Na al bijna en decennium debatteren over een museum voor Nederlandse geschiedenis, dat wellicht in Arnhem zou komen, het opstellen van een canon met 50 kernpunten van ons nationaal verleden, is er nu bij het Openluchtmuseum een modern gebouw neergezet. Het ziet eruit als een groot bruin ei, alsof de stralend goudwitte bobbel bovenop het Fundatie-museum van Zwolle hier in de bossen is neergedaald.
Het is niet echt goed te zien: op de wat onduidelijke foto boven staan Pram Sutikno en Tessel Pollmann naast Paule en ik zelf, terwijl achter ons die donkere bubbel staat. Binnenin is het een grote aaneenschakeling van allerlei technische spelletjes waar je je in de geest van onze voorouders kunt gaan wanen. Het is er allemaal nogal donker, omdat de aandacht toch vooral op schermen gericht moet zijn. Tessell staat hier handel te drijven tussen Kampen en noordelijker Hanzesteden. Ze was er redelijk fanatiek in: kon een leiding graag kopen en hout verkopen, of andersom. Maar het duurde zeker 10 minuten voor ze in de gaten had hoed ze de schepen moest laten varen en de handel drijven. Maar wij anderen hadden het al lang opgegeven.
Er was ook een leuk spelletje over de juist tactiek om de Friezen te bekeren (bij Bonifacius), veel VOC en slavenhandel, later extra veel over Max Havelaar. Er lag een Koran in een Nederlandse vertaling die ik niet ken en onderstaand briefje, waarschijnlijk tegen de moord op Theo van Gogh door Muhammed Bouyeri. Zoveel verschillende onderwerpen, knap bijeengezet maar wel als een maaltijd met 50 gangen.
Wij waren al weer zeker 30 jaar niet in het Openluchtmuseum geweest en stonden nu verbaasd over de pracht die daar bijeen staat. Op een rustige herfstdag was het een perfect licht om de combinatie te zien van gebouwen en omgeving, helemaal aan die gebouwen aangepast.
dinsdag 7 november 2017
Beetje Johannes Maeswael in het Rijksmuseum
Het wordt een museumweek: begonnen met zondag 5 nov. toen wij Jan Pieter Foppen zagen in het Slot Zeist. Hij maakt bij avondzon foto's van mooie hoekjes in Amsterdam, Utrecht en de Morvan en schildert dan in de stijl van Monet: hij noemt zichzelf een echte impressionist.
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.
De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.
Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.
De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.
Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!
vrijdag 3 november 2017
Islamitische begraafplaats Kovelswade in Utrecht
20 September 2017 overleed Hamza Zaid Kailani, een van de voortrekkers van contacten tussen de eerste generatie moslims en Nederlandse kerkelijke figuren. Hij kwam in 1964 in ons land als vertaler Arabisch voor Unilever. Hij was in Palestijns gebied leraar Engels. Toen de Israeli's in 1967 de Westbank veroverden, was hij hier en kon dus niet meer terug. Hij sprak voortreffelijk Nederlands (hij was niet voor niets een talenman) en kon overleven. In 1978 werd hij imam in de Bijlmerbajes en van het een kwam het ander: contacten met de dialoog-experts van de Nederlandse kerken.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.
In Utrecht is Kovelswade (achter de Koningsweg) sinds 1901 een uitbreiding van het kerkhof aan de Gansstraat. Er staat een sierlijk centraal gebouw in neo-klassieke stijl. Aan het kerkhof is te zien dat er tegenwoordig minder begraven wordt, meer gecremeerd: er zijn her en der veel lege plekken. Veel kapotte graven. Er zijn maar enkele aardige beelden. Bijzonder vond ik het graf van schrijfster Johanna van der Woude: een beeld opgericht door bewonderaars, met afbeeldingen van vier boektitels.
Der islamitische afdeling is begin jaren 1980 geopend en loopt zonder afscheiding over in de algemene begrafenistuin. Er is een sobere gebedsplaats, richting Mekka, met een soort 'qiblat' waarop in kalligrafie de tekst staat: Inna lillahi wi inna ilaihi rajiun 'wij zijn van God en keren tot Hem terug' (Baqara, sura 2:156).
Overigens zijn de graven vol met emotioneel geladen teksten en voorwerpen waarin de band met de overledene centraal staat:,knuffels, hartjes, duifjes bij elkaar, zwaar gevoelige teksten. De treurenden laten zich door de strenge godgeleerden de wet niet voorschrijven. Zoals sommige katholieke geestelijken de Requiem-mis graag onpersoonlijk houden, maar de treurenden zelf wat anders willen, zien we het hier ook!
En de treinen gaan de hele tijd door, omdat het kerkhof tussen de achtertuinen van de huizen aan de Koningsweg en de spoorlijn naar Oost en Zuid-Nederland is aangelegd.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
donderdag 2 november 2017
Hoe godsdiensten investeren in stenen en er afstand van moeten nemen
Oskar Verkaaik publiceerde samen met Daan Beekers en Pooyan Tamimi Arab een wat rommelig en soms verwarrend boek, met een aantal prachtige inzichten en bescherijvingen: Gods Huis in de Steigers. Religieuze gebouwen in ontwikkeling (Amsterdam University Press, 2017, 269 blz.).
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'. Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.' (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.
Labels:
Islam in Nederland,
Religie in Nederland
zondag 29 oktober 2017
Two Indonesian 'Eurasians' in Holland: Jan Toorop and Melati of Java (= Nicolina Sloot)
In the small but old town of Doesburg (in East Netherlands, member of the old Hanza Union), an exhibition was held on Jan Toorop (1858-1928). The scenery is beautiful: small but characteristic buildings in the Hanza tradition, like the town hall.
Toorop had a Dutch father and a partly Chinese mother from the island of Banka. He looked very Indonesian, at least to Dutch people. He was only eleven years old when he moved to the Netherlands ion 1969. It is debated how much he was influenced by Indonesia, wayang performances or other artistic traditions. The exhibition in Doesburg was advertised as a way to see the Indonesian influences in the work of this artist who is also known as a prominent member of Art Nouveau or symbolic art around 1900. In fact we could not see much direct Indonesian influence.
Below we see here the advertisement of oil to be used in salades. Can we see here a remembrence of Javanese batik art? In 1905 Toorop (who was raised as a nominal Protestant), converted to Catholicism and the image of the Trinity above as one examples of this period in his career. He became immensely popular in the Catholic world of the Netherlands, but not much is seen of Indonesian influence.
This lady is Nicolina van Sloot, born in Semarang 1853 of pure Dutch parents. Her father was a teacher at a primary school. She followed a secndary school, probably at the Ursuline sisters in Batavia. The family moved to the Netherlands in 1871. Until her death in 1927 she wrote more than fifty novels, most of the under her penn-name Melati of Java. She never married and could live from her writings, because the romantic novels, many about the Dutch Indies were very popular. It was het trademark! She wrote even a novel about the historic person of Surapati, glorifying him as a noble fighter against colonialism. Recently a new biography has been published as a doctoral dissertation: she still has some fame in the Netherlands, but as far as I know none of her books were ever translated into Indonesian.
Labels:
Indo,
Indonesië,
Religie in Nederland
zondag 22 oktober 2017
Nieuwe muziek tussen oude stenen
Zaterdag 14 waren wij in de Dominicuskerk voor de presentatie van een CD-lied project van de mensen van het Nieuw Lied Fonds: de zevend al weer van liederen op teksten van vrouwen, met veel muziek ook door vrouwen gemaakt. De eerste zes CDs staan in het boek Als daar muziek voor is, uit 2013. Het gaat in een rustig tempo: ze zijn nu 25 jaar bezig! We begonnen om 10:00 uur te zingen. Liefhebbers van deze nieuwe liederen, ondersteund door een koor van zo'n 30 dat al maanden op de soms wat lastige zettingen had geoefend. Om 15:30 was er een concert met alle 16 liederen uitgevoerd.
Thema was 'Loslaten'. Dat gebeurt tegenwoordig vaak: net als in de fenomenologische filosofie of psychologie neem je een emotioneel beladen woord waarmee je nog veel kanten uit kunt. Eb en vloed is de naam van de CD: veel begraven dus, vreugde naast verdriet, bijna zoals Prediker.
Het leven is dansen tussen licht en donker
tussen eb en vloed.
Dick Steigenga had op het altaar een bloemstuk-met-twee-jurken gemaakt: een voor treurige, één voor feestelijke gelegenheden, met een herfstboeket.
De kerk was niet vol, maar er was toch een koor van ruim 120 om de liederen in te studeren. Dirigente voor de grote groep was Wilna Wierenga met de juiste combinatie van goede muzikaliteit en handigheid om soepel en vol humor met grote groepen om te gaan.
Er waren drie liederen uit het mooie boek Doodgewoon van Bette Westera:
Als je nou eens niet kon sterven,
zou je dan op zwemles gaan?
Soms ook wel 'dooddoeners', maar altijd mooi geformuleerd, zoals dit van Agnes Snitker,
Gister is dood
Vanmorgen begraven.
Eigenhandig heb ik zand gestrooid,
uitgebroken bevrijd.
De verwijzingen naar God zijn er vaak, maar het blijft vaak bij een gevoel van gedragen worden. Jezus komt er ook een beetje bekaaid van af: eigenlijk eenmaal en dan nog ook als een vaag maar vurig gevoel:
We delen zijn woorden we delen zijn brood, wij noemen ons één.
Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.
Dit is ver van de realis presentia waarbij Jezus in de wijn gaat; nu voelen wij de wijn in ons bloed.
Een week later, gisteren, 21 oktober, was er een leuke happening in de Domkerk: een orgelfeest met nazingen van psalmen op hele noten, zo hard en mogelijk. We hoorden van hymnoloog Arie Eikelboom hoe lang Luther en vooral Calvijn er wel niet over deden om de gemeente aan het zingen te zetten. En hoe moeizaam in Nederland de overgang in psalmzingen van ritme naar hele noten verliep en weer terug. Hoe snel kunnen mensen veranderen? Met de smartphone gaat dat snel, maar al die nieuwe liederen: alleen groepen die gretig zijn en nieuwe dingen willen, zullen ze snel gaan gebruiken.
Thema was 'Loslaten'. Dat gebeurt tegenwoordig vaak: net als in de fenomenologische filosofie of psychologie neem je een emotioneel beladen woord waarmee je nog veel kanten uit kunt. Eb en vloed is de naam van de CD: veel begraven dus, vreugde naast verdriet, bijna zoals Prediker.
Het leven is dansen tussen licht en donker
tussen eb en vloed.
Dick Steigenga had op het altaar een bloemstuk-met-twee-jurken gemaakt: een voor treurige, één voor feestelijke gelegenheden, met een herfstboeket.
De kerk was niet vol, maar er was toch een koor van ruim 120 om de liederen in te studeren. Dirigente voor de grote groep was Wilna Wierenga met de juiste combinatie van goede muzikaliteit en handigheid om soepel en vol humor met grote groepen om te gaan.
Er waren drie liederen uit het mooie boek Doodgewoon van Bette Westera:
Als je nou eens niet kon sterven,
zou je dan op zwemles gaan?
Soms ook wel 'dooddoeners', maar altijd mooi geformuleerd, zoals dit van Agnes Snitker,
Gister is dood
Vanmorgen begraven.
Eigenhandig heb ik zand gestrooid,
uitgebroken bevrijd.
De verwijzingen naar God zijn er vaak, maar het blijft vaak bij een gevoel van gedragen worden. Jezus komt er ook een beetje bekaaid van af: eigenlijk eenmaal en dan nog ook als een vaag maar vurig gevoel:
We delen zijn woorden we delen zijn brood, wij noemen ons één.
Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.
Dit is ver van de realis presentia waarbij Jezus in de wijn gaat; nu voelen wij de wijn in ons bloed.
Een week later, gisteren, 21 oktober, was er een leuke happening in de Domkerk: een orgelfeest met nazingen van psalmen op hele noten, zo hard en mogelijk. We hoorden van hymnoloog Arie Eikelboom hoe lang Luther en vooral Calvijn er wel niet over deden om de gemeente aan het zingen te zetten. En hoe moeizaam in Nederland de overgang in psalmzingen van ritme naar hele noten verliep en weer terug. Hoe snel kunnen mensen veranderen? Met de smartphone gaat dat snel, maar al die nieuwe liederen: alleen groepen die gretig zijn en nieuwe dingen willen, zullen ze snel gaan gebruiken.
maandag 16 oktober 2017
Gülen in Cinemec Utrecht
Er was een kleine affaire over Gülen in verschillende plaatsen in Nederland. In Rotterdam werd naar aanleiding van de release van de film Vatan ('Vaderland' in de serie Kurtlar Vadisi of 'Wolvenvallei') zelfs een debat in de gemeenteraad gehouden. In Utrecht was hij viermaal te zien in de nieuwe Cinemec, nog in een troosteloze zandvlakte bij het nog te bouwen centrum van Leidsche Rijn. Er waren 14 toeschouwers in een zaal waar er wel 170 in konden.
Het is een wat onoverzichtelijk verhaal. Een 'louche figuur' met de naam Dave kondigt een verdeling van Turkije aan voor liefhebbers. Dat zijn hier George Soros, de rijke Hongaar een Fethullah Gülen, de religieuze leider die nu in Amerika woont.
Dave komt in het begin een geschenk brengen aan Gülen: een groene mantel. Die is kennelijk van Sultan Yavuz geweest, de kalief die rond 1500-1520 het Ottomaanse rijk uitbreidde met een deel van het Perzische Rijk en het hele Mamlukse imperium in Egypte, Syrië en Irak. Hij belooft dan ook dat binnenkort Gülen als nieuwe kalief in Istanbul deze groene mantel mag dragen. Gülen gaat dus met die mantel aan in een vliegtuig, terwijl de staatsgreep draait onder leiding van Dave (als leider van de CIA?). Soros zit er een beetje zielig bij te kijken en zijn rol blijft onduidelijk. Er wordt veel geschoten, iedere minuut vallen er wel weer tientallen doden, vaak wisten wij niet aan welke kant die vielen en wie tegen wie is. Gülen komt met zijn vliegtuig in de buurt van Turkije, maar hoort dan dat Erdogan al op het vliegveld van Istanbul is en alles dus mislukt is. 'Dan gaan we maar terug' zegt Gülen terwijl er nauwelijks emotie te zien is: een bijzonder slecht gespeelde film dus.
Dave gaat nog een keertje zwemmen, wordt er met een helicopter uitgehaald, voor een rechtbank veroordeeld en in zeer gedumpt vanuit die helicopter.
Als ik het goed begrepen heb, zien we hier Dave, de CIA-man en booswicht, die zegt dat er een chaos moet komen waardoor Turkije verdeeld kan worden: onder Amerikaanse invloed, maar de grootste happen zijn voor Gülen en Soros.
Het schijnt dat er bijna dagelijks in Turkije dit soort films te zien zijn over de coup, met een duidelijke verwijzing naar wie slecht is en wie goed. De ondertiteling was erbarmelijk en wij konden dus lang niet alles echt goed begrijpen, maar het was toch wel onderhoudend en aardig om dit zo ook eens te zien.
Het is een wat onoverzichtelijk verhaal. Een 'louche figuur' met de naam Dave kondigt een verdeling van Turkije aan voor liefhebbers. Dat zijn hier George Soros, de rijke Hongaar een Fethullah Gülen, de religieuze leider die nu in Amerika woont.
Dave komt in het begin een geschenk brengen aan Gülen: een groene mantel. Die is kennelijk van Sultan Yavuz geweest, de kalief die rond 1500-1520 het Ottomaanse rijk uitbreidde met een deel van het Perzische Rijk en het hele Mamlukse imperium in Egypte, Syrië en Irak. Hij belooft dan ook dat binnenkort Gülen als nieuwe kalief in Istanbul deze groene mantel mag dragen. Gülen gaat dus met die mantel aan in een vliegtuig, terwijl de staatsgreep draait onder leiding van Dave (als leider van de CIA?). Soros zit er een beetje zielig bij te kijken en zijn rol blijft onduidelijk. Er wordt veel geschoten, iedere minuut vallen er wel weer tientallen doden, vaak wisten wij niet aan welke kant die vielen en wie tegen wie is. Gülen komt met zijn vliegtuig in de buurt van Turkije, maar hoort dan dat Erdogan al op het vliegveld van Istanbul is en alles dus mislukt is. 'Dan gaan we maar terug' zegt Gülen terwijl er nauwelijks emotie te zien is: een bijzonder slecht gespeelde film dus.
Dave gaat nog een keertje zwemmen, wordt er met een helicopter uitgehaald, voor een rechtbank veroordeeld en in zeer gedumpt vanuit die helicopter.
Als ik het goed begrepen heb, zien we hier Dave, de CIA-man en booswicht, die zegt dat er een chaos moet komen waardoor Turkije verdeeld kan worden: onder Amerikaanse invloed, maar de grootste happen zijn voor Gülen en Soros.
Het schijnt dat er bijna dagelijks in Turkije dit soort films te zien zijn over de coup, met een duidelijke verwijzing naar wie slecht is en wie goed. De ondertiteling was erbarmelijk en wij konden dus lang niet alles echt goed begrijpen, maar het was toch wel onderhoudend en aardig om dit zo ook eens te zien.
Abonneren op:
Posts (Atom)






