donderdag 16 oktober 2008

Emha Ainun en zijn Kiai Kanjeng, Interreligieus entertainment op een Bonte Woensdagavondtrein


Woensdag 15 oktober 2008 was de groep van Indonesische dichter, activist en relipop ster Emha Ainun in Rotterdam bij de Dialoog Academie, Rochussenstraat 120-2, op uitnodiging van de Turkse vereniging Islam en Dialoog (gerelateerd aan de Fethullah Gülen-beweging).





Voor een propvolle zaal kregen we allerlei. Allereerst werd begonnen met gezongen zikr, litaniën van namen Gods en korte formules als la ilaha illallah, 'Er is geen god dan de Ene God', God is Groot, Barmhartig, Vergevend. Veel in het Arabisch, maar dan een klassiek-Javaans lied, met gamelan begeleiding. Maar er was ook moderne Dangdut-stijl, en bijna-gospel Stand by me.... Ook pure fun als gezongen op het populaire Old Macdonald had a horse,
Wat doen we met mijn tante uit Marokko komt als ze komt..
en ze rijdt op twee kamelen als ze komt..
De 14-koppige band begeleidt dat met uitbundige Dixieland-jazzy stijl.

Ineens een Gospel-versie met wat gamelan-tonen erbij van Still Nacht (Malam Kudus in het Indonesisch-Javaans.

Uitbundige contrasten, cross-overs en allerlei combinaties van westers en oosters, arabisch en indonesisch, ook een mengeling van ernst en humor, lekker luisteren en meezingen, bijna Paul de Leeuw en Gert en Hermien ineen.

Emha legde in het begin uit dat de gewone reactie van een Indonesër op een slecht bericht, rampen, overlijden van een dierbare is om te gaan lachen. Dat is de bijdrage van Indonesië aan internationale spiritualiteit, om overal een beetje Goddelijke relativering in te zien. Fantastische belevenis.

donderdag 9 oktober 2008

Kan Maria een brug zijn tussen christenen en moslims?


KAN MARIA EEN BRUG ZIJN TUSSEN CHRISTENEN EN MOSLIMS?

Voor de bijeenkomst HEILIGE HUISJES, Den Bosch 12 okt. 2008
Lokatie: Orhan Gazi nMoskee, Schutskampstraat 9 (bij de Helftheuvel), Den Bosch,
13.30 ontvangst, programma van 14.00-16.30.

Maria, de moeder van Jezus, is een belangrijke figuur in het christendom. Maar ook moslims kennen haar als zodanig. Ze zit ook soms in islamitische afbeeldingen als een troon waarop Jezus is gezeten, compleet met vuurgloed om zijn hoofd.

Mooie en pakkende parallel-verhalen
In christelijke afbeeldingen komt haar man Jozef voor met een lelie in zijn hand. Dat komt van een verhaal dat in een oud volksevangelie staat (niet in de officiële evangelies) over de mannen die allemaal echtgenoot of voogd van Maria wilden worden. Ze moesten hun staf inleveren bij de priester van de tempel. Alleen aan die van Jozef bloeiden de volgende morgen lelies en zo werd hij voog en echtgenoot van Maria. In de Koran is er het verhaal dat de kandidaten hun rietpennen moesten inleveren. De pen die in een stromende beek tegen de stroom in ging drijven was die van de voogd voor Maria. In de islamitische traditie is dat Zakaria.

In Islam én Christendom is er het verhaal dat Maria in de tempel van Jeruzalem, in een soort kluis wordt opgevoed. Dan komt de engel Gabriel bij Maria die behoorlijk schrikt, maar wordt gerustgesteld. Haar wordt verteld dat zij een kind zal krijgen. Ook de islamitische engelen hebben vleugels. Gabriël heeft zo’n boodschap ook aan Mohammed gebracht, die er eveneens van schrok. Op de afbeelding zien we hier uit respect of angst, taboe, het gezicht van Mohammed niet ingetekend.
In islamitische handschriften uit het Mogoelrijk van keizer Akbar zien we hier de aankondiging van Gabriël aan Maria. Het is wel duidelijk dat hier de westerse en de islamitische kunst elkaar ook hebben beïnvloed.
Maar ook een huis van een rijke moslem-familie uit het Aleppo van de 12e eeuw heeft zo’n afbeelding van Maria met Jezus op haar schoot. Let even op die typische vuurvlam die er uit het hoofd van Jezus schiet. In de christelijke afbeeldingen heeft Jezus altijd een soort kroon op of om zijn hoofd, goudkleurig en daarom heet dat een aureool.
In de christelijke traditie wordt verteld dat Jezus in armelijke omstandigheden werd geboren, in een stal en omringd door dieren. Door de os en de ezel werd hij warm gehouden. In de islamitische traditie wordt verteld dat Maria uit schaamte om haar ongehuwd zwanger zijn de woestijn in ging, waar ze in de eenzaamheid haar kind kreeg. Maar er was wel goddelijke hulp: er was ineens een bloeiende palmboom en op de grond een beekje waar water stroomde. De engel bemoedigde daar Maria en zei haar dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Ze moest gewoon naar haar volk toegaan en als de mensen iets vroegen haar mond houden. Dan blijkt dat de baby al kon spreken en zijn moeder verdedigde en tegelijk aankondigde dat hij een groot profeet zou gaan worden.

Het goddelijke nabij in een warme en sympathieke moeder
In de christelijke traditie is Maria niet alleen de zuivere en hartelijke jonge moeder van de kleine baby Jezus, ze wordt ook vereerd als de Moeder van Smarten. Bij het plan van de Joden om Jezus te doden waren bijna alle leerlingen gevlucht volgens het evangelie. Alleen een van de jongsten, Johannes, stond daar met de moeder van Jezus en enkele andere vrouwen. Zo staat ze op het Isenheimer altaar helemaal bedroefd, in het wit gekleed, ondersteund door Johannes. Ze wordt zelfs wel afgebeeld met een hart dat doorboord is met zeven pijlen. Zodoende kan ze ook mooi een voorbeeld zijn voor mensen in allerlei moeilijkheden Zeer geliefd is ook de afbeelding van Michelangelo, een marmeren beeld dat in de Sint Pieterskerk van Rome staat. Het geeft het moment weer dat Jezus van het kruis genomen is.
Ik besef heel goed dat de meerderheid van de moslims over die kruisdood van Jezus anders denkt dan veel christenen. Daar zouden we ook heel lang over kunnen spreken. Ik wil er nu maar twee dingen over zeggen: Allereerst dat ook christenen geloven dat het plan dat de Joden beraamden om Jezus uit de weg te ruimen niet geslaagd is. De Joden hadden een plan en God had een plan en Gods plan is het beste plan, zo staat het in de Koran ook. Jezus werd van de dood gered door de verrijzenis, zo’n 40 uur na het kruisgebeuren. Dat is de christelijke visie. Moslims nemen vaak aan dat die redding al op het kruis is gebeurd. Maar dan denk ik zelf ook wel: wat maken die 40 uur uit. Gods plan is met betrekking tot Jezus uitgekomen en daar gaat het om. Ten tweede: over de betekenis van Jezus’ lijden, van dat kruisgebeuren bestaat onderling onder christenen ook een hele scala van betekenissen Er zijn er ook die zeggen dat vooral van betekenis is dat de woorden en inspiratie van jezus zijn doorgezet, dat dat het belangrijkste is, niet wat er met dat menselijke lichaam is gebeurd.



Een goddelijke figuur, maar wel helemaal mens
Dat Jezus een menselijke figuur is geweest, is in de geschiedenis van het christendom nogal eens vergeten. Jezus werd genoemd als zoon Gods en Maria al sinds het concilie van Efese als Moeder Gods (431). Een reactie daarop is de schildering van Max Ernst uit 1926 waar Maria Jezus even stevig op de billen geeft. Het kroontje van Jezus is daar ook afgevallen, terwijl het bij Maria nog wel op haar hoofd zit.
Dat christenen echt in de ene God geloven dat is bij moslims niet altijd goed overgekomen, met de grote waardering voor Jezus en ook voor Maria. Het is dan ook niet verbazingswekkend, dat in soera 5:116 een verwijt aan de Christenen: God vraagt dan aan Jezus Heb jij gezegd: Neem mij en mijn moeder tot goden naast God? Bij christenen is Maria nooit volgens de leer deel van de Drievoudige godheid geweest, maar we kunnen het bij de grote verering en die titel van Moeder Gods wel voorstellen dat anderen op dat idee zijn gekomen. Eén God dat is ook het vaste begin van de christelijke geloofsbelijdenis.
Overigens zijn Maria en Jezus niet de belangrijkste bijbelse figuren in de Koran. Het meest wordt Mozes genoemd, dan Abraham, dan Noach. Jezus en Maria komen pas daarna.

De volkse religie tegenover de officiële leer, modern wetenschappelijke realisme tegenover de aloude religieuze opvattingen
In Den Bosch wordt Maria speciaal vereerd in de Sint Janskerk. De Zoete Moeder heet zijn bij de Bossenaren. Achter in de kathedraal staat dat beeld waaraan wonderen worden toegeschreven: in de Middeleeuwen het verdrijven van de pest uit de stad, later talloze andere wonderen en nog steeds komen de hele dag door mensen hier binnen om even te zitten, een kaars op te steken en te bidden. Zij laten de rest van de kerk rusten. Zo was het ook bij mijn ouders. Mijn vader was dol op grote deftige plechtigheden die voorin de kerk plaats vonden, met veel koor en gezang met stevige en lange preken. Met veel mensen tegelijk daarmee bezig. Mijn moeder vond dat te lang, te ingewikkeld en te protserig die diensten in de grote kerk. Die ging liever even bij de Zoete Moeder zitten, kaarsje opsteken, zeggen wat ze op haar hart had.
In de geschiedenis van het christendom is door bisschoppen en priesters nogal eens zuinigjes en zelfs bedenkelijk gekeken naar die volksdevoties. De bedevaart in Lourdes werden aanvankelijk ook door de bisschop verboden. Maat het gewone volk heeft die devoties toch doorgezet.

In de moderne tijd wordt er onder krachtige gelofigen, maar ook wel bij minder kerkelijke en kritische mensen ook wel sceptisch en met twijfel gekeken naar die wonderen. Dat Maria als maagd een kind zou kunnen krijgen wordt zo bijvoorbeeld ook door de filmmaker Paul Verhoeven als flauwekul en ‘niet te geloven’ afgedaan in zijn Jezus boek waar overigens toch hele mooie stukken in staan over Jezus.
Ook Kader Abdolah staat zo kritisch tegenover die wonderlijke geboorte van Jezus uit Maria. In zijn Koran schrijft hij als inleiding op soera 19 Maria:
Maria stond naakt in de rivier. Opeens verscheen er een knappe man.
Maria schrok en rende naar de struiken om zich te verstoppen.
‘Wees niet bang, Maria,’ riep de man; ‘ik ben de engel Gabriël. Ik kom om je een kind te geven.’
De engel wist Maria over te halen, verleidde haar achter de dadelbomen en maakte haar zwanger... Maria baarde een zoon die Jezus heette...

Ja, die Kader Abdolah. Hij heeft ook een mooi kerstverhaal geschreven met twee thema’s. Het ene thema is de imam die sura Maryam niet wilde lezen en ook niet over Maria sprak, maar dat deed de verhalenverteller in het dorp wel en die wilde wel uitvoerig alles over Maria en Jezus meedelen. Het andere thema is problemen bij een bevalling in het dorp van Kader Abdolah. Vanwege complicaties moest hij als jonge jongen naar het naburige christelijke dorp, waar een gediplomeerde vroedvrouw was. Het was tegen de tijd van Kerstmis: Madama Rechel verliet toch haar christelijk dorp al was dat helemaal voor het kerstfeest verlicht, stapte in een trekker en kwam naar het moslimdorp van Abdolah. De bevalling liep goed. Het verhaal eindigt dan als volgt:

Er ontstond een nieuwe relatie tussen mijn vader en de christelijken. Vroeger zwaaide hij alleen naar hen. Nu drukte hij hun hand, maar zodra hij thuis was, spoelde hij zijn hand wel af. ‘Neem Iessa maar eens mee naar mijn huis,’ zei madam Rachel een keer tegen mijn vader. ‘Goed,’ zei hij. Maar hij deed het niet. Als hij bij haar op bezoek ging, zou hij eerst in bad moeten voor hij zou gaan bidden. ‘Jongen, breng je broertje naar madam,’ zei hij tegen mij. Ik zette mijn broer in het zadel en reed naar Masihadorp. Daar vonden twee belangrijke gebeurtenissen plaats:
Madam Rachel gaf me een klein oud boek met een leren kaft, De bijbelse verhalen. Misschien was het helemaal niet nodig, maar ik heb het mijn vader nooit verteld. Nu staat het boek naast het heilige boek van mijn vader in mijn kleine Hollandse bibliotheek.
En ik verloor mijn hart aan een meisje dat bij madam Rachel was en mijn broertje in haar armen nam. En het was de eerste keer dat een man van mijn familie op een christelijke viel.

Zo kan Maria inderdaad moslims en christenen verbinden.

Karel@Steenbrink.nu

zondag 31 augustus 2008

Van dialoog naar pluralisme

DIAN - Interfidei 17 jaar:1991-2008, impressies van een werkconferentie in Jogjakarta, 2 (8) tot 10 Augustus 2008 door
Karel Steenbrink (karel@steenbrink.nu)

DIAN - Interfidei werd in 1991 opgericht door een groep mensen rond Th. Sumartana. Het waren vooral intellectuelen uit Jakarta: Zulkifli Lubis (Tempo), Daniel Dakhidae (Kompas), Djohan Effendi, Eka Darmaputera. Temidden van de groeiende kloof tussen de religies (vooral het nieuwe zelfbewustzijn van de moslims via ICMI, groei van evangelikale christenen) wilden zij een instituut dat een ontmoetingspunt van religieus denken zou moeten kunnen worden. Aanvankelijk werd er ook nog wel gedacht in termen van een grote beweging, met een eigen universiteit, een campus waar gestudeerd en gediscussieerd zou worden. Wellicht had Sumartana nog groter wensen: hij beschouwde Sadrach en Kartini als twee personen die een synthese tussen de Javaans -Islamitische en de moderne-westerse- christelijke wereld probeerden te verwezenlijken; een beweging over de grenzen van religie en ras heen. Sadrach werd uit de Gereformeerde Zending gegooid, Kartini stierf te vroeg. Zij zijn de twee hoofdfiguren in de dissertatie van Tono. Wilde Sumartana alsnog hun missie verwezenlijken? Dat was op zaterdag 2 augustus, daags na mijn aankomst, een stelling van Jaspert Slob bij een morgendebat in het DIAN-huis aan de Jalan Banteng Utama in Noord-Jogjakarta.

Dat morgendebat zette ook verder een beetje de toon voor de hele komende week. Een zeer welbespraakte jonge vrouw, Mega Hidayati, gaf er een uitstekende exposé over ‘voor-oordelen’ naar de theorie van Gadamer. Of we het nu leuk vinden of niet, vooroordelen hebben we allemaal en ook in de dialoog kun je ze niet uitschakelen. Je zult ermee moeten leren leven, ze hanteren en een beetje manipuleren. Hidayati deed haar BA aan de islamitische UIN, haalde een masters bij het CRCS programma aan de seculiere staatsuniversiteit (in Cross cultural Religious Studies) en werkt nu aan haar dissertatie bij de protestante Duta Wacana. Zulke mensen komen er veel bij Interfidei: tussen 20-30 jaar, ouderejaars studenten die een pittig en open gesprek willen hebben, naast de oudere vertegenwoordigers van de religies. Mensen dus, die zich in een religieus pluriforme samenleving helemaal thuis voelen. Na een hoopvolle periode van strijd tegen Soeharto, voor democratie en openheid 1991-1998, dan de verheviging van de conflicten in de periode 1998-2003, is Interfidei de laatste vijf jaar al in een derde periode aangekomen met wat kalmer relaties, makkelijker contacten, bijna wekelijks toch weer gevallen en incidenten van intolerantie, maar vooral ook een nuchtere kijk op wat er in dit land op korte termijn mogelijk is. Dat is vooral conflictpreventie en bevorderen van persoonlijke relaties over de grenzen heen. Het gaat nu niet allereerst om interreligieuze dialoog met als doel overeenstemming over geloofswaarheden te bereiken, maar vooral om een vreedzaam samenleven, een rijke pluriformiteit.

Tussen 2 en 7 Augustus heb ik verder vooral oude contacten opgehaald. Bambang Subandrijo promoveerde in December 2007 aan de VU op een gevoelig onderwerp: het Jezusbeeld in Kolossenzen 1 en Sura 19 van de Koran. Hij vertelde over de verhitte debatten in Indonesië die hebben geleid tot het ontslag vanuit de Chinese GKI-kerk voor theologisch docent in Jakarta, Dr. Ioannes Rakhmat. De vaak zeer geëmotioneerde Ioannes (in Kampen tijdens de vreselijke moorden op Chinezen in 1998, toen vol met vervolgingswaazin) heeft veel lezingen gegeven over de archeologische vondsten in 1980 in Israël, waarbij een grafkistje met botten van een ‘familie van Jezus’ zou zijn ontdekt. Kan Jezus verrezen zijn, maar toch ook in een graf liggend, compleet met familie? Hij vond van wel, publiceerde met een dominee uit Nias een boek daarover, maar na een artikel in Kompas in april dit jaar, was het over en uit. Bambang neemt nu zijn colleges over. Zelf heeft Bambang met een soortgelijke controverse te maken gehad. Zijn Masters’ Thesis gaat over het begrip Kurios in de Paulusbrieven en Bambang beweert daarin dat Paulus geen ontwikkelde Triniteitsleer kent, een puur monotheïsme aanhangt en Jezus niet zonder meer met God gelijk wil stellen. STT-Rector Robert Borong werd op het matje geroepen bij evangelikale kerkleiders die hem geen diploma hadden willen geven, maar Borong verdedigde dat zo’n thesis bij de STT geaccepteerd kon worden. Later was een leider van een Toradja-kerk bij Bambang in de dienst en feliciteerde hem: ‘dat iemand die zo’n thesis schrijft toch een heel goede preek kan houden!’ Bambang wil zijn Jezus-boek einde dit jaar in Indonesische vertaling bij BPK-Gunung Mulia publiceren maar zal wel wat problemen willen voorkomen door voorzichtige formuleringen. Enerzijds moet de theologische dialoog met moslims gezocht worden, maar alleen sensatie en provocatie helpt niemand.

Voor de boeken en lezingen van de Oostjavaanse (zelf)bekeerder tot Syrisch Christendom Bambang Noorsena bestaat veel breder draagvlak, juist ook bij moslims. Ik kreeg een boek van Noorsena cadeau van Djohan Effendi, die er zeer positief over was. Dat oosters-christelijk discours over de triniteit kan juist wel wat sympathie krijgen bij moslims en het is ook niet zo bedreigend voor de christenen. Noorsena heeft een Institute for Syriac Christian Studies in Malang en geeft lezingen over heel Indonesië. Hij is daarmee een belangrijk vertegen-woordiger van een heel apart soort theologische dialoog geworden.

Er gebeurt nogal wat op Interreligieus gebied in Jogjakarta zelf. Ik ontmoette een aantal personen bij de CRCS, Center for Religious and Crosscultural Studies, onderdeel van de Postgraduate School van de Gadjah Mada University. Opgericht in 1997 samen met Temple University, worden daar zo’n 20 studenten begeleid voor een Masters Degree. Zij komen uit diverse religies en er zijn ook een vijftal buitenlandse studenten bij. Alle colleges worden in het Engels gegeven. Zainal Abidin Bagir heeft er de dagelijkse leiding. Dr. Simon Rae is voor de periode augustus-december 2008 aangesteld op kosten van Nieuw Zeelandse regering, terwijl Prof. Mark Woodward (Arizona State University) er de 2e helft van 2008 is. Op dezelfde lokatie is de nieuwe Ph.D.-opleiding gevestigd van UIN, UGM en Duta Wacana, onder leiding van Bernie Adeney. Op het gebied van theologische opleidingen is er interreligieus dus nogal wat te vinden.

Een bijzonder contact was er ook met de Jezuïet Sindhunata, leider van het cultureel tijdschrift Basis en als priester/romanschrijver min of meer de opvolger van Mangunwijaya. Na een periode waarin hij heel sterk de Javaanse cultuur verheerlijkte, zo zelfs dat hij beschuldigd werd van te sterk syncretisme tussen Javanisme en Christendom, is hij sinds 1998 steeds sterker ook zijn eigen Chinese wortels gaan onderzoeken. Ook al is het hem helemaal niet aan te zien, hij heeft zowel van vaders- als moederszijde Chinees bloed. Hij heeft een roman geschreven Putri Cina, waarin deze Chinese afkomst helder naar voren komt. Het is ook een soort aanklacht met de vraag, waarom Chinezen in Indonesië zo gemakkelijk de zondebok moeten spelen, en hun eigen cultuur niet mogen uitwerken, ook niet in de christelijke kerken. De roman is zeer succesvol, er zijn al een 25,000 exemplaren van verkocht.

DIAN/Interfidei, de locatie. Rondlopend in de omgeving van het kantoor van Interfidei viel het me op, dat het centrum heel aardig in de woonwijk zelf is geïntegreerd. Dankzij de lege plek naast het kantoor (gekocht, gereserveerd voor uitbreiding met bibliotheek, conferentie ruimtes en gastenkamers), was het ‘Interfidei-plein’, lapangan Interfidei, een startpunt voor de zondagmorgen-fitness loop, en wordt het zeer regelmatig ook gebruikt voor algemene bijeenkomsten van de wijk, waar vrijwel geen algemene openbare ruimte meer is. Bij de slotviering van het 17-jaarsfeest werden ook de buren van het centrum onderscheiden vanwege hun spontane en gemakkelijke hulp aan het centrum.
Iets soortgelijks valt te zien bij het katholieke PusKat, Pusat Kateketik of Catechetisch Centrum, al jaren geleden ontwikkelt door de Jesuïet Ruedi Hofmann voor media-trainingen en opnames voor radio- en TV-programmas van religieuze aard. Net als het Interfidei-kantoor (op ongeveer 1 km afstand), staat hier geen enkele afbakening, geen muur om het geheel. De bevolking kent het vooral als Balai Budaya Sinduharjo, dus als een dorps-ontmoetings¬centrum, omdat de grote open toneelruimte en het zwembad ook door de dorpsbewoners gebruikt kunnen worden. Hofmann (overleden 28 mei 2008) heeft daar een gebedsruimte met vier wanden (Boeddhisme, Hindoeïsme, Islam, Christendom) laten bouwen. Voor het christendom geen kruis (‘er is teveel geweld verricht in naam van het kruis’) maar een vogel met de tekst: ‘kijk naar de vogels in de lucht.. Uw hemelse vader voedt ze’. Aan de noordkant van het grote complex staat een hoog gebouw in Minangkabause stijl, waar je tussen de toppen van de bomen kunt zitten en bij helder weer de top van de Merapi kunt zien. Naast de grote religies dus ook een plaats voor in de natuurbeschouwing verbonden religie.

De conferentie: Bijeenkomst van het netwerk. Deze conferentie staat in de lijn van een serie die begonnen is in 2002, voortgezet in 2004 en 2006 (Banjarmasin), om kleine lokale actiegroepen bijeen te brengen en lokale acties te coördineren. In de periode 1995-2003 heeft DIAN landelijk veldonderzoek gedaan naar de oorzaken van de vele conflicten die toen speelden. Daaruit zijn een groot aantal lokale contacten ontstaan. In 2002 is er een eerste landelijke bijeenkomst van vredesactivisten geweest. In 2006 zijn er afspraken gemaakt om tot effectieve samenwerking te komen, maar er is weinig gebeurd: via e-mail werkt het allemaal niet goed en SMS is alleen voor zeer korte informatie, terwijl de afstanden te groot zijn om echt goed contact te houden. Tijdens deze bijeenkomst wordt voorgesteld dat er regionale coördinatoren van het netwerk moeten komen, zodat de reiskosten beperkt blijven. Het grootste deel van de drie dagen wordt besteed aan werken in groepen om de informatie over de lokale initiatieven uit te wisselen, elkaars werkwijze te leren en te bezien in hoeverre de bundeling van krachten kan gaan helpen.
Voorbeelden: Khairul Fahmi, student medicijnen in Aceh, die twee maanden voor zijn huwelijk moest gaan verwerken dat zijn verloofde met heel haar familie weggevaagd werd door de tsunami. Niemand werd teruggevonden. Hij werkt nu in zijn vrije tijd bij een NGO die toeziet op eerlijk en transparant gebruik van de steungelden in Atjeh.
Er was de ‘pak kyai’, Arifin Assegaf, lange tijd voorzitter van de Majelis Ulama van Ambon die vaak van hardliners als Abdurrahman Difinubun moest horen dat hij te slap was tegenover de christenen, maar nu zijn ze beide samen bij deze conferentie, samen met andere christenen en moslims uit Ambon en Kei-eilanden. Punt van gesprek was onder meer het verzet van traditionele moslims én strenge protestanten tegen het herleven van de oude adat, met name de pela-gebruiken. Panas pela wordt vaak als bijgelovig gezien, terwijl het toch het belangrijkste traditionele middel is om tot verzoening te komen en conflicten te vermijden. Zij vertelden ook dat er na de officiële opheffing van de Lasykar Jihad veel oud-strijders in Ambon zijn gebleven. Zij hebben vijf internaten opgericht, pesantren als een vorm van islamitisch onderwijs dat er vroeger niet was. In de mooie en dure gebouwen wordt nu de strenge salafistische leer onderwezen. Temidden van de verbrande gebouwen staan nu ook nieuwe kleuterscholen, van diezelfde stroming. Niet alleen de christenen, maar juist de traditionele Ambonese moslims hebben het meeste last van deze overblijfselen van de bloedige strijd uit 1999-2003.
De katholieke priester van Manado Yong Ohoitimur (oorspronkelijk uit Kei) kon berichten hoe in 2000 en de jaren daarna, christelijke jongeren van Manado milities hebben willen oprichten in navolging van en tegen de Lasykar Jihad. De vele vluchtelingen uit de noordelijke Molukken die in de Minahasa terecht waren gekomen, wilden daar ook maar al te graag aan meedoen. Alleen door een nauwe samenwerking tussen politie en kerkelijke leiders is deze escalatie niet doorgegaan.
Een interessante man was Nurhalis Majid, die wel wordt beschouwd als de nieuwe Cak Nur of Nurcholis Madjid. Hij komt uit Banjarmasin waar hij met Mujiburrahman aan de IAIN werkt, én in een NGO. Hij had opbeurende verhalen over scholen waar absoluut geen schoolgeld betaald wordt, van kleuterschool tot en met de hoogste middelbare school. De openbare aanklager onderneemt daar actie als het toch dreigt te gebeuren. De onderwijskrachten krijgen van de lokale regering geld boven hun staatssalaris, want daar kunnen zij toch ook niet van leven. De lokale kranten zijn daar zeer belangrijk voor actievoerders en zijn genegen kritische berichten op te nemen. Voor financiering van acties kon zijn NGO een beroep doen op lokale banken.
Weer anders is Esti Susanti, Chinese activiste uit Surabaya, die zich inzet tegen handel in jonge kinderen, vooral voor prostitutie. Zij hekelt het doodzwijgen van HIV, nu al de 4e doodsoorzaak in Indonesië. Ook het feit dat religieuze leiders er niet over spreken en nooit een woord van barmhartigheid laten horen en er maar van uitgaan dat alle leiders zelf een vrij leven leidden waardoor zij de ziekte hebben opgelopen. Esti is een afgestudeerd natuur-kundige, die redelijke kritische zin en zelfs weerzin tegen religie lijkt te hebben opgebouwd.

Een onverwachte gast bij de eerste conferentiedag was het hoofd van de provinciale politie voor het gebied van Jogjakarta. Een man die eerder als een geestelijk leider sprak dan als een doorgewinterd politieman. Hij probeerde met name ook begrip te krijgen voor de politie die vaak tussen de strijdende partijen in zit. Wat wij in Nederland gedogen noemt, krijgt in Indonesië dan de vorm van compromissen zoeken tussen de rechten van minderheden en opgefokte knokploegen die dreigen grote massa’s op de been te krijgen. Zo is het gebeurd bij de laatste actie tegen Ahmadiyah-moslims, een serie incidenten die als belangrijkste gebeurtenis werd genoemd. Het gaat momenteel dus vaak niet om moslims tegen christenen, maar vaak over de strijd van fundamentalistische moslims tegen minderheidsgroepen of ‘sekten’ binnen de islamitische traditie zelf. – Farid Wajdi, van de kritische NU-jongeren in Jogjakarta, LkiS, vroeg de politiecommissaris naar een geval waar zij gevraagd hadden om de relschoppers van FPI, Forum Pembela Islam te stoppen, en toen maar blij waren dat Banser, de knokploegen van de Nahdlatul Ulama er tegenin gingen en kerken met Kerstmis gingen bewaken. Waar is de politie dan?

Samin-beweging en de vrouw van de sultan. De avond van de 2e dag was voor een bijzondere presentatie van een actiegroep uit het gebied van noord-Java, Blora en Pati. Een zekere Suparwadi uit Blora leidde een activist van de Samin-beweging in. Dat is een beweging die al rond 1890 is ontstaan als lokale groep die tegen islamisering is, zichzelf aanhangers van de religie van Adam noemt en niet bij een wereldreligie wil horen. Zij spreken ook liefst het eigen Javaanse dialect, gaan niet graag elders naar school, zo’n beetje als de Amish van Pennsiylvenië. De activist gaf zijn verhaal in het Javaans, vertaald in het Indonesisch. Met hulp van activisten van elders hebben zij een film gemaakt van een poging om een identiteitsbewijs (KTP, Kartu Tanda Penduduk) te halen zonder vermelding van religie. Dat was een tragikomisch verhaal over onwillige, soms ook welwillende ambtenaren, die beweerden dat een computer pas een KTP kan aanmaken als er een van de vijf erkende religies op staat (Confucianisme is nu wel officieel erkend naast Islam, Hinduïsme, Boeddhisme, RK en Protestantisme, maar functioneert in de praktijk nog niet). Zonder KTP geen electriciteit in huis, geen telefoon, trouwen is dan ook niet mogelijk. Een andere korte film ging over de plannen van de cementfabriek van Gresik om in het centrum van het Samingebied een 2000 ha. af te graven voor de productie van cement, met alle vervuiling die daarbij hoort, verstoring van waterbronnen en dergelijke. Hier zien we religieuze tolerantie en pleidooi voor het milieu zeer harmonisch samengaan.

Jalaluddin Rachmat en Daniel Dakhidae. Er waren ook lezingen voor een plenum, ook bedoeld voor mensen buiten de ca 50 deelnemers aan het kern-seminar. Op de eerste morgen waren er zo’n 140 belangstellende voor mijn eigen lezing over omgaan met pluralisme. Ik nam Nederland tussen 1991-2008 onder de loep. Na het afschaffen van de verzuiling heeft Nederland veel moeite gehad te weten hoe om te gaan met de nieuwe verscheidenheid. Het lijkt de laatste jaren sterker te worden met de oproep om de islamisering van Nederland tegen te gaan, trots op ‘Nederland’ te zijn. Je kunt dit toespitsen op de vraag of er een Leitkultur moet zijn, waar de rest zich bij moet aanpassen: the winner takes all? Dat is zeker geen eerlijk omgaan met pluralisme, maar als christenen in Indonesië juist respect voor de kleine groepen, de minderheden willen, dan mag dat in Nederland niet anders zijn.
Jalaluddin Rachmat was de tweede spreker op de openingsmorgen. Hij is wel eens beschouwd als moslim-fundamentalist, activist in Bandung en Bogor. Dat deed hij ook door de islamisering van Iran door Khomeiny toe te juichen. Maar in de jaren 1980 was hij toch ook bekend als een voorstander van aspecten van de Sji’itische islam en dat viel bij veel Indonesische moslims slecht. Bij een dag vrij in Nederland had ik hem met zijn vrouw ooit naar Keukenhof gereden en die informele dag samen bleek nog diep in zijn geheugen gegrift te zijn. Hij had in een eerdere fase, begin jaren 1960 Doekarno nog wel een Hadji Peking genoemd, en was bij de veiligheidsdienst geroepen. Maar nu had hij een goed woord voor Soekarno, die in zijn vroege politiek veel aandacht had voor de kleine man, Marhaen en ook de Sji’itische denker Ali Shari’ati deelde deze aandacht met Soekarno. Jajaluluddin was de enige die in deze conferentie uitvoerig inging op de bijna vergeten ideologie van de Pancasila. (Overigens stond op de tas die uitgedeeld werd aan de deelnemers een citaat van Soekarno: Niemand kan God dienen, zonder alle andere mensen te dienen. Wij vinden God in de hut van de arme: orang tidak dapat mengabdi kepada Toehan dengan tidak mengabdi kepada sesama manoesia. Toehan bersemayam digoeboeknja simiskin). Jalaluddin verdedigde het pluralisme als realiteit tegen het dogmatisch fatwa van de MUI, die het zonder meer verboden heeft. Meerdere Koran-citaten kwamen naar voren, met als kern dat als God alle mensen gelijk had willen hebben hij geen verschil van man en vrouw, van godsdiensten en religies had geschapen of toegelaten, maar de mensen allemaal gelijk had kunnen maken. Een saaie wereld, misschien het ideaal van sommige politici en religieuze leiders.
Daniel Dakhidae vroeg bij de slotzitting onder meer aandacht voor de provocaties, ook wel te zien als profetische daden. In de Situbondo-zaak van oktober 1996 las de rechter het vonnis tegen de man die de profeet Mohammed had beledigd zo provocatief voor, dat het leek op een aanmoediging voor de massa om er actie over te gaan houden. Daarentegen wees hij op een katholiek priester in Bandung die een mis in het Arabisch deed om aan te tonen, dat het christendom universeel is. Tijdens zijn studie in Egypte had hij de ervaring opgedaan van een katholieke liturgie in het Arabisch.

Elga Sarapung trad niet vaak in het pleno op. Zij was eerder de organisator, de planner, de vrouw achter de schermen, die helemaal achter in de zaal alles volgde en maar een enkele keer, maar dan wel heel duidelijk, de bedoeling van de conferentie kon aangeven. De dagen voorafgaande aan de conferentie was zij steeds op de benedenverdieping van het Interfidei-kantoor aanwezig, mensen begroetend, pratend met de tien studenten die wekenlang bezig waren met de voorbereiding (o.m. VU student Peter Faber), nooit op haar kantoor, maar in de open huiskamer waar iedereen zo van de straat binnen kan lopen. Zij gaf geen uitvoerige uiteindzetting over de veroordeling van MUI van het pluralisme, maar stuurde zeer bekwaam haar Pesta Pluralisme.

woensdag 30 juli 2008

Op zoek naar de echte Fethullah Gülen III. Missie is de handhaving niet de uitbreiding

Dit is no 3 van een kleine trilogie die ik schreef naar aanleiding van ons bezoek aan Gülen-activiteiten in Istanbul, 8-13 mei 2008. Pas nu, 24 juli 2016 plaats ik de foto's erbij. Ik keek er opnieuw naar vanwege de coup van 15 Juli 2016 in Istanbul en de verheviging van de strijd tegen Gülen door de regering Erdogan sindsdien. Aan de tekst heb ik niets veranderd. Wat ik later schreef  over de beweging kan voor zichzelf spreken.



Coskun College, aan de Aziatische kant gelegen, hoog zodat de Bosporus prachtig te zien is. Engels is op deze elitaire school (hoog collegegeld, wel veel beurzen voor armer kinderen) de voertaal. Spiritualiteit is: hard werken, in harmonie met anderen maar sterke individuele wil.
Die mensen van de Gülen-beweging zijn actief zoals in de goede/oude/tijd verzuilde katholieken en protestanten bezig waren. In de zwakke staat Turkije richten zij scholen op, ziekenhuizen, eigen krant, wellicht ook eigen banken (zoals de NMB en de Boerenleenbank katholieke banken waren), zeker ook eigen universiteiten en dus ook kranten. Vanwege het overvolle programma moesten we het ziekenhuis laten schieten. We hebben wel twee top-scholen gezien.
De ene (Coskun College) was gelegen op een van de mooiste punten van Aziatisch Istanbul. Daar keek je op de Bosporus uit alsof het een rivier was, traag lopend tussen eindeloze rijen hoogbouw en op de ene top dan die rijke school voor superkinderen, begeleid door bijzondere leraren (overigens net zo slecht betaald als velen in Oxford of Harvard, zodat ook de idealisten wel weer wegliepen na een aantal jaren.
 
Er was ook een lagere school, super-ecologisch op een idyllisch paradijs gelegen, helemaal aan de noordoostrand, met een heuse dierentuin, aardbeien voor de leerlingen en vooral paardrijlessen.
Liefdadigheid, dat natuurlijk ook. We zijn bij het kantoor van Kimse Yok Mu geweest. Dat klinkt Koreaans maar schijnt Turks voor "Is daar iemand?" te betekenen. Het is begonnen bij de aardbeving van augustus 1999. Toen bleek dat er te weinig particuliere hulporganisaties waren, en de regeringsinstanties niet efficiënt werkten. Op een commerciële zender begon er toen een programma om donors anderen, getroffenen, te laten adopteren. Dat werkte zo goed, dar daaruit een professioneel uitziende organisatie is ontstaan, die eerst in het getroffen gebied werkte (ten zuiden van Istanbul), maar nu ook wereldwijd. Zo'n soort islamitische Mensen in Nood.
Het meest curieus was een bezoek aan de Fatih-University, waar de student 8000 euro collegegeld moet betalen. De docent die ons inleidde had tot voor een jaar in Delft bij de TU gewerkt en was weggekocht naar Istanbul. Veel geld, beetje heimwee, afijn hij verdiende nu bijna zoveel als in Delft, zat wel op rozen in Turkije. De universiteit was nog geen tien jaar oud, prachtige campus, veel kleurige hoofddoeken, maar lang niet alle meiden zo. Er is geen moskee op de campus: ze mogen op vrijdag de cantine gebruiken. Al het geld gaat naar de gebouwen, de medische faculteit, salarissen voor docenten. En wie het financiert? Weldoeners: de Vreesmannen en Brenninkmeyers dus van Islamitisch Turkije. Zo is Nijmegen dus ook van de grond gekomen, zij het niet zo snel en niet zo spectaculair.
De Gülen-mensen zijn niet zozeer bezig met anderen te bekeren. Ze hebben geen pretentie om de wereld islamitisch te maken. Ze willen graag een plaats voor religie en religieus geïnspireerd engagement in hun eigen land. Dat is nog steeds erg lastig in deze nadagen van het Kemalisme. Daarbij zien zij wereldwijd een goede toekomst voor een humanistische islam in samenwerking met andere religies, vooral het christendom.
Het is een bonte club. De donoren en de leiders willen niet altijd helemaal precies bekend gemaakt worden. Soms juist weer wel, want bij de etentjes die we hadden moesten we dan wel weer goed spreken met de specifieke sponsors. Een andere keer bleef het weer wat vaag. Onder de laag van het toeristische fantastische Turkije, hebben we zo een zeer levende beweging gezien, niet helemaal begrepen en zeker niet helemaal goed in kaart gebracht, maar wat we ervan gezien hebben overtuigde ons zeer. Moderne, dynamische mensen, die niet op alle fronten hetzelfde denken, maar die in contact willen blijven en willen communiceren. Dat is dus dialoog.

Op zoek naar de echte Fethulah Gülen II. Oude religie in een nieuwe wereld

Onderstaand is no 2 van een impressie die ik schreef over een bezoek aan Gülen-ectivitaiten in Istanbul, mei 2008. De foto's zijn er in Juli 2016 bijgeplakt, vanwege de coup van 15 juli 2016 en de tegencoup van de Erdogan-regering tegen alles wat Gülen is.

 
De avond van die tweede dag brachten wij in kleine groepen door bij families. Wij gingen met twee zestigers (Paule en ikzelf) en vier dertigers naar een jong gezin met twee kinderen. Zij had de religieuze middelbare school gedaan, goed in religie getraind dus. Maar was toen naar een opleiding tot scheikundelerares gegaan. Hij had theoretische natuurkunde gestudeerd, was gepromoveerd in de VS (Houston) en had een aanbieding van Groningen gehad als postdoc, maar zat nu bij een goede universiteit in Istanbul. Vervoer naar het werk is een veel voorkomend thema. Weinig auto's in deze wijk met alsmaar apartementen, waar ook weinig parkeerplaatsen zijn. De vrouw werkt nu niet, vanwege de hoofddoek en een beetje voor de kinderen. Dat vinden wij redelijk absurd, dat van die doek door voor- en tegenstanders zo'n sjibbolet wordt gemaakt. Een teken of je al dan niet (goede) moslim bent. Om daar nu een hele levens-stijl voor op te geven, dus geen betaalde werkkring e.d. vinden we eigenlijk te gek. Zeker omdat het niet eens met zoveel woorden in de Koran staat. Overigens hadden zowel de vrouw als de man een fantastisch bekeringsverhaal, over hoe zij tijdens een technische mwetenschappelijke studie getroffen waren door het voorbeeld van Gülen dat je een moderne weteschapper mag zijn en toch het oude geloof als inspiratiebron voor je leven houden.
In de geschriften van Gülen las ik her en der ook wat sneren naar de westerse vrouwen-emancipatie, die niet bepaald bewijs gaven van veel begrip. Ach, hij is 74, altijd in Turkije geleefd en lang als imam van een nette staatsmoskee?

Overigens is die Gülen-club geen homogeen of strak georganiseerde club. Gurkan Celik, is onze organisator en hij is ook de directeur van de Dialoog-Akademie. Zijn vrouw werkt al zo'n kleine 20 jaar bij de politiek van Brabant, nu in een kaderpositie. Zij is zelfstandig, zelfbewust, draagt geen hoofddoek, doet wel in deze groep mee. Zo dramatisch vrouw-onvriendelijk is het dus niet allemaal.

dinsdag 29 juli 2008

Op zoek naar de echte Fethullah Gülen I: toch een moslim-jezuïet?

Naar aanleiding van de coup van 15 Juli 2016 en vooral van de 'tegencoup'   door de regering Erdogan, die deze ontwikkeling gebruikte om de Gülen-beweging te onderdrukken heb ik er foto's aan toegevoegd en enkele verduidelijkingen, maar geen wezenlijk commentaar, behalve wat cursief is geschreven.
 
Van 8-13 mei 2008 organiseerde de Dialoog-Akademie een Istanbul-reis. Het werd aangekondigd als een in situ training in dialoog. We waren met 26 deelnemers, een aantal zestigers, bijna allemaal bij universiteiten werkzaam en een aantal dertigers, juist afgestudeerd. Doel was het bezoeken van organisaties en personen, gelieerd aan wat vaag 'De Gülen-beweging' wordt genoemd. Dat is een beweging die behoorlijk aanhangers en tegenstanders kent, zoals het huidige Turkije kennelijk over alles zwaar verdeeld is. Als een constitutioneel hof serieus overweegt om een partij te verbieden (de AK Paertij van Erdogan) die 46% van de stemmen kreeg en een democratisch gekozen president en eerste minister leverde, dan gaat het echt wel hard tegen hard.
Wat zagen wij in Istanbul? Allereerst natuurlijk vanaf het dakterras van ons hotel in het centrum van het oude Konstantinopel: de twee gigantische moskeeën. Links de oude dame, Heilige Wijsheid of Hagia Sofia, met vier ranke minaretten ernaast definitief tot moskee omgebouwd. Daarnaast op het eerste gezicht een bijna-gelijkend broer, de eigenlijk iets eleganter Blauwe Moskee (die hierboven is ingevoegd). Maar naast die toeristische hoogtepunten waren het vooral door Gülen geïnspireerde instellingen die wij bezochten.
Startpunt was de Journalist and Writers Foundation, opgericht door Gülen in 1994. Het was min of meer zijn politieke coming out, nadat hij tot 1980 vooral bezig was geweest met islamitische 'Alpha-trainingen', islamitische basiscursussen voor geloofskennis, en met het opzetten van kleine internaten voor begeleiding van middelbare scholieren, juist om kinderen met een religieuze achtergrond goede algemene ontwikkeling te bieden (naast versteviging van hun religieuze basis). Zoiets als wat de colleges van Jezuïeten, Dominicanen, Franciscanen, Broeders van Ouderbosch, zusters Ursulinen en talrijke anderen voor tienduizenden katholieken in Nederland deden. Net zoals bij die katholieke kostscholen zullen er vele tientallen, honderden zijn die daardoor een blijvende haat tegen het geloof of de geloofsdwang hebben opgelopen. Averij voor de ziel. Die kregen wij na terugkeer uit Nederland ook bij NOVA-TV te zien. De voorbeelden die wij hier zagen overtuigden ons dat het bij veel misschien heel goed kan aflopen!

Vanaf 1980 kon Gülen ook eigen scholen opzetten. Net als bij de vaderlandse verzuiling werd onderwijs zijn stevige anker voor een belangrijke plaats voor de islam in een door Atatürk behoorlijk religie-vijandig geworden maatschappij. De Gülen-scholen zijn zeker zeer modern, want religie en wetenschap bijten elkaar niet, integendeel, alleen door wetenschap kom je vooruit in het leven en die journalistenbeweging diende dus om in het sociaal-politieke leven een stem te krijgen. Gülen wil dat geen exclusief-islamitische stem laten zijn en staat zeer open naar de westerse wetenschapswereld en wil ook met andere religieuze stromingen goede contacten onderhouden. Hij bracht een kort bezoek aan de paus in 1987, waarvan foto's gemaakt zijn, die als een soort bewijs-van-openheid zijn gereproduceerd. Zo zijn er ook bezoeken aan de Oecumenische Patriarch in Istanbul. Er is een prachtige DVD met een lied waarop een Joods, Moslim en een Christelijk koor een nieuwe compositie zingen, Allahu Akbar en Ubi Caritas en Sjema' Israel Adonai Ehad door elkaar klinken, met een Turkse Gordon erbij die het aan elkaar zong. Dit interreligieus musiceren is in enkele miljoenen exemplaren in Turkije verkocht. Wij kregen ook een exemplaar. -
 Paule Maas-Steenbrink met Alaattin Erdal in de luxe van het Dolmabace-paleis
We zagen die eerste dag ook nog een modern (18e, 19e eeuws) paleis in Europese Versailles-stijl, Dolmabace, een soort tegenhanger van het oudere meer typisch islamitische Topkapi-Paleis. Het diner was ergens langs de Bosporus, rustplaats bij een boottocht met schitterend weer. Daar spraken we met zakenlui die de dialoog-activiteiten van het Gülen netwerk ondersteunden (en ook dit diner hadden betaald).
 Het lukte me niet om een mooie foto van het gebouw van buiten te maken. Hier een impressie van het trappenhuis.
De tweede dag begon met een bezoek aan de krant Zaman, waar we onder de indruk waren van het strak moderne en kolossale gebouw, van de kundigheid van diverse journalisten, waar we verder inzicht kregen in de ingewikkelde problemen van politiek Turkije, maar ook wel wat vragen hadden. Een van de inleiders, een Turk die jaren in de VS heeft gedoceerd, en de laatste vijftien jaar vaak bij Gülen was geweest, had geen goed woord over voor de Alevieten: allemaal OK, maar ze mogen zich zeker geen moslim noemen, want dat zijn ze helemaal niet. Dat vond ik redelijk ongenuanceerd, maar ik ben geen Turk en moest mijn mond hier verder maar over houden.

donderdag 15 mei 2008

Islamofobie: een nieuwe ziekte? Ofwel: dialoog als een oorlog van rapporten.

In de jaren dat Clinton nog president was, in 1998, werd er in de VS een Ambassador for Religious Freedom benoemd, als hoofd van de United States Commission on International Religious Freedom. Deze moet jaarlijks rapporteren aan het Congres over godsdienstvrijheid in de wereld. Daartoe moeten alle ambassadeurs ook weer jaarlijks een rapport daarover samenstellen voor deze ambassadeur. Het was een actie van christelijk rechts die daarmee vooral de belemmeringen voor verspreiding van christendom in de moslimwereld, in India en China wilde gaan bestrijden. De eerste ambassadeur was dan ook iemand die uit de zendingskringen kwam. Rapporten zijn te vinden via http://www.uscirf.gov/.
Dit is niet de enige site die bericht over de religieuze toestanden in een aantal landen. Er zijn de rapporten van Human Rights Watch, van Amnesty International. Daar lijkt nu een soort 'islamitisch tegenoffensief' gekomen te zijn in de vorm van de rapportage over Islamofobie in Europa. Deze zijn geschreven op initiatief van de OIC, Organization of the Islamic Conference, de 'islamitische wereldraad van kerken', maar dan vooral ook sterk aan de staten met een aanzienlijke moslimbevolking gerelateerd (ook Suriname, met 20% moslim zit daarbij).
Hun rapport is te vinden op http://www.oic-oci.org/oicnew/ en dan nog even doorzoeken naar Publications. Daar is zelfs een maandelijks bulletin te vinden over kwalijke zaken in de westerse wereld ten opzichte van moslims.
Zou je dit een oorlog van commissies en rapporten moeten noemen, een soort papieren dialoog? In ieder geval beter dan de fysieke oorlog!