dinsdag 24 juli 2018

Een monument voor de natuur bij Haarzuilen

Een jaar of tien geleden ging het beheer van het grote kasteel De Haar over naar Natuurmonumenten. En er werd ruim 50 miljoen Euro gestoken in een eerste opknapbeurt voor het gebouw (waaronder nieuwe en dus steviger fundamenten voor de toren). Raar natuurlijk, dat Natuurmonumenten zo ging investeren in gebouwen. Ze hadden al het grote waterliniefort Rijnauwen, maar dat was vooral voor vleermuizen en herten. Afijn de Postcodeloterij betaalt en er zit ook een groot park bij.
Nu wij kort geleden van Utrecht Oost (vlak bij Amelisweerd en Rijnauwen) zijn verhuisd naar West, zijn we de omgeving van Kasteel de Haar gaan verkennen. Natuurmonumenten heeft rond Geertje's Hoeve twee grote nieuwe parken aangelegd: boerenland omgevormd tot park. Het ene is aan de rand van de grote Haarrijnse plas en is sterk educatief: waterland, sloten. Polstokspringen over water heen. Maar nu dus even niet, want het is al zes weken kurkdroog.
De andere wandeling vanuit Geertje's Hoeve gaat over 'beleving van het verleden' en voert in een uurtje lopen langs hoogstammen-boomgaard, de plek van een van de vele 'grote huizen'. Erm zijn impressies van stevig staal en één ervan gaat over de kerkepaden. Op een plek waar je in de verte nog de kasteeltoren van Vleuten kunt zien (waar enkele decennia geleden een boeddhistisch klooster is geweest), zijn lijnen naar drie kerken: Vleuten, Den Ham en natuurlijk Haarzuilens.

Voor de teksten over de 'herinnering' is stevig staal gebruikt.
Niet alleen de hoogstammen voor fruit, ook oude graangewassen staan er mooi in de zon te rijpen. Er was ook een herinnering aan de tabaksteelt, waaromheen dan als beschutting tegen de wind palen werden gezet, waar de boontjes weer aan konden groeien. Maar met de tabak zelf was het een droevig gezicht. Tabak kan inderdaad niet goed tegen regen en de droogte is dus mooi. Maar ik weet van Java dat tabak wel veel water nodig heeft en het was dus een zielig gezicht.

Hier dus als je goed kijkt 10 cm tabaksplant die weinig goeds belooft voor de toekomst van het rookgenot!
Het ziet er allemaal nog een beetje nieuw uit, veel gedachten van archeologen kom je ook tegen. Leuke wandeling bij goed zomerweer!

zaterdag 30 juni 2018

Een (nieuwe?) plebaan in Utrecht, Hans Boogers

Er was enig tumult in katholiek Utrecht vanwege overplaatsing van de (enige) pastoor, Ton Huitink. Hij werd geplaatst in Zwolle. Er werd gezegd dat hij tegen het geforceerde programma was van Kardinaal Eijk om zo snel mogelijk zoveel mogelijk kerken te sluiten. Hij ruilde in functie met Hans Boogers tot voor kort in Zwolle.
Het afscheid van Huitink was in de Aloysiusparochie, tegelijk met Gerard Westerveld, vertrekkend pastoraal werker. In de overvolle Aloysiuskerk werden begin juni  Huitink en Westerveld geprezen om hun pastorale en oecumenische inzet. Ook de imam van de Turkse Ulumoskee was toen aanwezig.
Het was aanzienlijk plechtiger en formeler bij de 'installatie' van zijn opvolger Hans Boogers. Nu was het in de Catharina-kathedraal met hulpbisschop Herman Woorts, zang van het kathedrale koor. De toon was niet de aandacht voor de individuele mens, maar eerder het 'weiden van de kudde', eerbied en gehoorzaamheid aan de bisschop' en 'trouw aan de overlevering van de kerk' in leer en liturgie.
Boogers werd uitdrukkelijk ook benoemd als plebaan, de pastoor van de kathedrale Catharinakerk. Zijn de bisschoppen dan vooral gericht op bestuur en organisatie en moet de plebaan de toewending tot de gewone mens vertegenwoordigen?
In zijn woordje zei lekebestuurder, F. Joosten, wel dat de herder meestal achter de kudde aan loopt, niet voorop: hij laat het opdrijven door een getrainde hond doen. Die symboliek werd (gelukkig?) niet uitgewerkt. Het bleef allemaal bij zalvende en vriendelijke woorden. Deze nieuwe pastoor was een bonus: een pastor bonus.
De clerus was prachtig gekleed, koor zong geweldig goed en het orgel is daar toch wel even mooier dan die harde pijpen van de Janskerk. Ik kreeg bijna heimwee naar het rijke roomse leven. Het openingslied had het nog wel over goddelijke steun in 'alle tijden en plagen', maar de kwalen en plagen van de huidige katholieke kerk in Nederland werden niet verwoord. Boogers kreeg een witte stola 'om allen die gaan trouwen goed voor te bereiden' en een paarse stola voor het sacrament van boete en verzoening. Maar er was geen woord over de neiging van jonge mensen om zeker niet in een kerk te gaan trouwen en een vroegere hulpbisschop, Gerard de Korte, die een dissertatie schreef over verzoening, zag heel realistisch geen toekomst in Nederland voor een opleving van de biechtpraktijk. Die harde realiteit was even weg in de wierookgeur en het kaarsenlicht in de Catharijnekerk.
Van mijn eigen Janskerkgemeente, tot enkele jaren geleden nog een door de bisschop erkende oecumenische gemeenschap met een katholieke vertegenwoordiging, was er verder niemand.

zondag 10 juni 2018

El Escorial

Philips II, in Nederland bekend als de Spaanse koning waar de Nederlanders zich van bevrijd hebben, heeft ten noorden van Madrid, op zo'n 30 m afstand, een grauw, streng, weinig versierd paleis-klooster gebouwd. Misschien wel het laatste in die vrome mengeling van bidden, belasting binnenhalen en oorlogen voorbereiden. Of waren die monniken er vooral om voor het zieleheil van de vorst na hun dood te gaan bidden, zoals de benedictijnen van de Valle de los Caidos?
El Escorial is een wonderbaarlijke mengeling. In afstand lijkt het op Versailles dat ook zo'n 25 km van Parijs af ligt.. De vleugel van de Bourbon-vorsten, vol met wandtapijten naar schilderingen van Goya, tweede helft 18e eeuw, hebben die frivoliteit wel. De bibliotheek is ook erg fleurig (maar hier geen foto's want binnen mag er niet gefotografeerd worden en het loopt er vol met ijverige ambtenaren.

Een deel van het paleis is nu een kostschool. Verder is het grotendeels museum geworden. (Marokko heeft nauwelijks een museum: klaagde de reisleider: die koning heeft overal paleizen, maar heeft er niet één opengesteld voor toeristen; moskeeën mag je ook al niet in behalve dat bakbeest in Casablanca, dus hoe moet je die reis dan plannen: de overdekte markten dus maar, de souq..).
Prominent bij de ingang die recht doorloopt naar de grote basiliek (niet zo'n kleine kerkzaal als in Versailles, Philips II was veel katholieker!), staan hier de twee grote koningen van het oude Israël: David die een paleis bouwde en Salomo die ook tempel bouwde, terwijl Philips II hier de twee ineen heeft gebouwd.

Dit is dezelfde kleur graniet van de Valle de los Caidos, verschillende tinten grijs, met op bescheiden wijze wat uitbundige kleur erin. Veel goud natuurlijk en dan veel blauw op het plafond, wat een soort hemel-impressie moet geven. De twee koningen zitten ook vroom te bidden.
De kamers van koning en koningin zien uit op een altaar, maar dat is van een kleinere, eerder gebouwde kerk, die ook in dit paleis is geïntegreerd en later werd gebruikt als ruimte voor het koorgebed van de ruim 100 monniken die hier (ook) woonden.

In de kerk hangen veel grote schilderijen (alles groot hier!) van duo's: Thomas Aquinas met Bonaventura, Franciscus van Assisi met Domenico de Guzman. Hierboven Barbara (rechts met palm) en Cecilia, die een boek met muzieknoten voor zich heeft. Geen heilige is de beste misschien? De Jezus die zich hier door Thomas laat bevoelen ziet er een beetje zombie uit: nog niet bijgekomen van zijn delier, na zo'n vreselijke marteling op Goede Vrijdag, de ervaring van het graf en de tocht daaronder?

Er was een prachtig schilderij van de heilige Mauritius door El Greco. Linksonder de onthoofding, bovenaan de verheerlijking, maar hoofdthema is dat deze Romeinse officier discussieert met andere officieren om hen tot het geloof over te halen. Philips II was boos, want de marteldood werd zo aan een debat/dialoog ondergeschikt gemaakt. El Greco kreeg de hoge  rekening wel betaald!
Een mooi onderhouden tuin naast het paleis, maar mede dank zij het druilerige weer is het toch geen rivaal van Versailles geworden!
Tot slot twee tafereeltjes van het 'gewone Spaanse leven': een zeldzaam Mariabeeld in de openbare ruimte. Dat zie je zo vaak in Italië, maar wij zagen het hier nauwelijks. En twee moslimvrouwen met hoofddoekjes. Die zagen wij in de kleinere en grotere steden ook nauwelijks. Die trekken kennelijk toch liever naar Nederland.


Het Prado bekijken in een uurtje?

Het Rijksmuseum van Amsterdam profileert zich sinds een tiental jaren vooral als een Nederlandse collectie. British Museum, Louvre geven zo'n beetje alles van de West-Europese cultuur. Zo ook het Prado en Thyssen-Bornemisza. Schilderijen reizen makkelijker dan heel grote groepen mensen, of paleizen en kerken.
Wij deden in het Prado vooral een Spaanse selectie. Dus vooral Goya, want in Toledo hadden we al heel wat El Greco gezien (en er kwam nog meer later in het El Escorial). De vrolijke, alledaagse Goya met schilderijen over het leven buiten.
Er waren nogal wat afbeeldingen met die rare, maar wel fascinerende figuur uit het einde van de Middeleeuwen. Johannes de Waanzinnige die met het lijk van haar man door heel Spanje reisde op zoek naar medestanders in haar verdriet en wanhoop.

Onder Johannes de Waanzinnige, hier een beetje rare heroïek uit de 19e eeuw. Dit geen Griekse of Romeinse held, dus zelfs ook niet Aeneas met zijn vader, maar een Spanjaard die in de strijd tegen de Engelsen rond 1808-1810 zijn vader verdedigt. Je moet maar een thema vinden waarin je zo'n combinatie van fiere jonge man en een oudere vader kunt combineren.
De eigenlijk koningskerk is niet de oude of nieuwe kathedraal, maar het nog zo heel grote Hieronymusklooster, dat van afstand wel pronkt omdat het op een redelijk steile heuvel is gebouwd. Daar heeft het Prado-museum zijn winkel en ook al een kleine nieuwe afdeling in gebouwd. De kerk moet vrij blijven voor de koninklijke huwelijken en dergelijke, zoals ook de Nieuwe Kerk van Amsterdam


Het hart van Madrid

In Mei maakten wij een reis, fly and drive, onder de titel Hart van Spanje. We waren op een maandag in Madrid. Aankomst per lokale trein (vanuit de zuidelijke levendige slaapstad Pinto, misschien wel het centrale geografische 'punt' van Spanje) op de Puerta del Sol en toen maar met de grote massa meegelopen naar de Plaza Mayor, de kathedraal en het koninklijk paleis, wat ons reisboek het Bourbon Madrid noemt. Die hoofdstraten zien er zo'n beetje uit als het Parijs van Hausmann: appartementen van 6-7 verdiepingen, met die nep-balkons.
Madrid is van na de middeleeuwen. De Plaza Mayor is een groot concept, vierkant plein, waar in de 16e eeuw de grote executies van de inquisitie plaats vonden. Maar waar ook nogal frivole afbeeldingen naar de Metamorfosen van Ovidius domineren. Nu tenminste. Een zonnig tafereel.
Deze serie frivole taferelen zou de inquisitie zeker verboden hebben, maar nu versieren ze toch het plein waar in een eerdere eeuw de auto da fé hebben plaats gevonden, de 'uitingen van een krampachtig geloof'.
Bij het stadhuis zagen we het grote paleis dan rond 1510 door kardinaal Cisneros was gebouwd: kerk en politiek hebben daar heel lang als een machtig koppel een grote rol gespeeld. En zeg niet dat het voorbij is. Ten tijde van Generaal Franco speelde het ook weer sterk.
Onderweg kwamen we zelfs een aparte kathedraal van het leger tegen met onderstaande afbeelding van paus Johannes XXIII en de generaal Franco. Op de achtergrond wellicht een impressie van de zittingen van het concilie in de Sint Pieter van Rome.
Tot einde 19e eeuw was de relatief kleine en rommelige San Isidro kerk nog de kathedraal. Pas in 1883 werd begonnen aan de bouw van de Almudena kathedraal, tegenover het grote koninklijk paleis (dat paste niet goed op mijn camera, dus die heb ik een beetje scheef moeten houden om dit 'Buckingham Palace' van Madrid er goed op te krijgen. Voor ons had Madrid het eigenlijk allemaal niet zelf: Carlos III schijnt in de 18e eeuw de stad zo mooi en groot te willen hebben maken als Rome, Parijs of Londen, maar het lukte alsmaar niet. Ik schreef toen in mijn dagboek: "Spanje heeft wel iets van een loser, ze zijn bijna nergens de top. Koloniën waren groots, maar ze zijn ze als eerste kwijtgeraakt. Super-katholiek, maar geen invloed na de rampzalige Borgia-pausen. Frankrijk-Engeland-Duitsland allemaal toch veel groter in de EU, het Spaans toch net geen echte wereldtaal. Italië doet het op zo veel fronten toch net wel weer iets grootser. En die Nederlanders: die hoeven niet groot te zijn om zich toch groots te kunnen voelen."




Zoals al hierboven geschreven: het paleis staat er scheef op, anders lukte het niet. De deuren van de Almudena-kathedraal zijn ook ontworpen om het 2e Vaticaans Concilie te verheerlijken. De schilderingen in de kathedraal staan er fris bij: supergrote fresco's in een gebouw dat verder niet zo verdeeld is in priester- en kanunnikenkoor. Maar naast de officiële en collectieve plechtige vieringen si er een grote zijruimte voor de volksdevotie vrijgehouden voor de Virgen da la Almudena, die uit de 16e eeuw stamt. toeristen, gelovigen allemaal rustig in de rij en elkaar de kans geven om er een selfie te maken, want dat is nu wel bijna een even belangrijk ritueel als het opsteken van een kaars.
Er was een aparte kapel gewijd aan de stichter van het Opus Dei, San Josemaria Escrivá, ja, ook al echt heilig verklaard, dus met eigen kapel. Zijn vader was een timmerman, dus wat betreft staat hij gelijk met Jezus. En om de massa's te lokken moet er dan toch wel een elite worden gevormd. Daar concentreerde hij zich op.

Valle de los Caidos

Van Salamanca naar Segovia reden wij door bijna leeg land: heel grote velden, alsof je in het vroegere Joegoslavië van de kolchozen rijdt. Daarna was het een heel gezoek om in die eigenaardige vallei te komen waar generaal Franco een monument heeft laten bouwen voor de gevallenen (vooral van zijn eigen kant, dus veel kloosterlingen en priesters) als slachtoffers van de burgeroorlog van 1936-9. Het is een basiliek binnen een granieten berg, door gevangenen uitgehouwen. Binnenin mochten we geen foto's maken en er liep nogal wat militair vertoon rond. Al een 6 km voor de te grote paradeerplek moet je betalen en tegelijk je paspoort laten zien. Aan een kolossaal plein ligt dan de erg grote toegangspoort tot het complex, waarboven een wenende Maria met Jezus en daarboven een kruis van 150 meter hoog. Dat zei het reisboek tenminste. Binnen de grote afmetingen van plein ervoor en de deur lijkt het niet eens zo groot.


Wij vonden het een afschuwelijke plek, ook al omdat er na dagen prachtig zonnig weer ineens een serie donkere wolken kwamen. Maar dat hoort wel bij deze plaats. Voor de aankleding binnen in de kerk heeft het Franco-regime een groot aantal tapijten over de Openbaring van Johannes en de eindstrijd tegen de anti-Christ laten namaken. Het licht daarin was erg zwak. Er was wel verwaring in dit immense basiliek, dus het was niet koud. De stichter van de Falangue, José Antonio Primo de Rivera ligt er onder een heel grote steen, aan de volkskant van het priesterkoor; aan de andere kant Francesco Franco. Van andere toeristen hoorden we dat er om 11:00 uut een mis met koor was geweest. Er is vlak daarbij ook een grote benedictijner abdij, met mensen die bidden voor zieleheil van de gevallenenen.
Maar dit is absoluut geen stap in de richting van verzoening of zelfs maar heling: het is allemaal dus super-katholiek en de communistische en andere linkse tegenstanders van Franco worden hier alleen maar als de verkeerde partij gezien!
Wij waren er op de zondagmiddag. Die dag kun je het Escorial niet bezoeken. Dat moest dus tot later wachten!

Segovia: de grote akropolis van Segovia

Heel wat steden in een binnenland zijn gebouwd rond een acropolis, een hooglegen sacraal, maar vaker nog een militair centrum. Het meest indrukwekkend is naast Athene wel die van Aleppo, waar een kleine stad wel een 200 meter boven de 'andere' oude stad uittorent.
In Segovia ligt de kathedraal en de vesting, het alcazar, samen met een gevarieerde kleine oude stad ook zo hoog boven de andere middeleeuwse stad uit.
Het mooist is het te zien bij de toegang van het aquaduct tot het centrum van deze akropolis.

De oude kathedraal is in 1520 bij een opstand van de Spaanse bevolking tegen hun vorst in brand gestoken en de later gebouwde is ook wel mooi, maar was toch minder indrukwekkende dan de drie groten: Toledo, Avila en Salamanca. Van het Alcazar (ook weer herbouwd, na een brand in 1862) hier alleen een Santiago Matamoros. Die hoofden blijven maar vallen.