maandag 6 december 2010

Syrische achtergronden


Van 26 november-5 december 2010 gingen Paule en ik voor 10 volgepropte dagen naar Syrië. Eerst wat Damascus, dan met een kleine Hyundai auto naar Palmyra, Aleppo, Hama en uiteindelijke weer drie dagen in de miljoenenstad (7 miljoen? Tien keer zoveel als in 1970!) Damascus.
Enkele flitsen van de wijze waarop wij hebben stand gehouden in dit geweld van veranderingen. Damascus en Aleppo zijn al stad sinds ruim 100 v Chr. dus ruim 3000 jaar steeds bewoond, aangebouwd en gerenoveerd. Dat blijkt het duidelijkst uit de Omajjadenmoskee: een tempel voor Haddad, voor Jupiter, Zeus, Jezus en Maria en dan nu een basiliekmoskee. Hierboven staat Paule netjes ingepakt in die sacrale ruimte, waar niet alleen de toeristen maar ook de Syrische vrouwen en meisjes die in broek rondlopen, zo'n jas aanmoeten. Maar een uur later zit zij dan in de christelijke week in een restaurant in Franse stijl aan de Rechte Straat (Sjara' Mustaqim, ja die van Paulus) weer zo.


Dag 3 gingen wij per auto de woestijn in, richting Baghdad, maar zover kwamen we niet. Het vleef bij de gigantische romeins-hellenistische ruines van Palmyra. Onderweg wel even Baghdad Café aangedaan.

Dag 4 gingen we alweer verder naar Aleppo, maar wel eerst naar het grote Kruisridderslot Krak des Chevaliers, waar Paule ineens in wonderbaarlijk licht kwam te staan in de ridderzaal. Het weer was overigens steeds perfect: 20-26 graden overdag, maar in de avond en nacht nogal fris. Altijd zonnig. Dat licht viel dus over Paule:


Dag 5 was wandelen in Aleppo (wat hebben we gelopen die dagen, vooral in de oude steden, daar meer nog dan in de ruines). Ook daar een christelijke wijk (waar wij dank zij Allied Tours en de Nederlandse organisatie NRV-Holiday een werkelijk prachtig hotel hadden, een grote kamer in een oud paleis) en een islamitische, maar overal veel oude restanten. De Ishtar-friezen in de citadel konden we niet zien, omdat op dinsdag de musea dicht zijn, maar er was genoeg verder. Hier Karel dan eens alleen, nadat eerst Paule met Karel nog even de modeshow van de Umajjadenmoskee aldaar deed (origineel gebouwd, weer in basiliekstijl). Die vrolijk wit-met-rode balletjes bleek later te koop te zijn voor 3 Euro! Goedkoop en vrolijk naar Gods huis.



Dag 6 gingen we eerst naar de oude zuil van Simeon en het gigantische basiliekviertal dat er omheen is gebouwd. Dan naar Maraat Nu'man waar we gezllig aan de rand van een drukke straat een kebab hebben gegeten en daarna het mosaïek-museum in. Verblinderd. Maar Paule staat er dan temidden van meiden van een middelbare school van Idleb die ook gekomen waren.


Ja, de plaatjes zijn even omgedraaid. Doet er niet toe verder.
Na een nacht in een mooi hotel in Hama, Bait al Mashriq or Orient House, ook in die oude stijl, maar waarschijnlijk nagebouwd werd het dus alweer dag 7: vooral naar twee christelijke dorpen, Maalula (bedevaart voor Tekla en de gespeten rots) en Seydnaya, waar in een nonnenklooster een zeer vage icoon wordt vereerd door christenen en moslims, vooral door vrouwen die kinderen willen krijgen. En kinderen hebben wij genoeg gezien.
Boven het Tekla-klooster is een kloof van bijna een kilometer, om de maagd te beschermen tegen een brute Romeinse soldaat die haar geloof en maagdelijkheid wilde afnemen. Nu een prachtige wandeling op 170o meter hoogte, wel een beetje nat.

Karel speelt hier dus even voor die Romeinse soldaat!
Dag 8 was weer voor Damascus, niet alleen de oude zaken, maar er was ook wel eens tijd voor een mooi terrasje in de diplomatenwijk. Toch hier weer een foot van een museum, het 18e eeuwse paleis van de Pasja die gouverneur voor de Turkse Ottomanen was in Damascus. Let niet op ons maar op de randen van de spiegel en de wanden, allemaal ingelegd in kwaliteit die lijkt op de Taj Mahal.

Tenslotte: dag 9 gingen wij eerst naar het graf van Ibn Arabi, daarna nog naar dat van Saydah Zainab, kleindochter van Mohammed en dus (half)zus van Hassan en Hussayn. Net als het graf van Hussayn's dochter Ruqaya (in de oude stad) was dit een nieuw gebouw, na 1990. Immens van omvang, allemaal schitterend zilver, goud en edelstenen en marmer in de meest flitse kleuren. En Paule valt daarin nauwelijks meer op!

Dag 10 gingen we 's-morgens nog de universiteit bekijken en een 16e eeuwse moskee, gebouwd door de beroemde Sinan, nu als legermuseum gebruikt, maar in herbouw. Zo gaat dat daar: steeds maar weer herbouwen. Rest van dit verhaal moet nog volgen na deze schaamteloze serie foto's van onszelf.

maandag 22 november 2010

HET PROTESTANTISME IS TOCH OOK EEN NA-CHRISTELIJKE STROMING?


De synode en een brede achterban van de Protestantse Kerk van Nederland, PKN, heeft zich de laatste tijd behoorlijk druk gemaakt over een beleidstuk over de Islam. Daarin benadrukt auteur en VU Hoogleraar Bernard Reitsma dat het christendom Joodse wortels heeft en een blijvende verbondenheid met Israël. Over de Islam wordt daarin gezegd dat het een na-christelijke religie is, die notabene enkele elementen van het christelijk geloof afwijst. Voorbeelden zijn dan de verbinding van volledig God en mens in Jezus en het geloof in de Drieëenheid van één godheid in Vader, Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest.
Nu weet de ontwikkelde christen ook wel dat die formuleringen van Jezus als God én mens na-christelijk zijn. Drie eeuwen na Jezus zijn ze te midden van heftige discussies en onder keizerlijk gezag op het concilie van Nicea in 325 geformuleerd en nooit helemaal geaccepteerd. De oosterse christenen van Irak, Turkije, Syrië en Perzië, toen nog een grote en sterke groep, wilden deze heerschappij van de Oost-Romeinse keizer en zijn bisschoppen niet erkennen.
Toen rond 600 in het Arabisch-Syrische gebied de islam als een nieuwe religieuze stroming ontstond, zocht deze nauw aansluiting bij het joods-christelijk monotheïsme. Zoals te verwachten is, kwamen alle elementen van de grote joods-christelijke traditie hierin weer naar voren. Religies beginnen nooit van niks, maar hernemen het bestaande. Van Adam tot Noah, Mozes en, ja ook, de Jezusverhalen, we vinden het allemaal in de Koran terug. Inderdaad niet volgens de keizerlijk-romeinse formulering. Een vertegenwoordiger daarvan, Johannes van Damascus, vond rond 730 dan ook dat de Islam een christelijke sekte was, zoals Reitsma eerlijk erkent.
16 eeuwen na Jezus ontstond het Protestantisme als een reactie op allerlei toestanden in de vanuit het Vaticaan geleide Rooms-Katholieke stroming. Tegenover een verering van allerlei heiligen als bijna-goddelijke figuren, stelden Luther en Calvijn weer Jezus centraal als voornaamste openbaring van de ene godheid. Zij hebben ook de heiligenbeelden in de rooms-katholieke kerken kapot gegooid, vanwege daarmee verbonden magie en bijgeloof. Kortom, het christendom werd opnieuw en aan de tijd aangepast uitgevonden.
In die tijd was het jodendom nog helemaal fout: Joden waren de doders van Jezus, die ook zijn boodschap heftig hadden verworpen. Die eerlijke erkenning voor de joodse wortels en de blijvende verbondenheid met Israël heeft het Europese protestantisme pas erkend na de Holocaust van 1940-45. Het christendom wordt toch steeds weer opnieuw geformuleerd en uitgevonden? Die waardering voor de joodse wortels heeft veel nieuwe nuchterheid aan moderne christenen gebracht. Ook wel teleurstelling, omdat de joden onderling ook weer zo verschillend blijken te zijn en maar zeer ten dele waardering voor die nieuwe geloofsgenoten kunnen opbrengen.
Nu is het tijd voor de PKN en andere christenen om de moslims te erkennen als fellow-travellers in dat voortdurende proces van herformulering van het christendom. Het zal wel even wennen zijn en net als bij het jodendom zal er naast enthousiasme ook wel tegenwerking en teleurstelling over resultaten zijn. Jezus heeft het christendom niet uitgevonden. Wij zijn allemaal na-christelijke mensen die nieuwe rituelen, liederen, teksten en grafschriften uitvinden, na en naast het lezen van onze basisteksten. De roeping van deze tijd is niet om vast te houden aan een starre protestantse of christelijke identiteit, maar te erkennen, dat die verandert en dat ook wat moslimgeluid daarin verfrissend kan zijn. Dat zou een mooi reformatie zijn!

woensdag 27 oktober 2010

Contesting Religious Identities: Moet je ook een religieus rijbewijs hebben?

Het Departement Religiestudies/Theologie in Utrecht hield 13-15 oktober een conferentie onder de wat zwaar aangezette titel: Contesting Religious Identities, over de vraag dus hoe mensen hun vorm van religie zelf definiëren, vaststellen of laten zien. Ook wel hoe anderen iemand op een bepaalde vorm vastpinnen.
Boeiend was Engelse Anna Strhan (van Slowaakse afkomst, vandaar die naam), die een verhaal meebracht over een conservatieve Anglikaanse kerk, beetje sekte-achtig, die erop hamert dat de gelovigen in een vijandige geseculariseerde wereld wonen, dat ze zich niet aan moeten passen en bij elkaar moeten blijven. Succes verzekerd binnen die kring: er staan 80 mensen op de payroll en de kerk zit op zondag driemaal vol!



De Turks-Franse Nilüfer Göle (identiteitskenmerk een grote bos rood haar)had een typisch Frans-anthropologisch verhaal over de symboliek van ruimte en plaats: hoe Palestijnen tijdens een demonstratie in Milaan gingen bidden op het plein voor de Duomo (en zoiets is ook bij het Colosseum gebeurd!). Religion and territory: die verhouding verandert snel. Gebieden zijn niet meer zuiver van één club, maar moeten hun terrein met anderen delen, vooral door de wereldwijde migratie. Minderheden willen dezelfde rechten als meerderheden en doen dat onder meer door demonstratief terrein voor zich op te eisen.
Zowel Islam (Darul Islam/Darul Harb) als katholiek christendom (aparte bisschop in partis infidelium terwijl voor de reguliere gebieden andere regels golden dan voor missielanden) kenden hun territoriale dromen, die nu snel uiteenspatten.
Andere voorbeelden waren: de Berlijnse moslim Yunus M., 17 jaar oud, die op zijn school gebedsruimte eiste. En Mansur Escudero, de Spaanse bekerling die op 6 december 2008 een gebed leidden in de Mesquita van Cordoba. Wie volgt?




Der Utrechtse promovende Annemeik Schlatmann had een zeer helder verhaal over westerse sji'itische moslims die een imam in Irak of Iran zoeken en vaak via Internet kunnen vinden.
Absolute op op No 1 is de redelijk traditionele Ali al-Sistani in Irak. No 2 de bijna-feministische Yusuf Saane'i uit Qom. No 3 is de onlangs overleden Md Husayn Fadlallah uit Beyrut. Het blijkt heel belangrijk te zijn om je echt tot een leraar te wenden en die ook te volgen. Alleen dan blijf je sji'iet. Zij heeft 37 interviews gedaan en 30 van de 37 volgen Sistani. Kijk daarvoor dus op www.najaf.org.
Maar de boeiendste voordracht kwam van de eigen Utrechtse Martha Frederiks die een presentatie gaf over de Islamitische variant van de Barbie-pop, Fulla, die nooit helemaal bloot kan (ondergoed zit er in stevig formaat meteen opgeplat), die kan bidden, mooie hoofddoeken draagt, afijn voor alles staat waar een door ulama gedroomde islamitische identiteit voor staat. Prachtige creatie en een boeiend thema. We moeten er dadelijk bij onze reis in Syrië dus ook maar eentje meebrengen voor onze eigen kleindochter Sophie. Martha Frederiks had in Utrechtse speelgoedzaken rondgekeken en er alleen een in het grote winkelcentrum Overvecht een gevonden.
Net als Barbie gaat Fulla niet trouwen. Ze heeft wel werk: onderwijzeres, verpleegster.



Er was nog veel meer: Tina Pippin (Biblical Studies, Agnes Scotte Colle in Atlanta) had een verbijsterend verhaal over allerlei moderne opvattingen over het einde der tijden. Er schijnt een boeiende film 2012 te zijn. Toch een opzoeken.

Dan had Nienke Pruiksma, bijna klaar in Utrecht met haar dissertatie over de CCC, Celestial Church of Church een levendig verhaal over de rol en positie van vrouwen in kolossale witte jurken in die Nigeriaanse kerk, die ook in Nederland een kleine gemeenschap heeft, met allerlei reinigingsrituelen en vooral veel zang. Ook al weer stevige controle van de mannelijke leiders.
Het deed je bijna verzuchten dat je maar beter dubbele religieuze paspoorten kunt hebben en niet te close contact met je leiders, want stevige identiteit is wel een beetje verstikkend, zo bleek me uit vele voorbeelden. Je zou er je religieus enthousiasme niet makkelijk van kunnen oppotsen.
De lezingen gingen wel allemaal over etiketten/paspoorten die door anderen aan groepen worden gegeven. Het ging dus over groepsidentiteiten, niet zozeer over een persoonlijk paspoort, een individuele identiteit die uit een aantal componenten kan bestaan. Veel groepssamenhang en het er bij horen dus. Weinig over individualiteit en daar leven wij juist zoveel door in het gewone leven. Ook als je niet aan de eisen van dit of dat voldoet kun je toch in de reliwereld een leuke combinatie bijeen scharrelen. Of hebben ze daar ook wel een shopper-rijbewijs voor? Of zou je dat helemaal eigen mogen houden?

In mijn Indonesië-tijd kreeg ik nogal eens een vraag of ik christelijk was. Als je dan zei: katholiek, dan was de reactie vaak: "dan geloof je dus in God als Drieëenheid en in Jezus als Zoon Gods?" Ik zei dan dat dit nu toevallig twee definities waren, waar ik me niet in kon vinden. Dan was mijn gesprekspartner meteen al in verwarring.
Identiteit is dus prachtig, maar vaak vooral als versimpelende vereenvoudiging. De werkelijkheid is meer als Mt 13:52, de huismeester die uit zijn voorraad oud en nieuw te voorschijn haalt. Maar de ene keer dit de andere keer dat. Godsdienstvrijheid dus als een vrijheid voor het individu liever liever dan voor groepen met stevig omschreven identiteiten.

zaterdag 23 oktober 2010

De Apen van Arabist Hans Jansen en zijn verbond met de fundi's

Koranverzen zijn in veel gevallen op meerdere manieren uit te leggen. Zo was onlangs de bekende Amsterdamse moslim Jan Beerenhout op TV die Koran 2:256 citeerde: Er is geen dwang in de godsdienst om te ontkennen dat het strikt geboden is om vijf maal daags te bidden: er is immers geen dwang in de godsdienst!
Datzelfde vers mag hij dan volgens Arabist Hans Jansen in zijn pleidooi voor de Wilders-rechtszaak, op 10 mei 2010 gegeven, weer niet gebruiken, want het vers zou zijn 'geabrogeerd'. In gewoon Nederlands dus opgeheven door een later vers. Over die abrogatie is heel wat te doen. Jansen benadrukt in dat pleidooi (te vinden op hoeboei.nl) wel dat vrijwel alle geleerden het er over eens zijn dat het in de vroege Medina-periode is 'neergedaald', dus aan Mohammed is geopenbaard. Hij zegt er niet bij, dat die hele abrogatieleer door een aantal grote geleerden wordt afgewezen: zou de van eeuwigheid bestaande Koran dan al meteen stevige vormfouten hebben? Dan lijkt het wel op een Nederlandse rechtzaak! Waarom Jansen dan toch die abrogatie zo moet verdedigen? Alsof hij een rechtzinnige moslim is?




Maar nog iets meer over die geleerde Arabist Hans Jansen. In een boekje over de Islam met de venijnige titel Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten stelt hij dat joden in de koran zwijnen, apen en ezels worden genoemd (blz. 129). Hij verwijst onder meer naar soera 2:64. De joodse bron van dit verhaal laat hij weg, net zoals het feit dat het alleen over bepaalde sabbat-overtreders ging. Daarom deze verzen hier maar eens. Lees het geheel als tegen joden gericht.

63. Wij het sloten het verdrag
en verhieven de berg boven jullie.
‘Houdt vast aan wat Wij jullie gegeven hebben
en gedenkt wat erin staat: dat jullie God zullen vrezen’.
64. Toen keerden jullie je daarna af;
maar zonder Gods genade en Zijn barmhartigheid
zullen jullie tot de verliezers worden gerekend.
65. Jullie weten van hen die jullie sabbat overtraden.
Wij zeiden tot hen: ‘Apen! en weg zullen jullie wezen’.
66. Zo gaven Wij het tot een gruwelijk voorbeeld
voor hun eigen tijd en later;
een vermaning voor die God vrezen.

De Sabbat-overtreders die in apen worden veranderd. Hier is een buiten-bijbels Joods verhaal bekend verondersteld. 7:163-6 is een uitvoeriger variant hiervan. In 5:60 worden de ongehoorzamen getransformeerd tot apen en varkens.
Dit is wel een verwijzing naar een verhaal dat niet terug te voeren is op de Joodse bijbel of de Talmoed. De klassieke moslim exegeet Tabari heeft een verhaal over de Joodse stad Eilath ten tijde van Koning David, waar op een sabbatdag vele vissen in de haven verschenen. De meeste inwoners zagen ervan af om ze te vangen, maar die ze wel vingen werden omgetoverd in apen door God, als straf. Er is in het latere jodendom een debat of je voor de sabbat je netten mocht uitzetten zodat je op sabbat vis kon vangen en dan dus na de sabbat de buit echt binnen halen. Is dat dan werken of niet? De meeste Joden vonden dit wel geoorloofd, maar de strenge sekte der Karaïeten niet. Vinden we hier in de Koran dan ook weer een echo van joodse debatten rond 600 die elders niet zo precies gedocumenteerd zijn? Katsh geeft de joodse bronnen hiervoor (Amerikaanse Jood, schreef Judaism and the Koran. Biblical and Talmudic Backgrounds of the Koran and its Commentaries, New York: Barnes, 1954:67). Katsh heeft ook een mogelijkheid dat het niet om apen zou gaan, maar om wormen. De straf zou dan zijn voor het verzamelen van teveel manna, waar wormen uitkomen, tenzij voor de voorraad die voor de sabbat werd verzameld. Zie Exodus 16:19-24.

dinsdag 12 oktober 2010

Security als een missionair ideaal


Nog een conferentie: vrijdag 8 oktober vierde NIM, Nijmeegs Instituut voor Missiologie dat deze vorm van godsdienstwetenschap en theologie precies 80 jaar bestaat in Nijmegen. De leerstoel heeft het woord missiologie vervangen (als te zeer verbonden aan een militante vorm van geloofverspreiding, vroeger in nauwe band met koloniale expansie). Nu heet de leerstoel Interculturele Theologie. Maar het NIM draagt de naam missiologie nog wel, vooral als verbonden aan dynamische kanten van het christendom. Dat is lange tijd ook verbonden aan ontwikkelingssamenwerking.
In de tijd dat ik zelf nog door OS betaald werd (1978-1988) ging het daar vooral om armoedebestrijding, onderwijs, vrouwenemancipatie. Sinds 2000 is conflictbestrijding een belangrijk thema bij OS, en dan ook nog sterk gericht op vermijding van etnische én religieuze conflicten, want die belemmeren veelal de ontwikkeling (failed states).
De conferentie in Nijmegen was gewijd aan Religion, development and security. Peter Kanyandago sprak als eerste: met voorbeelden uit Uganda, die niet echt werden toegelicht en voor niet-ingewijden duister bleven. Ruerd Ruben, hoogleraar in Nijmegen en belangrijk bij het ministerie van OS, sprak erg indringend over veiligheid, vertrouwen als belangrijke waarden die wij nastreven en anderen moeten gunnen. Voor echte ontwikkeling moet je risico's durven nemen, maar daar is dan een veilige omgeving belangrijk bij.
Hierbij de eerste en de laatste houders van de leerstoel: Mulders en Frans Wijssen.

maandag 11 oktober 2010

Gülen's Hizmet in Amsterdam


De Hizmet (letterlijk: toewijding) of vrijwillegersbeweging pakte stevig uit met een mooie lokatie, Felix Meritis en een groot aantal sprekers in Amsterdam. Het waren vooral buitenstaanders, zoals dat vaak het geval is: sympathieke buitenstaanders, soms zelfs bijna niet-moslim sympathisanten, die aardig over de beweging spreken.
De eerste twee waren Thomas Michel en Pim Valkenberg. Valkenberg maakte een inventarisatie van de geschriften van Fethullah Gülen: hoe hij voor de interne aanhangers en voor de externen anders spreekt. Thom Michel sprak over de kernwaarden. Ze kregen naderhand een herhaald applaus maar ook waarschuwing: beoordeel de beweging niet naar de (goede woorden en) bedoelingen van één leider, maar naar de zichtbare feiten, vooral in eigen land.
Dat deed de Leuvense hoogleraar Johan Leman die ze naast elkaar zette:
Milli Görüs: vooral gelovig en Turks, vanuit de moskee
Diyanet: vooral Turks en ook wat religie, vanuit moskeeën
Hizmet: onderwijs en een internationaal waardensysteem, met wat islam, maar zonder de moskeeën. Hij zag er ook niet veel specifiek Turks in: Prisma in Brussel is een Hizmet-Gülen instituut, maar heeft geen afbeelding van Atatürk. Hizmet is vooral ondersteund door de 2e generatie, hoogopgeleiden, zij het met geld van de 1e generatie.


Typisch voor Hizmet is ook het decentrale: er waren al 50 lokale organisaties voordat er een Hizmet-federatie kwam. En daarbij zijn dan de Belgische Lucerna-scholen niet eens onderdeel ervan. Komt die decentralisatie omdat in de jaren 1980 de generaals allerlei religieuze organisaties verboden, zodat een centrale Hizmet-beweging of zelfs -sturing niet aanwezig is (voor Van Bruinessen zag veel centrale sturing, maar kon die niet echt hard maken).
De vergelijking met de Pinksterbeweging is er wel in ideologie (individuele vroomheid, veel op op praktische ethische doeleinden) en ook in de oorsprong: veel mensen van het platteland die een goede omgeving in de stad zoeken, maar niet in de activiteiten: Pinksterkerken zijn op religieuze ruimtes georienteerd, terwijl Hizmet niet actief is in sama, zikr, geen persoonlijke band met een shaykh wil (eerder de meer afstandelijke van wekelijks kijken naar de TV-overweging van Gülen zelf), kijkt naar de moderne wereld.
Probleem blijft dat na een charismatische leider een organisator de beweging moet voortzetten: hoe gaat het bij zo'n laag-georganiseerde harakat die geen echte movement is?
Helen Rose Ebaugh sprak over het geld dat de beweging ondersteunt: genereuze middenstanders en echte rijken geven gemiddeld wel 10% van hun inkomen om activiteiten op te starten: grond, gebouw, de eerste 3 jaar salarissen en dan moeten de hoge inschrijfkosten de school of het ziekenhuis verder financieren. Schoolgeld moet zo hoog zijn dat 20% gratis kan komen (dus als de Jezuïeten of Ursulinenscholen!)
De sohbet een soort spirituele Rotary-club vormt voor deze mensen zowel een zakelijk als een charitatief netwerk.
Sammas Salur zag wel een verticale communicatie in Hizmet: de hogere mensen weten wat er elders gebeurt. Mensen in het veld kunnen snel verplaatst worden, omdat ze huizen huren. Iedere organisatie heeft zijn geheimen en zo is het ook hier: Some are more Gülen than others, some institutes are financed locally, others financed through networking, while there is a lack of transparancy..
De papers verschenen in een keurige bundel: Mapping the Gülen Movement, Conference Papers.

vrijdag 1 oktober 2010

Demo tegen CDA-PVV huwelijk: actie toverbal



Demonstreren heb ik niet zo vaak in mijn leven gedaan. 2 oktober dan toch maar een keer, tegen het CDA-plan om de macht te gaan delen met VVD en PVV. Ik ging in het kader van de 'bezorgde burgers' die ondersteuning geven aan Nederland Bekent Kleur. Het was een groepje van vijf mensen, waarvan ik Liesbeth Schlichting kende uit de Janskerk in Utrecht. Ik heb een kleine toespraak voorbereid, die hieronder volgt. Ik heb hem twee keer, ingekort en gewijzigd gehouden. Het bleek van te voren niet in te plannen hoe het zou lopen. Ik heb uiteindelijke wachtende CDAers toegesproken. Het geheel was ook best vrolijk: clowns met leuzen als 'Eigen clowns eerst', uitdrukkelijk een wat vage boodschap met minieme verwijzing naar Wilders vai haardracht. 14 particulieren hadden een groot scherm opgesteld, waarop die prachtige tekst: "Het gaat niet om het accoord, het gaat er om met wie u het sluit." Daarop volgden dan enkele seconden van een venijnige maar belachelijke toespraak waarin zegt dat het CDA betekent: Christenen Dienen Allah. Na afloop koffie drinken in een winkelcentrum dicht bij. Uiteindelijk was bijna 1/3 van de CDA congressanten tegen. Stevige groep tegen dus.
Zelf deelden wij toverballen uit om het CDA uit te dagen kleur te kennen: de eigen kleur en tegelijk de veelzijdige kler van de Nederlandse samenlaving.






Beste vrienden van een Nederland dat dynamisch, modern, democratisch en vooral kleurrijk is. Wij zijn hier vandaag bijeen om het CDA af te houden van een gedoog-kabinet. Daarbij moeten we ons afvragen wie is het die gedoogt? Na het lezen van het gedoogaccoord is het duidelijk. Dat stuk lijkt een soort acte van overgave. Het is een deel van het CDA dat het wel OK vindt, alias gedoogt, dat de PVV door mag gaan met haatzaaien tegen een miljoen moslim in Nederland,in ruil voor regeringsdeelname.

Iedereen van ons is hier met zijn kleine eigen agenda en ervaringen. Ons hoofddoel is beperking van de uitstraling die de PVV krijgt in deze makkelijke positie: wel pluche en aandacht, geen verantwoordelijkheid.

Die beperking van de PVV macht willen we bereiken door het CDA te wijzen op de eigen missie en doelstelling. Het CDA zegt een middenpartij te zijn: zelf ook verdeeld in een christelijk-sociale en een rechts-conservatieve vleugel. Laat het CDA die veelvormigheid in zichzelf erkennen en niet aanschurken tegen extreem rechts. Laat het CDA zelf zijn kleuren bekennen!

Het CDA noemt zich een christelijke partij. Die partij moeten een nieuwe spiritualiteit in een seculariserende wereld vinden en ondersteunen. Veel moslims in Nederland voelen zich hiertoe aangetrokken en op alle niveaus van de partij zijn er moslims te vinden. Zoals Job Cohen vanuit zijn joodse traditie al zei: Jacob heeft hier voor een bord linzensoep een eerstegeboorterecht gekregen. Shame you, CDA! Vooral voor de moslims die in jou een toevlucht wilden vinden. Laat het CDA zelf zijn vele kleuren bekennen!

Vanuit mijn eigen vakgebied, islamwetenschap en interculturele theologie, wil ik hier nog een opmerking aan toevoegen over wat de Rotterdamse deelraadwethouder Alaatin Erdal vroeg. Wat is de visie van het CDA op de Islam? Is het genoeg als Verhagen zegt dat er vrijheid van godsdienst blijft? Is dat niet wat erg magertjes? CDA beken je kleuren eens!
Het CDA is niet langer aan kerken, denominaties of zelfs religies gebonden. Ten opzichte van het Jodendom hebben katholieken en protestanten zich bekeerd: het zijn niet langer Jezusdoders, maar er wordt snel en gemakkelijk gesproken van een joods-christelijke traditie die een belangrijke wortel voor de Nederlandse en Europese cultuur is.

Maar die cultuur verandert, zei ook de niet-westerse allochtoon Prinses Maxima. Zou het CDA dan niet wat actiever en positiever naar moslims toe moeten zijn? CDA laat je diepste kleuren eens eerlijk zien!

Islamisering een gevaar? Wie zegt dat? In 1940 was het Koninkrijk der Nederlanden nog voor 60% moslims. In naam van Wilhelmina en onder toezicht van haar koloniale ambtenaren waren er beperkte sjarie’a rechtbanken voor familiezaken. Dat liep heel redelijk. Een veelvormige islam kon zich daar verder ontwikkelen. Nederland is een handelsnatie: al vanaf de VOC-tijd. We zijn niet met 20% van de wereldbevolking in oorlog. Van Marokko tot Indonesië . We zijn geen cowboys, maar Sindbad-handelaren. Laat dat ons cultuurideaal zijn. Veelkleurig. Daarom roep ik jullie allemaal op om tot actie over te gaan, de toverballen te verspreiden en het CDA op te roepen tot veelkleurigheid en wijde betrokkenheid, wat dat is zijn diepste kleur.
Karel@steenbrink.nu (Emeritus hoogleraar interculturele theologie, Universiteit Utrecht)