donderdag 24 april 2014

Sura 36 Ya Sin, 33-68



33-47 een psalm over Gods tekenen van goedheid in de schepping

33. Een teken voor hen is de dode aarde, die Wij tot leven wekken,
Wij laten er graan uitkomen, waarvan jullie eten.
34. Wij maken er tuinen in: dadelpalmen, wijnranken,
En Wij laten daarin bronnen ontstaan.
35. Zodat zij van hun vruchten kunnen eten
En van wat kun handen verder nog doen.
Zullen zij Mij dan niet dankbaar zijn?
36. Lof aan Hem die alles schiep in stelletjes,
Van wat er groeit op de aarde,
Bij hen zelf  en bij wat ze niet kennen.
37. Een teken is voor hen de nacht:
Wij sluiten dan de dag af en zij verkeren in het duister.
38. Een de zon loopt naar zijn rustpunt.
Dat is de regeling van de Machtige, de Wetende.
39. Een voor de maan hebben wij de fasen vastgesteld,
Totdat zij er uitziet als een oude droge dadeltak.
40. Het is de zon niet gegeven dat zij de maan inhaalt,
En de nacht komt nooit vóór de dag.
Alle drijven zij in een baan.
41. En een teken voor hen is dat Wij hun afstammelingen vervoerden op een schip, beladen.
42. En voor hen zelfs hebben wij ook zo’n voertuig gemaakt.
43. En als Wij wilden, konden wij hen hen laten verdrinken,
Geen geschreeuw dat hen dan helpen gaat.
44. Alleen onze welwillendheid,
Een voor tijdelijk blijdschap.
45. Als tot hen gezegd wordt: Vreest wat voor u ligt en wat achter u ligt;
Hopelijk zullen jullie barmhartigheid ervaren.
46. Maar niet komt er tot hen een vers van hun Heer,
Of zij beginnen zich om te draaien.
47. Als tot hen gezegd wordt: geeft van waarmee God jullie heeft overladen,
Dan zeggen de ongelovigen tegen de gelovigen: zouden wij dan voedsel moeten geven aan wie God zelf het best kan geven, als Hij wil?
Jullie zijn zeker op een weg die dwaalt.



 Ik heb al weer even geen Koran gedaan, maar nu in drie afleveringen de 'Doden-sura', Sura 36, Ya Sin, die gebeden wordt op donderdagavond om de overledenen te gedenken. Vandaar ook de afbeeldingen uit het Münster van Bern, dat dramatische voorportaal.
 
48-68 Beelden over de laatste dag
48. En zij zeggen: Wanneer komt die dreiging dan? Zeggen jullie wel hat ware?
49. Zij wachten maar op die ene grote schreeuw, die hen zal overvallen terwijl zij nog bezig zijn aan het debat.
50. Zij kunnen dan geen testament meer opmaken en niet terugkeren naar hun naasten.
51. Er wordt geblazen op de bazuin en zij rennen dan naar hun Heer vanuit de graven.
52. Zij zeggen: Wee ons! Wie heeft ons laten opstaan uit onze slaapplaats?
Dit is wat de Barmhartige ons had voorspeld: het gelijk is bij de gezanten.
53. Bij slechts één enkele kreet worden zij allen vóór Ons geplaatst.
54. Die dag, geen ziel krijgt debet of credit van iets buiten de eigen daad.
55. De paradijsmensen zijn die dag bezig met iets leuks, allemaal.
56. Met hun partners zitten ze in de schaduw op mooie banken.
57. Zij hebben fruit, al wat zij verlangen.
58. ‘Vrede’ is de groet van hun barmhartige Heer, ‘Salaam!’
59. en: ‘Weg hier nu, dienaars van het kwaad,
60. Was er dan geen verbond met jullie, Adamskinderen,
dat jullie de satan niet zouden eren, die helle vijand.
61. En dat jullie mij zouden eren, het rechte pad.
62. En er zijn er al zovelen van jullie verdwaald
Hebben jullie dan niet nagedacht?
63. Dan maar de hel als jullie salaris.
64. Brandt daarin nu omdat jullie hebben verzaakt.
65. Nu verzegelen Wij hun monden, maar hun handen spreken
en hun voeten getuigen wat zij hebben op hun balans.
66. Wij hadden hun ogen ook kunnen sluiten,
Dan hadden zij naar het rechte pad kunnen gaan,
Maar hoe dan te zien?
67. Wij hadden hen ook op hun plek kunnen omvormen op hun plaats.
Dan hadden zij niet voor of achteruit kunnen gaan.
68. Die wij langer laten leven, worden toch buigen wij:
Hebben jullie dan niet nagedacht?


Het gaat hier duidelijk om de inhoud van de boodschap van Mohammed: mensen moeten geven aan anderen, onder andere om de dreiging van het laatste oordeel te ontgaan. Er is een levendige beschrijving van het debat: tegenstanders zeggen: waarom wij juist? Is er dan een dreiging na de dood? Flarden discussie dus, waarbij de argumenten van tegenstanders levendiger en boeiender worden weergegeven dan de instemming, want daar is natuurlijk geen bijzondere aandacht voor.
54: ‘debet of credit’: er komen in de Koran best veel financiële termen voor. Of dat hier nu ook echt het geval is, kan ik niet waarmaken, maar voor de sfeer leek de deze vertaling wel verdedigbaar.
55: Paradijsmensen, ashāb al janna. In de Koran wordt voor het paradijs van Adam en Eva, het begin dus, consistent hetzelfde woord gebruikt als voor het ideale hemelvisioen van de eindtijd. Dat wordt ook zo gedaan door A. Hulsbosch in zijn boek De Schepping Gods, Schepping, Zonde en Verlossing in het Evolutionistische Wereldbeeld. (1964, toen Teilhard de Chardin nog in was).
59 Er staat wel in de islamitische leer dat de zondaars uiteindelijk vergeven zullen worden. Maar nu nog niet! Na de goeden en paradijsmensen dus meteen even de tegenkant stevig beschreven. De hel voor de kwaden.
60 helle vijand, ‘aduwun mubīn, waarbij de satan een ‘duidelijke’ vijand is. Maar helle kan hier zowel op dat duidelijke als op de helleplaats wijzen.
66-67 Hierover schrijft Rudi Paret, dat ze moeilijk te begrijpen zijn
68. Is een lastig vers. Ik las het eerst als een soort spreekwoord, dat je wel lang kunt leven maar dan toch kwalen krijgt en krom wordt. Maar kennelijk is het een gewoon verloop in de serie van beschrijving van het kwaad, want het slot is een herhaling van vers 62.

Sura 36 Yasin, 1-32



Ya Sin

Het drama van boodschapper en ongelovigen, de Koran als duidelijke richtlijn.
De opening is als bij de andere ‘letter-openingen’, maar hier wel heel stevig uitgebouwd. De Koran, dat is de openbaring en hier wordt extra aandacht gegeven aan de persoon van de profeet. De echte dichotomie tussen goed of kwaad staat centraal en de slechten krijgen er extra van langs. Zei nog onlangs iemand tegen bij in Bern, waar ook zo’n dramatisch laatste oordeel op de kathedraal staat: die naar de hel moeten krijgen de meest levendige beschrijving. Wel, hier dus ook: ze zijn al helemaal ingepakt, voor, achter en opzij, ook van boven helemaal zonder vrije ruimte verder. – De goeden die krijgen vooral een routeplanner voorgeschoteld, en dat is dus de Koran.




Structuur. – Als bij veel van de wat langere soera’s (tot tegen de nummer 65 aan) lijkt het op een soort compilatie. 2-12 is een vaak voorkomende bevestiging van de openbaring. We kunnen er zeker van zijn dat God via Mohammed heeft geopenbaard: een zegen voor de goeden, vloek voor de slechten. – 13-32 is de enige narratieve passage: verhaal over drie die tot een stad gezonden zijn met één bekeerling als gevolg, die wel meteen het paradijs in maagn. – 33-47 heeft als leidmotief het woord aya of teken Gods: dat in 33,37,41,46 voorkomt. Neuwirth vindt dat vers 46 van zijn plaats is en achter 30 thuishoort. Maar juist in die nadruk op aya zou je zeggen dat het helemaal past. Ja, het gaat over die het aya afwijzen, maar daarin gaat 47 juist verder. - 48-68 geeft een uitwerking van de beelden van de laatste dag, veroordeling en paradijs. – 69-70 is een korte polemische passage, dat de profeet geen dichter genoemd mag worden. 72-83 herneemt deels de thematiek van 33-47 en heeft dan als literaire herheling het ‘zien zij dan niet..’, terwijl in 78 weer het woord aya komt.
In de ‘eindtijd-episode’ 46-68 ziet het Corpus Coranicum project meerdere parallellen met Jakob van Seruj en Efrem de Syriër. Overigens had ik ook af en toe de vrije vertaling van de Psalmen van Huub Oosterhuis in gedachten en betreurde het soms dat er wel een perspectief op de rechte weg en een paradijselijke toekomst wordt gegeven, maar de weg van zakat en bezorgdheid voor de armen en onderdrukten is minder aanwezig.

2. Bij de Koran, zo wijs.
3. Jij hoort op de profetenlijst.
4. Voor de juiste weg de richtlijn,
5. Neerdaling van de Machtige, Barmhartigheid.
6. Leid een volk, niet geleid door hun vaders, niet opgeleid.
7. De echte boodschap kwam al tot hen in meerderheid,
maar zij hebben geloof geweigerd.
8. Wij hebben om hun nek boeien gespreid
Tot hun kin: ze staan stijf!
9. En wij hebben vóór hen een muur gezet
En achter hen een muur
En hen bedekt: zij zien helemaal niets.
10. Om het even is het voor hen of jij de weg wijst
Of niet: zij zullen niet gaan belijden.
11. Jij kunt alleen maar wijzen voor hen die de aanwijzing volgen,
En de Barmhartige vrezen, heimelijk.
Verkondig deze vergeving en loon, heerlijk.
12. Wij brengen de doden tot leven,
Wij noteren hun verleden en latere tijd,
Alles opgeschreven in een handleiding, duidelijk.
13-32 Het verhaal van de eenling, bekeerling in een zondige stad

13. Vertel hen de parabel van de bewoners van de stad
Toen de afgezanten tot het kwamen.
14. Wij zonden er twee tot hen,
Maar zij noemden hen leugenaars.
Wij versterkten ze met een derde en zij zeiden:
‘Tot jullie zijn wij gestuurd’.
15. De bewoners zeiden: ‘Jullie zijn mensen als wij.
De Barmhartige heeft niets bijzonders laten afdalen,
Jullie braken dus loze lucht.’
16. Zij dan: ‘Onze Heer weet dat wij echt zijn gestuurd!’
17. ‘Onze opdracht beperkt zich tot dit heldere bericht.’
18. De stadbewoners: ‘Wij voorspellen jullie dat wij jullie gaan stenigen als jullie niet ophouden en een pijnlijke straf zal jullie treffen.’
19. De gezanten: ‘Jullie lot ligt in je eigen handen. Komen jullie tot bezinning of blijven jullie in opstand?’

20. Toen kwam er een man van de rand van de stad aanhollen en zei: ‘Mensen, volg deze gezanten!
21. Volg die mensen die geen beloning vragen en op de juiste richting zitten.
22. Het komt niet in mij op dat ik een ander eer dan Die mij heeft geschapen en tot Deze keren wij terug.
23. Of zou ik buiten Deze nog goden nemen? Als de Barmhartige mij wil treffen kan niets voor mij bemiddelen of bevrijden.
24. Dan zou ik echt de weg kwijt zijn.
25. Mijn bescherming zoek ik bij jullie Heer. Luister dus naar mij!’

26.Er klonk: ‘Ga het paradijs binnen’.
Hij zei: ‘Mocht mijn volk tot besef komen,
27. Dat mijn Heer mij vergeven heeft en geplaatst bij de zaligen.’

28. Na zijn heengaan zonden wij geen hemels leger. Wij zonden helemaal niets.
29. Er was een enkel kort gekerm, en zij lagen al geveld.
30. Tegenslag voor de trouwe dienaren:
Als er een afgezant komt wordt er altijd de spot mee gedreven.
31. Hebben zij dan nog niet gezien hoeveel generaties wij verwoest hebben,
Opdat zij niet tot hen zouden terugvallen.
32. Uiteindelijk zullen zij allen tezamen voor ons verschijnen.

13-32. Over het bijbelse voorbeeld van dit verhaal wordt verschillend gedacht. Gaat het hier over Paulus en Barnabas in Lystra, Hand. 14:6-20? Ook wordt er wel verwezen naar Agabus, vermeld in Handelingen 11:28 die in Antiochië gepreekt zou hebbem, een hongersnood voorspeld en alvast noodhulp georeganiseerd. Uiteindelijk is hij volgens de legende martelaar geworden in Antiochië en daar vereerd. (Blachère)  Sayyid Qutb die als principe heeft dat je geen buiten-Koran gegevens moet zoeken, wijst er toch op dat je de twee gezanten zou kunnen vergelijken met Mozes en Aäron die tot Farao gestuurd worden, waarop er dan nog een derde kwam. Het lijkt me dat de vraag hier niet alleen is wie bedoeld kan zijn met de zendelingen, maar met de bekeerde: ik moest meteen denken aan de goede moordenaar ‘heden zul je met mij in het paradijs zijn’. Overigens is er ook in het huis van de Farao een ‘bekeerde’ (zijn vrouw Asiyah, zie 66:11: God heeft voor hen die gelovig zijn de vrouw van Farao als een voorbeeld gegeven toen zij zei: Mijn Heer, bouw voor mij bij U een huis in de tuin en red mij van Farao en wat hij doet.. Zij is een type zoals ook de vrouw van Pilatus, tegen het onrecht van haar maan, maar niet in staat om hem om te buigen). Men zou natuurlijk ook kunnen denken aan  het uitzenden, twee aan twee van de leerlingen van Jezus in Handelingen 10. Zelfs ook aan de drie engelen bij Abraham, die uiteindelijk naar Lot gaan, die wordt gered. Maar dat hoeft natuurlijk allemaal niet. Het is gewoon een verhaal van drie goddelijke gezanten die tot een zondige stad komen, waarin een figuur is die zich bekeerd, minderheid. In de Mekka-tijd waren de moslims een minderheid. Of misschien mensen die door Mohammed zijn uitgezonden in de latere Medina-tijd (zo denken sommige Moslim-commentators) of bijvoorbeeld naar Ta’if in de late Mekka-tijd en die hadden ook vaak niet zoveel succes. Maar de thematiek past wel mooi in de latere receptie die spreekt over het lot van onverleden en wat we over dood moeten denken.

13. Daraba mathalan, is de standaard uitdrukking voor het vertellen van een parabel. Letterlijk betekent het ´sla een voorbeeld´ en dan kun je denken aan een penning met afbeelding,maar het gaat toch gewoon over vertellen.Zie Jezusverzen, 142/3.
15. ‘Niets bijzonders’: wellicht hadden zij een engel, of een stevige donderslag of iets spectaculairs verwacht. In de debatten elders komt zoiets wel naar voren.///
18-19 Stadbewoners/gezanten: zoals gewoonlijk gaat de Arabisch Korantekst niet verder dan zij.. zij.. en de hoorder of lezer moet maar goed in de gaten houden over wie het gaat. De vertaling helpt hier dus wat extra bij.
20  ‘rand van de stad’ hier staat aqsa al-madina, hetzelfde woord dat voor de moskee van Jeruzalem wordt gebruikt, de Al-Aqsa of ‘de verste’ moskee.
22. Op overlijdensberichten staat bijna altijd een variatie op deze tekst: Wij horen bij God en tot hem keren wij terug. Innā lillāhi wa ilaihi rāji’ūn.Zou dit vers de aanleiding zijn geworden voor het gebruik om de hele soera te reciteren als een goed werk ten voordele van de overledenen? Of moeten we wachten op vers 26-27, waar deze lokale medestander meteen al het paradijs in mag, zoals de goede zondaar door Jezus vanaf het kruis al het paradijs werd beloofd?
5-11-15-23: Op veel plaatsen wordt hier de Godsnaam Rahmān of Barmhartige gebruikt. Dat wijst op een vroege oorsprong, want later wat veel vaker de naam Allah gebruikt.
25. ‘Mijn bescherming zoek ik bij jullie Heer’, waar ‘jullie’ wel naar de gezanten verwijst. Deze toespraak van een sympathisant van binnen de stad is dus deels op zijn stadgenoten, deels op de drie predikers gericht.

donderdag 17 april 2014

De juiste vragen?

Gisteren was ik voor twee bijeenkomsten in Amsterdam.
De eerste was bij PP, Peter-Paul van Lelyveld, vroeger in Indonesië als studentenpastor, later in Nederland bij de Indonesia-desk van Amnesty. Sept.Okt 2015 zal het 50 jaar geleden zijn dat de politieke omwenteling begon die Soeharto aan de macht bracht. Dat ging gepaard met 1 tot 2 miljoen doden, mensen verdacht van communisme. Er kwam een verbod op vakbonden, politieke partijen werden ingesnoerd. NIOD, KITLV, Amnesty bereiden grote bijeenkomsten voor. Hoe zit het met de rol van christenen, kerkelijke instanties? Natuurlijk gaat het dan vooral om de Jezuïet Joop Beek. Er is begrip voor de angst voor communisten. Maar de 'goede' die ook hun rechten verdedigden mogen niet vergeten worden: Yap Thiam Hien, Asmara Nababan, De Blot. Welke vragen zou een symposium moeten stellen?
Ik zag onderweg naar de Rooseveltlaan een rustige reiger staan, wachten op een muis of zo, weggegooid stukje brood (geen water in de buurt) daarom dit vredig plaatje hier. Maar heel veel van het debat ging natuurlijk over de onderhandelingen over de positie van Jokowi als ideala presidentskandidaat en zijn tegenwerking door het netwerk van Megawati, Puan, de rol van Prabowo Subianto en eventueel de Golkar-mensen als Yusuf Kalla en de eigenlijk al afgeschreven Aburizal Bakrie. Net zo ingewikkeld als de Nederlandse politiek, waar 4 of minstens 5 partijen nodig zijn om een meerderheid in het parlement te hebben. Democratie is altijd gedoe, compromissen die voor geen van de partijen helemaal leuk zijn, zou Jan-Jaap de Ruiter later op de avond zeggen.

Tweede bespreking was bij de NTFF, Netherlands Turkish Friendship Foundation waar een 30 mensen bijeen waren voor een discussie over Turkije temidden van de landen van de Arabische lente in de Middellaanse Zee. Allereerst sprak Janp-Jaap de Ruiter over de tegenvallende Erdogan (pas sinds ruim een jaar: onrust bij het Gezi Park, sinds december 2013 de filmpjes over corruptie). Erdogan heeft zich in Caito teveel als Moslim Broeder gepresenteerd. En Morsi? Die was toch eerlijk gekozen door een meerderheid van 51%? Ja, dat is dus pech, want democratie werd nogal breed gedefinieerd: ook rekening houden met de minderheid, beroep kunnen doen op politie en rechtspraak die eerlijk werkt, dat hoort er allemaal bij en dat had Morsi even vergeten. Hij kreeg hier geen enkele steun.
In Syrië leek Turkije en rol te kunnen spelen, maar dat is ook helemaal mislukt. Ook elders weten de Turken helemaal geen aanzien of invloed te kunnen krijgen. De Nahda van Tunesië heeft het op dezelfde manier verprutst: met een grote groep in het parlement, zelfs de meerderheid in de commissie die de grondwet moest opstellen, maar uiteindelijk toch uit de regering gezet en in oppositie terecht gekomen: kennelijk weten de moslim-partijen nog niet van compromissen en nemen en geven.
De show van de avond werd gestolen door de zeer persoonlijke verhalen van de Egyptisch-Turkse Monique/Munira Samuel, die daar overal wel is geweest in de laatste paar jaar en helder kan zeggen wat er allemaal in de grote politiek gebeurt. In haar boek, Mozaïek van de Revolutie vult zij dat prachtig aan door ook kleinschalige portretten te geven van het dagelijks leven. Zeker met zoveel spanningen er ook in!

Embedded image permalink
Buiten deze lezingen blijft de TNFF een heerlijk model voor lobbyen, mensen die netwerken, kennissen, en kennis willen vergaren. Ik was er denk ik wel de enige boven de 50, mooie ervaring. Ik vroeg dus naar de psychologie van de oude heren (Mubarak, Khaddafi, Ben Ali) en waarom die altijd willen blijven zitten terwijl ze alles al hebben en geen visie of toekomst vernieuwd kunnen zien? En hoe krijg je een onderbetaald leger, dat geld wil hebben uit hotels en industrie, terug tot zijn echte kleine taak van landsverdediging? En hoe snoer je de monden van hen die beweren dat de islam echt het enige antwoord is, terwijl die islam zo veelzijdig en meerduidig is als maar kan?

zondag 30 maart 2014

De Rotterdam Koranvertaling

Op donderdag 27 Maart 2014 vierde de IUR, Islamitische Universiteit Rotterdam de presentatie van de Koranvertaling De Levende Koran. Naast een nieuwe vertaling (zeker niet zo alledaags Nederlands als Leemhuis, zelfs wat plechtstatiger dan Kramers. Er staan veel meer noten in dan in die van Siregar en het is natuurlijk een meer soenitische dan de Ahmadiyah Lahore van Soedewo, later Jeroen Rietberg, die beiden die van Maulana Muhammad Ali vertaalden vanuit het Engels.

De presentatie ging gepaard met veellezingen. Özcan Hidir en Fatih Okumus (de laatste meteen hierboven) hebben hun werk toegelicht. Jan Peters (bovenste foto, op een na rechts, tussen Ruud Lubbers en Anton Wessels in) gaf een mooie herinnering aan een plan om met Leemhuis de Koran te vertalen voor moderne Nederlanders. Peters wilde graag een werk waarin de exegetische methoden die op de bijbel worden toegepast ook voor de Koran zouden worden gebruikt. Dit wilde Leemhuis per se niet: hij wilde alleen de betekenis weergeven zoals die door moderne Egyptische geleerden werd aanvaard. Dus deed Leemhuis het uiteindelijk alleen.
Een andere belangrijke medewerker was Kees Musa Hoek, docent Nederlands en gehuwd met een Marokkaanse. Hij staat hieronder op een foto samen met de (langharige) Utrechtse sterrenkundige en wetenschapshistoricus Rob van Gent, die een website heeft met alle Nederlandse Koranvertalingen.
In mijn eigen verslag van eerste leeservaringen benadrukte ik dat er wel veel Arabisch in de vertaling is gebleven, om toch dat oorspronkelijkheidsgevoel te geven.

Allah, niet cursief, is gekozen voor de Godsnaam. Niet God zoals Leemhuis en Kramers/Jansen. Overigens ook de Turkse Ali Ünal koos voor God, niet Allah bij zijn Engelse vertaling. Is dat Allah-gevoel belangrijk? De bijbel van mijn jeugd was de Katholieke Canisius-vertaling en daarom werd het Hebreeuwse Jahweh niet vertaald met Heer. De Willibrord-vertaling zette dat door. Maar de Protestantse NBG en de oecumenische Nieuwe Bijbelvertaling vonden Jahweh te veel een lokale godheid en kozen voor het meer universele Heer. Allah is niet exclusief islamitisch: in het Midden-Oosten, ook in Zuidoost Azië is het ook gebruikt door christenen. Maar in Nederland klinkt het toch wel voor de Arabische God.
Er staan 99 namen voor God in de Koran, die worden hier bijna steevast in het Arabisch genoemd met vertaling erbij: al-Hayy en al-Qayyum. Dat doet me een beetje denken aan de vroegere priesters die graag wat Latijn in hun preken gooiden, zoals dominees graag wat Grieks en Hebreeuws uit de originele Bijbeltekst erbij zetten. Voor het oorsprongsgevoel, niet echt als uitleg. Al-Qayyum wordt in meer woorden uitgelegd, maar de uitleg is toch wel knap kort gehouden. Het is bijna een compromis: God is schepper én onderhouder. Dat Arabische oorsprongsgevoel is in de grote versie nog versterkt door de bladzijden van links naar rechts te laten omslaan en voor het Nederlands gevoel het boek achteraan te laten beginnen. Maar je moet de bladzijden dan wel weer ‘gewoon’ van links naar rechts lezen. Ik moet bekennen dat ik me daarin af en toe heb vergist. De verkleinde versie heeft dit niet.  

Er zit een 'rationaliserende tendens in deze vertaling. Bij Surat an-Najm 53,13-17 wordt niets gezegd van het geloof in de boom Sidratul Muntaha. Op de 15e maand van de maand Sha'ban verliest deze een aantal bladeren, waarop staat wie er het volgende jaar zal gaan sterven. Volksgeloof, maar wel redelijk algemeen. Ook de Duivelsverzen bij 53:21-22 worden niet vermeld, al was daar de grote heibel over Rushdie's boek over.

Soera 113-114 horen bij volksgeloof in bezweringen. Sura 113-114 heten de Mu’awazatayn,  bezwerende. Sommige commentaren gaan hier stevig in tegen bijgeloof dat wel aan een soort magische kracht gelooft. Bij sura 113 vinden we die magische bijgelovigheid in de noot onderaan: ‘kwalijke praktijken van heksen en tovenaressen, die knopen in een touw legden en daarop bliezen..”.  Maar in de noot bovenaan wordt een psychologiserend effect  benadrukt: ‘ze zijn bestemd om mensen tot kalmte te brengen in hun twijfels’.  Zo ook bij 114: ‘bescherming tegen het kwaad in de mens zelf, en tegen het kwaad in de harten van anderen’.  Dit is een sympathieke verklaring, zonder polemiek, wel invoelbaar.

 

Bern

11-13 Maart 2014 was ik in Bern voor een lezing over Christelijke Kerken en Duurzame Ontwikkeling in Indonesië, bij de onderzoeksgroep over modern niet-westerse geschiedenis. Zij hebben een aardig project over de periode 1975-1995, waar antropologen en historici werken aan het verzamelen van feiten en dromen. Sabine Zurschmitten deed veldonderzoek en vrijwilligerswerk in de buurt van Ruteng, bij katholieken en moslims. Zij is klaar met haar proefschrift. Zoekt een uitgever, netwerken en perspectief voor onderzoek. Noemi Rui begint nog en wil vooral archiefonderzoek gaan doen: bij de dromen van de de grote kerkelijkeontwikkelingsorganisaties en de realiteit van de Basler Mission, Franciscaanse OFMCap in Zwitserland.
Ik gaf een aantal case-studies van het werk voor Catholics in Independent Indonesia, 1945-2010 dat nu bij de uitgever ligt, vooral over de grote ontwikkelingsplannen van de jaren 1960-70 en de veel bescheidener ideeën uit de latere periodes. Alsof de decentralisatie juist bij particuliere ontwikkelingswerkers al veel eerder is begonnen. De eerste Flores-Timor Plannen van 1965 was nog een collectie van bijna 400 projecten die een spectaculaire 'take-off' zouden moeten geven aan die gebieden: landbouw, transport, handel, onderwijs. De realiteit bleek ingewikkelder en de taak van religieuze instellingen toch bescheidener.

Het was wel een mooie ervaring weer in Bern te zijn.Ik was het eerst in Juni 1989 bij wat toen nog ECIMS  heette, the 7th European Colloquium on Indonesian and Malay Studies onder leiding van Wolfgang Marschall, (geb. 1937 in Selesia, nu dus al stevig met pensioen). Er was een heel klein vliegveld: de maatschappij vliegt met toestellen waar 30 passagies in kunnen (heenreis 10, terug zo'n 20). Bern is nooit kapot gegooid, is wel hoofdstad, maar een relatief klein bestuurscentrum. Prachtige kathedraal, vooral aan de buitenkant.



Voor de kathedraal staat een beeld van Mozes die wijst op het tweede gebod: geen afbeeldingen maken. De beeldenstorm van 1529 heeft hier niet zo huisgehouden als elders: veel prachtige ramen zijn de Münster bewaard gebleven en zeker het laatste oordeel. Zei Robert Heinze, postdoc bij niet-westerse geschiedenis (specialisatie Zuidelijk Afrika, modern): de mensen die de hel ingedreven worden zijn veel interessanter dan die voor de hemel.
Veel oude kerkschatten zijn in het Historisches Museum ondergebracht, waaronder deze dodendans (uit een klooster: wel een 20 afbeeldingen). Er was ook een prachtige set van konklijk paar uit Bali: in de kelder stond een mooie collectie voorwerpen uit het oude Azië.

Top voor Bern is natuurlijkde deftige grote winkelstraat met die lange serie van portieken, de grote klok bij een oude poort. Prachtige stad, zo rustig, deftig en ietwat saai. Zeker nog geen voorbeeld van een utopia, al zijn de zaken er wel goed geregeld.

maandag 24 maart 2014

Nieuwste oogst van de IUR



In 2012 heb ik in het tijdschrift Begrip-Moslims-Christenen al aandacht gevraagd voor een leerboek Islam voor de (middelbare?) school, uit het Turks vertaald door een team van de IUR. In het toen besproken eerste deel werden de praktische verplichtingen uitgelegd. Het nu verschenen tweede deel Mijn prachtige religie. Ik leer de fundamenten van het geloof van bijna 300 blz. op A4 formaat gaat over de zes hoofdpunten van de geloofsbelijdenis. Het is kleurig uitgegeven, met veel verhalen, in kleurendruk, veel tekeningen en plaatjes, vragen op het einde van ieder onderdeel, compleet met puzzles. Er is ook aandacht voor de argumentaties. Zo wordt er van de onzichtbare engelen gezegd: ‘Wij kunnen electriciteit niet door kabels zien stromen of geluidsgolven in de lucht niet waarnemen. Deze voorbeelden laten ons zien dat niet alle schepselen zichtbaar zijn voor onze ogen.’ (124)
Eigenlijk over hetzelfde onderwerp, maar dan meer gericht op studenten theologie is een stevig boek over de islamitische geloofsleer Islamitische Geloofsprincipes. Een Exegese van Imām al A’zam’s Al Fiqh al-Akbar (IUR Press, 2013, 250 blz.). – De Fiqh al-Akbar is in de korte versie een werkje in 10 korte artikelen dat wordt toegeschreven aan de grote stichter van de Hanafitische school, Imam Abū Hanīfa (st. 767). Het is duidelijk een gevolg van debat tussen theologen, want enkele artikelen eindigen met een verkettering. Zo no. 8: ‘Wie gelooft dat  hij het geloof moet aanvaarden, maar ook zegt: Ik weet niet of Mozes en Jezus wel tot de gezondenen behoren, is een ongelovige.’ Naast de korte Fiqh al-Akbar zijn er ook langere:  27 artikelen van de Wasiyat Abi Hanifa en 29 artikelen onder de naam Fiqh Akbar II. Deze werken zijn ook vaak het begin geworden voor een vervolgwerk over theologie, waar anderen dan weer commentaar op geven. Hier wordt het commentaar vertaald van Abu al-Muntaha al-Maghinasawi (uit West-Turkije, rond 1600), die er ook weer iets oudere teksten van ‘Ali al-Qārī in verwerkte. Veel aandacht wordt hier besteed aan de uitleg van anthropomorfe termen: God ziet, zit op de troon, maar niet zoals wij, mensen, zien of zitten. Dit is een degelijk filosofisch-theologisch werk.
Meer actueel is een derde nieuwe publikatie: Ahmed Akgündüz en Ertuğrul Gökçekuyu, De Rotterdamse Islamdebatten (IUR Press, 2013, 181 blz.). Uit de periode 2004-2007 vinden we hier een aantal lezingen die op de IUR gehouden zijn. Het begint met het Islamdebat na de moord op Theo van Gogh. Over de vraag dus of de Islam in Nederland thuis hoort, zich aan kan passen, respect toont voor andere religies, vrouwen, radicalisme kan tegen gaan. Een thema als Islam en homoseksualiteit komt ook ter sprake. Wat moeizaam soms: blz. 78: ‘We kunnen homoseksualiteit niet respecteren, doch we moeten homoseksuele mensen respecteren die in een bepaald land leven.’ Dit is de opmaat tot acht afspraken in het ‘Sociale charter van Rotterdam’ die op 79-80 worden geciteerd. Blz. 111-139 geven de lezingen van een conferentie over vrouwenbesnijdenis uit 2007. Özcan Hıdır, geboren in Turkije, studie in Arabië, vertelt dat hij pas voor het eerst in Nederland een serieus gesprek hierover hoorde, omdat het eigenlijk alleen in Afrikaanse landen als Somalië, Soedan en Egypte gebruikelijk is. Het is volgens hem ook helemaal niet gebaseerd op islamitische voorschriften.

Daarnaast gaat de IUR voort met de vertaling van geschriften van Said Nursi en is er een prachtige uitgave van een Koranvertaling met commentaren verschenen, die we komende donderdag, 27 maart zullen bespreken in Rotterdam.

Het lijden van Tommy Wieringa

Met groeiend genoegen las ik het boekenweekgeschenk deze maan. Tommy Wieringa, Een mooie jonge vrouw. Het begin lijkt een beetje glad: veertiger, succesvol medisch academicus raakt verlief op jonge vrouw, relatie, trouwen, kind. Van wild naar beetje burgerlijk en dan: een spiraal naar beneden die steeds dramatischer wordt en lijkt op de neergang van de professor in Disgrace van Coetzee. Van gladde en succesvolle wonderboy tot dakloze die de leegte van het goedkope en simpele succes inziet. Endo beschrijft zo ook de vernietiging van Jezus en laat dat eindigen in een hoofdstuk 'Het is volbracht'. Daar is commentaar op gegeven dat dit in het Boeddhisme de uiteindelijke verlossing van de mens uit zijn hersenspinsels en verlangens is. Meer hoeft niet, bevrijding is er dan. Zelfs het lege graaf hoeft niet verklaard te worden. Misschien toch wat mager voor echte bevrijding? Voltooiing?
In het boek komt een aardige tegenstelling voor over pijn (hebben dieren wel, is voornamelijk fysiek) en lijden (typisch menselijk? is ook zieleleed, psychisch). De partner van de hoofdfiguur heeft een hart voor dieren en betwist dus het scherpe onderscheid.
Het zijn prachtige thema's voor de lijdenstijd dit jaar. Ik ben er nog niet echt uit. Dat hoort er dus ook bij.