Vandaag, 11 juni 2012, hield Leon Buskes zijn inaugurale rede in Leiden over het thema: Sharia: pleidooi voor een antrolopogie van het alledagelijks leven. Het was een meer dan volle bak. Ik was er een kwartier voor de aanvangstijd van 16.15, maar de zaal zat al vol, dus bekeken wij hem in een zijzaal vanaf het goede TV scherm, rustig met een tafel om notities te maken. Buskes zag in het debat van de laatste tijd een verschuiving van islam naar shari'a waarbij het laatste staat voor alles wat eng is aan de islam: vrouwonvriendelijk, tegen niet-moslims, allerlei onderdrukkende en verbiedende maatregelen van geen rente en geen alcohol tot beperkingen voor vrouwen. Gelovige moslims, in ieder geval 'echte shari'a aanhangers' kijken daar natuurlijk heel anders tegenaan
Shari'a is inderdaad een sleutelwoord om de moderne moslims te begrijpen: die leven in een post-koloniale wereld, waarin shari'a inmiddels is uitgehold tot een klein setje regels voor het familierecht, maar in feite staat het ook voor een radikale omvorming van het staats-systeem waarin religie geen rol meer heeft, waarin vanaf 1970 wordt geprotesteerd tegen de eerste post-koloniale generatie die er niets van gebakken heeft en waarin ' de islam' nu een nieuwe kans krijgt. Maar wat is die nieuwe islam? Dat wordt overal weer anders ingevuld, à la carte dus en dan komt er bij Buskes een wat magere definitie van shari'a: opvattingen van moslims over hoe zij (volgens hen) volgens Gods wil moeten leven...
Buskes pleitte heel verstandig voor lokale studies, case studies, want overal wordt door moslims dit ideaal weer anders gezien. Er zijn zo wat symboolgevallen, alcohol, vrouwenkleding, rente bij banken, maar zelfs dat kan steeds weer anders wordt gezien. Terecht dus dat bij de receptie ook Maurits Berger rondliep, al was hij van een andere faculteit en niet rechtstreeks bij dit verhaal betrokken.
maandag 11 juni 2012
De selectieve tolerantie van B16
Enige tijd geleden werd ik uitgenodigd om een lezing te geven over Franciscus en de Islam bij de Bonifaciusacademie in Amsterdam. Voorafgaand aan de lezing bleek er in de Agneskerk een mis in de Tridentijnse liturgie te zijn: priester in vioolkistje, met de rug naar het volk, alles (behalve schriftlezingen) in het Latijn, beetje Gregoriaans gezongen. Er zijn daar twee priesters van de Broeders van de Heilige Petrus, een Oostenrijker en een Pool. Er waren zo'n 50 mensen. Ik vond het een wat vervreemdend gebeuren: sinds 1965 niet meer meegemaakt, maar zelf het 'laatste evangelie' Johannes 1 kende ik nog wel van buiten. Dat zit stevig in het geheugen gebrand.
Bij de lezing bleek het 'puliek' toch nogal gevarieerd te zijn. Een vrouw zei nadrukkelijk dat ze niet hier ter kerke ging, maar in de Papegaai, ook latijn, maar wat vernieuwd. Toch wel. De voorzitter van de bespreking, Hispanist Robert Lemm, bleek deze man nogal kritisch te zijn over Paus Benedictus XVI en de opkomst van Eurabia (titel van ene boekje dat hij mij cadeau gaf). Op blz. 33 schrijft hij kritisch over B16 die helemaal onnodig de Grieken wilde vleien met zijn opmerking over moslims in Regensburg: 'De Islam had achterwege kunnen blijven.' Hij prijst Johannes Paulus II omwille van zijn gesprek met moslimgeleerden in Al Azhar en het bidden on de moskee van Damascus 89: 'het gebaar van deze Pool is de enige uitweg in de wereld waarin wij leven.'
Naast die gunsten van de toch wat eigenaardige Priesterbroederschap van Petrus is er de minder orthodoxe Priesterbroederschap van Pius X, ook liefhebbers van de Tridentijnse liturgie, die eerst zijn geëxcommuniceerd en nu ten dele weer in genade aangenomen.

Heel wat krampachtiger en zonder compromis wordt er door het Vaticaan nu gereageerd op een boek over sexualiteit, Just Love van de Amerikaanse emerita hoogleraard (Yale University nog wel) en non Margaret Farley. Zij schrijft kennelijk in een milde manier over masturbatie (kan een goede manier zijn om je lichaam te verkennen), over geboorteregeling en over homosexualiteit. Feminisme wordt nu in het rijtje gezet van indifferentisme, communisme, secularisme, rationalisme, en andere enge ziektes waar de Vaticaanse heren bang voor zijn. Het boek is uit 2006 en de procedure voor de veroordeling duurde met twee jaar erg kort. Maar schijnt wel onderdeel te zijn van een bredere campoagne tegen Amerikaanse nonnen: nou zet ze op en laat ze in het Vaticaan maar een poepie ruiken!
Mooier zou natuurlijk zijn als de opperste bruggenbouwer of Pontifex Maximus beter zou proberen de boel een beetje te stimueleren en bij elkaar te houden danbanvloeken uit te spreken in de liberale richting, terwijl hij gewoon toelaat dat het op de rechterflank druk wordt met allerlei nieuwe groeperingen.
Bij het bezoek aan een verpleeghuis in Smakt, dorpje van 50 huizen, zag ik tot mijn verbzaing dat daar een nieuwe Indiase Orde is neergestreken: Eucharistic Flame van de priester Dr. Joseph Vadakkel. Die kant kan dus heel veel. Laat honderde bloemen nu ook eens aan de andere kant bloeien!
Bij de lezing bleek het 'puliek' toch nogal gevarieerd te zijn. Een vrouw zei nadrukkelijk dat ze niet hier ter kerke ging, maar in de Papegaai, ook latijn, maar wat vernieuwd. Toch wel. De voorzitter van de bespreking, Hispanist Robert Lemm, bleek deze man nogal kritisch te zijn over Paus Benedictus XVI en de opkomst van Eurabia (titel van ene boekje dat hij mij cadeau gaf). Op blz. 33 schrijft hij kritisch over B16 die helemaal onnodig de Grieken wilde vleien met zijn opmerking over moslims in Regensburg: 'De Islam had achterwege kunnen blijven.' Hij prijst Johannes Paulus II omwille van zijn gesprek met moslimgeleerden in Al Azhar en het bidden on de moskee van Damascus 89: 'het gebaar van deze Pool is de enige uitweg in de wereld waarin wij leven.'
Naast die gunsten van de toch wat eigenaardige Priesterbroederschap van Petrus is er de minder orthodoxe Priesterbroederschap van Pius X, ook liefhebbers van de Tridentijnse liturgie, die eerst zijn geëxcommuniceerd en nu ten dele weer in genade aangenomen.
Heel wat krampachtiger en zonder compromis wordt er door het Vaticaan nu gereageerd op een boek over sexualiteit, Just Love van de Amerikaanse emerita hoogleraard (Yale University nog wel) en non Margaret Farley. Zij schrijft kennelijk in een milde manier over masturbatie (kan een goede manier zijn om je lichaam te verkennen), over geboorteregeling en over homosexualiteit. Feminisme wordt nu in het rijtje gezet van indifferentisme, communisme, secularisme, rationalisme, en andere enge ziektes waar de Vaticaanse heren bang voor zijn. Het boek is uit 2006 en de procedure voor de veroordeling duurde met twee jaar erg kort. Maar schijnt wel onderdeel te zijn van een bredere campoagne tegen Amerikaanse nonnen: nou zet ze op en laat ze in het Vaticaan maar een poepie ruiken!
Mooier zou natuurlijk zijn als de opperste bruggenbouwer of Pontifex Maximus beter zou proberen de boel een beetje te stimueleren en bij elkaar te houden danbanvloeken uit te spreken in de liberale richting, terwijl hij gewoon toelaat dat het op de rechterflank druk wordt met allerlei nieuwe groeperingen.
Bij het bezoek aan een verpleeghuis in Smakt, dorpje van 50 huizen, zag ik tot mijn verbzaing dat daar een nieuwe Indiase Orde is neergestreken: Eucharistic Flame van de priester Dr. Joseph Vadakkel. Die kant kan dus heel veel. Laat honderde bloemen nu ook eens aan de andere kant bloeien!
zondag 3 juni 2012
Zomerkind Diemer Steenbrink
Vrijdag 1 juni, 's morgens om vijf uur, bij het eerste zonlicht van de echte zomermaand, is Diemer Steenbrink geboren, zoon van Floris en Inge. Proficiat. Dat hij moge groeien en bloeien!

Ouders en grootouders helemaal blij en trots ook wel, al was het vooral voor de moeder een stevige klus om de jongen gezond en wel ter wereld te brengen.
Wij hebben dus wat zitten zoeken naar de betekenis van de naam. Hij woont in Amsterdam Oost, bij afrit 13 van de ring, dus links naar Watergraafsmeer, rechts naar Diemen. Dachten wij dus eerst dat het een Diemer is die verdwaald is!
Dat blijkt toch niet zo te zijn: Diet betekent volk en mar is goed bericht, bekendheid. Hij zij dus bekend onder het volk en dat dan bij deze! Met nog een paar vreugdevolle foto's.

Ouders en grootouders helemaal blij en trots ook wel, al was het vooral voor de moeder een stevige klus om de jongen gezond en wel ter wereld te brengen.
Wij hebben dus wat zitten zoeken naar de betekenis van de naam. Hij woont in Amsterdam Oost, bij afrit 13 van de ring, dus links naar Watergraafsmeer, rechts naar Diemen. Dachten wij dus eerst dat het een Diemer is die verdwaald is!
Dat blijkt toch niet zo te zijn: Diet betekent volk en mar is goed bericht, bekendheid. Hij zij dus bekend onder het volk en dat dan bij deze! Met nog een paar vreugdevolle foto's.
woensdag 4 april 2012
Zeitoun
Dit najaar ga ik een HOVO-cursus geven over Islam Actueel: de huidige staat van de islam in de grote gebieden Midden Oosten (Arabieren, Perzen, Turken), de gebieden die tussen 1200-1600 moslim werden (India-Pakistan, Indonesië, Afrika onder Sahara, en ten slotte de westerse wereld. Ik wil steeds een of meerdere romans uit die gebieden bespreken. Hier alvast eentje: over Syrische moslims én bekerlingen in Amerika.
Dave Eggers, Zeitoun,
Amsterdam: Lebowski Publishers, 2012 (oorspronkelijke uitgave 2009).
Na de storm, watersnood en vreselijke chaos in New
Orleans van 2005 is er een journalistiek project opgezet: Voices of witness, waarin ‘stemmen van getuigen’ werden genoteerd.
Temidden van zovele, vaak schrijnende verhalen, kwam er één als heel bijzonder
naar voren, dat van de Syrisch geboren Amerikaanse aannemer Abdulrahman Zeitoun
en zijn gezin. Het is een bijzonder boek geworden. Zeitoun komt uit een
ondernemende moslim familie: zijn broer Mohammed werd wereldkampioen lange afstanden
zwemmen, maar stierf toen hij 25 was. Hij zelf was een tien jaar op de grote
vaart, avonturier. Kwam definitief aan land in New Orelans, waar hij als
34-jarige trouwde met de 21-jarige Kathy die toen al weer een jaartje
geschieden was en in die onrustige periode tot de islam was bekeerd. Ze krijgen
drie kinderen, die tussen 6-9 zijn in de fase die het boek bespreekt. Die
bekering tot de islam (blz. 74-82) is een curieus verhaal van afkeer van
opdringerige evangelikale prediking en contact het een andere bekeerling tot de
islam: de van oorsprong Japanse Yuko. Amerika is een echt migrantenland en de
Mexicanen, Japanners en Syriërs zijn net zo aanwezig als de relatief weinige ‘oorspronkelijke’
Amerikanen (d.w.z. witte!).
Het boek volgt eigenlijk de dagen van de ramp in New Orleans,
maar via flash backs komen we toch redelijk veel te weten over de belangrijkste
personen. Als de ramp eenmaal begint, willen de Zeitouns nog wel blijven: ze
hebben een aantal huizen in onderhoud, willen het niet zo maar achterlaten,
maar na enkele dagen gaat Kathy toch weg met de kinderen. Eerst naar familie in
Baton Rouge, maar uiteindelijk naar Yuko in Phoenix (2400 km rijden!), waar ze
meer ruimte heeft. Zeitoun zelf blijf in New Orleans. Hij heeft nog een kano in
zijn tuin liggen, vaart daar in de omgeving als het water eenmaal hoog gestegen
is. Hij kan nog wat nuttigs doen: redt honden en enkele mensen. Dan wordt hij
opeens samen met een andere Syrisch-Amerikaanse moslim en twee anderen gearresteerd
op verdenking van diefstal, roof en uiteindelijk lid van Al Qaidah te zijn. Het
is een nachtmerrie want ze worden onmenselijk behandeld in een kolossale
gevangenis, die wel lijkt op Guantanamo Bay. Van 6 tot 29 september, dus drie
weken zat hij vast. Fysiek geweld, Kafka-achtige bureaucratie, onwil om ook maar de meest elementaire burgerrechten
te respecteren (niet bellen, geen recht op advocaat), uiteindelijk ook geen
excuses of schadevergoeding. Daarna heeft hij in New Orleans zijn leven als
succesvol aannemer, in harmonie met een Amerikaanse echtgenote en pubers van
kinderen, weer opgepakt.
Dit is geen fictie-roman, maar een journalistieke
impressie, op basis van nauwkeurig feitenonderzoek. Het is allereerst een soort
Titanic-verhaal, met heel echt veel water, dreiging en erger rampen dan je je
voor kunt stellen. Daarbij is het een sympathiek, liefdevol geschreven beeld
van een moslim-familie, die bidt, de Koran leest. Blz. 175-6 geeft ineens een
lang citaat uit de Koran, lang citaat uit soera 69, waar ook een totale vernietiging
door een watersnood wordt geschilderd. Blz. 265 is helemaal soera 81, een
apocalypsich visioen van ondergang, chaos en leegte. Kathy voelt zich inmiddels
prettig met de sluier op haar hoofd, die helemaal bij haar is gaan horen.
Anderen storen zich er wel eens aan, maar zij voelt zich er goed bij. Overigens
is de islam maar een thema van het boek dat vooral een aanklacht is tegen een
lakse en onbekwame overheid die ook achteraf geen verantwoordelijkheid neemt. Adembenemde
documentering van klein hoekje van islamitisch Amerika.
zaterdag 17 maart 2012
Mineke Schipper over Adam en Eva
Dit is geschreven na de boekpresentatie van Mineke Schipper, Overal Adam en Eva (Amsterdam: Bert Bakker, 2012).
DE
VROLIJKE VRIJHEID VAN VERHALENVERTELLERS
Ginsberg heeft in zijn Legends of the Jews al een hele serie folklore bijeen gezet over Adam en Eva, terwijl Kisa'i en Tha'labi dat voor de islamitische uitwerking van die traditie hebben gedaan. Maar Mineke Schipper pakt nog veel steviger uit: uit Griekse en Syrische kerkvaders, Afrikaanse traditie en een grote hoeveelheid aan joodse en islamitische bronnen schrijft zij een encyclopedia over Adam en Eva, aangevuld met 90 verrassende en minutieus beschreven afbeeldingen. Het boek loopt na een korte inleiding in de bronnen vanaf de creatie van Adam tot het werkzame en kinderen voortbrengende leven van Adam en Eva, de tragedie van Cain en de dood van het eerste menselijke stel, volgende de verhalen. Schipper vertelt vooral, op een heldere en luchtige, bijna vrolijke manier. Zij gaat er van uit dat de verhalenverteller die vrijheid heeft. Er zitten ook wel eens wat moralistische of verwijtende opmerkingen in: over de wijze waarop de traditie de vrouw in Eva heeft vernederd en terechtgewezen; hoe het Cain-verhaal ook al discriminatie op basis van kleur kan rechtvaardigen (hier uit Sierra Leone het gunstige zwart tegenover het van angst verkrampte wit; 205).
Mineke
Schipper heeft een prachtig en overvol boek geschreven met alsmaar nieuwe
verhalen over Adam en Eva. Mijn oude leraar Javaans zei ooit tegen mij: wij
Javanen hebben geen rem op onze fantasie. Dat was toen wij het verhaal lazen
over de duivel die het paradijs binnen wil komen. Daar staan immers zeven muren
om. De duivel Satan kan meer dan in een slang veranderen: hij wordt een knappe
jonge vrouw en verleidt zo de waker bij de eerste poort. Binnen de eerste tuin verandert
hij in een maiskorrel, die wordt opgegeten door een pauw (een Koninklijke
Vogel!), die over de muur vliegt, de korrel uitpoept. En zo gaat het door. Maar
in dit boek blijkt dat religies wel strikt kunnen zijn als het over zg. Heilige
Schrituur gaat, maar deze fantastische verdere uitwerking is in de joodse en
islamitische wereld ver doorgedrongen. Sheherazade vertelt niet alleen in de
duizend-en-éénnachten van de sultanspaleizen, maar ook waar bijbel en koran
wordt gelezen. De oud-christelijke kerkvaders konden er in hun preken ook wel
weg mee en uit hun preken heeft Mineke Schipper ook veel kunnen putten.
Het
heeft mij altijd wat verbaasd dat Joden en Moslims vrijwel hetzelfde verhaal
van Adam en Eva, appel en paradijs hebben, maar geen erfzonde, die wij in onze
jeugd uitvoerig hebben leren vervloeken. De eerste mens heeft daar wel een
foutje gemaakt. De moslims zijn het gulst: die laten God uitdrukkelijk
vergeving uitspreken over de jeugdfoutjes van Adam en Eva. Maar ook de joden
kennen dat idee van erfzonde niet. Hoe komen de christenen er dan toch aan? Dat
is misschien niet eens de belangrijkste vraag: hoe komen wij er van af? Dat zou
je kunnen doen door allerlei historische beschouwingen te geven over mythen als
menselijke uitvindsels, over verschil tussen de oosters-christelijke
incarnatie-theologie, waar de mensheid wordt verheerlijkt door dat nieuwe
prachtige mensenkind, Jezus de Christus, die alleen door zijn geboorte de
menselijkheid al vooruit heeft gebracht. Je kunt het ook verklaren door de
invloed van de oosterse gnostiek en zijn afkeer van lichaam, sexualiteit, bij
Augustinus en via hem in het westerse christendom, bij uitstek in het
Calvinisme. Dat zijn bij nader inzien misschien toch veel te zware middelen. De
echte Adam en Eva als literaire fictie vult niet alleen de blazijden van dit
boek in tekst, maar ook in verrukkelijke afbeeldingen.
Er
wordt wel over de drie Abrahamitische religies gesproken, maar dit boek laat
zien dat er al vanaf Adam zoveel aan verhalenschat gemeenschappelijk is,
waarbij er ook een aantal teksten zijn waarvan niet duidelijk is bij wie de
ontwikkeling het eerst is gegaan. Wie heeft de eerste weeffout van Adam verlegd
naar de Engelen die weigeren te buigen voor God? Wie heeft dat mooie verhaal
van wenende Eva’s en Adam (begin van de Orontes en de Jordaan, de Eufraat en
Tigris) en hun vergiffenis bedacht? De verhalen van de drie religies lopen hier
echt lekker dooreen. Maar je kunt je natuurlijk verder gaan afvragen wat er met
je opvatting over het christendom gebeurt als er geen echte erfzonde in Adam is.
Jezus heeft verlossing gebracht, zegt de kerkelijke leer. Salvator et redemptor. Maar waarvan dan? Ik heb mijn eigen Adam-boekje
afgesloten met een wat abstracte beschouwing over verlossings en
verzoeningsreligies. Verlossingsreligies kijken vooral naar het leven in een
andere wereld. Het Nirwana van het Boeddhisme lijkt het meest drastische
voorbeeld daarvan: alles hier is ellende of loopt erop uit en we verlossen ons
ervan door alle verlangens hier te blussen. Verzoeningsreligies geven een
boodschap voor de wereld hier, een soms wat compromisachtige oplossing hoe we zo
goed mogelijk een vredige aarde kunnen hebben. In het
joods-christelijke-islamitische verhaal van Adams vergeving kunnen we daar een
hoogtepunt in vinden, ook al botst dat wel eens met andere beschouwingen. Maar
Jezus zei al dat de goede leraar is als een huisvader die uit zijn schat oud en
nieuw te voorschijn haalt (Mt 13:52). Zo heeft de vrolijke Mineke Schipper uit
de oude verhalenschat weer allerlei oud en nieuw in een eigen helder schema
gezet, het prachtig geïllustreerd en neem er van en lees!
In de mooie ruimte van De Nieuwe Liefde deed ik mee aan een forumgesprek over het boek, met Judith Frishman als joodse en Muhammad Ajouaou als moslim. Bij dit gesprek ging het toch al snel over het eigen karakter van de joodse, christelijke en islamitische interpretaties, terwijl Schipper bijna a-dogmatisch de literaire geschiedenis deed en die in de veelvormigheid presenteert. Dit boek is geen goed uitgangspunt voor een dogmatisch debat over/tussen de drie religies. Het is eerder een feest van herkenning, van verschuivingen. In dat mooie essay De mythe van de drie illusies, plaatst Jan van Baal religie naast sport en kunst. Als dat speelse en dat schone verloren gaat, kom je bij religie ook niet veel verder.
maandag 12 maart 2012
Soera 95: De vijgeboom
Soera 95 DE VIJGEBOOM ─ AL-TIEN
In naam van God, Genade, Goedgunstigheid
1. Bij
vijg
en
olijf
2. bij
Sinaï, steil
3. dit
veilig verblijf
4. Wij
hebben de mens geschapen in schitterende stand
5. dan
drukten wij hem tot het onderste van de onderkant
6. behalve
zij die geloven en het goede doen
voor hen is er loon zonder eind
7. De
Tijding staat toch buiten kijf?
8. Is God
niet de wijze der wijzen?[1]
Structuur.
Verschillende exegeten beschouwen vers 6 als een toevoeging van latere tijd,
die de structuur van de soera stoort.
Als we vers 6
buiten beschouwing laten, krijgen we een opbouw die formeel sterk lijkt op
soera 93 en 94. Er wordt begonnen met een viervoudige bezwering in twee paren
(resp. vruchten en bergen), dan is er in vers 5 een daarmee verbonden
leerstellige uitspraak: de mens is geschapen als een instabiel wezen. Nadat hij
in zijn volwassenheid een goede toestand heeft bereikt, gaat hij in zijn
ouderdom achteruit. Hier sluit dan op aan, weer in een retorische vraag, dat
het laatste oordeel niet ontkend mag worden. De vier elementen van de
eedformule zijn te verdelen in een verwijzing (dus: lofprijzing) naar de
scheppende God (vijg en olijf, de natuur) en de openbaring van Sinaï en Mekka.
Neuwirth ziet hierin een verwijzing naar de lofprijzing van Koran 55:1-4 De
Erbarmer, Hij heeft de Oplezing onderwezen, Hij heeft de mens geschapen, Hij
heeft hem de verklaring onderwezen... Hier staat de scheppingsorde helemaal
ingeklemd middenin de verwijzingen naar de openbaring. De twee paren van vers
4-5 en vers 7-8 wijzen erop dat vanaf zijn schepping de mens in een toestand
van gebrek aan evenwicht is. Bijna in een echo van Psalm 8, groots en klein
tegelijk.[2]
1-3. Raadselformule?: voor Moh. `Abduh (zoals voor
alle uitleggers voor en na hem) zijn de vier termen van de eerste drie verzen
het moeilijkst. In vers 1 wordt volgens hem gesproken over twee bomen die
vruchten opleveren. In vers 2 over een plaats, de berg Sinaï, terwijl ook in
vers 3 een plaats wordt aangeduid. Hij kent voorstellen om ook in vers 2 een
boom te zien: het Arabische sinien zou dan meervoud zijn voor de sinah-boom.
Waarschijnlijker acht hij een andere verklaring: de vijg moet verwijzen naar de
plaats van het paradijs en de profeet Adam, die een vijgenblad nam om zijn
naaktheid te bedekken. Als locatie wordt een aantal mogelijkheden genoemd,
waaronder een berg-met-moskee in Damascus. De profeet Noach wordt door `Abduh
gezien als de man van de olijfboom. Na de zondvloed kwam er immers een duif
terug met de olijftak. Op deze manier heeft `Abduh dan de heilsgeschiedenis van
de islamitische traditie in deze tekst gelezen: van Adam (vijg) naar Noach
(olijf) en Mozes (Sinaï) komen we bij Mekka (dit veilig verblijf) en de
openbaring aan Mohammed. De islamitische heilsgeschiedenis kent geen echte
zondeval, maar wel een terugval na iedere openbaring. Na iedere profeet kwam er
weer langzaam verval, totdat er een vernieuwing of reformatie werd ingezet bij
een volgende. Deze dynamiek van verheffing of opstanding en verval wordt nader
omschreven in vers 4-5. De mens is hoog geschapen. Het Arabische woord taqwiem
komt van dezelfde wortel als het woord voor de opstanding van de laatste dag (qiyamat)
en daarom is hier ook een gelijkend woord gekozen: `schitterende stand',
rechtop en fier. Daarna viel de mens: de Arabische tekst gebruikt de woorden asfala
saafilien, door Kramers plechtig vertaald als `laagste der lagen'.
De Amerikaanse
moslim Abu Mansur Vincent Cornell heeft een variant voorgesteld op de
interpretatie van `Abduh. Hij ziet in de vijgenboom een verwijzing naar de
heilige boom van de Hindoes en Boeddhisten. Onder een vijgenboom gezeten,
kreeg de Boeddha zijn definitieve verlichting en twijgen van die boom werden
in tempels in Azië geplant op plaatsen van gebed en verering. De olijfboom
verwijst naar de berg en hof bij Jeruzalem, waar Jezus zo vaak de nachten
doorbracht en waar hij voor zijn proces de avond nog ging bidden. Sinaï is
vanzelfsprekend de berg van Mozes. De Mekkaanse profeet Mohammed (`dit veilig
verblijf' is Mekka) vinden wij in de Koran vaak in gezelschap van de grote
profeten van vroeger tijden en van elders. Niet in concurrentie, maar steeds
als versterking van hun en zijn boodschap.[3]
Ik heb ooit
ergens gelezen (maar weet helaas niet meer waar), dat Adam op een gegeven
moment bemerkte dat hij naakt was en driftig op zoek ging naar bekleding en
toen drie soorten bladeren vond, olijfblad, vijgenblad en nog iets van Mekka,
waarshijnlijk dus de dadelpalm.
Een andere en
heel nuchtere interpretatie van de verzen 1-3 zou kunnen zijn, dat de
eedformule alleen verwijst naar de basisvoorwaarden voor het leven in de
woestijn. Veel groeit er niet, maar op de plaatsen waar wat meer en wat langer
water blijft staan na de twee tot drie forse regenbuien die er per jaar vallen,
kunnen vijgen, olijfbomen en dadelpalmen groeien. De verzen duiden dan in ieder
geval op een positieve levensvoorwaarde. Daarop wijst ook de formule van vers
3: dit veilig verblijf is immers Mekka, dat een heilig gebied is waar
stammenoorlog en gewelddaden verboden zijn.[4]
7-8. Tijding: is hier de vertaling van het
Arabische dien dat zowel het komende eindoordeel als een religie kan
betekenen. Zie hiervoor bij soera 82:9 en 109:9. Hakim of `Wijze' is een van de 99
namen voor God. Ook al betekent het woord in de moderne spreektaal ook
bestuurder of rechter, maar die nuance lijkt er hier niet bij te zijn. Na de
inleidende raadselformule, die de hele schepping oproept, wijzen vers vers 4-8
op de dynamiek van de schepping die van leven naar dood en wederopstanding
loopt. Het is geen echte theodicee, geen echte rationele verdediging van wat
een Job-gelijke, opstandige mens aan tegenstrijdigheden in de scheppingsorde
zou kunnen verwijten. Het is eerder een beroep op het feit dat God de meest
wijze is aan wie de mens zich moet toevertrouwen.
zondag 11 maart 2012
Het Gesammtkunstwerk, onder meer van 'illusionist' Kadrinaal Wim Eijk
Boeken, veel boeken dus in deze Boekenweektijd. Vorige week al twee: eerst iets over dat van Peter Raedts, De ontdekking van de Middeleeuwen. De geschiedenis van een illusie. Wij zagen Raedts eerst op TV, bij Brandt met boeken, daarna het boek zelf. Dat gaat over de verschillende beelden van een rauwe tijd (zoiets als in de film Flesh and Blood) of juist de geïdealiseerde oude tijd toen de piramide nog intact was en de kerk bovenaan scheen te staan? Dat laatste is de 19e eeuwse illusie van een sterke en gelovige christenheid. Peter Raedts ging op TV ook in op zijn jeugd, zijn fascinatie voor het Gesammtkunstwerk van de katholieke liturgie, waarin gebouw, muziek, poëtische en filosofische gedachten bijeenkomen in een mystiek ritueel waarover niet vergaderd hoeft te worden, want de teksten en de rubrieken staan toch allemaal vast. Dat ging op een gegeven moment niet meer op en toen brak voor hem het geheel ook in stukken. Heel goed invoelbaar, zo'n proces.
Dan het 2e boek: De illusie van de continuïteit is het thema van een boek De Paus en de Wereld: geschiedenis van een instituut. Samensteller Willem Lantink zit hierboven naast de nuntius André Dupuis die het boek in ontvangst wilde nemen. Bij de launching van het boek was ook aanwezig Antoine Bodard die de stelling van de grote veranderingen in het instituut aanviel: Petrus is de Rots waarop alles is gebouwd en stevig is blijven staan. Hij gaat dus de illusie voortzetten. Maar Dupuis doet het met het boek een een flesje wijn. Hij heeft er levenswijsheid en de leeftijd voor.
Aan de illusie van het katholieke Gesammtkunstwerk (waar de paus maar een onderdeel van is, zij het een stevige sleutelfiguur) moeten we steeds weer denken bij de brief die Kardinaal Wim Eijk van Utrecht schreef in deze lente. Over de Eucharistie. Het begint met de priester die naar het altaar loopt en de altaarsteen kust om daarmee 'onze Heer Jezus te begroeten' die immers de uitnodiger is. De hele Mis zit volgens Eijk vol met allerlei kleine en betekenisvolle rituelen. De werkelijke aanwezigheid in de hostie en de wijn. Daarom is biechten als zuiveringsritueel mooi en pleit hij ook voor aanbidding van de uitgesteld hostie: het oude Lof dus. Nog steeds heimwee naar een oude tijd die niet meer terug zal keren, behalve bij een kleine groep. En de zangers, koor komen er bijna niet aan te pas: het is allemaal een sterk priester gericht en geleid gebeuren in geheel oude stijl. Aan variaties, eigen inbreng, mogelijke plaatselijke gebruiken, wordt heel weinig aandacht gegeven. De Kleine Kudde presenteert zich hier op een gesloten, maar wel vreedzame en niet-polemische manier.
Om even naar mijn eigen oorsprong terug te gaan: mijn vader was dol op kerkdiensten, koor, ook op de Thomas-uittreksels die hij op de pastorie las bij de maandagavonden in Den Bosch als Vincentiusvereniging. Naast geld geven voor de armen was er dus ook quasi-theologische scholing bij. In mijn allervroegste jeugd gingen wij in Breda, parochie van de Sacramentskerk, naar de vroege mis en in de avond naar het Lof, met uitstelling van het sacrament. We kennen het dus allemaal nog wel! Maar mijn moeder vond het maar niets al die kerkdiensten waar ze weinig van begreep. Ze ging liever haar eigen ritueel doen bij de Zoete Moeder in Den Bosch: na het inkopen op de markt even tien minuten zitten, kaars opsteken, eigen siltte en rust.
Tijdens mij Groot-Seminarie jaren kregen wij filosofie van Amandus Kockelmans, groot kenner van Aquinas, vooral de wiskunde-theorieën. Hij vond dat een goed docent zo moet doceren dat de beste student er nog bij moet afhanekn (tegenover anderen die vinden dat ook de armzaligste het nog moet begrijpen). Af en toe gaf hij speciale opdrachten. Zo moest ik een keer van hem het kleine tractaat lezen De ente et essiantia. Het zijnde is het concreet bestaande, altijd veranderende. Essentie is het wezen, onveranderlijk. De concrete mens heeft eens naam, een adres, verandert, maar 'de' mens is opgebouwd uit een aantal abstracte eigenschappen. Het boekje van Thomas begint bij God, bij wie concrete vorm en wezen gelijk zijn: de engelen hebben een deel van Gods Wezen, maar zijn toch een concrete, zij het niet-lichamelijke vorm. Ze zijn zo dus ook onderscheiden, ook al hebben ze geen tijdelijke en plaatselijke bepalingen. Zo gaat het door via mens naar dier, naar planten en dode materie. Een prachtig schematisch opgebouwd heelal, waarbij het hogere steeds de concrete vorm wordt voor het lagere. De mens is bv. animal rationale de zuivere geest is een dierenlichaam gevangen, terwijl daarboven de engel de zuivere geest in een concrete beperking/bepaling gevangen is. Wij spraken erover toen ik het boekje terug bracht. Ik vond het wel een geinig systeem, maar merkte op, dat ik er toch niet helemaal zeker van was dat engelen ook echt bestonden en dat het systeem ook uitgevonden kan zijn. 'Ja, jammer toch hè, zo mooi en het klopt uiteindelijk toch niet.' Dat had ik ook bij het lezen van Eijk over de eucharistie: prachtig, maar bij mij werkt het al heel lang niet meer en bij heel veel anderen ook niet meer. Moet je dat dan als alleenzaligmakend voor de echte katholiek gaan verklaren. Of betekent katholiek juist die variëteit die er in de wereld nu eenmaal is. Juist ook binnen zo'n corpus spirituale als de Catholica?
Dan het 2e boek: De illusie van de continuïteit is het thema van een boek De Paus en de Wereld: geschiedenis van een instituut. Samensteller Willem Lantink zit hierboven naast de nuntius André Dupuis die het boek in ontvangst wilde nemen. Bij de launching van het boek was ook aanwezig Antoine Bodard die de stelling van de grote veranderingen in het instituut aanviel: Petrus is de Rots waarop alles is gebouwd en stevig is blijven staan. Hij gaat dus de illusie voortzetten. Maar Dupuis doet het met het boek een een flesje wijn. Hij heeft er levenswijsheid en de leeftijd voor.
Aan de illusie van het katholieke Gesammtkunstwerk (waar de paus maar een onderdeel van is, zij het een stevige sleutelfiguur) moeten we steeds weer denken bij de brief die Kardinaal Wim Eijk van Utrecht schreef in deze lente. Over de Eucharistie. Het begint met de priester die naar het altaar loopt en de altaarsteen kust om daarmee 'onze Heer Jezus te begroeten' die immers de uitnodiger is. De hele Mis zit volgens Eijk vol met allerlei kleine en betekenisvolle rituelen. De werkelijke aanwezigheid in de hostie en de wijn. Daarom is biechten als zuiveringsritueel mooi en pleit hij ook voor aanbidding van de uitgesteld hostie: het oude Lof dus. Nog steeds heimwee naar een oude tijd die niet meer terug zal keren, behalve bij een kleine groep. En de zangers, koor komen er bijna niet aan te pas: het is allemaal een sterk priester gericht en geleid gebeuren in geheel oude stijl. Aan variaties, eigen inbreng, mogelijke plaatselijke gebruiken, wordt heel weinig aandacht gegeven. De Kleine Kudde presenteert zich hier op een gesloten, maar wel vreedzame en niet-polemische manier.
Om even naar mijn eigen oorsprong terug te gaan: mijn vader was dol op kerkdiensten, koor, ook op de Thomas-uittreksels die hij op de pastorie las bij de maandagavonden in Den Bosch als Vincentiusvereniging. Naast geld geven voor de armen was er dus ook quasi-theologische scholing bij. In mijn allervroegste jeugd gingen wij in Breda, parochie van de Sacramentskerk, naar de vroege mis en in de avond naar het Lof, met uitstelling van het sacrament. We kennen het dus allemaal nog wel! Maar mijn moeder vond het maar niets al die kerkdiensten waar ze weinig van begreep. Ze ging liever haar eigen ritueel doen bij de Zoete Moeder in Den Bosch: na het inkopen op de markt even tien minuten zitten, kaars opsteken, eigen siltte en rust.
Tijdens mij Groot-Seminarie jaren kregen wij filosofie van Amandus Kockelmans, groot kenner van Aquinas, vooral de wiskunde-theorieën. Hij vond dat een goed docent zo moet doceren dat de beste student er nog bij moet afhanekn (tegenover anderen die vinden dat ook de armzaligste het nog moet begrijpen). Af en toe gaf hij speciale opdrachten. Zo moest ik een keer van hem het kleine tractaat lezen De ente et essiantia. Het zijnde is het concreet bestaande, altijd veranderende. Essentie is het wezen, onveranderlijk. De concrete mens heeft eens naam, een adres, verandert, maar 'de' mens is opgebouwd uit een aantal abstracte eigenschappen. Het boekje van Thomas begint bij God, bij wie concrete vorm en wezen gelijk zijn: de engelen hebben een deel van Gods Wezen, maar zijn toch een concrete, zij het niet-lichamelijke vorm. Ze zijn zo dus ook onderscheiden, ook al hebben ze geen tijdelijke en plaatselijke bepalingen. Zo gaat het door via mens naar dier, naar planten en dode materie. Een prachtig schematisch opgebouwd heelal, waarbij het hogere steeds de concrete vorm wordt voor het lagere. De mens is bv. animal rationale de zuivere geest is een dierenlichaam gevangen, terwijl daarboven de engel de zuivere geest in een concrete beperking/bepaling gevangen is. Wij spraken erover toen ik het boekje terug bracht. Ik vond het wel een geinig systeem, maar merkte op, dat ik er toch niet helemaal zeker van was dat engelen ook echt bestonden en dat het systeem ook uitgevonden kan zijn. 'Ja, jammer toch hè, zo mooi en het klopt uiteindelijk toch niet.' Dat had ik ook bij het lezen van Eijk over de eucharistie: prachtig, maar bij mij werkt het al heel lang niet meer en bij heel veel anderen ook niet meer. Moet je dat dan als alleenzaligmakend voor de echte katholiek gaan verklaren. Of betekent katholiek juist die variëteit die er in de wereld nu eenmaal is. Juist ook binnen zo'n corpus spirituale als de Catholica?
Abonneren op:
Posts (Atom)


