit wordt ook wel concreet ingevuld met de voorspraak die Mohammed voor de gelovigen bij God kan geven, wonderen, de Koran zelf, het gebed van de vijf tijden. Kauthar is in de verhalen over de hemel ook een rivier, die in het paradijs stroomt. Boechari vertelt in zijn hoofdstuk over de Koran-commentaren dat de profeet tijdens de hemelreis bij de oever van een rivier kwam, die stroomde tussen koepels van holle parels. Gabriël zei hem dat dit de Kauthar of Volheid was.
Prozaïscher is de verklaring van Birkeland die denkt aan de rijkdom die Moham¬med kreeg door zijn huwelijk met de rijke Chadiedjah. In deze uitleg zou de arme wees Mohammed (zie 93:6 Heeft Hij jou niet als wees gevonden en onderdak gegeven?) God moeten danken door het verrichten van salaat en brengen van offers, waarschijnlijk nog volgens de oud-Mekkaanse traditie, die Mohammed in de eerste tijd nog volgde.



Een heel andere benadering is er bij ‘Christoph Luxenberg’ de schuilnaam voor een geleerde die graag Syrisch-christelijke invloeden in de Koran ziet. Moeilijke Arabische woorden worden bij hem vanuit het Syrisch-Aramees verklaard. Hij ziet in deze soera een parafrase op 1 Petrus 5:8-9: Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan. Hiervoor moet Luxenberg maar liefst vier van de tien woorden anders lezen. Schematisch het volgende (eerste Arabisch, dan de traditionele, als derde de Luxenberg-vertaling)

kauthar - volheid - weerstand
nahr -offer - volharding
sya’n - benijden - vijand
abtar - eenzaam; kinderloos - verslagen

Dan komt er een nieuwe vertaling, waarbij we hier ook maar de theorie van Luxenberg volgen dat rahmān rahīm in de openingsformule betekent ‘Geliefde die liefde wil geven’.

In naam van God, de Geliefde die liefde wil geven

Wij gaven jou weerstand
Bid tot jouw Heer, wees constant
Jouw vijand staat met lege hand