De nieuwste tentoonstelling van het Catharijne heet Magische miniaturen. Echt iets voor de fijnproevers en goede kijkers. Vanaf de 10e tot de late 15e eeuw (toen er al boeken gedrukt werden) ging het nog door, op perkament vaak: verfijnde tekeningen. Er was veel Entdeckersfreude bij nadere bewerkingen: eenmaal was er een man bij zijn echtgenote weggewerkt: nog om onduidelijke reden. Dat kun je dus allemaal met infrarood. Maar gewoon naar die precieze handschriften kijken is al mooi genoeg.
Er werd gezegd dat die 'gewone' mensen van die tijd beeldloos waren: ze lazen geen boeken, of kranten, zagen buiten kerken ook bijna geen afbeeldingen. Maar de rijken in kastelen en kerken die wel met teksten werkten hadden er toch ook graag plaatjes bij. Dat maakt het veel aantrekkelijker. Het woord mag kracht hebben, de afbeelding maakt het even veel sterker. Het museum haalt geen rare fratsen meer uit als een jaar of tien geleden. Maar enkele grapjes toch wel, zoals bij de ingang:
Zo'n spiegel, dat vraag om een selfie!
Het Catharijneconvent heeft zelf heel wat, maar leende nu ook wel een en ander. Uit de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag onderstaande afbeelding uit een boek La forteresse de la foy, van een Franciscaan, Alonso de Espina een Franse vertaling van Fortalitium fidei (geschreven in 1458, hier een handschrift van een 50 jaar later. Zie ook CMR deel 6:639). Het boek fulmineert tegen ketters, joden, moslims en demonen. Hier drie christelijke heiligen die tegen drie joden (met ountmusen) staan te debatteren.
Curieus was ook een miniatuur uit een werk toegeschreven aan Bauduoin d'Avesnes, waar ik eerst met puntmuts een jood zag, met tulband een moslim, maar het bleek een afbeelding te zijn van de joodse groepen uit de tijd van Jezus: de eenvoudigste zijn de Essenen, de anderen zijn Farizeeërs en Sadduceeën. Maar toch: twee groepen gekleed als Joden en Moslims.
Wat nu precies het magische was van de miniaturen mochten we blijven raden: er kwam niets van toverij, magische trucages of zoiets. Op de begeleidende filmpjes wel jonge medewerkers van het museum, die allemaal gecharmeerd, betoverd dus, waren door deze prachtige kunst.
donderdag 8 maart 2018
dinsdag 6 maart 2018
Anton Alberts en zijn afkeer van rechte hoeken en strakke lijnen
De eerste maanden van dit jaar heb ik weinig geschreven. Er waren veel zieken in de familie en daarnaast zijn wij bezig om te gaan verhuizen: een apartement gekocht met uitzicht op het Amsterdam-Rijnkanaal, in de Utrechtse wijk Oog in Al. Nu moet het eigen huis verkocht worden. We hebben 23 jaar in de wijk Rijnsweerd gewoond. Met veel plezier en bewondering voor de mooie bouw van de huizen met de lange daken. In de jaren 1960 werd de wijk begonnen, tegelijk met de bouw van het universiteitscomplex De Uithof. Eerst kwamen de 'platte daken', bungalows en huizen-met-verdieping, maar allemaal platte daken. In 1978 kwamen de eerste huizen van de 'organieke' architect, Anton Alberts, die een 'natuurlijke' bouwstijl in de trant van de levensfilosofie van antroposoof Rudolf Steiner nastreefde. In de natuur heb je geen hoeken van 90 graden en strak rechte lijnen. Maar er komen allerlei vormen voor die er wel wat op lijken. Om het toch betaalbaar te houden, werden ramen en deuren en ook de grote wanden toch wel strak gehouden, maar de eerste aanblik is toch die van een beetje schots en scheef.
Dit is een impressie van ons huis van de voorkant: het dak loopt omhoog met een knik, is bij de buren weer net even anders.
Dit is een impressie van ons huis van de voorkant: het dak loopt omhoog met een knik, is bij de buren weer net even anders.
Aan de achterkant hebben we een afscheiding met de buren. Ook daar weer geen doorlopende en rechte muur, maar een langzaam aflopen naar beneden. In ongelijke knikjes.
Omdat het huis op moerasgrond is gebouwd (tot 1954 was dit beschermd waterliniegebied dat in enkele weken helemaal onder water gezet kon worden), klinkt de tuin nu in. Onder dit muurtje aan de achterkant staat geen heipaal, dus zakt het muurtje netjes naar beneden, waardoor er bij het huis een scheur ontstaat. Wij koesteren die natuurlijk beweging van de muur, vinden het romantisch, zelfs een soort folie, gekkigheidje. Ander gekkigheidje is de nummering: de garages hebben ook nummers gekregen en zo hebben wij huisnummer 84 en de aangrenzende buren nummer 90.
De echte folie in de wijk staat even verder op. Architect Alberts heeft voor zichzelf (en nog twee mensen) een soort postmodern kasteeltje gebouwd: van dikke aflopende muren, met zelfs ongelijke vormen inde gagare en her en der bij de ramen.
Hij gebruikte ook een soort zachtroze bakstenen als elders in de wijk, maar van nog brozer en zachter materiaal. Resultaat was dat het altijd vochtig bleef in die huizen. Daarom is er zo'n tien jaar geleden een soort pantser van aluminium op gekomen. In het begin erg stralend, nu is het met de tijd wat milder en rustiger van uitstraling geworden. We zullen deze woonomgeving gaan missen, maar krijgen er mooie uitkijk voor terug. Waarover later.
zondag 11 februari 2018
In gedachtenis aan Ghassan Ascha
Onlangs kwam ik een in memorian tegen voor Ghassan Ascha, gehouden bij een herdenking op 25 oktober 2006 in het Acadenmiegebouw in Utrecht.
Mevrouw Mirjam
Ascha, kinderen en verdere familie, collega’s en andere vrienden van Ghassan
Van 1988 tot
zijn recente overlijden was Ghassan Ascha docent islam bij de subfaculteit
Godgeleerdheid. Geboren in 1948 in Beirouth, groeide Ascha op in Syrië. Hij
studeerde eerst in de jaren 1970 in Damascus en daarna in Parijs. Hij
promoveerde in 1987, aan de Sorbonne in
Parijs op een stevige dissertatie over ‘de lage positie van de vrouw in de
islam’ (Paris: Harmattan 1987: Du Statut inférier de la femme en islam). Over dat boek schreef hij zelf, dat veel
hedendaagse moslims wel beweren dat de islam in de 7e eeuw een grote bevrijding voor de vrouw betekende,
maar dat dit een historisch onhoudbare stelling is. Hij noemde dat een
geschiedvervalsing. Integendeel, de islamitische voorschriften betekenen nog
steeds een beperking van vrijheden en rechten van de vrouw.
Ghassan kwam
in Utrecht in een tijd dat het thema van de objectiviteit van de
godsdienstwetenschap tegenover een veronderstelde geloofs-subjectiviteit binnen
de andere disciplines van de theologie sterk werd geaccentueerd. Hij vond dat
de godsdienstwetenschapper de rug recht moest houden tegenover soms zo
gemakkelijk gestelde claims van de theologen. Zijn strijd ging vaak tegen de
oudere en nieuwe ideologen van de islamitische tradities en zijn rug werd recht
gehouden door een groot verlangen naar een eerlijke zoektocht voor
mensenrechten.
Als docent en
wetenschapper voerde Ascha een consistent pleidooi voor een secularisatie van
de islam (en zo nodig ook van het christendom): religie als privé zaak zonder
gedetailleerde maatschappelijke voorschriften. Ascha was hierbij geen strijder
in kranten en op de barricaden, hij was eerder de precieze academicus die de
wettelijke voorschriften nauwkeurig analyseerde. Maar de grote lijn was wel die
van een uiterst kritische studie van de sjarie’a die volgens hem in zijn
traditionele vorm niet meer kon bijdragen aan de verwoording van mensenrechten.
Zijn dissertatie staat vol met boze pagina’s (bij al zijn zachtheid kon Ghassan
ook echt verontwaardigd zijn) over al die mannen die de geneugten van het
paradijs alleen maar in genoegens voor hen zelf beschreven. De dissertatie is,
net als zijn ander werk, geschreven in een zeer compacte, bondige en
zelfverzekerde stijl. De traditionelen, of fundamentalisten heten er rustig les
religieux en hen wordt gewoonweg verweten dat zijn de scholing van vrouwen
tegenhouden, alleen omdat zij bang zijn dat de vrouwen buitenshuis gaan werken
en zo het huis verlaten. (161)
In 1995 werd
de grote lijn van zijn dissertatie samengevat (om niet te zeggen ‘gestolen’)
door de agressief seculiere Indische
Amerikaan die schrijft onder de schuilnaam Ibn Warraq. Van diens boek Why I
am not a Muslim (Amherst: Prometheus Books) is vrijwel het hele lange 14e
hoofdstuk in totaal een 38 bladzijden, ontleend aan Ascha’s dissertatie,
inderdaad met de vereiste tientallen verwijzingen naar Ascha in de voetnoten,
maar dan wel zo sensationeel-hard verwoord, dat Ghassan er niet echt blij mee
was.
Als docent bij
godgeleerdheid in Utrecht breidde hij zijn grote thema nog verder uitbreidde in
een aantal artikelen en in een tweede boek dat in 1997 verscheen over de
moderne huwelijkswetgeving in islamitische landen, Mariage, polygamie et
repudiation en islam (Paris: Harmattan).
Ghassan was er
trots op dat zijn Franstalige boek uit 1997
in 2003 in Beirouth verscheen in een Arabische editie. Zo kan zijn werk
ook in die, zijn eerste wereld gelezen worden. Zijn conclusie staat ook in het
artikel dat bij deze herdenking is herdrukt: “de enige juiste manier om van het
huidige dilemma los te komen, is de koranverzen omtrent de maatschappelijke
positie van de vrouw als tijdgebonden te beschouwen. Deze verzen waren bedoeld
voor mensen in de zevende eeuw en zijn niet van toepassing tegen het einde van
de 20e eeuw.” In Lavrijsen (red.), blz. 54.
In zijn
heldere en bondige Nederlands verwoordt hij hier nog eens zijn boodschap, die
hij overigens zoveel mogelijk in een objectieve en min of meer neutrale
wetenschappelijk verantwoorde verpakking wilde aanbieden. Godsdienstwetenschap
hoeft de religie niet zijn gang te laten gaan, maar mag er een stevig
corrigerend woord over uitspreken. Als het gaat over compromisloze eerlijkheid
én academische objectiviteit, dan moeten wij daarin de boodschap van Ghassan
Ascha zien. Als, wat Donner of God verhoeden, ooit een club mensen in Nederland
de shari’a zou willen invoeren, moet dit nog steeds herhaald gaan worden of
moet hij maar terugkeren.
donderdag 1 februari 2018
Een klein boek van Wil van den Bercken
Wil van den Bercken (geb. 1946) heeft boeken geschreven over Rusland: de atheïstische ideologie van de communistische tijd, over Rusland dat echt bij de Europese cultuur hoort, Dostojevski. Hij heeft een grote afkeer van het communisme en een bijna even grote van het protserige, starre, bombastische en onpersoonlijke van de Orthodoxe liturgie. Maar hij houdt wel weer van oude iconen, niet de gevoelige van de 19e eeuw, maar de oudere met een onpersoonlijke, bijna magisch-klassieke uitstraling.
Hij schreef wetenschappelijk werk, maar ook een aantal persoonlijke boeken, allemaal klein: in 2003 Tegen de religieuze behaaglijkheid: een onvroom pleidooi voor het christendom; in 2008 een bundel onder de titel Wat geloven theologen? (Waar ik zelf ook een autobiografische bijdrage in schreef. Ik heb het boek hier thuis al niet meer, maar in het jaar 2008 zette ik wel stukken er van op dit blog; bij het allereerst begin, 23 januari 2008). Wil schreef leuke columns in het Utrechts Universiteitsblad, toen dat nog gewoon in papier werd uitgegeven.
Zijn succesvolste boek is Geloven tegen beter weten in, uit 2014. Het werd in 2016 uitgeroepen tot beste theologische boek van het jaar. Wil heeft veel atheïstische propaganda moeten lezen voor zijn vak. Zelf heeft hij lange tijd religie als persoonlijke beleving ook laten zitten. Nu kijkt hij kritisch terug op de 'Atheïstische manifesten' en andere zelfverzekerden die vinden dat het zonder god beter kan. De keuze voor het geloof vind hij zelf een goede, ook zonder een vluchtweg ervoor door de oerknal: Gelovigen ontlenen hun geloof niet aan de oerknal, want een bewijsbare god zou resulteren in een onvrij geloof. (152)
Nu is er dus een nieuw boek, van een gepensioneerde grootvader die heel erg geniet van het contact met zijn kleinkinderen. Het is een soort autobiografie zoals je die aan je kinderen en kleinkinderen wilt nalaten. Echt geschreven door een 'Contente mens'. Met tevredenheid presenteert hij de 'pensioenparadox: Tientallen jaren enthousiast en druk-druk-druk gewerkt aan projecten om achteraf in te zien dat dit niet zoveel heeft betekend.' (56) Een groot dichter is hij niet, maar dit keert wel terug op blz. 84
Uni- of multiversum dat eeuwig blijft bestaan
terwijl wij, o tijd, reeds lang zijn vergaan!
En toch denk ik met gevoel en met rede
dat ik zal rusten in nóg eeuwigere vrede.
Er staat veel in over de eeuwigheidswaarde van literatuur en ook over de betrekkelijkheid van het boekenbezit. Dat leidt dan tot de laatste bladzijden, over Anton Houtepen, waarvan het meeste werk ook al weer verouderd is. Het was ook een té mooie droom: eenheid in verdraagzaamheid, zonder dictatuur. Maar Houtepens boek uit 2007: God een open vraag wordt nu door Wil geprezen en ik ga het later dit jaar dus maar eens herlezen.
Hij schreef wetenschappelijk werk, maar ook een aantal persoonlijke boeken, allemaal klein: in 2003 Tegen de religieuze behaaglijkheid: een onvroom pleidooi voor het christendom; in 2008 een bundel onder de titel Wat geloven theologen? (Waar ik zelf ook een autobiografische bijdrage in schreef. Ik heb het boek hier thuis al niet meer, maar in het jaar 2008 zette ik wel stukken er van op dit blog; bij het allereerst begin, 23 januari 2008). Wil schreef leuke columns in het Utrechts Universiteitsblad, toen dat nog gewoon in papier werd uitgegeven.
Zijn succesvolste boek is Geloven tegen beter weten in, uit 2014. Het werd in 2016 uitgeroepen tot beste theologische boek van het jaar. Wil heeft veel atheïstische propaganda moeten lezen voor zijn vak. Zelf heeft hij lange tijd religie als persoonlijke beleving ook laten zitten. Nu kijkt hij kritisch terug op de 'Atheïstische manifesten' en andere zelfverzekerden die vinden dat het zonder god beter kan. De keuze voor het geloof vind hij zelf een goede, ook zonder een vluchtweg ervoor door de oerknal: Gelovigen ontlenen hun geloof niet aan de oerknal, want een bewijsbare god zou resulteren in een onvrij geloof. (152)
Nu is er dus een nieuw boek, van een gepensioneerde grootvader die heel erg geniet van het contact met zijn kleinkinderen. Het is een soort autobiografie zoals je die aan je kinderen en kleinkinderen wilt nalaten. Echt geschreven door een 'Contente mens'. Met tevredenheid presenteert hij de 'pensioenparadox: Tientallen jaren enthousiast en druk-druk-druk gewerkt aan projecten om achteraf in te zien dat dit niet zoveel heeft betekend.' (56) Een groot dichter is hij niet, maar dit keert wel terug op blz. 84
Uni- of multiversum dat eeuwig blijft bestaan
terwijl wij, o tijd, reeds lang zijn vergaan!
En toch denk ik met gevoel en met rede
dat ik zal rusten in nóg eeuwigere vrede.
Er staat veel in over de eeuwigheidswaarde van literatuur en ook over de betrekkelijkheid van het boekenbezit. Dat leidt dan tot de laatste bladzijden, over Anton Houtepen, waarvan het meeste werk ook al weer verouderd is. Het was ook een té mooie droom: eenheid in verdraagzaamheid, zonder dictatuur. Maar Houtepens boek uit 2007: God een open vraag wordt nu door Wil geprezen en ik ga het later dit jaar dus maar eens herlezen.
maandag 22 januari 2018
Boeken opruimen
Nog geen enkele blog hierop geschreven dit jaar. We zijn te druk met twee zaken: allereerst veel zieken in de familie. En dan: we kopen een nieuw huis (in dit geval een appartement) en het huis moet leeg komen. Daarom dit verhaal, dat ook geschreven werd voor het maandblad van de Utrechtse Janskerkgemeente. Hieronder een foto van kleindochter Mette bij de kerstkrib in het tuincentrum (waar ze dit jaar zowaar een kapel, compleet met biechtstoel hadden). Daaronder een slechte foto van de kerstgroep die we in de Janskerk hadden geplaatst, inclusief het kasteel van Herodes!
Een van de meest
geliefde liederen van de Janskerk is wel Boek
je bent geleefd met allerlei mooie zinnen: wie maar leeft om meer te krijgen, die zal sterven aan zijn eigen overvloed .. Liefde tegen liefdespijn.. En dan die
overvloed aan noten die de pianisten uit de vleugel over dit grootse lied heen
strooien. 't Meeste van een mensenleven
wordt het minste opgeschreven.
Daaraan moest ik
denken toen mijn oudste zoon over de vele boeken in ons huis begon: 'Pa, je
zorgt maar dat je ze een goede bestemming hebt gegeven, want wij bestellen een
container en daar gaan ze allemaal in.'
Vanaf de jaren
1960 verzamel ik boeken. Vooral vanaf mijn onderzoekstijd in Indonesië heb ik
er in overdaad gekocht. Gedrukt op grauw krantenpapier, met wormgaatjes voordat
wij kamfer op de planken strooiden, en zo goedkoop. Wij woonden later op de
campus van de islamitische universiteit van Jakarta, want ook dat hoorde tot
Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Zei een ambassade-medewerker eens: 'Exporteren
wij zand naar Arabië? Doceren wij Islam in Indonesië?' Ja, dat dus ook, op
verzoek van een minister van godsdienst, die niet wilde dat teveel studenten
naar het Middenoosten gingen studeren en dat er ook maar eens een niet-moslim
uit het westen op die islamitische universiteit moest komen doceren.
Afijn, gemiddeld
per jaar zo'n 500 boeken. Dat is dus meer dan één per dag en zeven jaar lang,
later aangevuld via kortere bezoeken. Niet om meteen te lezen maar eerder voor
het geval dat. Nu wij kleiner willen gaan wonen moet dat wel goed opgeruimd
worden. Niet alleen afvalverwerker Gansewinkel zegt: 'Afval bestaat niet'. Nee,
boeken zijn niet alleen geleefd, krijgen ook een nieuw leven als het kan.
Voorlopig heb ik daar twee nieuwe opties voor gevonden. Een ervan is de
Islamitische Universiteit Rotterdam, in 1998 opgericht, in 2003 opgedeeld in
twee universiteiten, op ongeveer 1 km van elkaar in Rotterdam omdat er een
conflict was: ook moslims zijn gewone normale Nederlanders en hebben onder
elkaar conflicten. Afijn, bij de ene heb ik goede vrienden zitten en ik heb er
als vrijwilliger ook colleges gegeven: religie in Nederlandse literatuur. Joseph in Dothan van Joost van den
vondel, waarin zij ontdekten dat het verhaal van Jozef in Egypte bij christenen
en moslims hetzelfde kan klinken. Zij kregen ook een opdracht 'Kerstverhalen
schrijven', waarna bleek dat Kader Abdolah met zijn eigen Kerstverhaal uit de
Volkskrant terecht ooit hoog scoorde bij de belangrijkste schrijvers van ons
land. Naar die IUR in Rotterdam (Bergsingel 80, in een oude HBS, tegenover een
mooie gereformeerde kerk gebouwd) zijn de eerste dozen al vertrokken met boeken
vooral over christendom in Europa, een viertal planken over Islam in Nederland.
Je verbaast je hoe snel je planken vol krijgt als je een beetje stevig
verzamelt.
Een tweede
bestemming wordt een samenwerking van een Islamitische Universiteit en een
Protestante Theologische School in Banjarmasin, Indonesië. Er is gelukkig een
stichting die vervoer en douane regelt en betaalt. Zij krijgen de oude
Indonesische boeken (terug).
vrijdag 29 december 2017
De menselijke God van Darwin
De laatste weken heb ik verschillende boeken gelezen over Darwin, de evolutie van de mens en dergelijke zaken. Het eerste boek kwam van de 'antropologisch bioloog' die me naar Bussum haalde voor een lezing over Gülen. Hij was geacharmeerd van een boek van Carel van Schaik en Kai Michel. De laatste is een Duitse wetenschapsjournalist en daarom is het boek ook zo fantastisch goed leesbaar. Van Schaik studeerde in Utrecht bij Frans de Waal over primaten, mensapen dus en de vorming van de eerste mens. Hij is nu hoogleraar in Zürich. Hij toont zich in het boek duidelijk een stevig bijbelkenner.
Dit boek over Evolutie en de Bijbel, mooie uitgegeven in hardcover, ruim 440 bladzijden, volgt een aantal hoofdstukken uit de bijbel, maar vanuit de basistheorie, dat zo'n 12.000 jaar geleden, de grootste overgang in de ontwikkeling van de mens tot nu toe plaats vond: van jager-verzamelaar tot landbouwer-op-één-plaats. Dat begint al met een uitleg van het paradijsverhaal: Adam en Eva moeten die grote tuin met allerlei vruchten en dieren verlaten om hard in de grond te gaan ploeteren. Ook de tegenstelling Kain en Abel, Esau en Jakob wordt zo uitgelegd. Andere bijbelverhalen als die van David komen ook in Darwinistisch-evolutie perspectief te staan, al halen de twee er dan ook Ibn Khaldun er bij over de neergang van een dynastie in de derde (of soms al tweede) generatie: na Saul kwam David die op het einde van zijn leven ook corrupt en tyranniek werd.
De beschrijving van het begin van het christendom is wel aardig: in de evolutie naar een monotheïstisch beeld dat dominant werd, liep het Jodendom voorop. Maar er waren in de gunstige plaats van het Romeinse Rijk twee Joodse varianten: een bekrompen en chauvinistische variant, het Rabbijnse Jodendom dat de besnijdenis en joodse spijswetten centraal bleef stellen. Daarnaast een soepeler en democratischer variant, het Christendom, waar algemene ethische richtlijnen belangrijker bleven en die hadden grote aantrekkingskracht. Zodoende bleef het Rabbijnse Jodendom een kleine religieuze stroming en werd het christendom de belangrijkste reli-factor ter wereld.
Ik moest daarbij ook wel denken aan die ontwortelde Marokkaanse en Turkse Imam-Mufti die wij in Nederland kregen sinds 1960: wetskenners, als imam en mufti, terwijl de mystieke variant van de Turkse al was afgeknepen door Kemal Atataürk, terwijl de marabouts in Marokko gebleven waren.
Het Oerboek is zo breed opgezet dat het niet gemakkelijk als boek te lezen is. Eerder een soort evolutionair denken op heel verschillende kanten van de bijbel losgelaten. Om nog eens (deels) te herlezen.
Het gemak van de electronische index: als je sapiens intikt bij de stadsbibliotheek krij je een aantal boek, waaronder dit. Nelissen schijnt een hele serie boeken over evolutietheorie geschreven te hebben. Hier komt de hele oorsprong van de mens nog eens terug. Voor mij nieuwe termen als homininen, habilis, heidelbergensis.. maar uiteindelijk de 'tweede fase' waarin de mens niet meer werkt aan de voortplanting (kernthema van alle evolutie), maar versterking van de soort geeft. Dat is de het nut van een oudere mens, terwijl in omvang vergelijkbare dieren maar zo'n 30 of hooguit 40 jaar halen.
Wel aardig, goed om te weten, maar het is nogal eens badinerend geschreven. Ja, religie mag, als je gelooft moet je dat zeker blijven doen als je denkt dat het helpt. Maar niet wetenschappelijk te onderbouwen, al wordt mindfulness wel de hemel ingeprezen (al heeft hij er zelf niet aan gedaan). Overigens schrijft hij zelf dat hij religie er eigenlijk buiten wilde laten en het niet thematische heeft beschreven.
De huidige kleine groepen jager-verzamelaars worden vaak gebruikt om informatie te geven over die van 12.000 jaar geleden: dat was dan een punt waar ik wel moeite mee heb, zoals bij de nogal badinerende toon van het boek, maar dat is misschien nodig voor popularisering?
Torrey is ook 100%Darwin en daarnaast ook veel bezig met de jager-verzamelaar van vroeger, zij het ook veel via informatie van de nu levende mensen. Aan de grote wereldreligies komt hij nu niet toe. Als kleine jongen was hij misdienaar, dus die wierookgeur zit er nog wel in, maar komt er hier niet uit.
Dit boek over Evolutie en de Bijbel, mooie uitgegeven in hardcover, ruim 440 bladzijden, volgt een aantal hoofdstukken uit de bijbel, maar vanuit de basistheorie, dat zo'n 12.000 jaar geleden, de grootste overgang in de ontwikkeling van de mens tot nu toe plaats vond: van jager-verzamelaar tot landbouwer-op-één-plaats. Dat begint al met een uitleg van het paradijsverhaal: Adam en Eva moeten die grote tuin met allerlei vruchten en dieren verlaten om hard in de grond te gaan ploeteren. Ook de tegenstelling Kain en Abel, Esau en Jakob wordt zo uitgelegd. Andere bijbelverhalen als die van David komen ook in Darwinistisch-evolutie perspectief te staan, al halen de twee er dan ook Ibn Khaldun er bij over de neergang van een dynastie in de derde (of soms al tweede) generatie: na Saul kwam David die op het einde van zijn leven ook corrupt en tyranniek werd.
De beschrijving van het begin van het christendom is wel aardig: in de evolutie naar een monotheïstisch beeld dat dominant werd, liep het Jodendom voorop. Maar er waren in de gunstige plaats van het Romeinse Rijk twee Joodse varianten: een bekrompen en chauvinistische variant, het Rabbijnse Jodendom dat de besnijdenis en joodse spijswetten centraal bleef stellen. Daarnaast een soepeler en democratischer variant, het Christendom, waar algemene ethische richtlijnen belangrijker bleven en die hadden grote aantrekkingskracht. Zodoende bleef het Rabbijnse Jodendom een kleine religieuze stroming en werd het christendom de belangrijkste reli-factor ter wereld.
Ik moest daarbij ook wel denken aan die ontwortelde Marokkaanse en Turkse Imam-Mufti die wij in Nederland kregen sinds 1960: wetskenners, als imam en mufti, terwijl de mystieke variant van de Turkse al was afgeknepen door Kemal Atataürk, terwijl de marabouts in Marokko gebleven waren.
Het Oerboek is zo breed opgezet dat het niet gemakkelijk als boek te lezen is. Eerder een soort evolutionair denken op heel verschillende kanten van de bijbel losgelaten. Om nog eens (deels) te herlezen.
Het gemak van de electronische index: als je sapiens intikt bij de stadsbibliotheek krij je een aantal boek, waaronder dit. Nelissen schijnt een hele serie boeken over evolutietheorie geschreven te hebben. Hier komt de hele oorsprong van de mens nog eens terug. Voor mij nieuwe termen als homininen, habilis, heidelbergensis.. maar uiteindelijk de 'tweede fase' waarin de mens niet meer werkt aan de voortplanting (kernthema van alle evolutie), maar versterking van de soort geeft. Dat is de het nut van een oudere mens, terwijl in omvang vergelijkbare dieren maar zo'n 30 of hooguit 40 jaar halen.
Wel aardig, goed om te weten, maar het is nogal eens badinerend geschreven. Ja, religie mag, als je gelooft moet je dat zeker blijven doen als je denkt dat het helpt. Maar niet wetenschappelijk te onderbouwen, al wordt mindfulness wel de hemel ingeprezen (al heeft hij er zelf niet aan gedaan). Overigens schrijft hij zelf dat hij religie er eigenlijk buiten wilde laten en het niet thematische heeft beschreven.
De huidige kleine groepen jager-verzamelaars worden vaak gebruikt om informatie te geven over die van 12.000 jaar geleden: dat was dan een punt waar ik wel moeite mee heb, zoals bij de nogal badinerende toon van het boek, maar dat is misschien nodig voor popularisering?
Torrey is ook 100%Darwin en daarnaast ook veel bezig met de jager-verzamelaar van vroeger, zij het ook veel via informatie van de nu levende mensen. Aan de grote wereldreligies komt hij nu niet toe. Als kleine jongen was hij misdienaar, dus die wierookgeur zit er nog wel in, maar komt er hier niet uit.
zaterdag 9 december 2017
Geloof jij nog?
Tijdens een lekker en gezellig diner in een Frans restaurant (dus: kleine tafels, strakke stoelen, dicht op elkaar) vroeg een goede vriendin laatst 'geloof jij nog?' Ik maakte me er makkelijk en kort van af. Dat ik vooral geloof bij muziek, zingen dus. De vraag werd enkele keren herhaald, maar er was daar weinig gelegenheid om het uit te werken. Nu dus maar iets meer.
Als kind deed ik weinig moeite om de katechismus echt van buiten te leren. Een vraag herinner ik me toch nog wel: Wat moeten wij geloven? Alles wat de kerk ons voorhoudt te geloven als waar (of zoiets, ik kan het nu in die oude katechismus niet nakijken).
Wel, dat is er dus helemaal niet meer. Ik kan lange lijsten maken van wat er allemaal van af gevallen is, van dat Gesamtkunstwerk of dat volledig pakket, dat je als een eenheid werd geacht te accepteren als katholiek: van de onfeilbaarheid van de paus tot de maagdelijkheid van Maria en haar Tenhemelopneming. Dat laatste vond ik erg zielig: Maria met lichaam en al in de grote hemel waar verder alleen nog maar lege stoelen zijn!
Afijn dus wel heel wat schepen achter me verbrand, maar er blijft toch zoveel troost en schoonheid (eerder dan waarheid) in die oude teksten en liederen, ook in de rituelen. Geloof is geen acte van kennis maar van belangstelling, affiniteit en vertrouwen.
Toen ik op een islamitische universiteit doceerde in Indonesië (1981-1988, alweer 30 jaar geleden!) zei ik vanzelf vaak aardige dingen over de islam en kritische zaken over christendom. Dus vroegen studenten wel eens of ik van plan was om moslim te worden. Daarop antwoordde ik dan wel dat ik dat geen goed idee vond. Ik ken wel wat bekeerlingen om me heen, die dan met enthousiasme worden ontvangen, maar als muallaf of beginneling er fijntjes op gewezen wordt dat zei dit en dat moeten doen: kleding, boeken lezen, je tenen inkrimpen bij het gebed. Als je 'van muziek houdt', hoef je ook niet de hele muziekgeschiedenis mooi te vinden. Zolang je in bepaalde muziek mee kan trillen van schoonheid, houd je er van. Zolang je op die te moeilijke vragen wat (vaak halve) antwoorden vindt bij religieuze plechtigheden, ben je nog gelovig: zie je er voordeel in om daarin mee te draaien.
Voltaire zei eens iets over het nut van religie (zou uitgevonden moeten worden als het nog niet bestond) en Arabist Hans Jansen schreef een oppervlakkig en te cynisch boekje over Het nut van religie. Naast veel menselijke aberraties zit er ook wel zoveel diepgang en schoonheid in de Bachcantates, in de teksten van Bijbel en Koran, dat ik me maar gelovig blijf noemen.
Ik ben nu begonnen aan een redelijk dik boek van 440 bladzijden: Het oerboek van de mens: De evolutie en de bijbel (Carel van Schaik en Kai Michael) dat een positieve interpretatie wil zijn van het voordeel en zelfs de noodzaak bij de mens om zoiets als religieuze ideeën te hebben ontwikkeld. Ik ben benieuwd. De overgang van een jagercultuur, nomaden dus, naar sedentaire landbouwers is daar de 'grote fout' die via allerlei kunstgrepen hersteld moet worden. Het paradijs uit en ploeteren op de grond, mensen dicht bij elkaar en zodoende ook veel ziektes.
Als kind deed ik weinig moeite om de katechismus echt van buiten te leren. Een vraag herinner ik me toch nog wel: Wat moeten wij geloven? Alles wat de kerk ons voorhoudt te geloven als waar (of zoiets, ik kan het nu in die oude katechismus niet nakijken).
Wel, dat is er dus helemaal niet meer. Ik kan lange lijsten maken van wat er allemaal van af gevallen is, van dat Gesamtkunstwerk of dat volledig pakket, dat je als een eenheid werd geacht te accepteren als katholiek: van de onfeilbaarheid van de paus tot de maagdelijkheid van Maria en haar Tenhemelopneming. Dat laatste vond ik erg zielig: Maria met lichaam en al in de grote hemel waar verder alleen nog maar lege stoelen zijn!
Afijn dus wel heel wat schepen achter me verbrand, maar er blijft toch zoveel troost en schoonheid (eerder dan waarheid) in die oude teksten en liederen, ook in de rituelen. Geloof is geen acte van kennis maar van belangstelling, affiniteit en vertrouwen.
Toen ik op een islamitische universiteit doceerde in Indonesië (1981-1988, alweer 30 jaar geleden!) zei ik vanzelf vaak aardige dingen over de islam en kritische zaken over christendom. Dus vroegen studenten wel eens of ik van plan was om moslim te worden. Daarop antwoordde ik dan wel dat ik dat geen goed idee vond. Ik ken wel wat bekeerlingen om me heen, die dan met enthousiasme worden ontvangen, maar als muallaf of beginneling er fijntjes op gewezen wordt dat zei dit en dat moeten doen: kleding, boeken lezen, je tenen inkrimpen bij het gebed. Als je 'van muziek houdt', hoef je ook niet de hele muziekgeschiedenis mooi te vinden. Zolang je in bepaalde muziek mee kan trillen van schoonheid, houd je er van. Zolang je op die te moeilijke vragen wat (vaak halve) antwoorden vindt bij religieuze plechtigheden, ben je nog gelovig: zie je er voordeel in om daarin mee te draaien.
Voltaire zei eens iets over het nut van religie (zou uitgevonden moeten worden als het nog niet bestond) en Arabist Hans Jansen schreef een oppervlakkig en te cynisch boekje over Het nut van religie. Naast veel menselijke aberraties zit er ook wel zoveel diepgang en schoonheid in de Bachcantates, in de teksten van Bijbel en Koran, dat ik me maar gelovig blijf noemen.
Ik ben nu begonnen aan een redelijk dik boek van 440 bladzijden: Het oerboek van de mens: De evolutie en de bijbel (Carel van Schaik en Kai Michael) dat een positieve interpretatie wil zijn van het voordeel en zelfs de noodzaak bij de mens om zoiets als religieuze ideeën te hebben ontwikkeld. Ik ben benieuwd. De overgang van een jagercultuur, nomaden dus, naar sedentaire landbouwers is daar de 'grote fout' die via allerlei kunstgrepen hersteld moet worden. Het paradijs uit en ploeteren op de grond, mensen dicht bij elkaar en zodoende ook veel ziektes.
Abonneren op:
Posts (Atom)






