27 mei was ik bij een groots 'event': in de heel erg grote grootste zaal van het Haagse World Forum werden de HOGIAF Awards uitgereikt. Naar schatting meer dan 1000 Turfkse ondernemers, ook wel wat Nederlanders, Marokkanen, een tiental ambassadeurs van bevriende landen prezen hun gemeenschap aan voor toerisme en handel. Ik noteerde vertegenwoordigers uit Georgië, Malaysia, Nigeria en natuurlijk Turkije zelf.Terwijl de Marokkaanse activisten bekend werden via de vakbond of minstens linkse partijen (Muh Rabbae) is er wel een aparte Turkse ondernemersvereniging, maar geen vakbond. Hoofdspreker was Ruud Lubbers (die premier was tijdens de oliecrisis, terwijl we nu een credietcrisis hebben; maar juist die jonge nieuwe Nederlanders moeten economie weer aanzwengelen). Minister van economische zaken, Van der Kamp liet een video-boodschap horen/zien, er was een film over Hogiaf, een toespraak namens TUSKON, de 50,000 leden tellende Turkse ondernemersvereniging.
Er werden prijzen uitgereikt voor beste MKB ondernemer (Ali Topal, enkele estaurants, dis een kleine keten), architecte Arzu Senel was beste vrouwelijke ondernemer (Mewlana moskee in Zevenaar). Er was ook een prijs voor een bestuurder, Henk Kool, wethouder van Den Haag: er is het streven om een ondernemersvereniging te zijn voor alle allochthonen. Beste starter was een restauranthouder uit Groningen. Als ik me niet vergis staat hij hier boven te pronken, maar ik ben niet zeker van alle namen. Onder de genomineerden was ook iemand die koekjes exporteert, zelfs naar Indonesië.
De mannen allemaal in pak, maar niet veel met stropdassen (is dat nu vooral ouderwets of toch maar westers?), de dames soms met een hoofddoek, rest modieus want zo hoort dat tegenwoordig. Alleen de twee dames die de brieven en de rpijzen aanreikten waren festelijk-frivool gekleed.
Voor de Awards hebben 6000 mensen gestemd wat ook wel iets zegt over de aanhang.
HOGIAF is Europees verenigd in UNITEE, waar Adem Kumcu (nog bekend als beleidspersoon bij de Universiteit Utrecht) nu een belangrijke man is, met hoofdkantoor in Brussel.
Het Nederlandse HOGIAF is begonnen via plaatselijke verenigingen: nu zijn het er zeven (onder)afdelingen in Amsterdam, Rtterdam, Haaglanden, Utrecht, Brabant, Gelderland en Deventer. 650 ondernemers betalen zo'n € 600 per jaar (behalve ZZPers en vrouwenelijke ondernemers die € 300 betalen). Er is een kantoor in een sjiek oand in Den Haag met 2 vaste medewerkers. Lobby bij parlement gaat nu onder meer over minder pesten bij de douane-controles waar de Turken tegen grote verdachtmakingen en onnodig lange procedures aanlopen.
Het was vooral een lobby-avond: ik sprak even met CMO-directeur Ebebekir Ozture, die vertelde dat het lastig werken is met de huidige regering die weinig ook heeft voor godsdienstige zaken. Rutte en Asscher zijn hierin gelijk. Zijn drie kernprioriteiten zijn de islam-opleiding aan de VU (nadat die bij INHolland gaat sluiten), het halal eten en drinken en de islamofobie. Hij was blij dat een deel van de Gülen groep zich nu ook formeel heeft aangesloten bij CMO, wat betekent dat zij zich daar nu ook officieel mee verbinden.
En natuurlijk was er veel aandacht van de Gülen scene, Mehmet Cerit, Alper Alasag, Gurkan Celik, Ümit Tas, Alaattin Erdal.
Hieronder nog die nieuwe moskee in Zevenaar
Nog meer Gülen-NL nieuws: Islam en Dialoog en de Dialoog-Academie, allebei in het pand aan de Rochussenstraat in Rotterdam zijn formeel samengegaan. Wie precies de leiding heeft? Alper Alasag staat er in ieder geval voor, terwijl de vrouwelijke leiding van Iris Creemer (nu bij Studium General, HBO in Zwolle) is overgaan naar Nynke van der Veldt. Sinan Evsen is nog steeds Adjunct-Directeur.
INS schijnt een Turkse term te zijn voor 'mens', arabisch insan. Zowel de religieuze als de sociale dimensie komen naar voren in de eerste publicatie van het forum onder de nieuwe naam, Leiders met Spirit. Professionals in gesprek over hun vak en hun geloof, 40 blz. weergave van 4 gespreken over geloof in het dagelijks leven., 'religie in het beroep'. Er werd steeds tussen 17.30-20.00 gegeten en gepraat aan 4 tafels van 8 personen. Consensus-zoekend, soms ook getuigend.
Deze eerste publicatie van INS ligt in de lijn van het eerdere boekje Breekpunt of Bindmiddel: Religious engagament in de Civil Society (2011, Zoetermeer, Meinema) dat afstandelijker is. In dit nieuwe werkje is het eerder getuigend.
woensdag 19 juni 2013
zondag 9 juni 2013
Het Rijksmuseum
Vrijdag 6 juni 2013 waren wij in het vernieuwde Rijksmuseum in Amsterdam. Weer helemaal OK na 13 jaar gepruts, debatten, protesten over fietstunnel, dure verbouwingen, twee directeuren die zomaar zonder visie vertrokken en nu toch de afsluiting van dat grote plein, samen met Concertgebouw, Stedelijk en Van Gogh museum. Je loopt er gemakkelijk in en uit: zonder dat je in de gaten hebt moet je weer opnieuw naar binnen, maar dan klikken ze nog een keer op je Museumkaart en klaar is alles. Alles wel sjiek, gebouw, kleding personeel, restaurant. Allure dus.
In vergelijking met dat museum in Dahlem en eigenlijk ook wel 80% van het Museuminsel in Berlijn, is het nu sterk Nederlands, en dan daarnaast de ons omringende landen. Er is een klein Azië paviljoen, maar geen of nauwelijks Agrika of Latijns Amerika. Verenigde Staten hoeft ook niet: laten ze dat maar in het Stedelijk doen voor de moderne tijd. Het gaat hier om Nederland. Dat vond ik al sterk in de ramen van de bovengalerij, de intredehal eigenlijk. Naast de grote Palto staat daar de vrome Thomas a Kempis: geen creatief filosoof, maar bescheiden compilator van bijbel- en vaderteksten.
Als je dit ziet snap je best dat Willem III niet naar dat 'Roomse klooster' wilde komen. Het geeft meteen al het Nederlandse karakter van het museum aan. Dat is meteen bij de middeleeuwse collectie al duidelijk: je ziet allerleerst een tympanon van de oude 12e eeuwse abdij van Egmond, waar verder dus weinig van over is. De schilderkunst: ik was meteen getroffen door een bespotting-scene die veel leek op de stijl van Jeroen Bosch, dat laat-Middeleeuwse realisme, maar bij nakijken op de site van het Rijksmuseum kon ik deze weer niet terugvinden.
Dit is nog maar een fragment, maar je vraagt je de hele tijd af 'wie zegt wat tegen wie; hoe komen die mensen allemaal daar terecht op dat propvolle schilderij?" Het schijnt dat we gemiddeld zo'n tien seconden kijken naar een voorwerp of schilderij en dan weer verder, maar hier was ik al gauw vijf minuten aan het kijken en dan heb je nog maar een klein deel gezien. Er zijn af en toe wel geinige teksten bij. Zo was er een scene in het huis van Lazarus waar Jezus praat met twee vrouwen: zijn moeder Maria en Maria de zus van Lazarus. De bijgevoegde tekst luidt: de beide dames proberen Jezus er van te overtuigen dat het geen goed idee is om naar Jeruzalem door te reizen, want dat gaat verkeerd aflopen.. Dat kun je inderdaad in dat schilderij lezen. Dit is echt een terugkeer-museum, waar je gemakkelijk voor nog weer eens twee uur kunt binnenlopen.
Er is een kleine maar heel mooie selectie over Java. Hier een Boddhisattva, de welwillendheid zelve, vaak onduidelijk man-vrouw, wil anderen de eeuwige genieting laten ingaan, voordat zij/hij zelf binnentreedt. Ofwel: het proces van ergens naar toe gaan is belangrijker dan het bereiken van het eindpunt.
Ergens stond een kleine Japanse tekening van een Nederlander op Desima met een Japanse dame er naast. Er stond een tekst bij: "Nederlanders kleden zich in gras, eten van bomen en hebben geen respect voor hun vorst." Daar moest ik aan denken bij de Nachtwacht van Rembrandt. Eigenlijk een zootje ongeregeld dat kleine groepje quasi-leger dat als rechtgeaarde individuen hier geschilderd is. Geen orde of discipline, wel levensvreugde en zelfbewustzijn straalt er van uit. En dat in de grote erezaal, met een soort Nederlandse karyatiden, goedgeklede dames die het plafond schragen, als een soort hoogaltaar voor het tabernakel van het Heiligste der Heiligen van de vaderlandse schilderkunst. Mooi toch!
In vergelijking met dat museum in Dahlem en eigenlijk ook wel 80% van het Museuminsel in Berlijn, is het nu sterk Nederlands, en dan daarnaast de ons omringende landen. Er is een klein Azië paviljoen, maar geen of nauwelijks Agrika of Latijns Amerika. Verenigde Staten hoeft ook niet: laten ze dat maar in het Stedelijk doen voor de moderne tijd. Het gaat hier om Nederland. Dat vond ik al sterk in de ramen van de bovengalerij, de intredehal eigenlijk. Naast de grote Palto staat daar de vrome Thomas a Kempis: geen creatief filosoof, maar bescheiden compilator van bijbel- en vaderteksten.
Als je dit ziet snap je best dat Willem III niet naar dat 'Roomse klooster' wilde komen. Het geeft meteen al het Nederlandse karakter van het museum aan. Dat is meteen bij de middeleeuwse collectie al duidelijk: je ziet allerleerst een tympanon van de oude 12e eeuwse abdij van Egmond, waar verder dus weinig van over is. De schilderkunst: ik was meteen getroffen door een bespotting-scene die veel leek op de stijl van Jeroen Bosch, dat laat-Middeleeuwse realisme, maar bij nakijken op de site van het Rijksmuseum kon ik deze weer niet terugvinden.
Dit is nog maar een fragment, maar je vraagt je de hele tijd af 'wie zegt wat tegen wie; hoe komen die mensen allemaal daar terecht op dat propvolle schilderij?" Het schijnt dat we gemiddeld zo'n tien seconden kijken naar een voorwerp of schilderij en dan weer verder, maar hier was ik al gauw vijf minuten aan het kijken en dan heb je nog maar een klein deel gezien. Er zijn af en toe wel geinige teksten bij. Zo was er een scene in het huis van Lazarus waar Jezus praat met twee vrouwen: zijn moeder Maria en Maria de zus van Lazarus. De bijgevoegde tekst luidt: de beide dames proberen Jezus er van te overtuigen dat het geen goed idee is om naar Jeruzalem door te reizen, want dat gaat verkeerd aflopen.. Dat kun je inderdaad in dat schilderij lezen. Dit is echt een terugkeer-museum, waar je gemakkelijk voor nog weer eens twee uur kunt binnenlopen.
Er is een kleine maar heel mooie selectie over Java. Hier een Boddhisattva, de welwillendheid zelve, vaak onduidelijk man-vrouw, wil anderen de eeuwige genieting laten ingaan, voordat zij/hij zelf binnentreedt. Ofwel: het proces van ergens naar toe gaan is belangrijker dan het bereiken van het eindpunt.
Ergens stond een kleine Japanse tekening van een Nederlander op Desima met een Japanse dame er naast. Er stond een tekst bij: "Nederlanders kleden zich in gras, eten van bomen en hebben geen respect voor hun vorst." Daar moest ik aan denken bij de Nachtwacht van Rembrandt. Eigenlijk een zootje ongeregeld dat kleine groepje quasi-leger dat als rechtgeaarde individuen hier geschilderd is. Geen orde of discipline, wel levensvreugde en zelfbewustzijn straalt er van uit. En dat in de grote erezaal, met een soort Nederlandse karyatiden, goedgeklede dames die het plafond schragen, als een soort hoogaltaar voor het tabernakel van het Heiligste der Heiligen van de vaderlandse schilderkunst. Mooi toch!
Het nieuwe museum: een korte Berlijnse impressie
Dit jaar heb ik al aardig wat grote en kleine musea gezien. Van de grote was er het Louvre (nieuwe Islamvleugel, 3 februari) dan was er in April weer eens het Museum-Insel in Berlijn, waar we ook de prille nieuwbouw zagen van het Berliner Schloss. Het blijkt dat in de jaren 1960 in West Berlijn al een soort nieuw Museumn-Insel werd gebouwd, op het complex van de Frei Universität Berlin. Strakke betonnen functionele gebouwen voor nog heel wat buit uit Turkije, Oezbekistan, India en China, ook al waren de echte topstukken toch wel in het Oost-Berlijnse Mussen-Insel gebleven. Wat blijkt nu: op de plaats van het oude Berliner Schloss komt nu geen hotel-conferentieoord, maar weer een museum, waar alle van dat complex van de Freie Universität (Museumszentrum Dahlem) naar toe kan komen. In de 19e eeuw werd er zo het een en ander uit Turkije (Pergamomaltaar, markpoort van Milete), Irak (delen van Assyrisch paleis en tempel) naar Duitsland gehaald als symbool voor Duitsland als een sterke wereldmacht. Maar nu wordt het mooier verwoord: Duitsland heeft altijd een open cultuur gehad, veel belangstelling en waardering voor andere volkeren en daarom is er in dit Museum-Insel eigenlijk maar weinig Duitsland, maar vooral veel wereld te zien.
Hier staan we bij een van die talloze imitaties van de Griekse tempelbouw op het Museuminsel.
Het grotste en leukste project is toch wel dat van de nieuwbouw van het grote slot. We zijn het gebouw ingegaan dat er uitzicht biedt op de nieuwbouw (er was alleen grondwerk en enkele hei-machines). En tegelijk maquettes van wat ooit dat magische hart van het grote Duitse rijk had moeten worden.
In dat tentoonstellingsgebouw naast de grote bouwput staat dus ook grote maquette van het oude hart van Berlijn: centraal de Berliner Dom, rivaal van de Sint Pieter in Rome, met beneden de graven van de Hohenzollern vorsten en daarboven als een soort sacraal circustheater, aan alle kanten oplopend de Lutherse staatskerk. Op de achtergrond het Museuminsel en op de voorgrond het slot dat nog nagebouwd moet gaan worden.
Er was ook nog een plan voor een straat waar de militauiren zouden paraderen. Honderden meer dan levensgrote beelden zijn er voor gemaakt, maar we troffen ze nu aan in een soort opslag in de citadel van Spandau, waar ze vanaf 2016 ook worden tentoongesteld.
Voor het tijdschrift Basis in Yogyakarta schrijf ik nu een artikel over de plaats van het museum in de moderne maatschappij: wat vroeger kerk en paleis was, dat wordt nu het museum als symbool van de waarden binnen een samenleving. De markt blijft ook wel als belangrijk ontmoetingspunt, maar museum is dan meer bezinningspunt. We zien het ook bij het Nederlandse museumplein in Amsterdam, dat dit jaar glorieus is geopend in een helemaal nieuwe outfit.
In Dahlem een aardige opzet van een setje hindoe-beelden, maar met offers van (kunst)fruit. Het was te duur om er steeds weer vers fruit bij te zetten. Er zijn geen echt grote projecten in Dahlem, zoals het Pergamomaltaar.
Bij de Afrika-sectie in Dahlem: een non met twee kleine kinderen
Hier staan we bij een van die talloze imitaties van de Griekse tempelbouw op het Museuminsel.
Het grotste en leukste project is toch wel dat van de nieuwbouw van het grote slot. We zijn het gebouw ingegaan dat er uitzicht biedt op de nieuwbouw (er was alleen grondwerk en enkele hei-machines). En tegelijk maquettes van wat ooit dat magische hart van het grote Duitse rijk had moeten worden.
In dat tentoonstellingsgebouw naast de grote bouwput staat dus ook grote maquette van het oude hart van Berlijn: centraal de Berliner Dom, rivaal van de Sint Pieter in Rome, met beneden de graven van de Hohenzollern vorsten en daarboven als een soort sacraal circustheater, aan alle kanten oplopend de Lutherse staatskerk. Op de achtergrond het Museuminsel en op de voorgrond het slot dat nog nagebouwd moet gaan worden.
Er was ook nog een plan voor een straat waar de militauiren zouden paraderen. Honderden meer dan levensgrote beelden zijn er voor gemaakt, maar we troffen ze nu aan in een soort opslag in de citadel van Spandau, waar ze vanaf 2016 ook worden tentoongesteld.
Voor het tijdschrift Basis in Yogyakarta schrijf ik nu een artikel over de plaats van het museum in de moderne maatschappij: wat vroeger kerk en paleis was, dat wordt nu het museum als symbool van de waarden binnen een samenleving. De markt blijft ook wel als belangrijk ontmoetingspunt, maar museum is dan meer bezinningspunt. We zien het ook bij het Nederlandse museumplein in Amsterdam, dat dit jaar glorieus is geopend in een helemaal nieuwe outfit.
dinsdag 23 april 2013
Selam
Vandaag gingen wij naar de Pathe bioscoop bij de Amsterdam ArenA om de Turkse Gülen-film Selam te zien. Hij schijnt in Turkije de afgelopen weken aan de top gestaan te hebben. In de vrij grote zaal 8 waren slechts 8 van de ca 50 stoelen bezet voor deze vrome, wat melodramatische en vooral zwart-wit, goed-slecht film.
De grote lijn is vanaf het begin duidelijk: drie docenten gaan vanuit Turkije naar verre en arme landen. Een vrouw naar Kabul, Afghanistan. Haar stille geliefde naar Senegal, een derde gaat als mannelijke leerkracht naar Bosnië. Zij komen in die heel verschillende landen in een school (keurige gebouwen! leerlingen in uniformen) waar naast de nationale ook de Turkse vlag hangt, waar de kinderen kennelijk ook Turks leren en het vloeiend spreken. Het zijn geweldig toegewijde leerkrachten: de meest dramatische geschiedenis zien we bij de docent in Bosnië.

De Bosnische docent (in Mostar: er loopt een dramatische rivier door de stad, aan de ene kant christenen, overzijde moslims), moet een zwangere vrouw achterlaten en zal terugvliegen, hoopt hij bij de geboorte. Er is op die school een christelijke docente die aan kanker lijdt. Als het kind geboren gaat worden, moet hij kiezen voor terug naar Istanbul dan wel aanwezigheid bij een christelijke begrafenis: hij kiest voor de solidariteit met de christelijke docente en blijft. Juist dan komt een latent conflict op een hoogtepunt: een Bosnische moslim-leerling lokt een christen medeleerling in een val en wil hem met een mes doden, omdat de vader van die christen zijn vader niet heeft willen/durven redden tijdens de burger- of religieoorlog. De twee leerlingen vechten en komen allebei in het water. De leraar duikt ze achterna, redt ze allebei maar is dan uitgeput en sterft.
Laatste episode van de film is een zang-olympiade waarbij de christen en moslim-Bosniër samen een mooi lied zingen (helaas niet ondertiteld, maar zal wel over liefde en begrip zijn gegaan). Bij die olympiade in Istanbul zingen ook de leerlingen van de twee andere scholen, uit Afghanistan en uit Senegal. In Senegal wordt er door de liefdadigheidsactie Kimse Yok Mu een waterput geslagen.
Er zijn behalve al die vredelievende mensen ook tegengeluiden: de vader van de Bosnische docent is kwaad dat iemand die aan MA in Amerika haalde nu voor 200 Euro aan een school gaat werken, maar hij bekeert zich op het einde. De vrouw die in Kabul werkt heeft ook nog een andere, meer zelfzuchtige, geliefde. Maar die bekeert zich gelukkig ook en we zingen op het einde allemaal mee.

Wij vonden het een aardige, maar soms wel erg melodramatische film. Niet echt voor Nederlands publiek. Zo vroom. Vele religieuzer en vooral veel Turkser dan we hier van de Gülen-presentaties gewend zijn. De boodschap ligt er wel heel dik bovenop. Enkele jaren geleden was er de film Taqwa over een machtige en rijke tariqa, islamitische broederschap, die vroom is, met een sjeich die goede mensenkennis heeft, maar er zat ook veel geldzucht, kleinzieligheid en machtsbisbruik in die film. Menselijker maat en niet zo prekerig. De bioscoop is geen kerk, geen preekstoel. Zeker niet de plek om het allemaal zo zwart-wit neer te zetten.
En was het nou wel een Gülen film? De naam komt helemaal niet voor, hooguit een enkele keer 'de organisatie' die de leraren uitzendt. Maar die ook vaag. Het was al wel afgesproken dat de baby van die in Bosnië omgekomen docent Gül zou heten: is dat een verwijzing naar Gülen?
Witte Turken?
Nog een klein detail: in het Senegal-verhaal zien we eerst een vreselijk ongeluk van een meisje in een arm woestijndorp: ze is van een rots gevallen en in levensgevaar. De moeder wil het naar een ziekenhuis laten brengen, maar de vader protesteert want les blancs zijn ongelovigen en vragen teveel geld. Nu komt juist een ouder blank toeristenechtpaar langs in een SUV. De moeder smeekt hen om het kind naar het ziekenhuis te brengen. Zij voelen zich niet veilig en het meisje sterft. Later in de film gaat de vader werken bij de Turkse school en zijn zoon heeft eerst wel afkeer van 'les blancs' maar gaat er toch naar toe en vindt ze uiteindelijk prachtige mensen, ook al zijn ze blank. De Turken zijn ook rijker en zorgen voor een bron/waterpomp in het woestijndorp. Niet samen-moslim-zijn, maar de zelfopoffering van de Turken geeft hier de band.
De grote lijn is vanaf het begin duidelijk: drie docenten gaan vanuit Turkije naar verre en arme landen. Een vrouw naar Kabul, Afghanistan. Haar stille geliefde naar Senegal, een derde gaat als mannelijke leerkracht naar Bosnië. Zij komen in die heel verschillende landen in een school (keurige gebouwen! leerlingen in uniformen) waar naast de nationale ook de Turkse vlag hangt, waar de kinderen kennelijk ook Turks leren en het vloeiend spreken. Het zijn geweldig toegewijde leerkrachten: de meest dramatische geschiedenis zien we bij de docent in Bosnië.
De Bosnische docent (in Mostar: er loopt een dramatische rivier door de stad, aan de ene kant christenen, overzijde moslims), moet een zwangere vrouw achterlaten en zal terugvliegen, hoopt hij bij de geboorte. Er is op die school een christelijke docente die aan kanker lijdt. Als het kind geboren gaat worden, moet hij kiezen voor terug naar Istanbul dan wel aanwezigheid bij een christelijke begrafenis: hij kiest voor de solidariteit met de christelijke docente en blijft. Juist dan komt een latent conflict op een hoogtepunt: een Bosnische moslim-leerling lokt een christen medeleerling in een val en wil hem met een mes doden, omdat de vader van die christen zijn vader niet heeft willen/durven redden tijdens de burger- of religieoorlog. De twee leerlingen vechten en komen allebei in het water. De leraar duikt ze achterna, redt ze allebei maar is dan uitgeput en sterft.
Laatste episode van de film is een zang-olympiade waarbij de christen en moslim-Bosniër samen een mooi lied zingen (helaas niet ondertiteld, maar zal wel over liefde en begrip zijn gegaan). Bij die olympiade in Istanbul zingen ook de leerlingen van de twee andere scholen, uit Afghanistan en uit Senegal. In Senegal wordt er door de liefdadigheidsactie Kimse Yok Mu een waterput geslagen.
Er zijn behalve al die vredelievende mensen ook tegengeluiden: de vader van de Bosnische docent is kwaad dat iemand die aan MA in Amerika haalde nu voor 200 Euro aan een school gaat werken, maar hij bekeert zich op het einde. De vrouw die in Kabul werkt heeft ook nog een andere, meer zelfzuchtige, geliefde. Maar die bekeert zich gelukkig ook en we zingen op het einde allemaal mee.

Wij vonden het een aardige, maar soms wel erg melodramatische film. Niet echt voor Nederlands publiek. Zo vroom. Vele religieuzer en vooral veel Turkser dan we hier van de Gülen-presentaties gewend zijn. De boodschap ligt er wel heel dik bovenop. Enkele jaren geleden was er de film Taqwa over een machtige en rijke tariqa, islamitische broederschap, die vroom is, met een sjeich die goede mensenkennis heeft, maar er zat ook veel geldzucht, kleinzieligheid en machtsbisbruik in die film. Menselijker maat en niet zo prekerig. De bioscoop is geen kerk, geen preekstoel. Zeker niet de plek om het allemaal zo zwart-wit neer te zetten.
En was het nou wel een Gülen film? De naam komt helemaal niet voor, hooguit een enkele keer 'de organisatie' die de leraren uitzendt. Maar die ook vaag. Het was al wel afgesproken dat de baby van die in Bosnië omgekomen docent Gül zou heten: is dat een verwijzing naar Gülen?
Witte Turken?
Nog een klein detail: in het Senegal-verhaal zien we eerst een vreselijk ongeluk van een meisje in een arm woestijndorp: ze is van een rots gevallen en in levensgevaar. De moeder wil het naar een ziekenhuis laten brengen, maar de vader protesteert want les blancs zijn ongelovigen en vragen teveel geld. Nu komt juist een ouder blank toeristenechtpaar langs in een SUV. De moeder smeekt hen om het kind naar het ziekenhuis te brengen. Zij voelen zich niet veilig en het meisje sterft. Later in de film gaat de vader werken bij de Turkse school en zijn zoon heeft eerst wel afkeer van 'les blancs' maar gaat er toch naar toe en vindt ze uiteindelijk prachtige mensen, ook al zijn ze blank. De Turken zijn ook rijker en zorgen voor een bron/waterpomp in het woestijndorp. Niet samen-moslim-zijn, maar de zelfopoffering van de Turken geeft hier de band.
zaterdag 6 april 2013
GTST
Een mens heeft af en toe behoefte aan een goed bericht. Zeker nu de winter maar door blijft gaan. Afgelopen maand waren we blij met bijna ieder bericht over de nieuwe paus. Goed, conservatief, niet helemaal de grote held tijdens de vuile oorlog van Argentinië, maar een mens leert en hij deed in ieder geval een aantal dingen goed: sprak de gewone, alle mensen van goede wil aan, zonder een overdaad aan doctrines, pompa en lege formules.
Afgelopen week was er weer jubel: de een nog enthousiaster over het nieuwe Rijksmuseum dan de ander: de echte glorie van Nederlandse Renaissance (toch alweer even geleden in de 17e eeuw) wordt hier geweldig getoond. De Nederlandse Sixtijnse Kapel. Ja, zeker met die machtige blote mannenlijven van Cornelis van Haarlem, uiterst onpraktische beulen bij de Kindermoord van Bethlehem. Het Rijks gerestaureerd net als die hemelse 19e eeuw Dominicuskerk in de Spuistraat (waar we dan ook de glorieus verbeelde Inquisitie maar vergeven: we zijn mild in deze tijden want anders worden we er maar triest van).

Maar gisteren was het weer even raak bij Nieuwsuur met zo'n opgeblazen betweterigheid en eenzijdigheid over de 'groeiende invloed van Fethullah Gülen' in Nederland. Van de vier Turkse islamitische bewegingen zou dit verreweg de grootste zijn (dat zullen ze bij Diyanet niet leuk gevonden, met al die door hen betaalde imams, zo'n 130 in NL en het grote aantal moskeeën). Minister Ascher gaat onderzoeken of daar wel echte vrijheid bij zit: mensen die hun kinderen naar 'al ' die internaten laten gaan.
Er kwam een jongen in beeld, die op Cosmicus Amsterdam zit, waar een leraar hem had gesuggereerd om naar een adres te gaan voor bijscholing: 'daar worden je cijfers beter van' (klopt vaak ook nog), en die kwam dus bij een bijscholing terecht waar ze ook nog aan religie deden. Ja, God kan enige hulp wel gebruiken en het betere onderwijs dient dan dus als lokmiddel voor het goddelijke.
Eric Zürcher ook in beeld met enkele algemeenheden over Gülen die in Pennsylvania zit omdat er in Turkije mensen waren die hem aanklaagdem. Als 'verdwenen imam' heeft hij vandaar toch nog wel wat spiritueel gezag. Wel in de conservatieve hoek, wat dat ook mag betekenen.

Köksal Gör kwam ook naar voren: als bezitter of manager van vier internaatshuizen, die bij de Kamer van Koophandel onder een wat vage naam stonden ingeschreven. Er werd gesuggereerd dat in die internaten kinderen werden opgevoed in hersenspoeling, vervreemd van deze maatschappij. Dat die dus de integratie belemmeren. De intenties, betere schoolprestaties te leveren, werd helemaal niet serieus genomen. En dat terwijl de media het wel voor Yunus opnamen, die bij zijn natuurlijk Turkse ouders (waarvan we alleen even de moeder opgewonden zagen schreeuwen en huilen), niet goed opgevoed zou kunnen worden. De journalisten hadden hun werk wel wat serieuzer mogen doen. Ik ben met Paule bij meerdere Cosmicus-scholen geweest en ben helemaal overtuigd van leuke sfeer, goede opleiding, echt een bijdrage aan het Nederlands onderwijs-systeem.
Afgelopen week was er weer jubel: de een nog enthousiaster over het nieuwe Rijksmuseum dan de ander: de echte glorie van Nederlandse Renaissance (toch alweer even geleden in de 17e eeuw) wordt hier geweldig getoond. De Nederlandse Sixtijnse Kapel. Ja, zeker met die machtige blote mannenlijven van Cornelis van Haarlem, uiterst onpraktische beulen bij de Kindermoord van Bethlehem. Het Rijks gerestaureerd net als die hemelse 19e eeuw Dominicuskerk in de Spuistraat (waar we dan ook de glorieus verbeelde Inquisitie maar vergeven: we zijn mild in deze tijden want anders worden we er maar triest van).
Maar gisteren was het weer even raak bij Nieuwsuur met zo'n opgeblazen betweterigheid en eenzijdigheid over de 'groeiende invloed van Fethullah Gülen' in Nederland. Van de vier Turkse islamitische bewegingen zou dit verreweg de grootste zijn (dat zullen ze bij Diyanet niet leuk gevonden, met al die door hen betaalde imams, zo'n 130 in NL en het grote aantal moskeeën). Minister Ascher gaat onderzoeken of daar wel echte vrijheid bij zit: mensen die hun kinderen naar 'al ' die internaten laten gaan.
Er kwam een jongen in beeld, die op Cosmicus Amsterdam zit, waar een leraar hem had gesuggereerd om naar een adres te gaan voor bijscholing: 'daar worden je cijfers beter van' (klopt vaak ook nog), en die kwam dus bij een bijscholing terecht waar ze ook nog aan religie deden. Ja, God kan enige hulp wel gebruiken en het betere onderwijs dient dan dus als lokmiddel voor het goddelijke.
Eric Zürcher ook in beeld met enkele algemeenheden over Gülen die in Pennsylvania zit omdat er in Turkije mensen waren die hem aanklaagdem. Als 'verdwenen imam' heeft hij vandaar toch nog wel wat spiritueel gezag. Wel in de conservatieve hoek, wat dat ook mag betekenen.
Köksal Gör kwam ook naar voren: als bezitter of manager van vier internaatshuizen, die bij de Kamer van Koophandel onder een wat vage naam stonden ingeschreven. Er werd gesuggereerd dat in die internaten kinderen werden opgevoed in hersenspoeling, vervreemd van deze maatschappij. Dat die dus de integratie belemmeren. De intenties, betere schoolprestaties te leveren, werd helemaal niet serieus genomen. En dat terwijl de media het wel voor Yunus opnamen, die bij zijn natuurlijk Turkse ouders (waarvan we alleen even de moeder opgewonden zagen schreeuwen en huilen), niet goed opgevoed zou kunnen worden. De journalisten hadden hun werk wel wat serieuzer mogen doen. Ik ben met Paule bij meerdere Cosmicus-scholen geweest en ben helemaal overtuigd van leuke sfeer, goede opleiding, echt een bijdrage aan het Nederlands onderwijs-systeem.
maandag 11 maart 2013
Overwinteren met muziek
Het lijkt er nu op dat de winter aan zijn laatste stuiptrekkingen bezig is. Voor het eerst sinds jaren zijn we niet naar een warm en zonnig buitenland geweest. India was met 7 weken het mooist in 2007, meteen na het pensioen. daarna meermalen een Canarisch eiland of Egypte en Syrië. Ja, nog in 2010 was het helemaal veilig daar. De agenda slipte vol, geen duidelijk grootste plannen en zo bleven we in de buurt. Wat wandelen, veel naar de bioscoop, vooral ook veel werken aan de voltooiing van het 3e deel van Catholics in Indonesia. Tijd om er weer eens zelf naar toe te gaan, al komen er veel gasten.
Wat daarna veel ontspanning geeft is muziek: zelf geen dag zonder Bach, concerten ook. Omdat we zoveel op de radio horen, vinden we naast de HBS-concerten van de nichtjes vooral de religieuze muziek in de Domkerk, Dominicus van Amsterdam en soortgelijke kerken mooi. Gisteren was er een mooi 'concert' in de Ark-kerk van Maarssenbroeg waar de 'huiskapel' van Antoine Oomen een presentatie gaf van de nieuwste oogst.
De grijze meester Oomen leidt het Koor voor Nieuwe Nederlandse Religieuze Muziek, 16 liederen op teksten van Huub Oosterhuis. In de wandelgangen natuurlijk debatten over de nieuwe paus, over het boek over Jan van Kilsdonk die een andere weg dan Oosterhuis is gegaan, de studenten ecclesia uit, want hij vond Oosterhuis niet echt pastooraal, op de individuele mens betrokken. Dat kan zo zijn. Niet iedereen hoeft alles volmaakt en geheel te doen.
Het koor van Oomen repeteert stevig, selecteert en heeft een mooi romantische klank. Meer Mendelssohn en Brahms dan de moderne avantgardistische muziek. De vrouwen zijn stralend, maar de mannenstemmen ook helder en zingend in grote lijnen. Ik probeerde om de tekst te volgen zonder in het tekstboekje te kijken en voor het grootste deel lukt dat. Dat komt ook wel omdat het een variatie is op de grote thema's die Oosterhuis in al zijn oeuvre heel consistent behandelt: een bestaansbeschrijving waarin de donkere kanten van ons bestaan nogal sterk naar voren komen (Paule vond het eigenlijk nogal een pessimistiscvh beeld dat hier geschetst werd), maar toch ook steeds een oproep tot messiaans vertrouwen. Messiaans dan niet in de vorm van een passieve eindtijd-verwachting, maar eerder een beter SP-activisme:
Dat wij de moed niet verliezen
dat wij niet wantrouwen de stem die ins ons spreekt van vrede
dat wij staande blijven in het woord dat niet onmogelijk is bij God-Ik-zal-er-zijn.
De kerk in Maarssenbroek heeft twee beamers hangen, waarop nu een foto stond van een veel grotere die achter in de kerk te zien isw. Dat waren voornamelijk portretten van zwervers, eenzame bejaarden, de 'ongezienen' in onze maatschappij. Er zaten ook grappige foto's tussen, zoals dit engeltje. Ongeziene betekent meestal het goddelijke in Oosterhuis-taal, maar hier dus weer van alles.
Wat daarna veel ontspanning geeft is muziek: zelf geen dag zonder Bach, concerten ook. Omdat we zoveel op de radio horen, vinden we naast de HBS-concerten van de nichtjes vooral de religieuze muziek in de Domkerk, Dominicus van Amsterdam en soortgelijke kerken mooi. Gisteren was er een mooi 'concert' in de Ark-kerk van Maarssenbroeg waar de 'huiskapel' van Antoine Oomen een presentatie gaf van de nieuwste oogst.
De grijze meester Oomen leidt het Koor voor Nieuwe Nederlandse Religieuze Muziek, 16 liederen op teksten van Huub Oosterhuis. In de wandelgangen natuurlijk debatten over de nieuwe paus, over het boek over Jan van Kilsdonk die een andere weg dan Oosterhuis is gegaan, de studenten ecclesia uit, want hij vond Oosterhuis niet echt pastooraal, op de individuele mens betrokken. Dat kan zo zijn. Niet iedereen hoeft alles volmaakt en geheel te doen.
Het koor van Oomen repeteert stevig, selecteert en heeft een mooi romantische klank. Meer Mendelssohn en Brahms dan de moderne avantgardistische muziek. De vrouwen zijn stralend, maar de mannenstemmen ook helder en zingend in grote lijnen. Ik probeerde om de tekst te volgen zonder in het tekstboekje te kijken en voor het grootste deel lukt dat. Dat komt ook wel omdat het een variatie is op de grote thema's die Oosterhuis in al zijn oeuvre heel consistent behandelt: een bestaansbeschrijving waarin de donkere kanten van ons bestaan nogal sterk naar voren komen (Paule vond het eigenlijk nogal een pessimistiscvh beeld dat hier geschetst werd), maar toch ook steeds een oproep tot messiaans vertrouwen. Messiaans dan niet in de vorm van een passieve eindtijd-verwachting, maar eerder een beter SP-activisme:
Dat wij de moed niet verliezen
dat wij niet wantrouwen de stem die ins ons spreekt van vrede
dat wij staande blijven in het woord dat niet onmogelijk is bij God-Ik-zal-er-zijn.
De kerk in Maarssenbroek heeft twee beamers hangen, waarop nu een foto stond van een veel grotere die achter in de kerk te zien isw. Dat waren voornamelijk portretten van zwervers, eenzame bejaarden, de 'ongezienen' in onze maatschappij. Er zaten ook grappige foto's tussen, zoals dit engeltje. Ongeziene betekent meestal het goddelijke in Oosterhuis-taal, maar hier dus weer van alles.
vrijdag 1 maart 2013
De mutatie van Benedictus XVI: van Paus naar Pelgrim
In zijn boek Jezus van
Nazareth heeft Benedictus XVI een hoofdstuk gewijd aan het geloof in de
verrijzenis. Een groot theoloog? Zeker iemand die theologische vragen stelt,
eerder dan praktische of beleidsmatige. Hij stelt zich de vraag of de
leerlingen de verrijzenis verwachten. Hij antwoord met grote stelligheid: het
was absoluut onverwacht (deel II:185 en 220). Als argument geeft hij aan dat er
aanvankelijk verwarring was, dat ze weinig konden met het lege graf en pas
geleidelijk in verrijzenis gingen geloven. Dat gebeurde door verschijningen
(die overigens geen ondubbelzinnig bewijs waren) én door allerlei teksten uit
de Joodse bijbel opnieuw te lezen. De Leidse hoogleraar Henk-Jan de Jonge begon
rond 1990 zijn inaugurale rede juist met de stelling, dat Jezus verrees ómdat
de leerlingen dat verwachtten. Elia en Mozes waren ook niet definitief
overleden. Ook bij de sji’ieten van Iran en Irak is dat geloof in een ‘verdwenen
imam’ nog zeer algemeen.
De overgang van levende-dode-opgestane omschrijft B16 als
een ‘mutatiesprong’, een biologische term, waardoor een nieuwe vorm van
mens-zijn, super-mens-zijn dus wordt aangeduid. Daar hadden we nog veel meer
van willen zien, maar bij die enkele beschrijvingen van verschijningen uit de
evangelies is het gebleven.
Benedictus XVI heeft wel een opzienbarende mutatie
veroorzaakt: van paus terug naar pelgrim. Dat heeft hem de laatste week heel
veel sympathie opgelevert. Ik wens hem nog mooie pelgrimsjaren toe! Ik zou hem zeker geen groot theoloog willen noemen, eerder een gigantische herkauwer van Augustinus-beelden die in de moderne tijd soms wel erg koddig aandoen. Maar zijn laatste stap terug is het beste dat hij kon doen. Ad multos annos!
Abonneren op:
Posts (Atom)
