donderdag 28 juli 2011

Tjitske Jansen in de Janskerk

Komende zondag, 31 juli 2011, is in de Janskerk in Utrecht de 3e dienst in het kader van een cyclus God en Literatuur. Na een zondag met een gedicht van Leo Vroman (God als systeem) en een stuk van Kierkegaard over radikaal christen zijn (ik had de neiging te denken: mag het ook een onsje minder: een teveel aan religie kan de maatschappij toch ook zo'n kwaad doen, kijk maar naar de verharding tussen Israel en de Palestijnen, zou mooi zijn als er aan beide kanten wat minder religie was; ook aan Anders Breivik die bijna moeiteloos, maar ook heel onecht, de christelijke identiteit oproept). Mooi bij Kierkegaard is wel zijn ideale beeld van Jezus, wat dat betreft is hij een echte pietist: weinig kerk en veel Jezus.
Het idee God en de literatuur komt onder meer vanuit de gedachte dat de bijbel zelf toch ook veelal literatuur is. Bij het gedicht van Vroman werd Psalm 1 gelezen (overigens ook de titel van het gedicht van Vroman). Bij de basistekst voor komende zondag hadden de bedenker (Liesbeth Schlichting en Heine Siebrand) de anti-koning parabel van Rechters 9:8-15 neergezet. In de voorbereidingsgroep konden we daar weinig mee doen. Er is in het oude Israel ook een soort Tea Party geweest die weinig van centraal gezag moest hebben. Iedereen lokaal zelf de zaakjes bedisselen. Zoals Gideon. Maar als je dan even doorleest hoe het met die Gideon verder liep: zo her en der wat kinderen, eentje die zich tot koning uitliep, moord en doodslag onder de kinderen. Ook niet ideaal dus. We hebben die anti-royalistische parabel dus maar gelaten voor wat hij was.

Komende zondag dus alleen Tjitske Jansen. En dat ene gedicht. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar onze twee decennia jongere buurvrouw, werkzaam in vormingswerk, dus wel. Bekend in het circuit van verwoording van niet strikt kerkelijk levensbezinnende verzen. Ze had een wat moeilijke jeugd, waarover ze in 2007 de bundel Koerikoeloem publiceerde: in pleeggezinnen waar het niet allemaal goed liep. In december 2007 ging ze in het boeddhistisch klooster Samye Ling in Schotland, tot juni 2010. Ik moest natuurlijk denken aan Thessa Ploos van Amstel die een dissertatie schreef over westerse vrouwen die in een Tibetaans klooster intreden en dan duizenden, soms honderdduizenden prostraties moeten doen en vooral hun mannelijke goeroe precies en zonder kritiek moeten volgen. Was dat bij haar ook zo? In het verhaal op de website werd het in een kader gezet van een oudere man die in dat dubbelklooster verzorging nodig had. Verder heb ik weinig over dat boeddhisme kunnen vinden. We mogen het gedicht uit 2003 dus al helemaal niet lezen tegen die achtergrond.


Het gedicht heeft geen titel, maar wij gaven er de titel aan van Dat ga ik vandaag geloven
Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.

Ik ga geen beroep doen op vriendschap
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.

Dat ga ik vandaag geloven.

Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun grote geduld.

Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
geen ongevraagde engel van de stad te zijn.

Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.

Dat ga ik vandaag geloven.

Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren

Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik-
in een van de gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.

Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.

ik hoef het niet te zien vandaag.

Het komt uit de bundel Het moest maar eens gaan sneeuwen 2003:37)



Structuur Ik lees het gedicht in drie stukken: eerst twee 'strofen' die eindigen met "Dat ga ik vandaag geloven". Ze zegt enkele dingen die ze wel wil doen: opruimen, zwemmen en wat aan haar moeder denken, hoeveel zij van haar houdt. Kleine dingen, uiterlijk en innerlijk. Die kunnen je leven toch wel goed in balans brengen. Ze doet ook een groot aantal dingen niet: daar zijn de boeddhisten wel goed in. In afzien van verlangens, begeerte. Meest opvallend is dat ze niet aan de hoge doelen wil werken, maar zich tot de kleine zaken beperkt.
In het derde en laatste deel komen drie dieren voor, alle drie wat raar: een hond met oren als omgevouwen beukenbladeren. Ik weet niet hoe die hond heet met te groot uitgevallen oren, die dus omvallen. Lijkt me een wat overbodige en niet succesvolle uitgroei van de evolutie. Dan een gans met een pluisje in de gaatjes van de snavel. Tenslotte een witte pauw liggend op een veld vol madeliefjes. Waarom? Hoeven we kennelijk niet te weten. 'Ergens bloedt een zon leeg'. Ook heel dramatisch maar die kosmische problemen van natuur en evolutie daar moeten we ons maar niet teveel mee bezig houden: de laatste zin is 'Ik hoef het niet te zien vandaag.'
In een kerkgebouw klinken vaak heel grote woorden: eeuwig leven, weg van waarheid.
De conservatief Bart-Jan Schuyt verweet deze week Wilders dat hij de sociale conditie van Nederland tot te grote apocalyptische dimensies had opgeklopt. Alsof het einde der tijden nabij zou zijn. Alsof het einde der tijden nabij zou zijn. Zoiets vinden we ook in de opgeklopte lange tekst van die Noorse massamoordenaar, met het vreselijke effect. Ik vind in dit gedicht een verademende nuchterheid, een oproep om het het wat rustig en nuchter te bekijken.

zondag 17 juli 2011

Rafels van de Religie


Het is zomer, dus de officiële kerken doen het wat kalmer aan. Dit is de tijd van bedevaarten, midzomernachtgedoe en dat soort. Toch kwamen we de laatste weken wel erg veel creatieve spirituele zaken tegen.
Allereerst kwamen we er achter dat onze overburen, met name Lisette Doesburg op bijzondere manieren bezig is met de binnenkant van dingen en mensen. TenT in het Bos heet haar aanbod voor kinderen en andere groepen. Ook wel Kumararigpa, ook wel ELW Emotioneel Lichaamswerk. Ik heb alleen hun ladder geleend om het houtwerk aan de voorkant te schilderen. Nog geen andere trappen naar boven voorlopig.

Tweede mooie ontmoeting is met een beeldhouwwerk van Marijn te Kolsté, zwangere vrouw. Het staat op mijn zuidelijke fietstocht: naar Werkhoven, en via de noordelijke Lekdijk terug. We hadden het aan de zwangere Irene willen geven, maar het is er niet van gekomen. Vergeet niet even op die tekst hierboven in te klikken en zo die ontboezeming voor fietsers en wandelaars aan de Lekdijk te lezen.



Derde bezoek was gisteren aan het Comeniusmuseum in Naarden waar een kleine tentoonstelling beschermheiligen staat. De meerderheid zijn beelden uit kerken die zo'n 30 jaar geleden zijn weggedaan en nu in de verkoop zijn. Wij vonden het levensverhaal van de Hernhutter/Moravian Jan Amos Comenius indrukwekkend: meer sociale wetenschapper en pedagoog dan de filosofen Descartes en Spinoza uit zijn tijd. Dat hoort ook zo bij die praktische Moravische Broederschap. Via een tijdje Amsterdam heeft hij in de oude Waalse Kerk van Naarden een mooi grafmonument gekregen.



Comenius schijnt de eerste te zijn geweest die veel afbeeldingen bij het onderwijs gebruikte en zelfs een soort van geïllustreerde encyclopedie schreef/ontwierp. Hij past dus wel in deze beeldcultuur met zijn foto-blogs.


Dit was ongetwijfeld het meest curieuze beeld in Naarden: St. Pecunius, patroon van de bankiers stond er bij. Kost maar 450 gulden en als ik bankier was geweest had ik het zeker meegenomen.

Vierde uitstapje en ontmoeting was vandaag naar Amersfoort, Museum Flehite die een Maria-tentoonstelling hebben. Onder meer vanwege de Mariakapel die vanaf ca 1440 Amersfoort tot Maria-bedevaartplaats maakte. Het stierf niet uit na de alteratie van 1580 toen de protestanten gingen overheersen. Tot 1720 liep de bedevaart nog wel en daarna gingen ze maar naar Kevelaer. De kapel ontplofte in 1787 omdat die als kruitopslagplaats was gebruikt, dus staat alleen de toren er nog. Er waren talrijke mooie afbeeldingen van Maria, moeder van Jezus, maar bovenaan staat toch eerst nog een wenende Maria Magdalena, waarvan de tranen in parels veranderen.




Ten vijfde, maar wel de aanleiding om dit zo neer te zetten, was er ruim een week geleden de 50e verjaardag van Wilna Wierenga. Uit haar studententijd bij NBI kende zij Pete Pronk, die de academische theologie niet helemaal afgemaakt heeft, maar vooral via een verhalenatelier als kunstenaar van woord en gebaar zijn diensten aanbiedt. Wij waren dus enige uren in brabbeltaal, veel in gebaren en via gingen verhalen communiceren.


Pete Pronk noemt dat 'in tongen spreken', dabberen genoemd (naar Hebreeuws dabar< voor scheppend woord/span>, in de nieuwe bijbelvertaling klanktaal. Hij heeft er geen kerkje mee gesticht wel een eigen netwerk ook alweer!
Ik zal hier niet verder uitvoerig ingaan op die prachtige middag en avond. Dank je wel, Wilna, en natuurlijk ook Anton. Alleen nog een enkele foto hieronder, waaronder Anton Wessels met schoondochter en de stevige toren, bijna ondersteund door Eelkje Houtepen!

zaterdag 9 juli 2011

Mankementen van een Missionaris



Antoon van den Ende (1910-2000) werd opgeleid als missionaris voor de SVD. Hij hoorde kennelijk tot de intellectueel sterkeren want zijn theologie-studie deed hij van 1932-6 in het Rome van Pius Xi en Il Duce Mussolini. In 1936 vertrok hij naar Flores waar hij secretaris werd van de Apostolisch Vicaris die een paar kilometer buiten de 'hoofdstad' Ende woonde, in Ndona, omdat in Ende vooral moslims woonden. In 1942-5 volgt een kamptijd, zwaar maar intellectueel wel bevrijdend door het intensiever contact met protestanten en ontwikkelde ambtenaren. Na vier jaar pastoraal in het zeer traditionele Larantuka (hier komen zeer gemengde berichten over hele grote vroomheid van de bevolking en allerlei grote plannen voor betere economische ontwikkeling), gaat hij in 1949 in Leiden indologie/Indonesische studies doen, waarbij hij ook bij Wertheim in Amsterdam colleges loopt.
Begin 1955 treedt hij in dienst van KASKI, het sociologische onderzoeksbureau van de katholieken kerk. Min of meer in dit verband heeft hij in 1953-4 al een ambitieus Floris-Welvaart-Plan geschreven, dat in sommige uitwerkingen ook wel een vorm van neo-kolonialisme wordt genoemd: vanuit het buitenland plannen maken om het aan grondstoffen, menskracht en kapitaal zo arme Flores toch eens een mooie welvaart te geven. Van maart 1956 tot november 1959 is hij nogmaals drie jaar op Flores, onder meer om een deel van het Welvaartsplan met Misereorgelden uit te voeren, vooral op gebied van gezondheidszorg. Maar veel blijft liggen.
Na terugkeer in Nederland, einde 1959 begint hij bij Misereor en later ook bij KASKI te werken aan wat uiteindelijk het zo ambitieuze Flores-Timor-Plan is geworden: ruim 350 projecten op gebied van landbouw, irrigatie, visserij, gezondheidszorg, die tussen 1965-1980 zijn uitgevoerd in Flores. Vaak met wisselend resultaat.
In deze periode heb ik zelf college Missionaire Planning bij hem gevolgd, najaar 1967 of voorjaar 1968. Hij kwam vaak te laat, (trein vertraagd) had zaken nauwelijks voorbereid, sprak over de lopende zaken bij indienen en verantwoorden van projecten. We besloten dat er iedere keer twee zouden gaan, een enkele keer was er niet één student. Zijn contract als docent werd niet verlengd.
In 1969 trouwde hij met een vrouw die hij midden jaren 1930 in Rome had ontmoet en met wie hij in contact was gebleven, Truus Krijgsman. Ze bouwen een huis in Hilvarenbeek en 'leefden nog lang en niet echt ongelukkig'.
Op verzoek van Truus, schreef Frans van Gaal, samen met Ton Thelen een biografie
Wat mij soms toch mankeert! Over de idealen, twijfels en tweestrijd in het leven van Antoon van den Ende, missionaris [1910-2000], Nijmegen:Valkhof Pers, 2010.
Toen ik enige tijd geleden, na een gesprek met Frans van Gaal, een eerste versie van het boek las moest ik wel even wennen: geen precieze referenties, geen noten, heel vlotte stijl, bijna zoals Heerkens zijn Ria Ragao schreef of Vroklage over Noyens. Maar dan geen hagiografie, integendeel, hier kom een gefolterde man naar voren, die enerzijds geen revolutie in de kerk wil en rustig zijn verzoek tot ontheffing van de celibaatsverplichting wil afwachten, maar wel ongeduldig is in de sociaal-economische ontwikkelingen waar hij veel te hoge verwachtingen van buitenlandse hulp en kerkelijke inspanningen heeft. Ondanks zijn Indonesische studiën dus net als Wertheim een kamergeleerde gebleven. Met veel te hoge verwachtingen van een maakbare maatschappij, die hij eigenlijk nooit van binnenuit heeft leren kennen. Je komt in het boek dan ook geen enkel diep persoonlijk contact met Indonesiërs tegen. Hij maakte wel plannen voor, niet met! Hij had ook nooit in de gaten dat ambtenaren wel het heil van het volk willen dienen, maar vooral hun eigen familie eerst veilig willen stellen. Afijn, dat was met lokale priesters ook vaak het geval.


De naam van Antoon van den Ende kom je niet tegen in een ander boek, dat van Joep van Gennip & Marie-Antoinette Th. Willemsen, Het geloof dat inzicht zoekt. Religieuze en de wetenschap [Hilversum: Verloren 2010], waarin twee bijdragen staan over SVDers en wetenschap. An Vandenberghe schrijft vooral over de ambities en grote resultaten van het werk van Wilhelm Schmidt die een antropologische traditie stichtte die bij de SVD via instituut en tijdschrift Anthropos nog steeds wordt voortgezet. Marie-Antoinette Willemsen bespreekt vier SVD-priesters: Paul Arndt (veel publikaties, vroeger nauwelijks gewaardeerd door missionarissen in het veld, nu door de SVDers vertaald en wel iets meer gewaardeerd), Bernard Vroklage, zo jong gestorven, Jilis Verheijen en vooral Kees Maas. De laatste publiceerde een literatuurstudie over het celibaat. Dat leverde hem in 1978 een magna cum laude op aan de lateraanse universiteit in Rome, maar tevens een kleine campagne tegen zijn persoon door conservatieve medebroeders die zijn terugkeer naar een docententaak in Flores blokkeerden. Maas kreeg openlijke steun van een aantal Indonesische bisschoppen maar de geruchtenmachine deed ondergronds zijn werk en 'leidinggevenden' concludeerden dat er onvoldoende draagvlak was voor een positie op een seminarie in Flores voor zijn persoon en hij moest ander werk in Nederland gaan doen. Hij was jarenlang nederlands provinciaal van de SVD, en heeft er nog steeds bestuurlijke functies. Maar over succes, al dan niet, moeten de geestelijken zich niet al te veel zorgen maken!


Lucas 17:10 servi inutiles sumus zullen ze wel vaker verzucht hebben. De Willibrord-vertaling noemt dat onnutte knechten, terwijl de kale Nieuwe Vertaling dan schrijft: Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan. Maar volgens mij hebben deze mensen best een mooi, afwisselend en spannend leven gehad!

woensdag 22 juni 2011

Schotland 6: Rosslyn Chapel en Edinburgh



De laatste twee dagen waren voor Edinburgh. Het waren dagen met veel regen. Daarom gingen wij de eerste dag (vrijdag 17 juni) eerst nog naar Rosswyn Chapel, niet zo veraf omdat wij in Carberry Tower toch al buiten de staad aan de zuidoost kant zaten. De chapel is klein, maar alles is op schaal: propvol beelden (ook al heeft de reformatie nogal wat vernield, of is er uit voorzorg veel weggehaald). Er zit veel symboliek in en Dan Brown heeft in zijn Da Vinci Code de aandacht stevig opgeschroefd: tot 2005 kwamen er jaarlijks zo'n 10,000 bezoekers. In 2006 ineens een 180,000. Het bezoekerscentrum wordt nu uitgebreid, want met 2 toiletten lukt dat niet meer. Je mag binnen in de chapel (20x13 m. eigl gebouwd 1440-1480, als het koor van een kerk die veel groter moest worden). Hier alleen een foto van maquette en buitenkant in de steigers: er staan al genoeg mooie foto's van het geheel op internet!





Speciaal wat John Knox voor Simon Rae uit New Zealand, die Nederlands leerde voor zijn dissertatie over de geschiedenis van de Karo-Batak zending, maar zelf Schotse voorouders heeft en Principal; van John Knox College in Christchurch was. Op de Royal Mile zijn de meeste huizen uit de 18e eeuw. Dit 16e eeuwse is nu het John Knox museum en er staat dat hij daar gewoond is, maar dat schijnt allesbehalve zeker te zijn. In de winkel beneden, annex verhalencentrum voor liefhebbers van griezel, staat een hele muur met publicaties van de man. Wij vergaten om er wat te kopen. Het vriendelijke beeld is uit St Giles Cathedral. Ik vond Knox naar zijn beeld in Genève nogal koud en koel, als Calvijn. Maar hij schijnt toch een inspirerend figuur te zijn geweest. Wat meer over en van gaan lezen dus.




Nog een paar impressies van St Giles Cathedral, het grootste gebouw op de Royal Mile (met uitzondering dan van Edinburgh Castle, dat helemaal aan het einde en hoger ligt, eb van Parliament, ten zuiden). Bovenop de kathedraal staat een protserige koninklijke kroon, alsof het gebouw ook een politiek statement is! Interieur laat je even zoeken wat nu het schip, wat het koor is. Met het blauw dak is het schip voor de gewone gelovigen.
John Knox staat hier op een gebrandschilderd raam, terwijl hij een toespraak hield voor een neergestoken geestverwant. Die preek wordt als een van zijn allerbeste beschouwd. Het liet ons wel zien dat tussen 1550-1650 de Engelse reformatie net zo bloedig is geweest als de Duitse al vanaf de boerenopstand van 1525 tot de dertigjarige oorlog van 1618-1648 is geweest.



Adembenemd mooi in dat rare complex van aanbouwen dat St Giles Cathedral is, staat daar de Thistle Chapel, rond 1900 gebouwd in de rijkst mogelijk stijl van de (neo-)gothiek. Het gezelschap van 16 (of 30?) leden komt nog regelmatig bijeen. De koningin hoort er ook bij en dus vooral oude adel.


Buiten het gerechtshof staat een advocaat even zijn nicotinegehalte opp peil te houden. Want van oude gewoontes afkomen is in de Britse cultuur natuurlijk nog moeilijker dan elders!

Eigenlijk is het het grootste kasteel van heel Schotland: Edinburgh Castle. Prachtige gezichten op de stad daar diep beneden, want het ligt mooi boven de stad als het slot van Salzburg. En als de Akropolis in Athene, maar die is in Edinburgh weer elders nagebouwd. Bij de entree van Edinburgh Castle zagen wij de immense stellage die werd opgebouwd voor de jaarlijkse taptoe in Augustus: kras.nl organiseert daar aparte reizen naar toe, vier dagen op en neer per boot om die militaire show te kunnen zien. Ze waren al een heel eind met opbouwen van stevige tribunes voor 8.700 toeschouwers




Er zou natuurlijk nog veel meer op te nemen zijn. Hier alleen twee afbeeldingen die een beetje typisch zijn wat thema: hierboven allereerst Columba, de Ierse monnik die de grote pregrinatio is gestart die weij kennen als de missionering van Noordelijk Europa, vanuit Ierland naar Iona, Schotland en dan verder naar de Friezen van de Lage Landen en verder doorgaand.
Daaronder koningin Margerita, die netjes zit te lezen, terwijl de twee hofdames die naast haar zitten wel analfabeet zullen zijn geweest en alleen zitten te borduren.

Schotland 5: St. Andrews





Op Iona is een helft van het piekleine eiland gedomineerd door de abdij. Maar als je voorbij de kleine heuvelrug bent aan de andere kant van de 2 km middellijn, zijn het de golfvelden. Meer nog wordt St Andrew door de golfcultuur gedomineerd: een van 's wereld meest beroemde goldbanen ligt aan de rand van het stadje, met hotels, restaurants e.d. Wij hielden onze lunch in een café dat zich speciaal op Amerikaanse golftoeristen richtte.


In Fort William hadden we de stoomtrein kunnen nemen, de heuvels in, zoals die ook voorkomt in de Harry Potter filmen. Dat hebben we dus gemist, maar vooral in de universitaire gebouwen van St. Andrew (Salvator College hierboven; we zagen ook het immens grote St Mary's College, nog steeds bekend om zijn theologische faculteit). Sommige studenten lopen in kilt rond, de oudere jaars ook wel met een eenvoudige gown: net a;ls bij het goldf spelen, houden ze in academicis van de oude tradities.




Saint Andrew was, als Keulen, Luik en Utrecht in de Middeleeuwen een stad die geregeerd werd door een bisschop. Er is meer van het kasteel-paleis overgebleven dan in Utrecht: een mooie ruïne van het Castle, terwijl van het oude bisschopspaleis in Utrecht niets over is, maar de verdedigingstoren natuurlijk wel, want dat is nog steeds de oude domtoren.
Wat de kerk/kathedraal betreft is in Utrecht maar de helft ooit ingestort door een tornado en heeft men dat maar laten liggen, zodat wij in Utrecht nog een halve domkerk hebben. In St. Andrew is er niets meer dan deze fantastische grote ruïne-tuin met restanten van kathedraal en het grote klooster eromheen. En net als in Iona en bij Loch Ness hadden we hier dus heel mooi en zonnig weer!

Schotland 4: Kastelen



Bij een reis naar Marokko, alweer zo'n jaar of tien geleden, klaagde de reisleider dat er eigenlijk buiten de natuur en de markten van de oude steden (en een enkele stadsmuur en stadsplein) zo weinig te zien was: moskeeën mag je er als niet-moslim niet binnen, behalve die ene veel te grote van Hassan II in Casablanca en er zijn geen kastelen of paleizen open: die er zijn, worden door de koning gebruikt, waarbij het zelfs staatsgeheim is, waar hij verblijft. Die paleizen zijn van afstand ook niet echt zichtbaar.
Hoe anders Schotland: de kastelen en paleizen zijn gebouwd om in te wonen, maar toch vooral om indruk te maken. Helemaal boven het echte oude middeleeuwse aan de westkust bij Oban, Dunstaffnage Castle. Om de scheepvaart aan de westkust te controleren en een kleine militaire eenheid paraat te hebben.
Dan Blair Castle, de rijke landadel uit de 17e en 18e eeuw, die nog zo'n belangrijke plaats in Britse politiek, economie en cultuur inneemt.




Wie die dame en heer hierboven zijn, weten we niet meer. Die mensen uit de 18e eeuw kenden kun griekse mythologie beter dan wij, die nog wel christelijke heiligen kunnen herkennen, maar die klassieke figuren niet meer. Paul Davenport, oude studievriend schreef begin jaren 1970 bij Schillebeeckx een proefschrift met de titel Plato with a tincture of Christ. Dat was de Verlichtingsreligie: de klassieke oudheid als richtlijn, met een klein spatje evangelie er bij.


Van alle Griekse en Romeinse goden en godinnen werd Hercules door meerderen in de 18e eeuw gezien als de belangrijkste om je mee te identificeren: die krachtige figuur die alles kon opruimen,opbouwen en vijanden uit de weg kon ruimen. Twee jaar geleden zagen wij in Kassel bij het grote paleis-kasteel het Herculaneum, een grote zuil met Herculesbeeld, bovenaan een grote trap waar enkele malen per week het water van een stuwmeertje in geleegd werd, via een ingenieus trappen en sluizen-stelsel, als een grote zuivering van een super Augias-stal.
In Blair Castle is een Hercules Garden, geheel ommuurd, deels fruitbomen, gras en bloemen, watertjes in het midden, her en der wat beelden. Hercules staat op het hoogste punt, maar wel net buiten de tuin, die hij in de gaten kan houden. Hoort hij er zelf als halfgod dan niet echt bij?



Een ander deel van de tuinen van Blair Castle is het Diana's Grove, het bos van Diana (met immens hoge bomen, van enkele soorten de hoogste exemplaren van heel Engeland. De elegant koningin van de jacht staat weer gerestaureerd (die beelden gaan natuurlijk ook wel eens kapot) in het centrum van dit jachtbos. Wat dat betreft doen de griekse goden en godinnen het daar beter dan de min of meer christelijke kapel!

dinsdag 21 juni 2011

Schotland 3: een zondag in het niet-zo religieuze Glasgow



Ons hotel stond vlakbij een burg over de Clyde, waar de grootste moskee van Glasgow stond op een heel groot terrein. Met school, ontmoetingsruimte, parkeerruimte (UKL 4.00 per dag en wij betaalden 14.00 in een overdekte gerage) en aangepast met zegenwensen voor iedereen in de hele stad.



Op weg verder naar de kathedraal kwamen wij langs twee aardige winkel. Boven de missionaire bedoening die oproept tot traditioneel christendom. Er was ook heel wat Army of Salvation in Glasgow en vooral in Edinburgh. Pal daarnaast was een winkeltje van de Brahma Kumaris. Toch nog een wat levendige reli-markt.



Kerken zijn nooit mooier dan wanneer ze in gebruik zijn. Wij dus op zondagmorgen 11.00 naar de Cathedral, nu door de Church of Scotland geleid. Het was Pinksterzondag en viering van 400 jaar King James vertaling van de bijbel, eucharist, belijdenis, een mooi koor, afijn helemaal volledig. Chancellor van de university of Glasgow was er ook bij want hij had een originele copie van de 1e druk avnd e King James uitgeleend. Die lag wel op een mooi doek dat uit West Afrika (Ghana dachten wij) kwam. Kerkbestuur allemaal in rokkostuum, dames in het zwart en wij in onze toeristenkloffie, met rugzak e.d.




Rond, of eigenlijk naast de oude abdij-kathedraal van Glasgow is een kerkhof, deftiger dus een necropolis, voor de rijken van Glasgow sinds 1830. Veel obelisken en we dachten dat dat wel vrijmetselaars zouden zijn geweest. Maar boven iedereen torent toch uit de overal in Schotland zo aanwezig John Knox. Op een veel te hoge pilaar.
Knox kijkt naar het oude huis van de abt, bisschop, nu religie-museum en heel erg interreligieus ingericht met prachtige voorwerpen. Is dit geen schattige combinatie, de jonge Krishna, baby-Boeddha en de jonge Jezus! Na de zwaarwichtige dienst in de kathedraal was dit museum even een opluchting. Gericht op jeugd en op de niet-christenen in de grote stad. Let bij die drie godenkinderen ook nog even op de fotograaf die even zichtbaar op de achtergrond mee staat te kijken!


Een van de mooiste kerken die we zagen we de Rooms-Katholieke kathedraal. Redelijk klein maar wel degelijk in oude natuursteen. Rond 1900 gebouwd voor Italiaanse, maar vooral Ierse immigranten en sinds kort was er een bijzonder kunstwerk in de binnenplaats, ter herinnering aan de Italiaanse gevangenen die in 1940 waren afgevoerd naar Ierland om daar als krijgsgevangenen vast te ziten, maar hun boot was getorpedeerd door een Duitse boot, voor de kust van Dublin. Het was een stel spiegels met mooie teksten erin. Tevens om jezelf te spiegelen en zo komen Paule en Karel hier ook nog weer eens voor!