zondag 1 juli 2012

Portugal: een weekje kustplaatsen; 3 Porto

Op zondag 17 juni gingen we eerst naar Coimbra, dat we vergeleken met Marburg en Heidelberg: universiteitsstadje. Rommelige binnenstad, maar dan ineens, op het plein van de universiteit kwam een hele stoet academici , voorafgegaan door een vijftal blazers, op weg naar een ceremonie in de aula. Ook al konden we daarom de gebouwen niet in, dit was meer dan voldoende compensatie. We hadden immers al genoeg pracht en praal gezien. Die bibliotheek van Coimbra lijkt veel op die van Melk in Oostenrijk. Maar die ceremonie! In Leiden hebben ze enkele jaren geleden een begin gemaakt met de Coimbra League, dat een Europese pendant moest worden van de Ivy League, de exclusieve club van prominente universiteiten in Amerika. Maar, pech, de processie van Academiegebouw naar de Pieterskerk viel rechtstreeks in het water: een echte zomerse plensbui verhinderde zelfs de fotografen er aandacht aan te besteden. Hoe anders bij dit middeleeuws theater in Coimbra. Protserigheid, oude traditie, maar veel moderne wetenschap straalde er nog niet van af. [Overigens: is las op Wikipedia dat de Coimbra group van 40 universiteiten al in 1985 is gestart; veel hoor je er niet van]. Naast de indrukwekkende gebouwen uit de 15e-17e eeuw staan er nog een hele serie Salazar-stijl gebouwen in Coimbra, dat toch gewoon een leuk stadje blijft.

Dit hieronder is dus een typische baret/hoed bij academische plechtigheden in Coimbra.

Bij aankomst in Porto gingen we meteen naar de Fondacao de Serralvez, een landgoed, prachtige tuin, een kunstcomplex, museum, theater, bibliotheek e.d. Het museum is een gebouw van de architect Alvaro Siza. Mijn mede-koorlid van de Janskerk, Gerard Maas, is er wild van en stuurde onderstaande foto met de opdracht daar te gaan kijken.



 Het is een gebouw met veel mooie hoeken, het gebouw is leuker en mooier dan de tentoonstelling die wij daar zagen, van modernistische frivoliteiten en veel over een soort Franse Eddy du Perron, schrijver-etnoloog die veel met Afrika had. Wat ons stoorde was dat het gebouw zo wit is dat je je stoort aan de kleine oneffenheden, vuiligheden e.d. Dat krijg je bij zo kwetsbaar materiaal! Zo'n grote kerk als Batalha die gemaakt is van natuursteen heeft dat probleem niet: alle oneffenheden doen daar natuurlijker aan.
Het museum was ook erg leeg: te vergelijken met die lege kloosters die we zagen, nu ingericht voor toeristen die er doorheen mogen lopen en zich een tijdje grootgrondbezitter of grotehuizenbewoner te voelen.

In Porto hebben we voor het eerst ook de automatische wegenbelasting betaald: helaas moet je 2 dagen wachten voor alles is verwerkt. Maar Tineke Netelenbos zal nog wel dromen van zo'n systeem met camera's boven de weg, die automatisch heel kleine bedragen van je vragen.

De tweede dag in Porto liepen we via de binnenstad naar de rivier de Douro. Heel veel winkels leeg, in sommige straten wel de helft. Veel bedelaars: hier zie je de huidige crisis het beste. Ook veel panden die leeg stonden om herbouwd te worden, maar nu kijk je naar lege ramen en vooral naar verval.
Fantastisch gezicht zijn natuurlijk de hoge en grote bruggen over het diepe dal. In de SĆ©-kathedraal vonden wij het museum in de kruisgangen met de vele zijkapellen het mooist. De kerk zelf is ook weer zo'n verdedigingsgebouw, maar op de bovenste verdieping van de kruisgang waren allerlei Azulejos die het hooglied uitbeelden: liefdestaferelen voor de gegoede elite van Porto, de bisschop incluis.
De beurs van Porto is een verhaal apart: begonnen in 1834 in een in beslag genomen Franciscanenklooster, dat daarna was afgebrand en onteigend. De handelaren in port-wijn, hebben er een overdadig rijk versierd gebouw van gemaakt, dat weer eens iets anders was dan al die min of meer religieuze kunst.
De rijkste kerk is de erbij behorende Franciscanerkerk, die nog steeds als kerk te zien is. Paule vond het na 10 minuten overdraaglijk er nog langer in te zijn: zo druk, zoveel goud, zoveel houten krullen.


Volgens onze reisgids was rond 1800 al door de bisschop bepaald dat deze serie familiekapellen, waarin de ene niet voor de andere wilde onderdoen toch te gek was en eredienst is sindsdien hier verboden.

We gingen vandaar per metro naar een buitenwijk, waar Rem Koolhaas een Casa da Musica heeft gebouwd. Dat lijkt wat stijl betreft deels op het Educatorium dat hij voor de universiteit Utrecht bouwde, maar in Porto is het toch nog een feestelijker gebouw geworden.

zaterdag 30 juni 2012

Portugal: een weekje kustplaatsen. 2 Fatima



Vrijdag 15 juni gingen we van Lissabon naar Fatima.
Eerste stoppplaats was SINTRA, het oudste koninklijk paleis in de buurt van Lissabon. Het is gebouwd zo'n 200 meter onder een Moors fort, dat ca 1127 werd (her)overd. Het Palacio de Pena is nog klein, middeleeuws, erg Marokkaans met de groen-rood,gele regels, veel binnenplaatsen, kleine tuinen. Alsmaar is er bijgebouwd. Opvallend zijn de twee erg grote keuken-toeters.
Er waren nogal wat toeristen in bussen en juist toen wij wilden vertrekken kwamen er zo'n 200 zware motoren aan, Frans, NL, Belgisch, Spaans, Harley Davidson clubs uit Europa. Grote drukte dus.
Ons tweede doel was de koninklijke begraafplaats/residentie, een enorm klooster in Mafra, gebouwd rond 1717-30 door een te rijke vorst (BraziliĆ« was toen de grote bron van inkomsten aan het worden). Het was vooral een Franciscanenklooster, waar de vorst zelf bijna nooit woonde. 1200 kamers en onze reisgids vond het een Ceaucescu-achtig gebouw. In alles teveel. Het is nu voor een deel militiare academie, deels museum. De kerk ziet er uit als een wat kleinere Sint Pieter. De beelden zijn allemaal oversized, dus imponeerarchitectuur. Heel erg contra-reformatie, met nadruk op paus, eucharistische aanwezigheid (Sint Clara altijd met een monstrans in de hand), Carolus Borromeus.  Wij spraken er over die veel te grote Hassan II moskee in Casablanca, die ook nooit gebruikt wordt.
Derde reisdoel was het vestingstadje Obidio, gewoner en informeler dan Carcassone, maar wel in die stijl. Groter en levendiger. We kochten er voor 5 euro een mooie pop voor Sophie.
Vierde halte die dag was Alcobaca. Een koninklijke begraafplaats, verblijfplaats, eigenlijk een cistercienserklooster. Heel lange, smalle kerk, waar wel een 500-600 monikken in konden bidden en zingen. Er waren beelden en graven van vorsten tussen 1360-1500. Prominent voraan is dat van Pedro I die op het verkeerde meisje verliefd was geworden. Zijn vader liet die dochter van een vijandelijke hertog vermoorden, maar Pedro I bepaalde dat zij ook een graf kreeg, naast hem voor in het koor van deze kerk.



Overigens hebben we nog nooit ergens zoveel vis gegeten en zulke grote (ex-)kloosters gezien als in Portugal, want dit was ook weer erg groot. Afmetingen zoals die alleen in Cluny zichtbaar zijn.

In Fatima aangekomen bleek het lastig te zijn om bij het hotel te komen. De binnenring van het stadje was opgebroken, omdat het een tunnel moet worden om de gasten van de 10.000 hotelkamers en de 65 kloosters aldaar makkelijker toegang te geven. Na sluiting van kloosters in 1833 is Fatima (verschijningen op de 13e, Juni tot en met October 1917) de belangrijkste religieuze vernieuwing van Portugal. Rond het heiligdom van zo'n 800x300 meter zijn de voorzieningen gebouwd. Basiliek uit jaren 1950, nieuwste kerk voor zo'n 4000 in ellipsvorm, als tent, ondergrondse kapellen voor groepen van 50 tot 500. Genoeg om 3 dagen lang op de knieƫn naar bron en verschijningenboom te gaan, rozenkrans bidden, kaarsen op te steken, altijd ergens een misviering, kruisweg bidden, in de avond de lichtprocessie. Er zijn ook enkele priesterseminaries.
Bij de nieuwste kerk dachten wij de de Crystal Cathedral van Los Angeles die wij vorig jaar zagen.

Maar wij bleven er niet de hele dag: halverwege de volgende morgen gingen wij naar Tomar, een Tempeliersburcht. Na opheffen van die Ridderorde, werd door de koning een Orde van Christus opgericht, die alle Tempeliersbezittingen kreeg. Hendrik de Zeevaarder was er ook grootmeester van, zoals veel leden van de koninklijke familie. De Orde gaf het geld voor de expedities van de Zeevaarder, maar kreeg er ook veel voor terug. Van 1920-1994 was het grote complex in gebruik als missionair seminarie. De Manuelstijl zit hier vol met bizarre grappen en kunstjes. Om Dan Brown nog eens op af te sturen.  Hieronder iets als een boom van Jesse. In het stadje zelf hadden we een heerlijke lunch aan een romantisch water. We hebben er na wat vragen en zoeken de oude synagoge gevonden, waarin nu een joods museum is. Was in gebruik van 1430-1497 toen de Portugese koning trouwde met een prinses van het nog katholieker Aragon en in de huwelijksvoorwaarden stond dat joden en moslims uit Portugal verdreven zouden worden.


Hierboven de overdreven raamdecoratie in Tomar. Een soort levensboom, geplakt tegen een buitenvenster van de al even bijzondere kerk van het Tempeliersklooster met zijn kolossale baldakijn, intiemer dan dat van de Sint Pieter, maar het ging dan over een niet al te grote club ridder-monniken.

Dan nog naar Batalha, invulling van de gelofte voor een overwinning in een veldslag. Ook een koninklijke klooster, met prachtige onafgewerkte kapellen, gebouwd als begraafplaatsen. Hendrik de Zeevaarder ligt hier begraven.

08 Batahla is plenty definitive, Tomar, Portugal

Portugal: een weekje kustplaatsen. 1 Lissabon

Van 13-27 juni ben ik met Paule door Portugal gereisd. Het schema lag vast in het pakket fly-drive dat Kras reizen organiseerde. Het klopte precies met onze reisboeken: via Lissabon, Fatima, Porto en Braga reis je naar het noorden via de kustwegen. Daarna in een binnenlandroute naar het zuiden.

Eerst dus Lissabon. We kwamen aan op een rustige woensdag 13: staking van spoorwegen vanwege de economie, maar het land lag toch al plat vanwege een nationale feestdag, Antonius van Padua, bekend van de man in toog met het Jezuskind op zijn arm, bleek in 1195 in Lissabon geboren te zijn, van rijke ouders. Hij studeerde in Coimbra, 1220-2, sloot zich aan bij de Minderbroeders en stierf 1230 in Padua. Een leeg treinstation maar wel volle kerken. Dat treinstation was een van de (overigens weinige) gebouwen in Moorse/Islamitische stijl die we aantroffen:


File:EstacaoRossioLisboa.JPG
Pech die eerste dag: bij een stop om de blijvende signalen op het dashbord van de huurauto te controleren, werd onze rugzak van de achterbank gestolen. Geen eigen foto's dus maar ter opfrissing van ons geheugen pluk ik een en ander van internet.
Die moorse architectuur zag je overigens maar weinig  in Portugal. Er is een route van Moorse plaatsen, vooral oude vestingen, maar die staan weer vol met kerkjes en huizen van latere Portugese commandanten. Anders dan in Spanje/Andalusia, is er in Portugal weinig over van die vijf eeuwen islamitisch bestuur (720 tot 1249 toen Faro in de Algarve werd veroverd). Overigens is de Portugese natie en eenheidsstaat juist ontstaan in deze 'reconquista'. De staat is dus langzaam vanuit het noorden gegroeid.
In 1755 is het grootste deel van Lissabon verwoest door een aardbeving. Eerste minister Pombal heeft Lissabon toen in classicistische stijl herbouwd. Brede boulevard naar zee. Wij hadden een hotel vlak bij de Praca Pombal en zijn dus eerst via de Avenida de Liberdad naar zee gelopen. Dat is toch nog zo'n dikke 2 km en Pombal kan echt niet zo in zee duiken.

Het was de eerste week niet te warm, dus een prettige wandeling. Er was vanwege Lissabon Festival een grote parade geweest, de 12e en de stellages daarvoor werden weggehaald. Alles vanwege Antonius.
We passeerden een sterk gehavende Sao Dominggo-kerk, uitgebrand in 1994, waardoor al het bladgoud was verdwenen. Nu zat die gemutileerde kerk toch vol voor de Antonius-preek. En vooral als einde van een 13-daagse gebedsmarathon die op de 1e juni was begonnen.


Daarna lunch met sardientjes. Dat hoor je op Antoniusdag te eten en wel in de wijk rond de oude kathedraal. Als alle grootste kerken SĆ© geheten, naar Sedes Episcopi, zetel van de bisschop.  Die SĆ© kathedraal is met kantelen, van buiten als een vesting, van binnen toch met veel klatergoud. Daar was om 15.00 de grootste plechtige mis, waarna er een processie door de wijk ging, met veel vrouwen in bruine losse mantel: 3e orde leden van Franciscus, vaandels, politie voorop. De RK kerk heeft hier nog veel opkomst bij dit soort populaire plechtigheden. Nieuw Fatima-katholicisme zouden we later zien.

Donderdag 14 juni waren we eerst tot 11.00 bezig met de aangifte van de diefstal van de fototoestellen in het oude roze adellijke paleis, dat nu voor toeristen en toeristenpolitie is gereserveerd. De politie gaf de schuld aan de Roemenen en Bulgaren die de stad nu onveilig maken.
Daarna per tram naar voorstadje Belem voor hƩt embleem van het succesvolle Portugese rijk, Mosteiro dos Hieronymos. De Hieronymos (ook Jeronimos) zijn aan aftakking van de Augustijnse Orde en waren populair in 16e eeuws Portugal. Bijbelvertaler, kluizenaar in Palestina, maar ook kardinaal: zijn leven wordt vaak in kerken uitgebeeld. Bij de monding van de Taag werd 1515-1550 een gigantisch klooster gebouwd voor koning Ʃn monniken. Een model dat Philips II in het El Escorial herhaalde, maar dat we ook in Mafra, Batalha e.d. aantroffen (overigens hebben latere koningen ook wel luxere minder vrome paleizen op korte afstand gebouwd). Dat Jeronimos-klooster is in de Manuel-stijl, pompeus, extravert, maar groots.
In 1833 zijn de ordes verboden en de kloosters door de staat in bezit genomen. Eerst vervallen natuurlijk, nu zijn ze ofwel militaire kazerne dan wel museum, terwijl de kerken nog gewoon functioneren.
Lunch in een |Getty-achtig kunstcentrum, Centro Berardo, daarna nog naar het koloniale monument, de Torre de Belem, als gevangenis, bewaking van de Taag gebouwd tussen 1515-9. Ja, die Portugezen waren al op hun top ruim een eeuw voor de Nederlanders hun koloniƫn begonnen te stichten (en deels van die Portugezen over te nemen).
We wilden die dag ook nog naar het Gulbenkian, maar dat haalden we niet. In plaats daarvan besloten we tot een biertje en bezoek aan het gigantische Corte InglĆØs, een gigantische mall. Lissabon is oud, arm en vaak onderkomen, maar hier zagen we de speeltjes voor rijken en verbaasden we ons over de hoge prijzen, terwijl overigens Portugal juist goedkoop is.


Dit is nog een heel sobere stijl bij de grote kruisgang van het Jeronimos-klooster. Ik was toen zelf juist veel aan het lezen over El Greco (Vetsdijk, Het vijfde zegel) en het viel me op dat er weinig schilderijen zijn in die kloosters en kerken. Azulejos, tegelpanelen, dat wel, veel beelden zonder kleur. In de refter van Jeronimos waren er azulejos van het Jozefverhaal. Door de kleur trekken de schilderijen toch veel aandacht en hebben zij grotere expressie.

maandag 11 juni 2012

Wel erg light: Sharia4Leiden

Vandaag, 11 juni 2012, hield Leon Buskes zijn inaugurale rede in Leiden over het thema: Sharia: pleidooi voor een antrolopogie van het alledagelijks leven. Het was een meer dan volle bak. Ik was er een kwartier voor de aanvangstijd van 16.15, maar de zaal zat al vol, dus bekeken wij hem in een zijzaal vanaf het goede TV scherm, rustig met een tafel om notities te maken. Buskes zag in het debat van de laatste tijd een verschuiving van islam naar shari'a  waarbij het laatste staat voor alles wat eng is aan de islam: vrouwonvriendelijk, tegen niet-moslims, allerlei onderdrukkende en verbiedende maatregelen van geen rente en geen alcohol tot beperkingen voor vrouwen. Gelovige moslims, in ieder geval 'echte shari'a aanhangers' kijken daar natuurlijk heel anders tegenaan

Shari'a is inderdaad een sleutelwoord om de moderne moslims te begrijpen: die leven in een post-koloniale wereld, waarin shari'a inmiddels is uitgehold tot een klein setje regels voor het familierecht, maar in feite staat het ook voor een radikale omvorming van het staats-systeem waarin religie geen rol meer heeft, waarin vanaf 1970 wordt geprotesteerd tegen de eerste post-koloniale generatie die er niets van gebakken heeft en waarin ' de islam' nu een nieuwe kans krijgt. Maar wat is die nieuwe islam? Dat wordt overal weer anders ingevuld, Ć  la carte dus en dan komt er bij Buskes een wat magere definitie van shari'a: opvattingen van moslims over hoe zij (volgens hen) volgens Gods wil moeten leven...
Buskes pleitte heel verstandig voor lokale studies, case studies, want overal wordt door moslims dit ideaal weer anders gezien. Er zijn zo wat symboolgevallen, alcohol, vrouwenkleding, rente bij banken, maar zelfs dat kan steeds weer anders wordt gezien. Terecht dus dat bij de receptie ook Maurits Berger rondliep, al was hij van een andere faculteit en niet rechtstreeks bij dit verhaal betrokken.

De selectieve tolerantie van B16

Enige tijd geleden werd ik uitgenodigd om een lezing te geven over Franciscus en de Islam bij de Bonifaciusacademie in Amsterdam. Voorafgaand aan de lezing bleek er in de Agneskerk een mis in de Tridentijnse liturgie te zijn: priester in vioolkistje, met de rug naar het volk, alles (behalve schriftlezingen) in het Latijn, beetje Gregoriaans gezongen. Er zijn daar twee priesters van de Broeders van de Heilige Petrus, een Oostenrijker en een Pool. Er waren zo'n 50 mensen. Ik vond het een wat vervreemdend gebeuren: sinds 1965 niet meer meegemaakt, maar zelf het 'laatste evangelie' Johannes 1 kende ik nog wel van buiten. Dat zit stevig in het geheugen gebrand.
Bij de lezing bleek het 'puliek' toch nogal gevarieerd te zijn. Een vrouw zei nadrukkelijk dat ze niet hier ter kerke ging, maar in de Papegaai, ook latijn, maar wat vernieuwd. Toch wel. De voorzitter van de bespreking, Hispanist Robert Lemm, bleek deze man nogal kritisch te zijn over Paus Benedictus XVI en de opkomst van Eurabia (titel van ene boekje dat hij mij cadeau gaf). Op blz. 33 schrijft hij kritisch over B16 die helemaal onnodig de Grieken wilde vleien met zijn opmerking over moslims in Regensburg: 'De Islam had achterwege kunnen blijven.' Hij prijst Johannes Paulus II omwille van zijn gesprek met moslimgeleerden in Al Azhar en het bidden on de moskee van Damascus 89: 'het gebaar van deze Pool is de enige uitweg in de wereld waarin wij leven.'
Naast die gunsten van de toch wat eigenaardige Priesterbroederschap van Petrus is er de minder orthodoxe Priesterbroederschap van Pius X, ook liefhebbers van de Tridentijnse liturgie, die eerst zijn geƫxcommuniceerd en nu ten dele weer in genade aangenomen.




Heel wat krampachtiger en zonder compromis wordt er door het Vaticaan nu gereageerd op een boek over sexualiteit, Just Love van de Amerikaanse emerita hoogleraard (Yale University nog wel) en non Margaret Farley. Zij schrijft kennelijk in een milde manier over masturbatie (kan een goede manier zijn om je lichaam te verkennen), over geboorteregeling en over homosexualiteit. Feminisme wordt nu in het rijtje gezet van indifferentisme, communisme, secularisme, rationalisme, en andere enge ziektes waar de Vaticaanse heren bang voor zijn. Het boek is uit 2006 en de procedure voor de veroordeling duurde met twee jaar erg kort. Maar schijnt wel onderdeel te zijn van een bredere campoagne tegen Amerikaanse nonnen: nou zet ze op en laat ze in het Vaticaan maar een poepie ruiken!
Mooier zou natuurlijk zijn als de opperste bruggenbouwer of Pontifex Maximus beter zou proberen de boel een beetje te stimueleren en bij elkaar te houden danbanvloeken uit te spreken in de liberale richting, terwijl hij gewoon toelaat dat het op de rechterflank druk wordt met allerlei nieuwe groeperingen.
Bij het bezoek aan een verpleeghuis in Smakt, dorpje van 50 huizen, zag ik tot mijn verbzaing dat daar een nieuwe Indiase Orde is neergestreken: Eucharistic Flame van  de priester Dr. Joseph Vadakkel. Die kant kan dus heel veel. Laat honderde bloemen nu ook eens aan de andere kant bloeien!

zondag 3 juni 2012

Zomerkind Diemer Steenbrink

Vrijdag 1 juni, 's morgens om vijf uur, bij het eerste zonlicht van de echte zomermaand, is Diemer Steenbrink geboren, zoon van Floris en Inge. Proficiat. Dat hij moge groeien en bloeien!



Foto
Ouders en grootouders helemaal blij en trots ook wel, al was het vooral voor de moeder een stevige klus om de jongen gezond en wel ter wereld te brengen.
Wij hebben dus wat zitten zoeken naar de betekenis van de naam. Hij woont in Amsterdam Oost, bij afrit 13 van de ring, dus links naar Watergraafsmeer, rechts naar Diemen. Dachten wij dus eerst dat het een Diemer is die verdwaald is!
Dat blijkt toch niet zo te zijn: Diet betekent volk en mar is goed bericht, bekendheid. Hij zij dus bekend onder het volk en dat dan bij deze! Met nog een paar vreugdevolle foto's.


FotoFoto

woensdag 4 april 2012

Zeitoun


 Dit najaar ga ik een HOVO-cursus geven over Islam Actueel: de huidige staat van de islam in de grote gebieden Midden Oosten (Arabieren, Perzen, Turken), de gebieden die tussen 1200-1600 moslim werden (India-Pakistan, IndonesiĆ«, Afrika onder Sahara, en ten slotte de westerse wereld. Ik wil steeds een of meerdere romans uit die gebieden bespreken. Hier alvast eentje: over Syrische moslims Ć©n bekerlingen in Amerika.

Dave Eggers, Zeitoun, Amsterdam: Lebowski Publishers, 2012 (oorspronkelijke uitgave 2009).
 
Na de storm, watersnood en vreselijke chaos in New Orleans van 2005 is er een journalistiek project opgezet: Voices of witness, waarin ‘stemmen van getuigen’ werden genoteerd. Temidden van zovele, vaak schrijnende verhalen, kwam er ƩƩn als heel bijzonder naar voren, dat van de Syrisch geboren Amerikaanse aannemer Abdulrahman Zeitoun en zijn gezin. Het is een bijzonder boek geworden. Zeitoun komt uit een ondernemende moslim familie: zijn broer Mohammed werd wereldkampioen lange afstanden zwemmen, maar stierf toen hij 25 was. Hij zelf was een tien jaar op de grote vaart, avonturier. Kwam definitief aan land in New Orelans, waar hij als 34-jarige trouwde met de 21-jarige Kathy die toen al weer een jaartje geschieden was en in die onrustige periode tot de islam was bekeerd. Ze krijgen drie kinderen, die tussen 6-9 zijn in de fase die het boek bespreekt. Die bekering tot de islam (blz. 74-82) is een curieus verhaal van afkeer van opdringerige evangelikale prediking en contact het een andere bekeerling tot de islam: de van oorsprong Japanse Yuko. Amerika is een echt migrantenland en de Mexicanen, Japanners en SyriĆ«rs zijn net zo aanwezig als de relatief weinige ‘oorspronkelijke’ Amerikanen (d.w.z. witte!).
Het boek volgt eigenlijk de dagen van de ramp in New Orleans, maar via flash backs komen we toch redelijk veel te weten over de belangrijkste personen. Als de ramp eenmaal begint, willen de Zeitouns nog wel blijven: ze hebben een aantal huizen in onderhoud, willen het niet zo maar achterlaten, maar na enkele dagen gaat Kathy toch weg met de kinderen. Eerst naar familie in Baton Rouge, maar uiteindelijk naar Yuko in Phoenix (2400 km rijden!), waar ze meer ruimte heeft. Zeitoun zelf blijf in New Orleans. Hij heeft nog een kano in zijn tuin liggen, vaart daar in de omgeving als het water eenmaal hoog gestegen is. Hij kan nog wat nuttigs doen: redt honden en enkele mensen. Dan wordt hij opeens samen met een andere Syrisch-Amerikaanse moslim en twee anderen gearresteerd op verdenking van diefstal, roof en uiteindelijk lid van Al Qaidah te zijn. Het is een nachtmerrie want ze worden onmenselijk behandeld in een kolossale gevangenis, die wel lijkt op Guantanamo Bay. Van 6 tot 29 september, dus drie weken zat hij vast. Fysiek geweld, Kafka-achtige bureaucratie, onwil  om ook maar de meest elementaire burgerrechten te respecteren (niet bellen, geen recht op advocaat), uiteindelijk ook geen excuses of schadevergoeding. Daarna heeft hij in New Orleans zijn leven als succesvol aannemer, in harmonie met een Amerikaanse echtgenote en pubers van kinderen, weer opgepakt.
Dit is geen fictie-roman, maar een journalistieke impressie, op basis van nauwkeurig feitenonderzoek. Het is allereerst een soort Titanic-verhaal, met heel echt veel water, dreiging en erger rampen dan je je voor kunt stellen. Daarbij is het een sympathiek, liefdevol geschreven beeld van een moslim-familie, die bidt, de Koran leest. Blz. 175-6 geeft ineens een lang citaat uit de Koran, lang citaat uit soera 69, waar ook een totale vernietiging door een watersnood wordt geschilderd. Blz. 265 is helemaal soera 81, een apocalypsich visioen van ondergang, chaos en leegte. Kathy voelt zich inmiddels prettig met de sluier op haar hoofd, die helemaal bij haar is gaan horen. Anderen storen zich er wel eens aan, maar zij voelt zich er goed bij. Overigens is de islam maar een thema van het boek dat vooral een aanklacht is tegen een lakse en onbekwame overheid die ook achteraf geen verantwoordelijkheid neemt. Adembenemde documentering van klein hoekje van islamitisch Amerika.