zondag 2 september 2018

Iran zonder Islam in Assen

Het Drents Museum in Assen heeft een mooie tentoonstelling vanuit het bezit van het nationaal museum in Teheran. Het is geen rondreizend circus, maar volgens de berichten op initiatief en via rechtstreeks contact met die instelling vanuit Assen. Beetje hulp van Thomas Erdbrink er bij, maar toch; allemaal heel mooie spullen uit dat museum. Deels archeologie, de mooiste spullen van opgravingen uit oude tijden. 400 voor Christus begonnen ze daar met landbouw en veehouderij, oude steden, ongeveer tegelijk met het oude Egypte. 500 voor Christus was er al het gigantische rijk van Cyrus en Darius en daarna de strijd met de Grieken waar Alexander won of verloor, hoe je het ook bekijkt.

De schaal boven is zo'n voorbeeld van mooi aardewerk, al bijna 4000 jaar geleden gemaakt. Er waren 200 voorwerpen, de meeste redelijk klein, dus alles bijeen niet zo'n heel grote tentoonstelling, maar wel mooi getoond. De vitrines waren grotendeels ingepakt in een soort Perzische tapijten, die kennelijk voor deze gelegenheid zo waren gemaakt.
Dit is een afgietsel van een van de grote beelden van de tijd van de oude vorsten, Darius en dat soort dus. Het mythische dier daarboven is een symbool van het Zoroastrianisme, Ahura Mazda, de strijd tussen de goed en kwaad. De koning (3e van links, voor twee paleisdienaren) vertrapt een vijand en een hele serie staat er nog achter. De teksten die hierbij geschreven zijn waren in diverse vormen van het oude schrift en hebben veel betekenis gehad voor latere ontcijfering van die taal.
Het laatste rijk, van de Achaemeniden heeft zich (weer) uitgeput in een strijd tegen de Grieken van Heraklius. Daarover gaat sura Rum (30) van de Koran. Het stortte na de komst van de Islam tussen 636-640 helemaal in en de Islam werd de dominantie religie van het vroegere Perzische rijk.
Maar er was maar heel weinig van die islam te zien: een enkele bismallihi in Arabisch schrift op dit schaaltje, waar verder een vogel een slang aanvalt.
In de sociologie van Ibn Khaldun wordt een contrast gemaakt tussen de drie oude Islamitische volkeren: de Arabieren hebben een zuiver, maar wat streng en strak monotheïsme, ethische richtlijnen (zoals het Joodse geloof); de Perzen houden van de grote mythische verhalen en van filosofische overwegingen (zoals de grieken in de geschiedenis van het Christendom), terwijl de Turken de religie goed hebben georganiseerd (zij zijn dan de pendant van het soldaten- en bestuurdersvolk van de Romeinen in het christendom).

zaterdag 25 augustus 2018

Een blijde intocht van Oude Muziek in Utrecht

Het Festival Oude Muziek begon gisteren niet met één groot concert in Vredenburg, maar met een serie van vier, waarbij het publiek steeds van de ene naar de andere locatie moest wandelen.


Maar om 19:00 begonnen we eerst bij het klokkeluidersgilde rond de Dom omdat alle klokken tegelijk werden geluid. Gezien de brokken kalk-mergelsteen die er bij lagen was er weer gepropageerd om in slow building het middenstuk van de grote kerk weer eens af te gaan bouwen. Liefhebbers hadden gemerkt dat het nog niet eens zo lastig is om in mergel te gaan houwen, maar daar zal het voor dit jaar ook wel bij blijven.
Na het geweld van alle klokken (inclusief die grote Salvator, moeilijk in beweging te krijgen, maar doet hij zijn werk dan gaat het ook goed door!), was er een carillonconcert, goed te beluisteren in de pandhof. Daar stond ook Dr. Hans Kronenburg vroeger hoofdpredikant van de Domkerk en schrijver van een dissertatie over de terugkeer van een (nu Protestantse) Bisschop in de Dom: ook dat verlangen naar het verleden zal voorlopig nog niet uitkomen.
Ons eerste concert was in de Nicolaïkerk, met Graindelavoix: vijf mannenstemmen die zo'n kerk makkelijk kunnen vullen met muziek van rond 1500. Grote rijkdom aan muziek voor de zij-altaren, voor allerlei broederschappen. Naar de kerk lopend verbaasden wij ons erover hoe dat kerkelijk leven een stad moet hebben gedomineerd: zoveel onderhoud aan gebouwen, voor de kleding, de muziek. De kerk was een grandioos decor voor het concert en anders dan in een kerk zonder stoelen, banken e.d. had dit niet kunnen gebeuren. De foto is helaas onscherp: daar leer je dan ook van.

Het tweede concert was in de Catharina-kathedraal (dat mocht daar dus toch! Ondanks allerlei beperkingen van Kardinaal Eijk: omdat ze delen uit een mis zongen?) Een Italiaans koor zong een Gloria en Sanctus uit een mis van Antoine Busnoys, rond 1480). Helaas waren de trombones zo hard dat de stemmen er bij in het niet vielen. En van de tekst was vrijwel niets te verstaan. Wat opviel was de rode kleur  mooi als achtergrond, maar verder zonder echte betekenis. In de Domkerk was het hoogtepunt:Een ruim 20 zangers sterk Vox Luminis, met groot orkest bracht een treurmotet van Rameau, dan een triomfmars van een andere componist en nog weer fragmenten van een Te Deum van weer een andere componist, allemaal uit Bachs tijd en dus Parijs (het Boergondische thema bleef vaag deze avond). De Domkerk heeft extra sterke led-verlichting ingekocht en was echt stralend.
4e concert was in het vroegere pop-centrum Tivoli, een grote zaal met ruim 300 man publiek rond een klein clavecymbel met muziek van Couperin. Mooi voor een huiskamer, maar nu morden we niet, lieten de man rustig uitspelen en klapten en gingen aan de wijn. Het was toch erg mooi geweest.
Dat Tivoligebouw heet nu Kytopia, naar een popartist die graag met vliegers (kyte dus) werkte.

donderdag 23 augustus 2018

Eritrea in de Utrechtse Majellakerk

De Gerardus Majellakerk is groot, dominant op een verkeersplein in Oost-Utrecht en dit gebied heet dan ook Majella: Majellapark, buurthuis e.d.Vanaf onze verhuizing naar Utrecht-West (Oog in Al), zag ik al dat op de zaterdagen grote groepen Ethiopiërs, grotendeels in witte kleren naar deze kerk trokken.

Afgelopen zaterdag was ik rond 12:30 bij een begin van hun dienst in de Majellakerk, samen met de Engelse gast uit Maumere, Indonesia, John Prior. Er waren zo'n 500 mensen in de kerk, links de mannen, rechts de vrouwen, kinderen her en der rondlopend, beetje schreeuwend. De schoenen waren in de nogal krappe hal op grote stapels neergelegd. Iedereen bleef staan in de kerk, wel met diepe buigingen: als in een moskee, of, zoals John Prior zei: de Islam heeft dat staande ritueel met buigingen van de christenen uit de omgeving overgenomen.
Het priesterkoor was met een groot gordijn afgescheiden van de rest van de kerk, terwijl celebranten daar af en toe vandaan kwamen om lezingen te zingen: intense deelname van de mensen in de kerk die alle buigingen allemaal gelijk deden.
Toen we binnenkwamen liep een diaken (of zo iemand) onder een wit scherm met een volledig ingepakte icoon, die door de gelovigen werd gekust.
Daags erna waren we in de Catharina-katedraal, redelijk vol met jonge mensen voor een Engelstalige mis, om 12:30, met veel liederen van Taizé of van het evangelikale gospel-type. Die cerebrale, wat geleerde toon die er toch vaak in de liederen van Oosterhuis is, hoeft kennelijk niet. Vooral bij de Eritreeërs had je nog het idee dat de huiver voor het sacrale helemaal in de kerk zweefde.

dinsdag 14 augustus 2018

In het Catharijneconvent: de ietwat luie vragen van artistiek directeur Bart Rutten

In 2010 is het Catharijneconvent een radikaal-moderne kant uitgegaan met een directeur die eens af wilde van de conventionele, superbrave oude christelijke kunst. Er kwam toen een tentoonstelling over de lingga, de penis als symbool van sacraliteit. Op 10 April 2010 schreef ik daarover een impressie, waarbij ik het vooral ietwat lachwekkende spielerei vond. Dat was ook wel de algemene mening en dus werd die directeur op non-actief gesteld en kwam het museum weer met mooie tentoonstellingen waarin het oude toch vaak op verrassende wijze werd gepresenteerd. De laatste tentoonstellingen over Nederlands landschap in bijbelse afbeeldingen, over Maria en over Luther waren grote successen. Het wordt er steeds drukker en nu wil zelfs Aartsbisschop Eijk de kerk ook wel aan ze overdoen! Wordt het museum dus echt de nieuwe gestalte van de kerk!
Maar nu lijkt de tijd van 2010 toch even terug te zijn gekomen. Ter gelegenheid van 550 jaar Catharijneklooster (overigens van alles geweest, vooral ziekenhuis, maar ook wel asielzoekercentrum voor Belgen in 1914-8) is er de tentoonstelling Shelter, heel erg conceptuele kunst, waarbij de kijker de betekenis zelf moet bedenken. Tussen de oude collectie staan een aantal nieuwe kunstvoorwerpen: welke overeenkomsten zie je? Wat voor gedachten krijg je hierbij?
 Het beeld van de laveloze vrouw, liggend op de grond hadden we al  een keer gezien in het Centraal Museum. nu hier onder het kruis. Meestal staan daar vrouwen in prachtige kleren, wel treurend, maar toch deftige dames. Nu dit dus.
Bij dit schilderij kwam de vraag of dit een onaffe illustratie van een oud handschrift  was dan wel een modern behang-ontwerp. 
We hebben de hele collectie doorlopen, want het was soms echt even zoeken tussen de oude schilderijen waar de nieuwe werken voor 'kruisbestuiving' tussen stonden. Dit gezicht van Christus, mismaakt bij de beeldenstorm, naderhand op een afvalhoop terecht gekomen is nu onderdeel van de Nederlandse canon, omdat de beeldenstorm daar nu eenmaal onderdeel van is.

Dit kleine schilderijtje met een foto van een grote slapende Boeddha uit Singapore konden we maar moeilijk vinden te midden van de grote oude schatten in de Catharijnezaal, de kelderruimte waardoor je naar de de vaste opstellingen en de andere zalen moet gaan. Er waren kleine stukjes bloedkoraal opgeplakt, omdat die nu eenmaal ook bescherming tegen geesten en kwalen kunnen zijn, zoals ook aan die Boeddha wordt toegeschreven. Alles bijeen soms grappig, soms erg naïef, altijd onschuldig en bijna simpel ontwapenend.



zondag 12 augustus 2018

Esther Gerritsen als Trooster

Bij de Sprinterafdeling van de openbare bibliotheek lag tussen de vakantieboeken ook De Trooster van Esther Gerritsen. Grote letters, niet zo dik, 211 kleine bladzijden, dus meegenomen.De ene hoofdpersoon (ik-persoon Jacob) is een beetje een loser, niet zo slim en kennelijk wat mismaakt in zijn gezicht. Niet echt formeel een kloosterling geworden, maar wel koster/concierge/manusje van alles voor praktische zaken in het klooster. Er zijn nog maar weinig echte monniken, de meesten zijn hier gasten. Een er van komt aan als Henry Loman, bekend politicus, die kennelijk voor het een of ander enkele weken in de luwte moet leven.
Tussen de min of meer ongelovige Henry en Jacob ontstaan lange gesprekken, waarin de koster steeds strikter gelovige wordt en Henry daar wel stevige vragen aan stelt, maar er meer waarde aan hecht dan aan de wat slappe milde en liberale echte gastenpater en de abt van het klooster: 195: "Hendry had zijn heil niet gezocht bij de vrijzinnige Andreas (gastenpater), maar bij mijn ogenschijnlijk kinderlijk onnozel geloof.
Het verhaal begint bij Aswoensdag en loopt dan naar Goede Week, Paasfeest. Jacob merkt van zichzelf dat hij het oude geloofsverhaal van dood en verrijzenis steeds letterlijker neemt in zijn gesprek van Henry.
 Op Paaszondag viert het dorp (in de Achterhoek) Pasen met grote vuren. De kloosterleiding vindt dat heidense flauwekul. Jacob vergezelt Henry daar naar toe, vanwege genegenheid. Dan komt een gast Annelie met een fles wijn voor Henry, waar ze allemaal van drinken. Ze laten Jacob achter en de volgende morgen komt Henry onthutst vertellen dat hij 'waarschijnlijk de andere kloostergast Annelie heeft verkracht'.  Er wordt over schuld, boete, verzoening ('niet aangeven bij politie') gesproken. Jacob wil een lamscotelet open snijden om de kamer van Henry te beschermen, zoals ook in het verhaal van het paaslam staat. De cotelet is bevroren en het enige bloed is van zijn eigen hand.
Aan het begin staat een citaat van C.S. Lewis, uit zijn autobiografie: over de ontstellende dingen in de menselijke ziel: een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterschool vol angsten, een harem voor gekoesterde haatgevoelens.' Dat deed me denken aan het recept voor een vertrouwde gereformeerde preek van een uur: 45 minuten over de zonde, 10 minuten over verzoening en 5 minuten over verheerlijking. Lewis is een geliefd auteur bij de oude protestanten en deze sfeer wordt nu in een heerlijk modern jasje in deze roman gepresenteerd. Prachtige tegenhanger voor Knielen op een bed violen. Dat geeft er ook heel wat meer heftigheid aan dan de gewone wat meegaande en liberale sfeer van de moderne katholieke kloosters.

dinsdag 31 juli 2018

Oosterhuis in beeld

De priester-dichter Huub Oosterhuis is sterk in taal. Hij heeft veel samengewerkt met musici: Huibers, Oomen, Löwenthal hebben zijn teksten op muziek gezet. In de kerkgebouwen waar zijn woorden klinken vinden we wel een koor, maar weinig afbeeldingen. Daar doet hij niet zoveel mee: toch een beetje de aanpassing aan de gereformeerden in de oecumenische tijd. In de Utrechtse Janskerk zie je ook die beeldenarmoede.
Maar nu even anders: bij de beelden van Ton Scholten in Ootmarsum heeft hij teksten geschreven. Op die eindeloze rij van landschappen komt geen mens voor. In een boekje van 90 bladzijden heeft Oosterhuis op een razend knappe manier mensen in dat landschap gezet. Wellicht omdat die landschappen zo neutraal zijn (bij museumbezoek beetje saai, zoveel hetzelfde leek het toen, augustus 2017 ook in dit blog), passen er veel verhalen in.
Er is een verhaal over mensen 'in hun woeste doorarme oorden, droomden zij over nieuw leven' . Een jongen van tien komt in een kerkdienst, waar het lichtlied wordt gezongen en dan komt er een 'statige heer aan het woord. De plechtige stem. Dat is de priester: fluisterde het meisje in zijn oor.' Na de kerkdienst komt er een opstand tegen de vreemdelingen, worden ze zelfs in het hol waarin zij schuilen doodgespoten.
Voor mensen waar ook geboren
zwarte en blanke een lied.
Zing voor kinderen en vogels
het lied dat klimt in de bomen.
Bij alle 45 fragmenten klinkt de tekst van Oosterhuis anders: zo flexibel zijn die schilderijen en zo maken zij de tekst ineens veel spannender dan de kale tekst.

zaterdag 28 juli 2018

Een partner voor een vreemdeling: Camus versus Kaml Daoud

Van Albert Camus, de narratieve filosoof, verscheen in 1942 het boek L'étranger, een bestseller. Er wordt een moord beschreven, gedaan door Meursault, een wat sullige Franse inwoner van Algerije op een anonieme Arabier. De laatste had een Franse pooier aangevallen omdat die zijn zus in elkaar had geslagen. De Fransman was een wat vage vriend van de pooier en was getuige van die afranseling van een prostituee waarop de pooier min elkaar was geslagen door de Arabische broer. Daarop schiet de wat sullige Franse ambtenaar de anonieme Arabier dood. Camus maakt er een boek van waarin de gebeurtenissen aanleiding worden voor nogal pessimistische beschouwingen over zin van het leven, mogelijkheid van vrijheid. Bepaald geen opwekkend boek, maar zeer beknopt beschreven. Thema's als het onmogelijke van een grote en belangwekkende want belangeloze liefde, een doel in het leven, komen beklemmend naar voren. Wij hadden hier thuis de 10e druk uit 1965, van een Nederlandse vertaling uit 1949. Pram Soetikno had het eind jaren 1940 ook al gelezen in Semarang.
De Algerijnse journalist en schrijver Kamel Daoud (geb. 1970) heeft in 2013 een boek in het Frans gepubliceerd, Meursault: contra-enquête, waarin hij dezelfde moord vanuit een Arabisch perspectief beschrijft. In dezelfde beknopte en soms beklemmende stijl as Camus. maar nu dus allerlei kleine details vanuit de Arabische gekoloniseerde wereld, waar zelfs de naam van de arabier niet belangrijk was voor de Fransman. De arabier krijgt nu een naam Zjoezj, wat eigenlijk 'Tweelingbroer' betekent en degene die het vertelt Haroen, zijn tweelingbroer, die de gedode nu een nieuwe naam  geeft, Moussa.
Kamel Daoud in 2015, hoofdredacteur van een franstalig dagblad in de 2e stad van Algerije, Oran. Geboren in 1970. gehuwd, gescheiden in 2008 omdat zijn vrouw steeds islamitischer werd. Hij schrijft in de taal van de kolonialen, het Frans.
In het boek dat in het Nederlands de heel andere titel kreeg Moussa of de dood van een Arabier gaat het niet alleen om de door Meursault gedode Arabier uit de periode rond 1940, maar komt er ook nog een tweede moord bij. Haroen, de broer van de vermoordde Arabier, doodt op de dag van de bevrijding, 5 juli 1962, een Fransman waaraan hij op vage gronden een hekel had. Niet dus als verzetstrijder en een dag te laat, zinloos dus. Daarvoor moet hij straf ondergaan. In de gevangenis komt een imam bij hem, zoals er bij Meursault een priester kwam. Ook hier heeft de geestelijke gaan succes'Of ik in God geloof? Laat me niet lachen!' (149).
Dan komt op blz. 150: 'Weet je hoe Mersault in het Arabisch heet? Nee? El-mersoel, de gezondene of 'de boodschapper'. Niet gek, hè! Oké,oké nu moet ik echt ophouden.'Een prachtig boek om enkele keren te lezen en er steeds weer nieuwe lijnen in te ontdekken. Zeker als Camus ook een herlezing krijgt.